II De familie

Kingma State (Zweins)

Sate, state en terrein bij Zweins, van 1400 tot nu

Kingma State kort voor de afbraak, aquarel van de Leeuwarder tekenmeester Albert Martin omstreeks 1860. Links de toegang met de twee zuilen met leeuwen, rechts het gepleisterde herenhuis tussen de bomen van de singel.
Kingma State kort voor de afbraak, aquarel van de Leeuwarder tekenmeester Albert Martin omstreeks 1860. Links de toegang met de twee zuilen met leeuwen, rechts het gepleisterde herenhuis tussen de bomen van de singel. Albert Martin, aquarel ca. 1860, depot Fries Museum, Leeuwarden; reproductie op de website van de Stichting Kingma State; het werk is publiek domein; ook De Kinkhoorn 1, artikel 4 en De Kinkhoorn 17, artikel 6.

Wie vandaag vanaf het Van Harinxmakanaal bij Kingmatille het weiland in kijkt, ziet een rechte bomenlaan die naar een bosje loopt. Dat bosje, ter plaatse 't Hofke of "het slot" genoemd, is alles wat er van Kingma State is overgebleven: ruim twee hectare met daarin de flauwe sporen van een gracht en een verdwenen terp. Zes eeuwen lang was dit de plek waar de naam Kingma vandaan komt. Dit artikel vertelt de geschiedenis van de sate, de state en het terrein, van de eerste vermelding in 1413 tot de plannen om er weer een huis te bouwen, en laat daarbij de kaarten, tekeningen en prenten zien die van de state bewaard zijn gebleven. Bron: website Stichting Kingma State, sectie Kingma State; HISGIS (floreenkohier 1700 en kadaster 1832 op kaart).

In het kort

Kingma State lag zuidwestelijk van het dorp Zweins, drie kilometer ten oosten van Franeker, op een terp aan de kwelderwal die de Salverderweg volgt. Rond 1400 was de boerderij Kinghum eigendom van de Franeker hoofdelingenfamilie Sjaarda en de enige "rechtvoerende" sate van Zweins: de eigenaar mocht om de zeven jaar een van de acht rechters van Franekeradeel leveren. In de zestiende eeuw werkten de bewoners, de Kingums, zich op van pachters tot eigenerfde boeren; rond 1600 was de boerderij zo verbouwd dat men van een state sprak. In 1611 verkocht Hendrick Jelles Kingma de state aan zijn neef Saeckle Intes Kingma; diens zoon Ignatius van Kingma, kolonel van een regiment ruiters, was van 1652 tot 1700 de laatste Kingma op de state. Via zijn testament ging het buitengoed naar de familie Van Gemmenich en in de achttiende eeuw naar de Van Beijma's, die er als grietmannen van Franekeradeel woonden en de naam "thoe Kingma" aannamen. In september 1864 liet Ulbo Jetze Heerma van Beijma thoe Kingma, zoon van Julius Matthijs, het huis op afbraak verkopen; de terp werd afgegraven, alleen het theehuisje aan de trekvaart bleef staan. Sinds 1999 laat de Stichting Kingma State de geschiedenis onderzoeken en werkt de stichting Herstel Kingma State aan een nieuw buitengoed op dezelfde plek. Bron: De Kinkhoorn 1, artikel 4; De Kinkhoorn 7, artikel 4; De Kinkhoorn 14, artikel 3; De Kinkhoorn 6, artikel 3; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State.

Naam en ligging

Het landschap waarin de state lag is oud. Ruim tweeduizend jaar geleden was het een waddengebied, een delta van de rivier de Oer-Boorne, met geulen waardoor het zeewater in- en uitstroomde. Tussen de geulen ontstonden kwelderwallen van zavelige grond, meestal oost-west lopend, en daarachter bezonk de zware knipklei. Op die wallen gingen mensen wonen; toen de zeespiegel steeg, hoogden zij hun woonplekken op met grond en mest, tot terpen. De Salverderweg, die eeuwenlang Franeker met Leeuwarden verbond, volgt de kwelderwal waarop vier terpen met een naam liggen: Edum, Sjaarda, Salverd en Kinghum. Bij het archeologisch onderzoek van 2010 op het stateterrein kwamen aardewerkscherven en houtskool tevoorschijn die vermoedelijk uit de pre-Romeinse IJzertijd stammen: op de terp Kinghum woonden ruim tweeduizend jaar geleden waarschijnlijk al boeren. Bron: De Kinkhoorn 7, artikel 4; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State; Mijndert Schroor, Van Middelzee tot Bildt (2000), kaart Terpen in Westergo, in De Kinkhoorn 9, artikel 2.

Terpenreeksen in Westergo. De terp Kinghum ligt op de kwelderwal tussen Franeker en Dronrijp; noordelijk loopt de rij Franeker, Schalsum, Peins en Slappeterp.
Terpenreeksen in Westergo. De terp Kinghum ligt op de kwelderwal tussen Franeker en Dronrijp; noordelijk loopt de rij Franeker, Schalsum, Peins en Slappeterp. website Stichting Kingma State, pagina over het begin van de state (naar Schroor, Van Middelzee tot Bildt, 2000) · niet vermeld; ook De Kinkhoorn 9, artikel 2.

De naam van de terp verklaart de site uit de scherpe bocht, een "kink", die de weg ter plaatse maakte: het "hum" of heem bij de kink in de weg; de bewoners heetten daarnaar Kingumer of Kinguma en later Kingma. Een andere lezing, in De Kinkhoorn, laat "um" gewoon "hiem" of erf betekenen, zoals in zoveel Friese plaatsnamen, zodat Kinghum het heem van een zekere Kinge kan zijn geweest. De uitgang "a" die er in de zestiende eeuw bij kwam betekende in het Oudfries "nakomeling van". Welke verklaring de juiste is, zeggen de bronnen niet; de uitgebreide bespreking staat op de pagina De naam Kingma. Bron: website Stichting Kingma State, sectie Kingma State; De Kinkhoorn 1, artikel 4; De Kinkhoorn 15, artikel 7.

De ligging was gunstig. In 1507 en 1508 werd de trekvaart van Leeuwarden naar Franeker gegraven, volgens Steenstra (1845) in het eerste jaar "tot aan Kingmastate gebragt" (tot aan Kingma State gebracht) en pas het jaar daarop tot Franeker. Waar de landweg van Franeker naar Leeuwarden de vaart kruiste kwam een brug, in het Fries een tille, en daaromheen groeide de nederzetting Kingmatille, in de volksmond Keimpetille: een tolhuis, een brugwachterswoning, herbergen en later een steenfabriek. De state lag een paar honderd meter noordwestelijk van die brug, met een eigen opvaart naar de trekvaart en een oprijlaan of singel ernaast. De omgeving van de state, de tille en het dorp staat uitgebreider op de pagina Kingmatille, Zweins en omgeving. Bron: De Kinkhoorn 17, artikel 1; H.W. Steenstra (1845) over het graven van de trekvaart in De Kinkhoorn 17, artikel 1; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State.

Op de kadastrale kaart van 1832 is de ligging goed te zien: de state zuidwestelijk van Zweins, met het grote vlak van de tuin, het bos, en de oprijlaan en opvaart die zuidoostelijk naar de trekvaart bij Kingmatille lopen. Bron: kadastrale kaart 1832 in HISGIS (Fryske Akademy).

De sate en de Kingma's, 1400 tot 1700

De Sjaarda's en de rechtvoerende sate Kinghum

Rond 1400 hoorden de boerderijen op de kwelderwal bij het bezit van de Sjaarda's (Syaerda, Sjaerdema), een van de machtigste hoofdelingengeslachten van Westergo, dat in 1449 een kasteel binnen de grachten van Franeker liet bouwen. Uit de "Ordinatie van de rechtsomgang in Franekeradeel" en het bijbehorende register van 1406 tot 1438 blijkt dat Kinghum de enige rechtvoerende state van Zweins was. Zo'n state leverde bij toerbeurt een van de acht rechters van de grietenij, van wie er één grietman werd. Sicke Sjaarda was in 1408 rechter namens Salverd, in 1409 namens Sjaarda en in 1413 namens Kinghum; Kinghum kwam eens in de zeven jaar aan de beurt. De historicus Paul Noomen telde in Franekeradeel ongeveer 250 sates, waarvan 92 rechtvoerend; Kingma was in 126 jaar drie keer aan de beurt, de Sjaarda's met al hun goederen minstens 43 keer. De sate was toen nog pachtgoed van de Sjaarda's. Bron: Ordinatie van de rechtsomgang in Franekeradeel (register 1406 tot 1438) in De Kinkhoorn 20, artikel 5 en De Kinkhoorn 7, artikel 4; De Kinkhoorn 7, artikel 4; De Kinkhoorn 20, artikelen 4 en 5.

In 1510 vermaakte de adellijke vrouwe Edwer Sjaarda haar aandeel in het "gued thoe Kinghum" (het goed te Kinghum), dat negen florijnen per jaar opbracht plus de voeding van een hengst om de andere winter, aan haar kleindochter Lutke, getrouwd met Gerrolt van Herema van Tzum; stierf Lutke eerder, dan moest het goed bij de Sjaarda's blijven. De Herema's waren in de vijftiende eeuw de leidende hoofdelingen van Zweins zelf; hun state Heerma lag vlak bij Kinghum. Bron: testament van Edwer Sjaarda (1510) in De Kinkhoorn 7, artikel 4; De Kinkhoorn 2, artikel 4; De Kinkhoorn 7, artikel 4; De Kinkhoorn 17, artikel 2.

Hoe het bezit in 1413 verdeeld was, blijft onzeker. De uitgevers van de rechtsomgang, G. Overdiep en J.C. Tjessinga, hielden het in 1950 voor mogelijk dat Sicke Sjaarda "voor eigen recht" rechter was, en ook dat Kinghum "wellicht" een state met meer eigenaren was, waarvoor één van hen met toestemming van de anderen het recht voerde: in 1510 kwam van een opbrengst van 40 florijnen en 22 stuivers "slechts 9 fl." aan de nakomelingen van Sicke toe. Bron: De rechtsomgang van Franekeradeel, 1406-1438 (1950), scan 108 en scan 131.

Dat Kingma State zo'n beurt had, wist men in de achttiende eeuw al. Foeke Sjoerds gaf in 1771, in het vijfde deel van zijn Historische Jaarboeken, de ordinantie van de rechtsomgang in het Nederlands weer: 'Vervolgens zo neemt Sweins het derde jaar twee Eeden evengelyk; de een te Kingghum en de ander te Sweins aan de Buuren' (vervolgens neemt Zweins in het derde jaar twee eden, gelijk verdeeld: de ene te Kingghum en de andere te Zweins bij de buren), met de voetnoot 'Buiten twyffel Kingma State, ten Zuidwesten van Sweins' (zonder twijfel Kingma State, ten zuidwesten van Zweins) (Foeke Sjoerds, Historische jaarboeken van oud en nieuw Friesland V (1771), blz. 148, Google Books). De Tegenwoordige Staat van Friesland schreef in 1786, bij het dorp Peins, dat uit "de aantekeningen van Tjalling Rodmersma, gemaakt in 1433" bleek "dat het Grietmansampt, by tourbeurten, in de Grietenyen, van de eene tot de andere familie overging, voor den tyd van één of meer jaaren" (dat het grietmansambt in de grietenijen bij toerbeurt van de ene familie naar de andere ging, voor een of meer jaren), en vervolgde: "Dus had in Franekeradeel Kingma State ook eene beurt, en 't geen aanmerkelyk is, ook de buurt Salwerd" (zo had in Franekeradeel ook Kingma State een beurt, en opmerkelijk genoeg ook de buurt Salverd). Bron: Tegenwoordige Staat van Friesland (1786), blz. 442.

Jelle Kingum, Pieter Jelles en het Register van den Aanbreng

De oudst bekende Kingma is Jelle Kingum, geboren omstreeks 1450 en overleden op de sate, volgens de genealogie tussen 1514 en 1538. Zijn oudste zoon Pieter Jelles was in 1511 en 1514 de gebruiker van het goed. Het Register van den Aanbreng, het belastingregister van 1511, geeft de verhoudingen. Noomen citeert de post zo: "Peter Kenghum geft dit jaer toe huyer: Aan Gerrelt Herrem heerscip 9 fl; Ende zyn faer ende moer: 16 fl.; Ende Johannes, vicarius in Franeker: 14 fl; Ende heer Sybren, vicarsi in Peyns: 24 st.; Ende de patroon in Sweyns: 6 st." (Pieter Kingum betaalt dit jaar aan huur: aan de heerschap Gerrolt Herema negen florijnen; aan zijn vader en moeder zestien florijnen; aan Johannes, vicaris in Franeker, veertien florijnen; aan heer Sybren, vicaris in Peins, 24 stuivers; en aan de patroonheilige van Zweins zes stuivers). Om het andere jaar hield hij bovendien een hengst op stal voor Swob Sjaarda en Gerrolt Herema. De Kinkhoorn rekent daaruit dat Jelle voor 16/40 eigenaar was en de vicaris Johannes Petri voor 14/40; Noomen leest hetzelfde als het bewijs dat de Kingums nog grotendeels pachters waren en dat de veertien florijnen een eeuwige rente van het Crispinus-en-Crispinianusleen te Franeker waren, geen familiebezit. Wat er precies eigendom en wat pacht was, blijft daarmee onzeker; de pagina Jelle Kingum en zijn voorgeslacht zet de lezingen naast elkaar. Bron: Register van den Aanbreng 1511 en 1514 (uitgave Tjessinga, HathiTrust) in De Kinkhoorn 21, artikel 3; De Kinkhoorn 2, artikel 4; De Kinkhoorn 14, artikel 3; De Kinkhoorn 21, artikelen 3 en 4.

Dat de familie zich intussen als eigenaar gedroeg, blijkt uit een rechtszaak van 1529. "Pieter to Kemgum wonachtig tot Sweyns voer hem ende syn broeders ende susters segt dat hem hoort de jacht soe verre als het lant stereckt van der sate geheeten Te Kemgum … Allegert possessie vyfftich jaeren ende hefft geen brieven" (Pieter te Kingum, wonend te Zweins, zegt voor zichzelf en zijn broers en zusters dat hem de jacht toekomt zover het land van de sate Te Kingum strekt; hij voert vijftig jaar bezit aan maar heeft geen brieven). Gerrolt Herema protesteerde, mede namens de Sjaarda's, en was tegelijk de rechter die erover moest oordelen. Het ging om de zwanenjacht: Kingma hoorde tot de negen goederen in de streek met zwanenrecht, en de zwaan bleef het teken van de familie, als helmteken op het wapen en als "zwanendrift" op het buitengoed, tot in de verkoopadvertentie van 1864. In 1552, vier jaar voor zijn dood, was Pieter Jelles gevolmachtigde ten landsdage, een positie voor eigenerfden en edelen; daarmee is de overgang van pachter naar eigenerfde zichtbaar. Bron: verklaring van Pieter to Kemgum over de zwanenjacht (1529) in De Kinkhoorn 21, artikel 3; De Kinkhoorn 17, artikel 2; De Kinkhoorn 20, artikel 5; De Kinkhoorn 21, artikel 3; De Kinkhoorn 2, artikel 3.

