II De familie

De tijd van de eerste Kingma’s

In wat voor tijd leefden de eerst bekende Kingma’s eigenlijk?

Het is een periode waarin Friesland verscheurd wordt door onderlinge twisten. Een landsheerlijk gezag ontbreekt geheel. De hoofdelingen voeren, met de gewapende knechten die zij in dienst hebben, voortdurend onderlinge oorlogen. Daarbij riepen ze vaak hun hele gevolg, dus degenen die van hen afhankelijk waren, zoals pachters en knechten, te wapen. De stenen huizen van de edelen (de stinzen) werden in brand gestoken, vrouwen werden ontvoerd en gegijzeld en bij tijd en wijle sloegen ze elkaar dood. Aan het eind van de 15e eeuw liep dit uit op de totale partijstrijd tussen Schieringers en de Vetkopers. In die ‘burgeroorlog’ tussen de machthebbers speelde de al genoemde Schieringer hoofdelingenfamilie Sjaerda van Franeker een belangrijke rol. Na 1498, toen de Schieringers de hulp van de Duitse keizer Maximiliaan hadden ingeroepen, in de persoon van hertog Albrecht van Saksen, kwam er een eind aan deze chaotische, bijna anarchistische periode. Met de komst van deze Albrecht hield de legendarische Friese Vrijheid weliswaar officieel op, maar er kwam wel een ordelijk bestuur en de rust keerde terug.

Stamvader Jelle (geboren rond 1450) en zijn zoon Pieter (geboren rond 1480) hebben deze gebeurtenissen bewust meegemaakt. Misschien hebben de Kingma’s wel in het gevolg van de Sjaerda’s mee moeten vechten. Wie weet, is hun boerderij weleens platgebrand.

Zoon Pieter werd op de sate geboren en heeft deze bewoond tot zijn dood omstreeks 1556. Op zijn beurt wordt Pieter als boer opgevolgd door zijn zoon, Jelle Pieters Kingum.

Een van deze nakomelingen van stamvader Jelle heeft het eigendom van de sate verworven.

Rond 1600 hebben de bewoners van de sate zodanig hun maatschappelijke positie verbeterd dat er van een state gesproken wordt. Dan woont Pieter Jelles, achterkleinzoon van stamvader Jelle, op de state; van 1601 tot 1606 is hij lid van Gedeputeerde Staten van Friesland.

De familienaam is dan intussen van Kingum, onder meer via Kinguma, veranderd in Kingma: ‘die van Kingum’, genoemd naar de plek waar de familie woonde (zie De oorsprong van de naam).

In de loop van de eeuwen stijgen de Kingma’s op de maatschappelijke ladder in de Friese samenleving. Onder de nakomelingen van stamvader Jelle bevinden zich diverse vooraanstaande familieleden zoals Saeckle Intes van Kingma († 1652) die Gecommitteerde was in de Rekenkamer van Friesland, zijn zoon Ignatius († 1700), Brigadier en Kolonel van de Ruiterij der Verenigde Nederlanden, de laatste van de familie Kingma die Kingma State bewoonde, en Saeckles broer Jan Intes († 1645), die lid was van Gedeputeerde Staten van Friesland.

In de Reginakerk te Zweins zijn vele Kingma’s uit deze periode begraven. De tekening van de stamboom op de pagina Genealogie laat zien waar hun graven in de kerk liggen.

Een veel voorkomende naam in de familie is Inte (of Ynte). Ignatius is de Latijnse variant van Inte.

In 1611 koopt Saeckle van Kingma met zijn vrouw de ene helft van de state van zijn oom Hendrick Jelles Kingma; de andere helft gaat naar zijn oom Ryurdt Saeckles. Voor een uitgebreidere geschiedenis van Kingma State zie Het begin van de state.

Over het leven van Saeckle en in het bijzonder dat van zijn zoon Ignatius weten we via historisch onderzoek wat meer. Bij dat onderzoek is onder meer het archief dat na de afbraak van de state bewaard is gebleven belangrijk. Dit archief omvat bijna 20 meter aan dozen en bevindt zich in Tresoar, het archief van de provincie Friesland in Leeuwarden (toegang 319). Het is een onmisbare bron van historische documenten vanaf de late zestiende eeuw.

Saeckle van Kingma was gecommitteerde in de Rekenkamer van Friesland. Deze Rekenkamer was op 28 juli 1582 opgericht en was gevestigd in de hoofdstad Leeuwarden. Elk provinciaal ‘kwartier’ (Oostergo, Westergo, Zevenwolden, de Elf Steden gezamenlijk) had in de kamer één zetel. Saeckle vertegenwoordigde als ‘rekenmeester’ dus kennelijk de zetel van de regio Westergo, waarvan Franeker de hoofdstad was. De Rekenkamer kende zittingstermijnen van twee jaar. Hoeveel termijnen Saeckle gediend heeft weten we niet. De Rekenkamer was onder meer opgericht om bestuurlijk grip te krijgen op de provinciale belastinginkomsten.