II De familie
Het familiewapen
Uit de Reginakerk in Zweins en archieven is het familiewapen van de Kingma’s bekend. Het wapenschild is gedeeld. Op de helft die voor de kijker links staat, staat een Friese halve adelaar van zwart in goud; in de heraldiek heet dat de rechterhelft, omdat een wapen wordt beschreven vanuit degene die het schild draagt (De Kinkhoorn 2). De andere helft is doorsneden: boven twee zwarte kinkhoorns in zilver, onder een pijl van zilver in blauw. Het helmteken is een uitkomende zwanenhals.


Het vermoeden bestaat dat het gebruik van de kinkhoorn in het wapen samenhangt met de naam Kingma (oorspr. Kinghum). Kink = kronkel; een kinkhoorn is dus een gedraaide, spiraalvormige hoorn. Tegenwoordig heet vooral de wulk zo, maar in de zeventiende eeuw was een kinkhoorn elke grote gedraaide zeeschelp die op een hoorn leek, en vooral de hoorn waarop de zeegod Triton blaast; in de wapenbeschrijving van 1842 heten de schelpen dan ook tritonshoorns. Of de kinkhoorns echt met de naam te maken hebben, is onzeker; zie De naam en de kinkhoorns. In een andere, waarschijnlijk oudere versie van het wapen ontbreekt de Friese halve adelaar. Wanneer de adelaar erbij kwam, is niet bekend; Friese families namen de halve adelaar vanaf de vijftiende eeuw in hun wapen op (De Kinkhoorn 11).