Eigenerfden: Jelle Pieters en Pieter Jelles

Jelle Pieters Kingum volgde zijn vader op en breidde het bezit uit. In het familiearchief zijn koopbrieven van hem bewaard uit 1571 (land op Hinixteterpstra sate te Schalsum, gekocht van Claes Pieters op Foppinga sate bij Dronrijp), uit 1579 ("De Betert", ten noordwesten van de state) en uit 1580 (land in "Kingma zate te Sweins"); in die akten verandert de naam van Kingum via Kinguma in Kingma. Met zijn zoon Pieter Jelles Kingma, de latere gedeputeerde van Friesland, stond hij op 22 december 1597 voor het gerecht van Franekeradeel, aangeklaagd door de steenbakker Pyter Taekezn, met wie zij om het visrecht in de vaart tussen Franeker en de Hornebrug bij Dronrijp streden. De Kingums waren "tsavonts by nachte aen Pyter Taekezn. hiem gekomen met geladen roeren dselve losgeschoten, ende also hem ende synen familie groot gewalt ende confuys hadden gedaan, scheldende voor een stuck schellem, dieff ende diergelycke" ('s avonds in het donker op het erf van Pieter Taekes gekomen met geladen geweren, die afgeschoten, en hadden zo hem en zijn gezin groot geweld en verwarring aangedaan, hem uitscheldend voor schelm, dief en dergelijke). Zij kregen kleine boetes, maar hun visrecht, dat "al meer dan honderd jaar" bestond, werd bevestigd. Bron: koopbrieven 1571 tot 1611 uit het familiearchief (Tresoar toegang 319) in De Kinkhoorn 3, artikel 4 en De Kinkhoorn 7, artikel 4; recesboek van Franekeradeel, proces van 22 december 1597, in De Kinkhoorn 21, artikel 4; De Kinkhoorn 3, artikel 6; De Kinkhoorn 1, artikel 8; De Kinkhoorn 21, artikel 4.

Rond 1600 was de boerderij zo verbouwd dat er van een state gesproken werd; op de kaarten van Schotanus uit 1664 en 1718 heet Kingma dan ook een eigenerfde state, in het Latijn patriciorum sedes, en geen adellijke sedes nobilium. Pieter Jelles en zijn vrouw Aelcke Heredr bezaten volgens De Kinkhoorn een vijfde van 45 pondemaat van de state; de rest was waarschijnlijk van zijn broers en zusters. Beiden overleden omstreeks 1610 te Zweins; hun zoons Hero en Johannes waren toen twaalf en vijf jaar. Bron: De Kinkhoorn 1, artikel 4; De Kinkhoorn 17, artikel 3; De Kinkhoorn 14, artikel 3.

De koopbrief van 1611

Hoe Pieters broer Hendrick Jelles, die in Peins woonde, daarna eigenaar werd is niet bekend; mogelijk kocht hij de erfdelen van de jonge kinderen op en trad hij als voogd op. In november 1610 verklaarde een Thomas Stoffelsz. uit Sneek dat Saeckle Yntes recht had op de helft van 130 pondemaat land "in Kingma State" als Thomas er zelf "aan bleef hangen", dus als zijn bod bij een provisionele verkoping stand hield. Op 9 augustus 1611 volgde de grote koop. Notaris Van Tongeren schreef: "Hendrick Jelles Kingma tot Peijns woenende, doe condt ende bekenne, Saeckle Intes Kingma ende Buke Tomas dr echteluyden toe Balcke woenen toe saemen, voer die eene helfte, ende Ryurdt Saeckles toe Cubaerdt woenende voer die ander helfte, vercoft te hebben" (Hendrick Jelles Kingma, wonend te Peins, maak bekend en verklaar aan Saeckle Intes Kingma en Buke Thomasdochter, echtelieden wonend te Balk, samen voor de ene helft, en aan Ruurd Saeckles wonend te Kubaard voor de andere helft, verkocht te hebben). Verkocht werd "Dartichsthalve pondemate Landts" (29½ pondemaat land, bijna elf hectare) in Kingma Sate met alles wat erbij hoorde, "Soo wel vande huysinge, schuyre, hoovinge, boomen en plantagie" (zowel het huis als de schuur, de hof, de bomen en de beplanting), de vissershuizen met het recht op de visserij en de zwanenjacht, en de lasten en baten die erbij hoorden, "exempt Tytel, waepen ende legerstede, twelck ick vercooper aen mij reservere" (behalve titel, wapen en grafstede, die ik, de verkoper, aan mij voorbehoud). De lasten gingen mee: het verkochte bleef "Specialyck oock belast" (in het bijzonder ook belast) met zijn deel van een jaarlijkse rente van veertig goudgulden op de hele sate en met "dycken dammen en onderholden van Kingmatille, Soo ende in diervoegen mij dselue van mijne olderen aenbeerft sijn" (dijken, dammen en het onderhoud van Kingmatille, zoals die mij van mijn ouders zijn aangeërfd). Het onderhoud van de brug bij Kingmatille ging dus met de state over op de kopers. Bron: koopbrief van 9 augustus 1611 (Tresoar, toegang 319 inv. 842), zelf gelezen op de foto van Kees Kingma (ook afgebeeld in Joost Kingma, Ruiter voor de Republiek (2022), hoofdstuk 7); koopbrieven 1571 tot 1611 uit het familiearchief (Tresoar toegang 319) in De Kinkhoorn 3, artikel 4 en De Kinkhoorn 7, artikel 4; De Kinkhoorn 3, artikel 4; De Kinkhoorn 7, artikel 4; De Kinkhoorn 14, artikel 3.

De koopbrief van Kingma State van 9 augustus 1611, opgesteld door notaris Van Tongeren; in de marge de betalingsverklaringen van Hendrick Jelles. Familiearchief Van Beyma thoe Kingma, Tresoar.
De koopbrief van Kingma State van 9 augustus 1611, opgesteld door notaris Van Tongeren; in de marge de betalingsverklaringen van Hendrick Jelles. Familiearchief Van Beyma thoe Kingma, Tresoar. foto Stichting Kingma State in De Kinkhoorn 3, artikel 4; het stuk berust in Tresoar, toegang 319; de akte zelf is publiek domein, de foto is van de stichting.

De koopsom was 3670 goudgulden ("drie Duÿsendt Ses hondert ende tsoeventich gg"), volgens De Kinkhoorn 3 in drie termijnen; de akte rekent per pondemaat negentig goudgulden, "tstuck vandie acht en twintich st" (de goudgulden van 28 stuivers), en het verslag van Veldman en de site spreken van carolusguldens van 28 stuivers. De koper was ongeveer 27 jaar en anderhalf jaar getrouwd; zijn oom van moederskant Ryurdt Saeckles van Lopens bij Kubaard, die volgens zijn grafsteen in december 1613 overleed, trad waarschijnlijk op als geldschieter. Hendrick schreef zijn betalingsverklaringen in de marge van de akte; in de eerste, uit 1612, erkent hij dat hij 450 goudgulden van Saeckle ontving, en op 14 november 1634 was alles verrekend. Of "titel en wapen" nu wel of niet mee verkocht werden, lezen de bronnen verschillend: de transcriptie in De Kinkhoorn 3 telt ze bij de koop, Veldman laat de verkoper ze voorbehouden. Hendricks enige zoon Rienck stierf rond 1635 als student; zijn erfdelen werden in 1635 en 1636 door negen partijen erfgenamen aan Saeckle verkocht, elk voor 1025 florijnen, en daarmee, zo veronderstellen Veldman en de site, ook het wapen en de titel die Hendrick in 1611 had achtergehouden. Als die erfenis de niet verkochte gronden van de state betrof, was Kingma State rond 1635 zo'n 19.000 florijnen waard. Bron: koopbrief van 9 augustus 1611 (Tresoar, toegang 319 inv. 842), gelezen op de foto van Kees Kingma; De Kinkhoorn 3, artikel 4; De Kinkhoorn 7, artikel 4; De Kinkhoorn 14, artikel 3; testamenten van Hendrick Jelles Kingma (1625) en Rienck Hendricks (1631) in De Kinkhoorn 21, artikel 6 en De Kinkhoorn 14, artikel 3; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State.

Saeckle Intes en de eerste kaarten met de state

Saeckle Intes van Kingma (ca. 1584 tot 12 februari 1652), zoon van de Schalsumer boer Inte Jelles en Trijntje Saeckles Sanstra, woonde in Balk, Franeker en Zweins, was gecommitteerde in de Rekenkamer van Friesland en volmacht ten landsdage, en in 1640 als ouderling van Zweins lid van de provinciale synode. Hij kocht land in 1630, 1633, 1635, 1637 en 1642; in 1618 drong de stad Leeuwarden erop aan dat hij de brug bij Kingmatille opknapte, het onderhoud dat in 1611 uitdrukkelijk bij de state was gebleven. Vier van zijn kinderen stierven jong en liggen met hun ouders onder één zerk in de kerk van Zweins; over bleven Catharina, getrouwd met de Franeker secretaris Jacob van Gemmenich, en Ignatius. Bron: De Kinkhoorn 14, artikel 3; De Kinkhoorn 7, artikel 4; De Kinkhoorn 3, artikel 4.

In deze jaren verscheen de state voor het eerst op een kaart. Kaartenmakers tekenden tot dan alleen steden, dorpen en water; de Groninger Barthold Wicheringe zette in 1616 als eerste voorname huizen op een kaart, en op de "Frisia Occidentalis" van de Franeker hoogleraren Adrianus Metius en Pier Winsemius uit 1622 staat bij "Sueins" een tekentje voor een nobilium aedes, een voornaam huis, met de naam Kingma; ook Herama State in Zweins kreeg zo'n teken. De bekendste kaart is die in de Atlas Maior van Joan Blaeu (1662 en 1665), gedrukt van een koperplaat die Hondius in 1629 graveerde: Zweins met een kerkje, Kingma en Herama als "nobel huis", de weg van Franeker naar Leeuwarden die bij Kingma State de trekvaart kruist, en het jaagpad. De volledige reeks kaarten, van Jacob van Deventer (1545) tot de Topografische Militaire Kaart van 1862, staat op de pagina Kingma State en Zweins op oude kaarten. Bron: De Kinkhoorn 21, artikel 2; De Kinkhoorn 15, artikel 5; De Kinkhoorn 16, artikel 3; historische kaarten van 1622 tot 1862 op de website, pagina De state op kaarten en in De Kinkhoorn 15, artikel 5, De Kinkhoorn 16, artikel 3, De Kinkhoorn 17, artikel 4, De Kinkhoorn 19, artikel 2, De Kinkhoorn 20, artikel 2 en De Kinkhoorn 21, artikel 2.

Zweins ("Sueins") met Kingma State op de kaart Frisia Occidentalis van Metius en Winsemius uit 1622, voor zover bekend de eerste kaart waarop de state staat.
Zweins ("Sueins") met Kingma State op de kaart Frisia Occidentalis van Metius en Winsemius uit 1622, voor zover bekend de eerste kaart waarop de state staat. De Kinkhoorn 21, artikel 2 (Kees Kingma); de kaart van 1622 is publiek domein.
Detail uit de Atlas Maior van Joan Blaeu (1662) met Franeker, Kingma en Sueins.
Detail uit de Atlas Maior van Joan Blaeu (1662) met Franeker, Kingma en Sueins. website Stichting Kingma State, pagina De state op kaarten; de kaart is publiek domein, de reproductie zonder vermelde herkomst.

Ignatius van Kingma, de laatste Kingma op de state

Na de dood van zijn vader in 1652 werd Ignatius van Kingma (gedoopt als Ynte Saeckles, 1621 tot 1700) eigenaar en bewoner. Hij was beroepsmilitair: kornet in 1647, ritmeester in 1655, kolonel van een regiment ruiters van de Staten-Generaal vanaf 1671, en in het Rampjaar 1672 lag zijn regiment bij Huissen en Muiden. Zijn eerste vrouw Jaecke van Vierssen stierf 33 weken na de bruiloft met haar kind; met zijn tweede vrouw Ydt van Meynsma kreeg hij twee kinderen die jong stierven. Tussen 1666 en 1692 kocht hij boerderijen rond Peins. Zijn leven staat op de pagina Ignatius van Kingma; hier gaat het om wat hij met de state deed. Bron: De Kinkhoorn 4, artikel 2; De Kinkhoorn 7, artikel 4; De Kinkhoorn 14, artikel 3.

Ignatius van Kingma (1621 tot 1700), kolonel van een regiment ruiters in het Staatse leger en eigenerfde op Kingma State.
Ignatius van Kingma (1621 tot 1700), kolonel van een regiment ruiters in het Staatse leger en eigenerfde op Kingma State. website Stichting Kingma State, pagina over Ignatius; schilderij in het Popta Slot te Marssum, foto met toestemming van de voogden; het schilderij is publiek domein; ook De Kinkhoorn 4.

Met zijn buurman leefde hij op gespannen voet. In 1683 had hij een geschil met professor Van der Waeyen, theoloog te Franeker en eigenaar van Groot Heerma, over het recht van overreed: de professor en zijn dienstbode mochten het pad over het landgoed Kingma niet meer gebruiken en moesten "de ordinaire weg na de kerke van Sweins door de hecken en over het bovengewagte brugje" nemen (de gewone weg naar de kerk van Zweins, door de hekken en over het bovengenoemde brugje), op een boete van vijftig gouden friskia lijders. Het kerkpad dat Kingma State met Zweins en Groot Heerma verbond, met een stenen brug over de opvaart, is nu de verharde Hoofdweg. Bron: De Kinkhoorn 6, artikel 5; Daniël Willink, lofzang op de Lustplaats Groot Heerema (1734), in De Kinkhoorn 6, artikel 5; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State.

Het geschil ging tot het Hof van Friesland. Het familiearchief bewaart de stukken van het proces dat Ignatius in 1683 en 1684 tegen "dr. J. v. d. Waijen" voerde "betreffende een recht van overreed over Kingma", van een geschil met de professor over de wettigheid van de koop van een sate te Zweins (1683), en een rekest aan het Hof over "het recht van overgang over zijne landerijen" voor Van der Waeyen uit 1688 en 1689. Bron: inventaris van het familiearchief van Kingma-state in Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven XXX (1907), p. 303 en p. 304.

Ook het visrecht van de state moest hij verdedigen. Op 11 januari 1658 liet 'de Ritmeester Into van Kingma' voor burgemeester Cornelis Ghemmenich van Franeker getuigen horen 'omtrent de visscherij van Hornebrugge af tot aan Franekers sluitboom, waartoe de eigenaren van Kingma State pretenderen geregtigd te zijn' (over de visserij van de Hornebrug tot de sluitboom van Franeker, waarop de eigenaars van Kingma State recht meenden te hebben), en op 30 juli 1663 handhaafde een commissaris van het Hof hem tegen de ontvanger Idsardt van Glins 'in 't bezit van de visscherij tusschen de Rijpster rijdbrug en de stad Franeker'; het Hof wees op 29 mei 1666 het verzet daartegen af. Hetzelfde recht, waarvoor Jelle Pieters en Pieter Jelles in 1597 al voor het gerecht hadden gestaan, staat in 1696 in zijn testament ('vrije vissernije sig strekkende van Franeker aen Ripster rijdbrugge') en liet Julius Matthijs in 1834 afpalen (zie hieronder). Bron: A. Telting, Register van het Archief van Franeker (1867), blz. 315 en 316, nr. 1069; idem, blz. 333 en 334, nr. 1144.

Omdat hij geen wettige kinderen had, regelde Ignatius zijn nalatenschap in drie testamenten (1683, 1696 en 1698), die op de pagina De testamenten van Ignatius van Kingma zijn uitgewerkt. Het "solemneele testament" van 14 december 1696 maakt zijn neef dr. Zacheus van Gemmenich, advocaat voor het Hof van Friesland, tot universeel erfgenaam en legt op het bezit een fideicommis: de erfgenaam is beheerder, mag niets verkopen en moet alles als één geheel aan een vooraf aangewezen opvolger nalaten. Hij moet de state bewonen of "ten minsten dienstboden, vuur en ligt daer op sijne costen te houden, sonder het groothuis aen een vreemd te mogen verhuiren" (ten minste dienstboden, vuur en licht op eigen kosten aanhouden, zonder het grote huis aan een vreemde te mogen verhuren), de naam "thoe Kingma" en het Kingmawapen voeren, elke tien jaar een inventaris opmaken en binnen een jaar de wapens van Ignatius en Jaecke op de zerk in de kerk van Zweins laten houwen, telkens op boete van honderd carolusguldens aan het Nieuw Weeshuis te Leeuwarden. Bron: testamenten van Ignatius van Kingma van 1683, 1696 en 1698 (Tresoar toegang 319, inventarisnummer 689) in De Kinkhoorn 13, artikel 4, De Kinkhoorn 14, artikel 2, De Kinkhoorn 15, artikelen 2 en 3 en De Kinkhoorn 16, artikel 5; De Kinkhoorn 13, artikel 4; De Kinkhoorn 14, artikel 2.

Het testament beschrijft de state zelf als eerste van twaalf "vastigheden": "Kingma State met de Huisinge, Plantagie, vrije vissernije sig strekkende van Franeker aen Ripster rijdbrugge, swanejagt gelijk ik en mijne voorouders dezelve altoos gerustelijk gebruikt en gepossideerd hebben, de gestoelten in beide de kerken, sampt kelder en graven, met verdere praeëminenten en servituten van ouds er toe en aenbehorende groot een hondert pondte gelegen tot Sweins bij mij testator jegenwoordig bewoond" (Kingma State met het huis, de beplanting, de vrije visserij van Franeker tot de rijbrug van Dronrijp, de zwanenjacht zoals ik en mijn voorouders die altijd ongestoord gebruikt en bezeten hebben, de gestoelten in beide kerken, met kelder en graven, met de verdere voorrechten en erfdienstbaarheden die er van ouds bij horen, honderd pondemaat groot, te Zweins, nu door mij, de testateur, bewoond). Daarna volgen een sate van 25 pondemaat aan Kingmatille, vier "camers" aan de trekweg, het tichelwerk met huis en schuur en 25 pondemaat "cleiland", Rinnerda sate en de stemdragende stelle Bervert te Zweins, en boerderijen te Tzum, Herbaijum, Dronrijp, Peins en Doijum: samen ongeveer 576 pondemaat, zo'n 192 hectare. Jeroen Kingma berekende uit het floreenkohier van 1700 in HISGIS 212 pondemaat in Zweins en 268 elders, samen 560 pondemaat of ongeveer 206 hectare; de site spreekt van ruim 800 pondemaat, circa 300 hectare. De cijfers lopen dus uiteen, maar allemaal maken zij Ignatius tot de grootste grondbezitter onder de toen levende Kingma's. Bron: testamenten van Ignatius van Kingma van 1683, 1696 en 1698 (Tresoar toegang 319, inventarisnummer 689) in De Kinkhoorn 13, artikel 4, De Kinkhoorn 14, artikel 2, De Kinkhoorn 15, artikelen 2 en 3 en De Kinkhoorn 16, artikel 5; De Kinkhoorn 14, artikel 2; De Kinkhoorn 15, artikel 4; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State.

Het grondbezit van Ignatius van Kingma in Zweins in 1700, gereconstrueerd uit het floreenkohier op de kadastrale kaart van 1832 (HISGIS): rood zijn grond, geel het stateterrein, blauw de slotgracht.
Het grondbezit van Ignatius van Kingma in Zweins in 1700, gereconstrueerd uit het floreenkohier op de kadastrale kaart van 1832 (HISGIS): rood zijn grond, geel het stateterrein, blauw de slotgracht. De Kinkhoorn 15, artikel 4 (Jeroen Kingma), naar HISGIS (Fryske Akademy); voorwaarden HISGIS.
Hetzelfde bezit rond de state, zoals de website het toont: het gebied direct rond Kingma State in 1700.
Hetzelfde bezit rond de state, zoals de website het toont: het gebied direct rond Kingma State in 1700. website Stichting Kingma State, pagina De omgeving, naar HISGIS · niet vermeld.

Ignatius overleed in november 1700 (de bronnen geven 19 en 26 november) en werd bij zijn eerste vrouw in de kerk van Zweins begraven. Zijn zerk kreeg, zoals het testament eiste, beide wapens; in de Franse tijd, toen een kennisgeving van het gerecht van Franekeradeel gebood dat vóór 1 oktober 1796 de "fideicommissaire wapenen en andere teekenen op Kingmastate en in de kerken" moesten verdwijnen, werd de bovenste helft weggehakt. De onderste helft, met de poot van de adelaar en de pijl, bleef vermoedelijk gespaard doordat er iets overheen stond. Het Kingmawapen zelf, met de halve adelaar, de twee kinkhoorns en de pijl, en de zwaan als helmteken, is beschreven op de pagina Het familiewapen. Bron: kennisgeving van het gerecht van Franekeradeel over de fideicommissaire wapens (1796) in De Kinkhoorn 14, artikel 2; De Kinkhoorn 14, artikel 2; De Kinkhoorn 4, artikel 2; De Kinkhoorn 2, artikel 5.

De onderste helften van de twee wapens op de grafzerk van Ignatius van Kingma en Jaecke van Vierssen in de kerk van Zweins; de bovenste helften zijn in 1796 weggehakt.
De onderste helften van de twee wapens op de grafzerk van Ignatius van Kingma en Jaecke van Vierssen in de kerk van Zweins; de bovenste helften zijn in 1796 weggehakt. De Kinkhoorn 14, artikel 2; foto Stichting Kingma State.

Het huis en het terrein

De schetsplattegrond uit het familiearchief

Van de aanleg van het buitengoed is één plattegrond bewaard: een potloodschets van 20 bij 32 centimeter in het familiearchief Van Beijma thoe Kingma, door Tresoar gedateerd tussen 1800 en 1850. Wie hem tekende is niet bekend, en ook niet of hij de bestaande toestand weergeeft of een plan voor een herinrichting dat misschien nooit is uitgevoerd. Lucas Pieters Roodbaard (1782 tot 1851) ontwierp in die jaren veel Friese buitens en tuinen, maar niets wijst hem als maker aan. De schets is de sleutel tot alles wat de andere bronnen over het terrein zeggen. Bron: schetsplattegrond van het terrein van Kingmastate, Tresoar toegang 358 kaartnummer 750; De Kinkhoorn 2, artikel 5; De Kinkhoorn 7, artikel 2; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State.

Schetsplattegrond van het terrein van Kingma State, potlood op papier, eerste helft negentiende eeuw. Links de "Trekvaart na Franeker" met in de hoek het "Zomerhuis", onderaan de opvaart met de maten 412, 93, 73 en 73; in het midden de binnentuin, daaronder het "Heerehuis" met de schuur; rechts de keukentuin en een bosperceel met slingerpad.
Schetsplattegrond van het terrein van Kingma State, potlood op papier, eerste helft negentiende eeuw. Links de "Trekvaart na Franeker" met in de hoek het "Zomerhuis", onderaan de opvaart met de maten 412, 93, 73 en 73; in het midden de binnentuin, daaronder het "Heerehuis" met de schuur; rechts de keukentuin en een bosperceel met slingerpad. Tresoar, Kaarten- en prentenkabinet, familiearchief Van Beijma thoe Kingma, toegang 358 kaartnummer 750, beeldbank item 20914; publiek domein.

Wie het blad met de trekvaart links legt, ziet het buitengoed als een rechthoek van water en lanen. Onderaan loopt de "opvaart" van de trekvaart naar het huis, met de maten 412, 93, 73 en 73 erlangs (de eenheid staat er niet bij); op de hoek van trekvaart en opvaart staat het "Zomerhuis", het latere theehuisje. Het terrein zelf is omgracht en in drieën gedeeld. In het midden ligt het "Heerehuis" met daarnaast de schuur; daarachter, via een brugje, de "Binnentuin", een omgracht vierkant met in het midden een onduidelijk element en op de vier hoeken de beelden van Juno, Ceres, Diana en Automatia; rechts daarvan de "Keukentuin". Langs de rand een bosperceel met een wandelpad, en een weg. In De Kinkhoorn heet hetzelfde blad "Ryksargyf 4160-7 nr. 750"; het hoort bij inventarisnummer 2105 van het familiearchief (toegang 319), waaruit de kaarten en tekeningen naar het Kaartenkabinet zijn overgebracht. Bron: schetsplattegrond van het terrein van Kingmastate, Tresoar toegang 358 kaartnummer 750; De Kinkhoorn 2, artikel 5; kaarten en prenten uit het familiearchief Van Beijma thoe Kingma, Tresoar toegang 358 (kaartnummers 737 tot 764 en 14279 tot 14297), en toegang 319 in de archieven van Tresoar.

Het herenhuis

Van het huis zelf weten we hoe het er in zijn laatste jaren uitzag. Het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden van 1847 beschrijft het zo: "Deze state, welke voor dezen galg en rad voerde, maakt thans het grootste sieraad van het dorp Sweins uit. Zij heeft een zeer schoon gebouw en fraaije hovingen, welke eene oppervlakte van 7 bund. 34 v.r. 87 v. ell. beslaan" (deze state, die vroeger galg en rad voerde, dat wil zeggen het recht van hoge rechtspraak had, is nu het grootste sieraad van het dorp Zweins; zij heeft een zeer mooi gebouw en fraaie tuinen, die samen ruim zeven hectare beslaan). Kort voor de afbraak legde de Leeuwarder tekenmeester Albert Martin het huis vast in een potloodtekening, een aquarel en een litho, alle vanuit dezelfde hoek, vermoedelijk in opdracht van het Fries Genootschap, dat te slopen staten liet vereeuwigen en waarvan de bewoner medeoprichter was; de originelen liggen in het depot van het Fries Museum. Bron: A.J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden (1847), lemma Kingma State, in De Kinkhoorn 1, artikel 8; De Kinkhoorn 1, artikel 8; De Kinkhoorn 2, artikel 5; De Kinkhoorn 3, artikel 2; nieuwsbrieven 1 tot 8 van de Stichting Kingma State en Herstel Kingma State.

De woorden "een zeer schoon gebouw" zijn ouder dan 1847. De Tegenwoordige Staat van Friesland schreef in 1786 al over "de aanzienlyke State Kingma, weleer Kinjum, die voor deezen, volgens Winsemius, galg en rad voerde": "Deeze plaats is nog heden in wezen, en bestaat uit een zeer schoon gebouw en hovinge, heden in eigendom toebehoorende aan den Wel-Ed. Geb. Heere J. M. van Beima thoe Kingma" (deze plaats bestaat nog en heeft een zeer mooi gebouw en tuinen, nu eigendom van de weledelgeboren heer J.M. van Beima thoe Kingma). Bron: Tegenwoordige Staat van Friesland (1786), blz. 443.

De overlevering van galg en rad is ouder dan de Tegenwoordige Staat. Al in 1723 citeerden de Oudheden en gestichten van Vriesland de geschiedschrijver Pierius Winsemius: "te Zweins Herama, en een eigen-erfde State Kingema, welke, naar het schrijven, galg en rad in voortijden gevoert heeft" (in Zweins Herama, en een eigenerfde state Kingema, die volgens wat geschreven staat in vroeger tijden galg en rad voerde), met de opmerking dat dit "ruim zoo wel op het Stins Kingema, als het dorp Zweins" paste. Winsemius gaf het dus zelf al door als iets wat hij had gelezen. H. W. Steenstra herhaalde het in 1836: "Kinjum, welke laatstgenoemde State galg en rad voerde". Het Vaderlandsch woordenboek beschreef de state in 1792 als "meest in haare aloude gedaante" (grotendeels in haar oude gedaante), met als eigenaar de secretaris van de admiraliteit te Harlingen J. M. van Beyma, die "den toenaam van thoe Kingma" voerde. Bron: Oudheden en gestichten van Vriesland, deel 2 (1723), blz. 124, Internet Archive; H. W. Steenstra, Oudheidkundige aanteekeningen … Franekeradeel (1836), blz. 55, HathiTrust; Vaderlandsch woordenboek (1792), blz. 16, Internet Archive.

Kingma State omstreeks 1860, detail van de litho van Albert Martin: het huis met twee beuken achter de bomen, links de toegang met de zuilen.
Kingma State omstreeks 1860, detail van de litho van Albert Martin: het huis met twee beuken achter de bomen, links de toegang met de zuilen. litho Albert Martin, depot Fries Museum; reproductie in De Kinkhoorn 1, artikel 4; het werk is publiek domein.
Kingma State omstreeks 1860-1870, potloodtekening van Albert Martin. Links de brug van het kerkpad met de opengewerkte leuning en twee zuilen, met een man en een hond op het pad; daarnaast een veldhek; achter de bomen het gepleisterde herenhuis met de dakkapel en de kopgevel in de schaduw; voor het huis het gazon met gebogen paden en perken; rechts een paard in de wei. Onderschrift "ZWEINS".
Kingma State omstreeks 1860-1870, potloodtekening van Albert Martin. Links de brug van het kerkpad met de opengewerkte leuning en twee zuilen, met een man en een hond op het pad; daarnaast een veldhek; achter de bomen het gepleisterde herenhuis met de dakkapel en de kopgevel in de schaduw; voor het huis het gazon met gebogen paden en perken; rechts een paard in de wei. Onderschrift "ZWEINS". Albert Martin, "Gezicht op Kingma State te Zweins", potlood op papier, 16,8 bij 33,7 centimeter, 1860-1870, Fries Museum, inventarisnummer PTA347-004 (oud nummer FG 1731); reproductie via de website Friese Regimenten; het werk is publiek domein.

Nog bijzonderder is een foto, gemaakt in de jaren vóór 1864 door een onbekende fotograaf, in het prille begin van de Nederlandse fotografie. Het origineel is in bezit van de familie Van Beijma thoe Kingma; het bestuur van de stichting mocht het in 2001 door het glas van de lijst fotograferen. De foto is van dichtbij genomen, iets links van het midden, zodat niet te zien is dat het huis twee beuken diep is; wel dat het gepleisterd is, met zeven vensterassen, een omlijste voordeur onder een versierd bovenlicht en een omlijst venster erboven, schuifvensters met grote ruiten, een kroonlijst met een tandlijst, een dakkapel met een driehoekig fronton en een schoorsteen op elk uiteinde van de nok. Zeven personen staan voor de gevel, vermoedelijk bewoners en personeel; de twee mannen naast de deur zitten op stoelen op de stoep. De pleisterlaag en de bouwstijl doen negentiende-eeuws aan: het veel oudere huis was mogelijk door de laatste bewoners nog verbouwd. De foto bewijst ook dat Martin het gebouw betrekkelijk getrouw tekende, al nam hij "nogal wat artistieke vrijheid". Bron: De Kinkhoorn 3, artikel 2; foto van Kingma State (ca. 1860, familie Van Beijma thoe Kingma), reproductie in De Kinkhoorn 3, artikel 2 en als reproductie in de beeldbank van Tresoar, item 119943; nieuwsbrieven 1 tot 8 van de Stichting Kingma State en Herstel Kingma State.

Kingma State midden negentiende eeuw, foto van een onbekende fotograaf; zeven personen voor de gevel. Reproductie met rechtgezet perspectief: op de reproductie liepen de muren naar boven toe naar elkaar toe.
Kingma State midden negentiende eeuw, foto van een onbekende fotograaf; zeven personen voor de gevel. Reproductie met rechtgezet perspectief: op de reproductie liepen de muren naar boven toe naar elkaar toe. origineel in bezit van de familie Van Beijma thoe Kingma; reproductie op de website Stichting Kingma State (nieuwsbrief 1), hier met rechtgezet perspectief (zonder correctie); dezelfde opname als reproductie van Kingmastate in Zweins (1864), Tresoar fotoarchief inventarisnummer 22215, publiek domein; ook De Kinkhoorn 3, artikel 2.
Dezelfde foto als reproductie in de beeldbank van Tresoar, "Reproductie van Kingmastate in Zweins (1864)". Meer pixels, maar met een zichtbaar lijnraster.
Dezelfde foto als reproductie in de beeldbank van Tresoar, "Reproductie van Kingmastate in Zweins (1864)". Meer pixels, maar met een zichtbaar lijnraster. Tresoar, fotoarchief (toegang 119) inventarisnummer 22215, beeldbank item 119943; publiek domein.

Hoe groot het huis was, laat de foto zelf zien. De kadastrale kaart van 1832 tekent het herenhuis als een rechthoek van ongeveer 25 bij 12 meter, en de hulpkaarten van het kadaster van 1844 tot 1866 nemen die rechthoek ongewijzigd over. Op de foto is het huis kleiner. De twee mannen naast de deur zitten op stoelen op de stoep, de andere mannen staan, lager dan de stoep; met hen als maatstok was de voorgevel waarschijnlijk ongeveer 19 meter breed (tussen 17,5 en 20,5 meter). De dakvoet lag dan op ongeveer 9 meter en de nokken op ongeveer 13,3 meter boven de voet van de gevel. Ook de pannen passen bij die maat: ze zijn dan ongeveer 20 centimeter breed, zoals de Friese pan (de Oude Holle dekt 19,4 centimeter in de breedte); bij een gevel van 25 meter zouden ze ongeveer 26 centimeter breed zijn. Waarom de kaart het huis zes meter langer tekent, is onbekend. Mogelijk stond aan de noordwestkant nog een lager deel dat op de foto achter de bomen valt: de potloodschets van het terrein uit het familiearchief tekent daar een aanbouw. Ook kan de landmeter het huis te lang hebben getekend: de oppervlakte van het perceel klopt met wat het kadaster erbij opschreef, maar voor de omtrek van het huis bestaat zo'n controle niet. Bron: foto van Kingma State, reproductie in de beeldbank van Tresoar, item 119943; kadastrale kaart van 1832 op HISGIS; maat van de Friese pan: Wienerberger, technisch infoblad Oude Holle 451.

Het dak was waarschijnlijk een dubbele kap: twee evenwijdige zadeldaken over de twee beuken van het huis, met een goot ertussen, tussen gepleisterde topgevels met de schoorstenen in de top van die gevels. Een schilddak was het niet: op de foto lopen de dakranden aan beide uiteinden bijna recht omhoog en staat de schoorsteen op het uiteinde van de nok; bij een schilddak zou het dak aan de zijkanten schuin teruglopen en zouden de schoorstenen eerder bij de hoeken staan. De dakvlakken eindigden ongeveer 0,6 meter binnen de hoeken van de voorgevel, tegen topgevels die net boven het dak uitstaken; tegen de lichte lucht van de foto zijn die gevelranden bijna onzichtbaar. Een opmeting van de foto legt de hoogte van dakvoet en nok vast, maar niet hoe ver de nok achter de gevel lag: een nok dichter bij de gevel, gezien van dichterbij, geeft vrijwel hetzelfde beeld. Dat beslissen de pannen. Van dakvoet tot nok liggen ongeveer achttien rijen pannen. Bij de Friese pan liggen de rijen ongeveer 28 centimeter uit elkaar. Bij één zadeldak over de hele diepte van het ongeveer 11,8 meter diepe huis zou elke rij ongeveer 40 centimeter lang zijn, veel langer dan zo'n pan, en zou de foto minder goed passen; bij een voorste nok op ongeveer 3 meter achter de gevel, met een dakhelling van ongeveer 52 graden, is een rij ongeveer 28,5 centimeter, en dat past. Met zo'n nok stond de fotograaf ruim vijftig meter voor het huis, ongeveer negen meter links van het midden en dus bijna in lijn met de linker topgevel; een schoorsteen op de achterste kap viel daar op de foto waarschijnlijk achter de voorste. Bron: foto van Kingma State, reproductie in de beeldbank van Tresoar, item 119943; kadastrale kaart van 1832 op HISGIS; maat van de Friese pan: Wienerberger, technisch infoblad Oude Holle 451.

Ook de afbeeldingen van Martin en de teksten over het huis wijzen op twee kappen. Op de aquarel staat links achter de eerste kap een tweede, even hoge kap met een eigen schoorsteen; op de litho staan op de linker kopgevel twee schoorstenen naast elkaar, en op de potloodtekening blijft de linker zijmuur tot achteraan hoog, met daar een schoorsteen. De Kinkhoorn schreef bij de foto dat daarop niet te zien is "dat het huis twee beuken heeft, zoals wel te zien is op de aquarel van Martin". Het boek Stinsen en States (1992) beschreef het huis op Martins afbeelding zo: "De State bestond uit twee evenwijdige vleugels, die versprongen waren ten opzichte van elkaar. De twee vleugels hadden topgevels en werden gedekt door zadeldaken. De State had twee bouwlagen en was zeven ramen breed", met een "geblokte" daklijst en een gevel die gepleisterd leek. Dat de twee beuken even diep en even hoog waren, is mogelijk: de foto toont alleen het voorste dakvlak. Dat de vleugels ten opzichte van elkaar versprongen waren, is onzeker: op de kadastrale kaart van 1832 is de plattegrond van het huis een rechthoek, en bij Martin staat de tweede kap links van de eerste doordat hij het huis schuin van voren tekende. Op de aquarel en de litho lijkt het dak aan de uiteinden af te lopen als een schilddak, maar schuin van voren getekend ziet het verre uiteinde van een zadeldak er net zo uit, en Martin nam, zoals De Kinkhoorn schreef, nogal wat artistieke vrijheid. Bron: Albert Martin, Gezicht op Kingma State te Zweins, potloodtekening, Fries Museum PTA347-004, aquarel, PTA347-003 en litho, PTA347-005; De Kinkhoorn 3, artikel 2; Stinsen en States, adellijk wonen in Friesland (1992), de tekst over Kingma State te Zweins op stinseninfriesland.nl; kadastrale kaart van 1832 op HISGIS.

De voorgevel van de foto is waarschijnlijk veel jonger dan het huis erachter. Een symmetrische gevel, "geleed door vensters en een geaccentueerde ingangspartij" (met de vensters in regelmatige rijen en een benadrukte ingang), hoort bij het Hollands classicisme (ca. 1630 tot 1700) en de stijlen daarna; het schuifvenster werd rond 1683 uitgevonden, vensters met "twee ruiten in de breedte" ontstonden "aan het begin van de negentiende eeuw", en gepleisterde, bijna onversierde gevels waren populair in het neoclassicisme, ongeveer van 1770 tot 1850. De opzet van de gevel, met kroonlijst, versierd bovenlicht en dakkapel, is dus waarschijnlijk van na 1650, de pleisterlaag en de vensters waarschijnlijk van omstreeks 1800 tot 1860. Zo'n nieuwe huid zegt weinig over de muren erachter. Elders in Friesland werden oude staten in die jaren op dezelfde manier gemoderniseerd: op Groot Terhorne bij Dronrijp liet de eigenaar in 1805 "de trapgevels met de mooie pinakels vlak maken en de muren bepleisteren"; ook de gladde topgevels van Kingma State kunnen vlak gemaakte trapgevels zijn (mogelijk). Het Vaderlandsch woordenboek, dat de state in 1792 "meest in haare aloude gedaante" noemde (zie hierboven), zette haar daarbij uitdrukkelijk tegenover het buurhuis Groot Heerema, waarvan "'t oude gebouw zedert afgebroken, en op eenigen afstand van diens grond een ander Huis gestigt" was (het oude gebouw was sindsdien afgebroken en op enige afstand een ander huis gebouwd). In 1792 stond op Kingma State dus waarschijnlijk nog grotendeels het oude huis, en de voorgevel van de foto is waarschijnlijk pas daarna ontstaan. Bron: Vereniging Hendrick de Keyser, bouwstijl Classicisme en bouwstijl Neoclassicisme; Historie van het venster, Agriwiki, naar de brochure van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; Groot Terhorne op stinseninfriesland.nl; Vaderlandsch woordenboek (1792), lemma Sweins, Internet Archive; foto van Kingma State, Tresoar item 119943.

Kort na de dood van Julius Matthijs in september 1847 werd het huis waarschijnlijk deels afgebroken en verbouwd. Op 18 mei 1848 verkocht notaris G. Schot op de state bij boelgoed een deel van de inboedel, met onder meer "1 Kabinet, 2 Hoekbuffetten", schilderijen, spiegels, een brandspuit en een "Billard met toebehooren" (een biljart met toebehoren). In dezelfde krant stond de "AANBESTEDING eener VERBOUWING en AFBRAAK, aan den huize Kingma State onder Sweins" (aanbesteding van een verbouwing en afbraak aan het huis Kingma State), op 27 mei bij kastelein Feenstra; het bestek lag vanaf 15 mei op de state ter inzage. Op 31 augustus 1848 volgde op de state een boelgoed van "Eene partij AFBRAAKS-GOEDEREN, waaronder: Schuiframen, Kozijnen, Balken, Planken, Juffers, Latten, marmeren Vloeren, onderscheidene soorten Metselsteen, oud IJzer, goudlederen Behang" (een partij afbraakmateriaal: schuiframen, kozijnen, balken, planken, rondhouten en latten, marmeren vloeren, verschillende soorten metselsteen, oud ijzer en goudleren behang). In 1850 noteerde de kadastrale legger bij het huisperceel een 'ged. amotie', een gedeeltelijke afbraak. Wat er precies werd afgebroken, zeggen de bronnen niet; marmeren vloeren en goudleren behang wijzen op woonvertrekken, dus waarschijnlijk op een deel van het herenhuis zelf. De gepleisterde voorgevel van de foto kan uit deze verbouwing stammen (mogelijk). Bron: Leeuwarder Courant, 12 mei 1848 (boelgoed); Leeuwarder Courant, 12 mei 1848 (aanbesteding) en 16 mei 1848; Leeuwarder Courant, 25 augustus 1848 en 29 augustus 1848; Kadaster, kadastrale legger Ried artikel 506, Kadaster Archiefviewer, uitgewerkt op de pagina De verkoop op afbraak van Kingma State in 1864.

Het huis was dus een gepleisterd herenhuis van twee bouwlagen en twee beuken diep, waarschijnlijk onder een dubbele kap (twee evenwijdige zadeldaken) tussen gepleisterde topgevels, met een schuur, stalling, wagenhuis en arbeiderswoning ernaast; de verkoopakten van 1864 noemen ze afzonderlijk. Boven de deur zat het wapen, dat de verkoper in 1864 uitdrukkelijk aan zichzelf hield. Van de indeling binnen is weinig bekend. Het testament van 1696 noemt het behang, de ledikanten, schilderijen, bedden en stoelen "beneden in 't huis van Kingma State", die daar moesten blijven. Bron: notariële akten van mr. Gijsbertus Schot, Franeker 1864 (Tresoar toegang 26), en het verkoopboekje in De Kinkhoorn 6, artikel 3 en De Kinkhoorn 7, artikel 2; De Kinkhoorn 6, artikel 3; De Kinkhoorn 13, artikel 4; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State.

De verkopingen van 1848 tot 1865 laten iets van de afwerking binnen zien. In 1848 waren er een biljart, marmeren vloeren en goudleren behang (zie hierboven). In oktober 1864 bood H. & D. M. Brouwer op de state "Eene groote hoeveelheid beste STEEN, BALKEN, KOZIJNS met Ramen, Marmer MANTELS en VLOEREN, PANNEN enz." te koop aan (een grote hoeveelheid goede steen, balken, kozijnen met ramen, marmeren schoorsteenmantels en vloeren, dakpannen), en in april 1865 verkocht notaris Haagsma er onder meer "blaauwe VLOEREN, ESTRIKKEN, witte MUURSTEENTJES, DEURKOZIJNS, VENSTERKOZIJNS met Ramen en Blinden, 2 stel Wagenschot Blinden" (blauwe stenen vloeren, vloertegels, witte wandtegels, deur- en vensterkozijnen met ramen en luiken, twee stel eikenhouten luiken) en "beste Greenen BALKEN" (goede grenen balken). Leien worden in geen van deze advertenties genoemd, dakpannen wel. Bron: Leeuwarder Courant, 14 oktober 1864; Leeuwarder Courant, 31 maart 1865; Leeuwarder Courant, 12 mei 1848; Leeuwarder Courant, 25 augustus 1848; Leeuwarder Courant 1865 in De Kinkhoorn 19, artikel 5.

Wat er in het huis bewaard werd, is maar voor een klein deel bekend. Zacheus van Gemmenich, die volgens S. Wigersma "den meesten tijd" op de state doorbracht, had er rond 1719 een munt- en penningverzameling van 78 stuks, met tien gouden medailles, zeven gouden afslagen van Nederlandse munten en 36 gouden munten, waaronder zeldzame munten van Cromwell; de gouden medailles en afslagen noemde Wigersma in 1910 "rariteiten van den eersten rang". Op de tentoonstelling van Friese heraldiek in het Friesch Museum in 1942 waren twee zeventiende-eeuwse wapenkwartierstaten in olieverf op paneel te zien, van Barthold Douma (overleden 1678) en van Frans van Eysinga op Jousma (1621 tot 1673), elk 84 bij 91 centimeter en "afkomstig van Kingma-state te Zweins"; ingezonden door jhr. J.M. van Beyma thoe Kingma te Rauwerd. Bron: Wigersma, Numismatica in het archief van Kingma-state te Zweins (1910), scan 19 en scan 20; Catalogus der tentoonstelling van Friesche heraldiek (1942), scan 20 en scan 14.

Er waren ook oude teksten in huis. Van de kroniek van Worp van Rinsumageest (Worp Tyaerda, prior van het klooster Thabor bij Sneek, overleden 1538) had de familie een afschrift; de uitgever van het vijfde boek noemde het in 1871 "van veel minder hoogen ouderdom, minder volledig en voor de uitgave van geringere waarde" dan het handschrift uit het midden van de zestiende eeuw in de Provinciale Bibliotheek, dat naar een vroegere bezitter het handschrift-De Kempenaer heette. S. Muller noemt in 1880 in zijn lijst van Noord-Nederlandse kronieken in de Provinciale Bibliotheek een handschrift van die kroniek, geschreven in 1577, met zes boeken tot 1545, 'Afk. v. d. familie Beyma thoe Kingma' (afkomstig van de familie Beyma thoe Kingma); waarschijnlijk is dat het handschrift dat De Vrije Fries in 1844 bij grietman Julius Matthijs van Beyma thoe Kingma beschreef, want ook dat had zes boeken tot 1545 en droeg achteraan de datering 'XII Aug. 77' (zie De negentiende eeuw). Bij een zestiende-eeuws handschrift van Jancko Douwama's Boeck der partijen zet hij, met een vraagteken, 'bij J. M. van Beyma thoe Kingma', en hij schrijft dat de handschriften in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag kopieën zijn van de handschriften van Beyma thoe Kingma en Avenhorn van Nauta. En de grietman Julius Matthijs van Beyma thoe Kingma bezat een exemplaar van de oude Friese wetten in de zogenoemde Anjumer uitgave, dat in De Gids van 1840 werd gebruikt om een oud handschrift met de gedrukte tekst te vergelijken. Bron: Worp Tyaerda van Rinsumageest, vijfde boek der Kronijken van Friesland (1871), Internet Archive; S. Muller, Lijst van Noord-Nederlandsche kronijken (1880), p. 54 en 58, HathiTrust; De Gids (1840), HathiTrust.

Ook portretten hingen er. De Iconographia Batava van E. W. Moes, een 'beredeneerde lijst van geschilderde en gebeeldhouwde portretten van Noord-Nederlanders in vorige eeuwen' (deel 1 1897, deel 2 1905), noemt er vier. Een portret uit 1532 van Hendrick Jacobsz. van Gemmenich, 'Ritmeester in dienst van keizer Karel V', kocht het museum te Leeuwarden in 1887; het was 'afkomstig van de familie van Beyma thoe Kingma op Kingma-state'. Het portret van vaandrig Hidde Sybrens (1552 tot 1586) 'was 1853 bij Jhr. Mr. S. W. H. A. van Beyma thoe Kingma op Kingma-State'. Twee portretten uit 1601, van Wilhelmus van Velsen (geboren 1572) en zijn vrouw Eva Tiara (geboren 1576), hingen volgens Moes 'bij Jhr. van Beyma thoe Kingma op Kingma-State onder Sweins'; bij Eva Tiara staat 'bij wijlen Jhr. van Beyma thoe Kingma op Kingmastate bij Sweins'. Een halve eeuw eerder waren de namen nog niet bekend: het Stamboek van den Frieschen adel noemde in 1846 de portretten van 'N. van Velsen, 1601, aet. 29' (29 jaar oud) en zijn 'bij naam niet bekende' vrouw (1601, 25 jaar), die 'zich op Kingmastate onder Sweins' bevonden; grietman Julius Matthijs van Beyma thoe Kingma meende dat zij de vader en moeder van Willem van Velsen, de ontvanger-generaal, voorstelden, en het wapen van de vrouw, 'eene, op groenachtig zeewater zwemmende, zwaan, au naturel, met een gouden kroontjen als halsband, op een veld van lazuur' (een zwaan in natuurlijke kleur, zwemmend op groenachtig zeewater, met een gouden kroontje als halsband, op een blauw veld), kende hij niet (Stamboek van den Frieschen adel (1846), blz. 398, genealogie Van Velsen, Google Books). In hetzelfde jaar 1887 kocht het museum ook een portret van Ignatius van Kingma uit 1695 en een meisjesportret van een '… van Kingma (1619-)' uit 1625; waar die vandaan kwamen, zegt Moes niet, maar het portret van Ignatius hoorde bij de zeven portretten die in 1887 van Kingma State-bezit naar het Friesch Genootschap gingen (zie de volgende alinea). Twaalf jaar na de verkoop van de state, op 25 oktober 1876, werd in Amsterdam een 'coll. van Beyma thoe Kingma (Franeker)' geveild, met onder meer een portret van Jan van Sevenaer met zijn vrouw; bij een ander portret uit die collectie, van kapitein J. M. A. van Wissema (1693), geeft Moes als datum 25 oktober 1896. Op die veiling was volgens C. Hofstede de Groot ook een schilderij te koop dat hij bij Jan Steen onderbracht: als nummer 79 van 'der Versteigerung van Beyma thoe Kingma u. A. in Amsterdam am 25. Okt. 1876' een paneel van 30 bij 35 centimeter, vermoedelijk 'die Bauernstube, in der ein Quacksalber inmitten von Zuschauern eine Operation vollzieht' (de boerenkamer waarin een kwakzalver te midden van toeschouwers een operatie verricht). Ook het oeuvreboek van Hendrick Avercamp door Clara Welcker (1933) noemt bij een winterlandschap van Avercamp ('Winter, rivier met ijs', haar nummer S 231) de veiling van 'jhr. van [Beyma thoe] Kingma, e.a., 25 October 1876, No. 1'. Bron: C. Hofstede de Groot, Beschreibendes und kritisches Verzeichnis der Werke der hervorragendsten holländischen Maler des XVII. Jahrhunderts, deel 1 (1907), Jan Steen nr. 198, HathiTrust; E. W. Moes, Iconographia Batava, deel 1, 1897, p. 322 en 517; deel 2, 1905, p. 375, 444, 466 en 513; volledige tekst van deel 1 en deel 2 (Internet Archive); C. J. Welcker, Hendrick Avercamp en Barent Avercamp (1933), Google Books.

Een portret met een eigen geschiedenis was dat van de Leeuwarder burgemeester Adie Lambertsz (Adtje Lammerts), die in 1580 het Leeuwarder blokhuis op de Spanjaarden veroverde. Mr. Jacobus Scheltema schreef in 1806 dat een afbeelding van hem "op Kingmahuis hangt", met een opschrift waaruit hij zijn gegevens haalde; W. Eekhoff kende het in 1846 bij Julius Matthijs van Beyma thoe Kingma, met "een uitvoerig opschrift" en "zijne spreuk", die Heerma van Voss als "Het is mey sizsen naet to dwaen" las (het is met zeggen niet te doen; bij Van der Aa in 1878 "It is mey sissen neat toa dwaên"). Dr. A. L. Heerma van Voss beschreef in 1934 wat de restaurateur Ernest Grips in 1930 onder de verf vond: het opschrift, de spreuk en de Romeinse bijlbundels waren later aangebracht, net als het geboortejaar 1497 en het sterfjaar 1582 of 1583, die van Adie een held van 83 maakten; op het origineel stond "Anno 1592 Aetatis suae 70" (in het jaar 1592, 70 jaar oud), en Adie leunde er als graankoopman op een tafel met een boek, een beursje met geldstukken en een zandloper, met gerstekorrels in zijn hand. Volgens Heerma van Voss kwam het portret "vrij zeker" op de state met Bocco Sabinus van Adius, die in 1724 met Petronella van Ghemmenich trouwde en er in 1739 kinderloos overleed. In 1877 stuurde jhr. mr. S. W. H. A. van Beyma thoe Kingma het in voor de historische tentoonstelling in Leeuwarden, en in 1887 verkocht Jacomina Rosetta Geertruida Tjallingii, weduwe van Coert Lambertus van Beyma thoe Kingma, voor 200 gulden zeven portretten aan het Friesch Genootschap, waaronder dit en die van Hendrick Jacobs van Ghemmenich, Ignatius van Kingma, Ulbe Sixma van Andla en Sjouck van Douma, "allen personen van wie stukken in het archief van Kingma-state bewaard zijn". Het verslag van het Friesch Genootschap over 1887-1888 noemt onder de aangekochte voorwerpen zeven portretten achter elkaar, waarschijnlijk deze zeven, want alle vijf die Heerma van Voss noemt staan erbij: Adie Lambertz, Hendrick Jacobs van Gemenich ('Ritmr onder Kayser Karel de V', 1532), Ignatius van Kingma, Ubbe Sixma van Andla, Sjouck Bartholtsd van Douma, Foppe van Eminga-Camstra (1530 tot 1606) en 'een meisje uit het geslacht Kingma', met onder het wapen van de familie Kingma 'Aetatus 6 Anno 1625' (zes jaar oud, in het jaar 1625). Bron: A. L. Heerma van Voss, Adie Lambertsz. en de zijnen, overdruk uit De Vrije Fries 32 (1934), scan 5 tot 7; idem, scan 8; idem, scan 10; idem, scan 11; W. Eekhoff, Geschiedkundige beschrijving van Leeuwarden (1846), p. 359, Bayerische Staatsbibliothek; Van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden (1878), Google Books; Verslag der handelingen van het Friesch Genootschap over 1887-1888, p. 60 en 61, HathiTrust.

Er hingen ook portretten van buiten Friesland. Christiaan Kramm schreef in zijn aanvulling op Immerzeels kunstenaarswoordenboek, bij de schilder Herman Verelst: "herman heeft ook portretten geschilderd, als dat van Johan de Witt en zijne vrouw, in 1667, die bij een lid der familie van Beyma thoe Kingma, op Kingma-state, te Zweins, in Friesland, aanwezig zijn" (Herman schilderde ook portretten, zoals dat van Johan de Witt en zijn vrouw, in 1667, die zich bij een lid van de familie Van Beyma thoe Kingma op Kingma State in Zweins bevinden). Waarschijnlijk gaat het om de raadpensionaris van Holland; hoe de portretten op de state kwamen, zegt Kramm niet. Na de verkoop van de state waren ze in Franeker. In oktober 1876 kondigde de Nederlandsche Kunstbode een 'belangrijke kunstveiling' aan: op de 25e verkochten de heren Roos en Zoon in 'den brakken grond' te Amsterdam een verzameling schilderijen 'die voor een deel zijn nagelaten door Jhr. van Beyma thoe Kingma te Franeker', met onder de oudere stukken werk van Avercamp, Beeldemaker, Berghem, Van Beyeren, Kamphuyzen, Dalens ('een kamerbehangsel met 7 vakken, landschappen en beelden'), Gael, De Heem, Honthorst en Verelst; de dag ervoor ging een kleine verzameling porselein en oudheden, 'mede gedeeltelijk van denzelfden Heer afkomstig', onder de hamer. Bij Verelst staat in een voetnoot: 'De portretten van Johan de Witt en zijn aanstaande; beiden ongelukkig in deerlijk-geteisterden staat overgekomen' (Johan de Witt en zijn verloofde, allebei helaas zwaar beschadigd aangekomen), door een noodlottig ongeluk met het vaartuig dat ze uit Friesland overbracht. Dit is de veiling van 25 oktober 1876 die Moes noemt, ruim een half jaar na de dood van Ulbo Jetze Heerma van Beyma thoe Kingma in Franeker. Bron: Chr. Kramm, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, lemma Verelst, Internet Archive; herdruk 1974, Google Books; Nederlandsche Kunstbode (1876), Internet Archive; dezelfde jaargang via Google Books.

Behalve portretten hingen er andere schilderijen. Christiaan Kramm schreef in 1863 dat bij '… Kingma, Burgemeester van Franekeradeel, op Kingma-State, te Zweins' (toen jonkheer Ulbo Jetze Heerma van Beijma thoe Kingma) 'onder meerdere schilderijen' De Togt van Mozes door de Roode Zee berustte, op paneel, van de schilder Victor Wolfvoet, een leerling van Rubens. Johan van Vloten merkte in 1874 op dat dit stuk 'heel naar Kingma-State te Zweins, bij den grietman van Franekeradeel, verdoold geraakt' was (helemaal naar Kingma State verdwaald). In de voorportalen hingen rouwborden: W. Eekhoff schreef in 1875 over de geschilderde wapens 'met zinnebeelden der overledenen', die in de kerken werden opgehangen 'of de voorportalen dier huizen versierden': 'Zoo hebben wij een aantal gekend op de voormalige Holdinga-state te Anjum, Kingma-state te Zweins, Canter-state te Driezum'. In de kerk van Zweins hingen volgens J. Hepkema in 1896 nog wapenborden van de Van Beyma's. Bron: Chr. Kramm, De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, 1863, p. 1883 van hetzelfde deel, Bayerische Staatsbibliothek; J. van Vloten, Nederlands schilderkunst van de 14e tot de 18e eeuw, 1874, p. 180; W. Eekhoff, De stedelijke kunstverzameling van Leeuwarden, 1875; J. Hepkema, Het Friesch Museum van Oudheden te Leeuwarden, 1896.

Ook op de historische tentoonstelling van Friesland in het Paleis te Leeuwarden, in de zomer van 1877, was de state te zien: de gids noemt onder nummer 80 "Kingma-state van de familie Beijma thoe Kingma onder Zweins, afgebroken in 1860 (?)", direct na een andere afgebroken state; de gids zet een vraagteken bij het jaar, en de state werd in werkelijkheid in 1864 afgebroken. Bij het aardewerk uit Friese terpen noemt dezelfde gids ook potten 'uit de terp van Kingma-state' te Zweins (alleen fragmenten gezien). Bron: Gids voor de bezoekers der historische tentoonstelling van Friesland, 1877.

Binnentuin, beelden en zwanen

De binnentuin achter het huis lag als een eiland in de gracht, bereikbaar over een brugje. Op de hoeken stonden vier beelden: Juno, de godin van het huwelijk; Ceres, de godin van de landbouw; Diana, de jachtgodin; en Automatia, de godin "die de buiten menselijk toedoen plaatsgrijpende gebeurtenissen bewerkt", zonsopgang en ondergang, eb en vloed, ook bekend als Tyche of Fortuna. Waar die beelden gebleven zijn, vertelt geen bron. In de percelenakte van 1864 staat bij perceel 7, de opvaart: "De steenen beelden en losse steenen in het houtgewas blijven buiten de koop"; of daarmee de tuinbeelden of de leeuwen bij de ingang bedoeld waren, is niet uit te maken. Bron: De Kinkhoorn 2, artikel 5; De Kinkhoorn 7, artikel 2; notariële akten van mr. Gijsbertus Schot, Franeker 1864 (Tresoar toegang 26), en het verkoopboekje in De Kinkhoorn 6, artikel 3 en De Kinkhoorn 7, artikel 2.

Rond de tuinen lag een gracht, en op de kaarten van 1640/1700 en 1832 ligt ongeveer tweehonderd el ten noorden van het huis de zwanenpoel. De Kingma's hadden het recht van zwanendrift, het fokken van zwanen, vooral om het dons; in het wapen staat de pijl daar waarschijnlijk voor. In september 2000 werd met archeologen van Archis vastgesteld dat het zwaneneilandje in de westhoek van de oude slotgracht nog terug te vinden is. Volgens de Stads- en dorpskroniek van Wumkes werd het recht van zwanendrift in 1882 nog eens geveild, samen met huis, erf, grond en zwaneneiland op de voormalige state; hoe dat zich verhoudt tot de verkoop van 1864 is onduidelijk. Bron: De Kinkhoorn 2, artikelen 3 en 5; G.A. Wumkes, Stads- en dorpskroniek van Friesland (1934), in De Kinkhoorn 2, artikel 3.

Reconstructie van de aanleg van Kingma State door architect Ralf J. Kingma (Friesenheim), naar oude kaarten, het familiearchief en de schetsplattegrond: state met schuur, wagenhuis en woningen, de omgrachte binnentuin met Ceres, Juno, Diana en Automatia, de keukentuin, het bouwland, het "plazierbosch" en de opvaart.
Reconstructie van de aanleg van Kingma State door architect Ralf J. Kingma (Friesenheim), naar oude kaarten, het familiearchief en de schetsplattegrond: state met schuur, wagenhuis en woningen, de omgrachte binnentuin met Ceres, Juno, Diana en Automatia, de keukentuin, het bouwland, het "plazierbosch" en de opvaart. tekening Ralf J. Kingma, in De Kinkhoorn 9, artikel 2; rechten bij de maker.

Keukentuin, bos, singel, opvaart en zomerhuis

Rechts van de binnentuin lag de keukentuin, waar op de Kingmadag van 2000 de tent stond. De kadastrale kaart van 1832 tekent het perceel als bouwland en "PlazierBosch" met een rondlopend wandelpad over een brugje: een landschappelijk bosje, zoals dat in die jaren mode was. De toegang begon bij de trekvaart. Daar stond het zomerhuis, een theehuisje aan het water, met ernaast een toegangspoort met het jaartal 1657; van dat huisje af liep de singel, de oprijlaan met bomen, in een rechte lijn noordwestelijk naar de state, en ernaast de opvaart waardoor men per boot bij het huis kon komen. De opvaart werd bij het kerkpad naar Zweins door een stenen brug gekruist. In 1757 verkocht "Mevrouw de wed. Beyma" bij boelgoed zo'n 180 iepen en enige essen van deze singel, "meest alle extra gaaf" (bijna allemaal buitengewoon gaaf) en gelegen "aan de Harlinger Trekvaart, en dus zeer commoot om te worden afgevoerd" (dus heel gemakkelijk af te voeren): de vroegste vermelding van de state in de Leeuwarder Courant. Bron: De Kinkhoorn 2, artikel 5; De Kinkhoorn 3, artikel 7; De Kinkhoorn 9, artikel 2; De Kinkhoorn 19, artikel 5; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State.

Het zomerhuis bestond al in de zeventiende eeuw: in 1687 sloot Ignatius van Kingma een overeenkomst over de erfpacht van "een ledige plaats bij het zomerhuis van Kingmastate", en al in 1651 werd een bestek gemaakt voor een brug aan de oostkant van de "inreed", de oprit van de state. De bomen van de singel en het terrein werden meer dan eens verkocht: behalve in 1757 ook op 30 december 1763, toen secretaris G. Deketh op de state 50 iepen en 9 zware notenbomen verkocht, en op 3 januari 1772, bij een boelgoed van 70 zware essen, abelen, iepen en linden "op Kingma-State van J. M. v. Beijma aan de trekvaart". Bron: inventaris van het familiearchief van Kingma-state in Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven XXX (1907), p. 302 en p. 303; Wumkes, Stads- en dorpskroniek van Friesland (1930), blz. 200 en blz. 266.

De aankondiging in de Leeuwarder Courant van 12 november 1757 van het boelgoed van de singelbomen van Kingma State door "Mevrouw de wed. Beyma".
De aankondiging in de Leeuwarder Courant van 12 november 1757 van het boelgoed van de singelbomen van Kingma State door "Mevrouw de wed. Beyma". Leeuwarder Courant 12 november 1757, via De Kinkhoorn 19, artikel 5 (Joost Kingma); de krant is publiek domein; ook via Delpher.
Het voormalige theehuisje of zomerhuis aan de trekvaart, het enige gebouw van de state dat niet is afgebroken.
Het voormalige theehuisje of zomerhuis aan de trekvaart, het enige gebouw van de state dat niet is afgebroken. website Stichting Kingma State, pagina De verkoop op afbraak; foto van de stichting · niet vermeld.

Het huisje staat met het restant van de tuinmuur en de poort sinds 1971 als rijksmonument 15879 in het monumentenregister, aan de Kingmatille in Zweins, met de omschrijving 'portierswoning van de voormalige Kingma State met tuinmuurrestant'. De fotograaf A. J. van der Wal van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg legde het in september 1969 vast, met de toegangspoort en de steen met het jaartal in de tuinmuur. Bron: Wikimedia Commons, categorie Kingmatille 11, Zweins (met de gegevens van rijksmonument 15879).

Het voormalige zomerhuis van Kingma State aan de Kingmatille in september 1969, met rechts het restant van de tuinmuur en de toegangspoort; het monumentenregister noemt het de portierswoning van de state.
Het voormalige zomerhuis van Kingma State aan de Kingmatille in september 1969, met rechts het restant van de tuinmuur en de toegangspoort; het monumentenregister noemt het de portierswoning van de state. foto A. J. van der Wal, september 1969, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, objectnummer 20228310, via Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0, naamsvermelding Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
De toegangspoort naast het zomerhuis in 1969: twee gemetselde pijlers met stenen bollen, een ijzeren hek en in de tuinmuur de steen met een cartouche en het jaartal 1657.
De toegangspoort naast het zomerhuis in 1969: twee gemetselde pijlers met stenen bollen, een ijzeren hek en in de tuinmuur de steen met een cartouche en het jaartal 1657. foto A. J. van der Wal, september 1969, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, objectnummer 20228312, via Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0, naamsvermelding Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Ook in de plantkunde van die tijd komt de state voor. De Franeker hoogleraar Claas Mulder schreef in 1836 over aardappelplanten die boven de grond, in de oksels van de bladen, aardappels droegen: 'In 1830 heb ik het bedoelde verschijnsel voor het eerst naauwkeurig nagegaan aan voorwerpen van Kingmastate niet ver van deze stad' (nauwkeurig onderzocht aan exemplaren van Kingma State, niet ver van Franeker). Hij beschreef ze met een paar figuren in zijn Bijvoegsels bij de vertaling van Richard's Kruidkunde (plaat 2, fig. 9 en 10); voor hem waren ze een bewijs dat een aardappel een korte, vlezige ondergrondse tak is en dat de ogen knoppen zijn. Bron: Claas Mulder, 'Over Aardappels aan de steng, boven den grond', Algemeene Konst- en Letterbode, 14 oktober 1836, p. 252.

Ook de Flora Frisica van 1840, een 'Naamlijst en kenmerken der zigtbaar-bloeijende planten van de provincie Friesland', noemt de state als groeiplaats: de gele lis (Iris pseudacorus) 'op vochtige plaatsen en bij slooten … bij Kingma-state te Sweins', en een vorm van het jakobskruiskruid zonder straalbloemen (Senecio jacobaea) 'bij de vorige, op Kingma-state'. Bij de brug groeiden een smalbladige vorm van de akkermelkdistel (Sonchus arvensis), 'bij Kingmatille', en de zulte (Aster tripolium), 'aan den rijweg bij Kingmatille'. Bron: Flora Frisica (1840), HathiTrust.

Ook een plant van de state belandde in een herbarium. De Prodromus florae Batavae, de lijst van de Nederlandse flora van de Nederlandsche Botanische Vereeniging, noemt bij het lelietje-van-dalen (Convallaria majalis), dat "in tuinen en op buitenplaatsen vaak aangeplant en daardoor nu en dan verwilderd" is, onder de exemplaren in het herbarium "Kingma-State bij Franeker Spree" (een exemplaar van Kingma State, verzameld door Sprée); een jaartal staat er niet bij. Bron: Prodromus florae Batavae (1916), Internet Archive; Prodromus florae Batavae (1904), Google Books.

De leeuwen

Op de aquarel van Martin staan bij de ingang van het terrein twee zuilen met daarop zittende leeuwen die met een voorpoot een wapenschild vasthouden; welk wapen erop stond en wanneer ze geplaatst werden, is onbekend. Coert Lambertus van Beijma thoe Kingma vertelde in 2001 dat zijn vader de leeuwen in 1945 nog bij de toegangspoort had gezien, en dat hijzelf er één, beschadigd, bij het huis van de dokter in Dronrijp had gezien. Die leeuw, van huisarts Van der Kooi, met hem meeverhuisd naar Harlingen, spoorde Kees Kingma in 2002 op en fotografeerde hij: "niet veel meer dan een kop met lange manen", geen zittende leeuw zoals op de aquarel, zodat ernstig getwijfeld wordt of hij van de state komt. Volgens de oud-inwoner van Kingmatille Bauke Saakstra stonden bij de ingang van de oprijlaan aan de trekvaart bovendien liggende leeuwen; er kunnen er dus meer dan twee zijn geweest. Bron: De Kinkhoorn 5, artikel 5; De Kinkhoorn 6, artikel 5; De Kinkhoorn 7, artikel 2.

De "Harlingse leeuw", teruggevonden in 2002: een leeuwenkop met manen, mogelijk maar niet waarschijnlijk afkomstig van de toegang van Kingma State.
De "Harlingse leeuw", teruggevonden in 2002: een leeuwenkop met manen, mogelijk maar niet waarschijnlijk afkomstig van de toegang van Kingma State. foto Kees Kingma in De Kinkhoorn 7, artikel 2; Stichting Kingma State.

De state op de latere kaarten

Op de grietenijkaart van Schotanus (1698) en in zijn atlas (1718) staat Kingma met Kingmatille, tolhuis en brug, en de omringende staten Groot Heerma, Rinnerda en Van der Waeyen. De Prekadastrale Atlas fan Fryslân (situatie 1640/1700, deel 4 uitgegeven door de Fryske Akademy in 1990) toont vijf staten in Zweins, "grote welvaart", waarbij Kingma State opvalt door de perceelgrootte en de grachten; in Kingmatille een tolhuis en een steenfabriek; en op het aangrenzende perceel ten noordwesten van de state een terp waarop mogelijk de sate stond die aan de state voorafging. De kadastrale kaart van 1832 tekent naast Kingma alleen nog Heerma en Rinnerda (Groot Heerma was in 1814 afgebroken) en geeft de terp niet meer aan, terwijl de Militaire Topografische Kaart van 1854 hem "merkwaardig genoeg" nog wel toont. Op de atlas van Eekhoff (1849 tot 1859) en de Grote Historische Atlas (1851 tot 1855) ligt de state met grachten, bebouwing, singel en opvaart in het open weideland; blad 5 "Harlingen" van de Topografische Militaire Kaart van 1862 is waarschijnlijk de laatste kaart met Kingma State, twee jaar voor de afbraak. Bron: De Kinkhoorn 2, artikel 5; De Kinkhoorn 9, artikel 2; De Kinkhoorn 13, artikel 5; De Kinkhoorn 21, artikel 2; historische kaarten van 1622 tot 1862 op de website, pagina De state op kaarten en in De Kinkhoorn 15, artikel 5, De Kinkhoorn 16, artikel 3, De Kinkhoorn 17, artikel 4, De Kinkhoorn 19, artikel 2, De Kinkhoorn 20, artikel 2 en De Kinkhoorn 21, artikel 2.

Detail van de kaart van de grietenij Franekeradeel van Schotanus (1698): Kingma, Kingmatille met tolhuis en brug, Sweins en de staten Groot Heerma, Rinnerda en Van der Waeyen.
Detail van de kaart van de grietenij Franekeradeel van Schotanus (1698): Kingma, Kingmatille met tolhuis en brug, Sweins en de staten Groot Heerma, Rinnerda en Van der Waeyen. website Stichting Kingma State, pagina De state op kaarten; de kaart is publiek domein.
Uitsnede van een kaart uit de atlas van Schotanus (1718), de situatie rond Zweins.
Uitsnede van een kaart uit de atlas van Schotanus (1718), de situatie rond Zweins. De Kinkhoorn 2, artikel 5 (Kees Kingma); de kaart is publiek domein.
Zweins met Kingma-state, Rinnerda, Heerma-state en Groot Heerma, het "Tigchelwerk", het tolhuis en Kingma-tille; volgens De Kinkhoorn 2 een uitsnede van de kaart van Zweins in de Prekadastrale Atlas fan Fryslân (deel 4), volgens De Kinkhoorn 13 hetzelfde kaartbeeld als de kaart van Eekhoff (1852). Op de website heeft dit beeld een afgebroken bijschrift.
Zweins met Kingma-state, Rinnerda, Heerma-state en Groot Heerma, het "Tigchelwerk", het tolhuis en Kingma-tille; volgens De Kinkhoorn 2 een uitsnede van de kaart van Zweins in de Prekadastrale Atlas fan Fryslân (deel 4), volgens De Kinkhoorn 13 hetzelfde kaartbeeld als de kaart van Eekhoff (1852). Op de website heeft dit beeld een afgebroken bijschrift. website Stichting Kingma State, pagina De state op kaarten; hetzelfde beeld in De Kinkhoorn 2, artikel 5, en De Kinkhoorn 13, artikel 5; de negentiende-eeuwse kaart is publiek domein, de bewerking van de Fryske Akademy heeft eigen voorwaarden.
Kingma State in de achttiende eeuw: Sweins, Kingma State, Kingmatille en Salvert op een gekleurde topografische kaart.
Kingma State in de achttiende eeuw: Sweins, Kingma State, Kingmatille en Salvert op een gekleurde topografische kaart. website Stichting Kingma State, pagina De omgeving, bijschrift "Kingma State in de 18e eeuw"; herkomst van de kaart niet vermeld.
Zweins, Kingma State, de steenoven en Kingmatille op blad 5 "Harlingen" van de Topografische Militaire Kaart (1862), waarschijnlijk de laatste kaart waarop de state staat.
Zweins, Kingma State, de steenoven en Kingmatille op blad 5 "Harlingen" van de Topografische Militaire Kaart (1862), waarschijnlijk de laatste kaart waarop de state staat. De Kinkhoorn 21, artikel 2 (Kees Kingma); de kaart is publiek domein.

De Prekadastrale Atlas fan Fryslân (deel 4, 1990) maakt het mogelijk het bezit rond de state perceel voor perceel op de kadastrale kaart van 1832 te leggen: in 1700 hoorden bij Kingma State de nummers 2 (de sate aan Kingmatille), 3 (Rinnerda State), 5 (de state zelf, 100 pondemaat), 8 (het tichelwerk) en 28 (de stelle Bervert), samen 212 pondemaat; professor Van der Waeyen had de plaatsen 1 en 7 en het losse land 9, de kerk de plaatsen 4 en 6. In 1640 stond de state op naam van Saeckle toe Kingma, en de afgesplitste plaats, het tichelwerk en de stelle Bervert op naam van "Kingma". De eigen kaart hieronder is getekend op de percelen van 1832 uit HisGIS. Het stateterrein staat in 1850 onder geen floreennummer en ontbreekt daarom in de atlas; op de kaart heeft het een groene rand en omvat het huis en erf, de vijver, drie tuinen, het schiphuis met duiventil, het plezierbos, de singel, de opvaart en het bouwland ten noordwesten van het huis, de plek van de oude terp; de uitwerking per plaats staat op de pagina Het bezit rond Kingma State in 1640, 1700 en 1832. Bron: Prekadastrale Atlas fan Fryslân, diel 4 (1990), blz. 100–103; HisGIS (kadaster 1832); De Kinkhoorn 2, artikel 5 (de terp); De Kinkhoorn 15, artikel 4.

Interactieve kaart: Het grondbezit rond de state, interactief: kies een jaar en tik op een perceel. Tik op een perceel voor eigenaar, gebruiker en grootte.

27 pleatsen in 1700
  1. Sweins 1 · Mynhr. van der Wayen → Cornelis van Werkhoven · 128 pondemaat (± 47 ha)
  2. Sweins 2 · De hr. Kingma → Pyter Ockes · 25 pondemaat (± 9 ha)
  3. Rinnerda State nr. 3 · De hr. Kingma → Jan Ytes · 61 pondemaat (± 22 ha)
  4. Sweins 4 · De kercke Sweins → Rommert Jansen · 41 pondemaat (± 15 ha)
  5. Kingma State nr. 5 · De hr. Kingma · 100 pondemaat (± 37 ha)
  6. Sweins 6 · De kerke Sweins → Arent Cornelis · 50 pondemaat (± 18 ha)
  7. Sweins 7 · De hr. van der Wayen → Tiepke Heins · 55 pondemaat (± 20 ha)
  8. tichelwerk nr. 8 · De hr. Kingma → Pyter Arents · 25 pondemaat (± 9 ha)
  9. Sweins 9 · De hr. van der Wayen · 18 pondemaat (± 7 ha)
  10. Sweins 10 · De kerke van Sweins · 12 pondemaat (± 4 ha)
  11. Sweins 11 · Schoolland → J. Fransen · 10.5 pondemaat (± 4 ha)
  12. Sweins 12 · Teekle Ruirds · 4 pondemaat (± 1 ha)
  13. Sweins 13 · Bee Watses → Douwe Hoites · 5 pondemaat (± 2 ha)
  14. Sweins 14 · De wed. van Riemer Sybes → Douwe Hoites · 2 pondemaat (± 1 ha)
  15. Sweins 15 · De wed. van Riemer Sybes → Douwe Hoites · 10 pondemaat (± 4 ha)
  16. Sweins 16 · De wed. van Riemer Sybes → Douwe Hoites · 7 pondemaat (± 3 ha)
  17. Sweins 17 · De wed. van Riemer Sybes → Douwe Hoites · 4 pondemaat (± 1 ha)
  18. Sweins 18 · De erfn. van Jan Hayes → Tieerd Feddes · 5 pondemaat (± 2 ha)
  19. Sweins 19 · Jan Hayes erv. · 5 pondemaat (± 2 ha)
  20. Sweins 20 · De erv. van Jan Hayes → Tieerd Feddes · 3 pondemaat (± 1 ha)
  21. Sweins 22 · Schwartzenberg → Pyke Clasen · 3 pondemaat (± 1 ha)
  22. Sweins 23 · Schwartzenberg → Pyke Clasen · 3 pondemaat (± 1 ha)
  23. Sweins 25 · De kerke Sweins → Tiepke Heins · 0.5 pondemaat (± 0 ha)
  24. Sweins 26 · De kerk Sweins → Tiepke Heins · 0.5 pondemaat (± 0 ha)
  25. Sweins 27 · Jan Hayes erv. → Griet Entes · 1 pondemaat (± 0 ha)
  26. de stelle Berwert (Bervert) nr. 28 · De hr. Kingma → Jan Ytes · 1 pondemaat (± 0 ha)
  27. Kingma State, het stateterrein nr. state · De hr. Kingma (Ignatius van Kingma) · 10 percelen
Het grondbezit rond de state, interactief: kies een jaar en tik op een perceel Bron: eigen tekening naar het floreenkohier van 1700 in de Prekadastrale Atlas fan Fryslân, diel 4 (1990), op de percelen van 1832 (HisGIS)
Zweins in 1700: de plaatsen van het floreenkohier op de kadastrale percelen van 1832, gekleurd naar eigenaar; goud het bezit van Ignatius van Kingma met het stateterrein (groene rand), rood Van der Waeyen, groen de kerk.
Zweins in 1700: de plaatsen van het floreenkohier op de kadastrale percelen van 1832, gekleurd naar eigenaar; goud het bezit van Ignatius van Kingma met het stateterrein (groene rand), rood Van der Waeyen, groen de kerk. eigen tekening naar de gegevens in Prekadastrale Atlas fan Fryslân, diel 4 (1990), blz. 102–103, op de kadastrale percelen van 1832 (HisGIS, KNAW HuC / Fryske Akademy) · eigen werk, vrij te gebruiken met bronvermelding

Eigenaren en bewoners

De tabel zet de eigenaren en bewoners op een rij zoals de bronnen ze noemen; de onderbouwing per periode, met de tegenstrijdigheden tussen de bronnen (bijvoorbeeld wie er in 1700 erfde, Zacheus of zijn moeder Catharina), staat op de pagina Bewoners en eigenaren van Kingma State. Bron: website Stichting Kingma State, sectie Kingma State.

Periode Eigenaar Bewoner of gebruiker
ca. 1400 tot 1510 familie Sjaarda van Franeker; 1413 Sicke Sjaarda rechter namens Kinghum pachters, onder wie waarschijnlijk de Kingums
1511 tot 1538 Jelle Kingum (16/40), Johannes Petri (14/40), Sjaarda en Herema (¼) Pieter Jelles Kingum, pachter van zijn vader
1538 tot 1555/56 Pieter Jelles Kingum, eigenerfde Pieter Jelles en Nel Jansdr
1555 tot ca. 1605 Jelle Pieters Kingum; koopt land 1571, 1579, 1580 Jelle Pieters
ca. 1600 tot 1610 Pieter Jelles Kingma, gedeputeerde; de sate wordt "state" Pieter Jelles en Aelcke Heredr
1610 tot 1611 Hendrick Jelles Kingma, wonend te Peins onbekend
1611 tot 1652 Saeckle Intes Kingma (helft; alleen na 1634) en Ryurdt Saeckles (helft, † 1613) Saeckle en Buke Thomasdr
1652 tot 1700 Ignatius van Kingma Ignatius, deels ook in Leeuwarden en garnizoenen
1700 tot 1720 Zacheus van Gemmenich, fideicommissaris (volgens De Kinkhoorn 14 eerst zijn moeder Catharina) Zacheus
1720 tot 1754 Petronella van Ghemmenich toe Kingma, dochter en erfgename van Zacheus (stemkohier 1728: haar man Bocco Sabinus van Adius "uit naam van zijn vrouw") Petronella en Van Adius († 1739 "op Kingma"); zij in 1753 "op Kingma state"
1720 tot 1748 Coert van Beyma, weduwnaar van Catharina van Gemmenich Coert en Petronella van Idsinga
1748 tot 1770 Julius Matthijs van Beyma (zoon uit het tweede huwelijk) Petronella van Idsinga, † 1770 op de state; "Mevrouw de wed. Beyma" in 1757
1770 tot 1808 Julius Matthijs van Beyma († 1808) Julius Matthijs
1808 tot 1825 Eduard Marius van Beyma (1755 tot 1825), ongehuwd, grietman 1816 tot 1825 Eduard Marius
1825 tot 1847 Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma, grietman Julius Matthijs, Agatha Wilhelmina van Voss en kinderen
1847 tot 1861 de erven; vruchtgebruik van de weduwe, afstand 1848 de weduwe (tot 1848, daarna in Leeuwarden) en Ulbo Jetze Heerma
1861 tot 1864 Ulbo Jetze Heerma van Beijma thoe Kingma, burgemeester van Franekeradeel "in eigen gebruik"; woont in 1864 te Franeker
1864 gebouwen: Hermanus Kuilenberg en Gerhard Henri Hillebrand (Leeuwarden), op afbraak; grond in 23 percelen afbraak 1864 tot 1865
ca. 1975/1979 tot 2021 Staatsbosbeheer (huiskavel, ruim 2 ha, na ruilverkaveling) bos
2002, 2006, 2021 tot nu stichting Herstel Kingma State (halve singel 2002; bijna 8 ha 2006; bos 4 oktober 2021) herstelplan

Bron: De Kinkhoorn 1, artikel 4; De Kinkhoorn 14, artikel 3; De Kinkhoorn 13, artikelen 3 en 5; De Kinkhoorn 5, artikel 3; De Kinkhoorn 6, artikel 3; De Kinkhoorn 9, artikel 2; De Kinkhoorn 14, artikel 7; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State; voor 1720 tot 1754: stemkohier Zweins 1728, stem 6, Ferwerda (1785), stamlijst Beilanus en Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven XXX (1907), p. 363.

De negentiende eeuw

Van Beyma wordt Van Beijma thoe Kingma

Na Zacheus van Gemmenich kwam de state, via zijn dochter Catharina, aan haar man Coert van Beyma, die volgens het testament van 1696 "thoe Kingma" achter zijn naam zette en het Kingmawapen aan het zijne toevoegde. In 1754 sloten de Makkumer neven en nichten, onder wie Hylke Jans Kingma, een overeenkomst om te onderzoeken of zij als oudste mannelijke verwanten aanspraak konden maken op de state; van een rechtszaak of een uitkomst is niets bekend. Coert hertrouwde met Petronella van Idsinga, die in 1770 op de state overleed; daarna woonden er haar zoon Julius Matthijs van Beyma tot 1808 en diens zoon Eduard Marius tot 1825. Bron: De Kinkhoorn 13, artikel 3; De Kinkhoorn 1, artikel 4; De Kinkhoorn 9, artikel 6.

Naast Catharina had Zacheus een tweede dochter, Petronella van Ghemmenich toe Kingma (1690 tot 1754), die als zijn erfgename in Zweins bleef en in 1724 trouwde met kapitein Bocco Sabinus van Adius. In het stemkohier van 1728 staat de stem van de state op naam van Van Adius "uit naam van zijn vrouw"; hij overleed in 1739 "op Kingma te Sweins", en zij maakte als weduwe "op Kingma state" haar testament en stierf in februari 1754 in Leeuwarden, zonder kinderen. Al in 1728 had advocaat Wesselius advies gegeven over de vraag of zij, als zij geen kinderen naliet, "bij testament vrij over het 'majoraat' Kingma beschikken kan". Het jaarverslag van het Rijksarchief in Friesland over 1906 vat het zo samen: de state "bleef tot in de helft der 18e eeuw in bezit der familie v. Gemmenich, en is toen door vererving in bezit der familie v. Beyma gekomen". Hoe dat zich verhoudt tot de jaartallen 1720 en 1748 van De Kinkhoorn, staat op de pagina Bewoners en eigenaren van Kingma State. Bron: stemkohier Zweins 1728, stem 6; Ferwerda, Nederlandsch geslacht- stam- en wapen-boek (1785), stamlijst Beilanus; inventaris van het familiearchief van Kingma-state in Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven XXX (1907), p. 337 en p. 363; Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven XXIX (1906), p. 373.

Dat de familie de naam van haar state droeg, viel ook een buitenlandse bezoeker op. De Engelse taalkundige en reiziger John Bowring schreef in zijn brieven over een reis door Holland, Friesland en Groningen, in 1830 in het Nederlands vertaald, bij het naamdecreet van Napoleon: "Eenige edele en patricische familiën hadden namen aangenomen van hunne staten, die nog bestaan, zoo als Beyma thoe Kingma, Harinxma thoe Sloten en dergelijke." Een recensent in de Vaderlandsche letteroefeningen sprak hem daarin in 1829 al tegen: "Indien de Heer Bowring een weinig Friesch verstaan had, zijne eigene voorbeelden hadden hem in dit geval van dwaling overtuigd. Beyma thoe Kingma is de tak van Beyma, op Kingma gezeteld" (had Bowring een beetje Fries gekend, dan hadden zijn eigen voorbeelden hem zijn vergissing laten zien: Beyma thoe Kingma is de tak van de familie Beyma die op Kingma woont). Bron: Brieven van John Bowring, geschreven op eene reize door Holland, Friesland en Groningen (1830), HathiTrust; Vaderlandsche letter-oefeningen (1829), Google Books.

Het wapen Van Beijma thoe Kingma: het wapen Van Beyma samengevoegd met het Kingmawapen (de halve adelaar, de twee kinkhoorns en de pijl), zoals het testament van 1696 verlangde.
Het wapen Van Beijma thoe Kingma: het wapen Van Beyma samengevoegd met het Kingmawapen (de halve adelaar, de twee kinkhoorns en de pijl), zoals het testament van 1696 verlangde. De Kinkhoorn 5, artikel 3; tekening naar J.A. de Boo, Familiewapens, oud en nieuw (1982).

Eduard Marius van Beyma (1755 tot 1825), broer van de patriot Coert Lambertus, was in februari 1795 een van de drie mannen van de "stille revolutie" in Friesland, verloor in 1799 zijn stemrecht toen hij weigerde opnieuw in het Vertegenwoordigend Lichaam te gaan zitten, en werd van 1816 tot 1825 grietman van Franekeradeel. De historicus J.J. Kalma tekende in 1978 de overlevering over hem op: een "verlicht despoot nieuwe stijl" die met zijn pachters in Peins en Zweins als vrienden leefde onder vaderlijk opzicht, zelf de koeien van een te laat opgestane pachter in de "jister" joeg, met zijn jacht over de trekvaart naar Dekemastate in Franeker voer en op zijn oude dag nog een tichelwerk op Keimpetille liet bouwen. Kalma verzuchtte: "Wat zou het kleine Zweins veel aantrekkelijker zijn als aan de Zuidwestkant nog steeds het door bomen en grachten omgeven Kingma State stond." Bron: De Kinkhoorn 13, artikel 5; J.J. Kalma, Grietmannen in soorten (Friesland Post, januari 1978), in De Kinkhoorn 13, artikel 5.

Eduard Marius overleed op 6 augustus 1825 op de state, 70 jaar oud. Volgens A.J. van der Aa (1847) groeide de bevolking van Zweins tussen 1795 en 1825 met 73 zielen door "de edele pogingen" van Eduard Marius: hij gaf veel arbeiders werk en brood en liet in het dorp ambachten beoefenen "die men anders in kleine dorpen zelden aantreft". Jacob Dirks schreef in 1890 over de buurstate Groot Heerema, die "vrolijk ten gronde" ging, en noemde daarbij Eduard Marius: "E. M. van Beyma, die op het naburige Kingma-state tot in 1825 leefde en zeer vroeg opstond, plag te zeggen: „als ik op sta, gaan mijne buren naar bed"" (E. M. van Beyma, die tot 1825 op het naburige Kingma State woonde en heel vroeg opstond, zei altijd: als ik opsta, gaan mijn buren naar bed). Volgens de overlevering bij Kalma joeg hij ook zelf de koeien van een te laat opgestane pachter in de jister. Bron: Wumkes, Stads- en dorpskroniek van Friesland II (1934), blz. 139; Van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden (1847), lemma Sweins, Google Books; Jacob Dirks, De lustplaats Groot Heerema bij Zweins (1890), Google Books; Frisiaca, overdrukken uit de Friesche Volksalmanak, Google Books; De Kinkhoorn 13, artikel 5.

Julius Matthijs en Agatha Wilhelmina

De laatste bewoners vóór de verkoop waren jonkheer Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma (Ternaard 1781 tot Zweins 1847), zijn vrouw Agatha Wilhelmina van Voss en hun kinderen. Hij was de zoon van de patriot Coert Lambertus van Beijma, die in 1787 een staatsgreep in Franeker leidde en na de Pruisische inval naar Saint-Omer vluchtte, zodat Julius Matthijs een deel van zijn jeugd in Frankrijk doorbracht. Hij was ontvanger te Workum en van 1819 tot 1820 vrederechter van het kanton Hindeloopen. In die functie vroeg hij koning Willem I om "de toenaam of tytel thoe Kingma" te mogen voeren; bij Koninklijk Besluit van 2 februari 1821 kreeg hij daarvoor toestemming, op 9 maart 1821 ook voor de vermeerdering van zijn wapen met het Kingmawapen als hartschild, en op 10 april 1842 erkende Willem II hem als jonkheer. Toen zijn oom Eduard Marius in 1825 stierf, werd hij grietman van Franekeradeel en bewoner van Kingma State; hij was ook lid van Provinciale Staten, dijksgedeputeerde van de Vijfdeelen Zeedijken en medeoprichter van het Friesch Genootschap. Bron: Koninklijke Besluiten van 1821 en de adelserkenning van 1842 (Tresoar toegang 319, inventarisnummer 347) in De Kinkhoorn 5, artikel 3; De Kinkhoorn 5, artikel 3; trouwinschrijving Hervormde gemeente Workum 1806, overlijdensakte Zweins 1847 en overlijdensakte Leeuwarden 1861 (Open Archieven); kaart van de Vijfdeelen Zeedijken Contributie Binnendijks, Tresoar toegang 358 kaartnummer 14041.

Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma (1781 tot 1847), grietman van Franekeradeel, geschilderd portret; rechtsboven het familiewapen.
Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma (1781 tot 1847), grietman van Franekeradeel, geschilderd portret; rechtsboven het familiewapen. website Stichting Kingma State, pagina Het einde van Kingma State; hetzelfde portret in De Kinkhoorn 5, artikel 3; maker en bewaarplaats niet vermeld.
Agatha Wilhelmina Sybrandsdochter van Voss (ca. 1784 tot 1861), geschilderd portret.
Agatha Wilhelmina Sybrandsdochter van Voss (ca. 1784 tot 1861), geschilderd portret. website Stichting Kingma State, pagina Het einde van Kingma State; hetzelfde portret in De Kinkhoorn 5, artikel 3; maker en bewaarplaats niet vermeld.

Uit de Kadastrale Atlas van 1832 blijkt wat hij bezat: de state met tuin, oprijlaan en opvaart, samen ongeveer 5,8 hectare; veel van het wei- en bouwland eromheen; de steenfabriek aan de trekvaart; zestien van de achttien huizen van Kingmatille (de twee tolgaardershuizen waren van de stad Franeker); 14.640 vierkante meter van de trekvaart op zijn naam, waarschijnlijk alleen als vruchtgebruiker; negen huizen in Franeker en heel veel land in de wijde omtrek. Nieuwsbrief 1 spreekt van een buitengoed van ruim tweehonderd hectare op het moment van de verkoop. Bron: Kadastrale Atlas fan Fryslân 1832, deel 4, in De Kinkhoorn 5, artikel 3 en op HISGIS; De Kinkhoorn 5, artikel 3; nieuwsbrieven 1 tot 8 van de Stichting Kingma State en Herstel Kingma State.

Over het personeel zeggen de akten van de burgerlijke stand iets. Van 1838 tot ten minste 1846 woonde de tuinman Johannes Frederiks Geldmaker met zijn vrouw Titia Tjommes Kingma en hun kinderen in Zweins, in de akten van 1839 tot 1846 steeds in 'de huizinge nummer dertien', het nummer waaronder Kingma State in 1847 'gequoteerd' stond; waarschijnlijk was hij dus de tuinman van de state. Julius Matthijs schreef als grietman zelf het overlijden van hun dochtertje Julia (1839) en de geboorte van hun dochter Catharina Maria (1843) in. Bij zijn eigen dood in september 1847 deden de tuinman Dirk van Biezen en de veldwachter Jakkele Feddes Weidema, beiden uit Zweins, aangifte; Weidema was in 1839 nog koetsier. Bron: lidmatenregister Franekeradeel 1838; overlijdensakte Franekeradeel 1839; geboorteakte Franekeradeel 1840; geboorteakte Franekeradeel 1843; geboorteakte Franekeradeel 1846; overlijdensakte Zweins 1847.

De state in de advertenties (1771 tot 1839)

Vanaf 1771 staat de state geregeld in de advertenties van de Leeuwarder Courant. Op 24 mei 1771 liet secretaris G. Deketh 'ten Huize van de Wel Edele Gestrenge Heer J. M. van Beyma thoe Kingma, op Kingma Staate te Sweins' huisraad bij boelgoed verkopen: ledikanten, kasten, kisten, vijf spiegels, tafels en stoelen, koper, tin en ijzerwerk; het jaar ervoor was zijn moeder Petronella van Idsinga op de state overleden. In 1782 tot 1784 was de state het adres voor inlichtingen over de verhuur van 'een zeer aangenaame Buitenplaats' aan de rijweg onder Oosterbierum, met vier kamers, keuken, zomerhuis, een kelder en tuinen 'voorzien met allerley uitmuntende Vrugtboomen', en van boerderijen onder Wijnaldum (ruim 100 pondemaat) en Herbaijum (ruim 60 pondemaat); in januari 1783 werd er 'op Kingma State te Zweins' het afbreken van een oude en het bouwen van een nieuwe boerderij op Gelterp onder Achlum aanbesteed. In augustus 1800 vroeg een advertentie wie 'eenen zeer grooten Windhond' had gevonden, 'zynde een Reekel, blauw en lang van Hair, met vier witte Pooten' (een reu, blauw en langharig, met vier witte poten); wie hem 'op Kingma State onder Zweins' terugbracht, zou worden beloond. Bron: Leeuwarder courant, 22 mei 1771; Leeuwarder courant, 7 december 1782; Leeuwarder courant, 25 december 1782; Leeuwarder courant, 15 maart 1783; Leeuwarder courant, 10 april 1784; Leeuwarder courant, 6 augustus 1800.

Onder Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma geven de advertenties een beeld van het bedrijf rond het huis. In augustus 1832 werd de haver verkocht op 'een bunder zes en veertig v. roede Terp Bouwland, gelegen aan of bij het Bosch van Kingma State', in juli 1834 de tarwe op terpbouwland 'achter en aan Kingma State' en in juli 1837 de rogge op bouwland 'ten Noorden van en aan het Bosch van Kingma-State'. In mei 1833 werd ruim 23 bunder 'kostelijk Weidland, gelegen rondsom Kingma-State' tot half november in veertien percelen verhuurd, ten huize van de tolman bij Kingmatille. In april 1834 liet Julius Matthijs, 'wonende op Kingma State te Zweins', weten dat hij de visserij van de oude Rijpster rijdbrug tot de oude Franeker sluitboom bij de Kaatsveldsbrug en tot de Welsrijper draai had laten afpalen, 'als zijnde de eigen Visscherij van Kingma State', en in mei werd het recht van die vrije visserij voor een jaar verpacht. Op 28 november 1834 liet de raad van Franeker een raadscommissie rapporteren 'omtrent het regt van Visscherij van Kingma-State in de Leeuwarder Vaart'; het rapport bleef in het stadsarchief (A. Telting, Register van het Archief van Franeker (1867), blz. 573, nr. 3297). Voor de state zelf vroeg men in juni 1835 een gehuwde tuinman die 'het Snoeyen, Broeijen en Bloemkweeken kundig' was en in oktober 1835 een ongehuwde koetsier, 'goed met Paarden kunnende omgaan, en volkomen het rijden betrouwd'; in september en december 1836 en in november 1837 opnieuw een tuinman zonder kinderen, 'bekwaam in het Snoeijen, Broeijen en kweeken van Bloemen', en in augustus 1837 een knecht die goed met paarden kon omgaan, ook huiswerk verstond en 'in het Lezen en Schrijven niet onbekwaam' was. Vanaf 1838 woonde de tuinman Johannes Frederiks Geldmaker in Zweins (zie hierboven). Op 21 december 1839 liet zijn zoon Mr. C. L. van Beijma thoe Kingma op de state 200 gevelde zware stambomen verkopen, 'waaronder extra fraaije en lange Ipen, Esschen, Abelen, Populieren, Linde, Eschdooms, Elsen, Kastanjes en Hagedoorns', met percelen hak- of weekhout en takken, 'kort bij de Vaart'. Bron: Leeuwarder courant, 28 augustus 1832; Leeuwarder courant, 14 mei 1833; Leeuwarder courant, 29 april 1834; Leeuwarder courant, 2 mei 1834; Leeuwarder courant, 18 juli 1834; Leeuwarder courant, 19 juni 1835; Leeuwarder courant, 2 oktober 1835; Leeuwarder courant, 6 september 1836; Leeuwarder courant, 20 december 1836; Leeuwarder courant, 21 juli 1837; Leeuwarder courant, 25 augustus 1837; Leeuwarder courant, 10 november 1837; Leeuwarder courant, 6 december 1839.

Kingmatille en de steenfabriek

Kingmatille was in die jaren een levendig gehucht. Een situatietekening van Rijkswaterstaat uit 1837, gemaakt voor de verbreding van de brug, tekent aan de noordkant van de trekvaart het tolhuis en de "steenplaats" (de steenfabriek) aan de rijweg van Franeker, aan de zuidkant de brugwachterswoning en de weg naar Dronrijp, langs beide oevers de trekweg of het jaagpad, en de houten ophaalbrug met de nieuwe, bredere doorvaart in rood. Het tichelwerk hoorde al in 1696 bij de state en Eduard Marius had er een nieuw laten bouwen. Volgens Bauke Saakstra, geboren omstreeks 1912 in de herberg met toneelzaal, woonden er ooit 325 mensen, allemaal arbeiders, met een slager, een bakker, een kapper en vijf cafés: "dat wie it sintrum" (dat was het centrum). De brug verdween in 1946 bij de verbreding van de trekvaart tot Van Harinxmakanaal; tot 1963 voer er een pont. Bron: situatie van de verwijding der brug te Kingma-Tille (1837), Tresoar toegang 358 kaartnummer 11186; De Kinkhoorn 2, artikel 5; De Kinkhoorn 13, artikel 5; De Kinkhoorn 14, artikel 5; De Kinkhoorn 14, artikel 4.

Over het tichelwerk in de tussenliggende jaren geven andere bronnen losse gegevens. Op 30 juni 1770 werd "het tichelwerk aan Kingmatille te Zweins" te koop aangeboden; het familiearchief bewaart administratieboeken van "het tichelwerk te Kingmatille" over 1772 tot 1798 en 1825 tot 1831; en op 9 april 1803 ging volgens Wumkes' kroniek "de steenfabriek te Zweins bij Kingma Tille, overgegaan van P. J. Beyma Sr., de grootvader, op A. Fontein & Co.", over in handen van "P. J. Beyma Jr.", waarschijnlijk Petrus Johannes van Beyma, die toen negentien was en in 1808 in Zweins woonde. Of het om hetzelfde tichelwerk gaat, en hoe het zich verhoudt tot het bezit van de state en het nieuwe tichelwerk van Eduard Marius, zeggen de bronnen niet. Bron: Wumkes, Stads- en dorpskroniek van Friesland (1930), blz. 252; Wumkes, Stads- en dorpskroniek van Friesland II (1934), blz. 14; inventaris van het familiearchief van Kingma-state in Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven XXX (1907), p. 355.

Kingmatille in 1837: "Situatie van de verwijding der Brug te Kingma-Tille op de Trekvaart van Leeuwarden naar Harlingen", schaal 1 op 500. Boven het tolhuis en de steenplaats aan de rijweg van Franeker, onder de brugwachterswoning en de weg naar Dronrijp; langs het water de trekweg; de verbrede doorvaart in rood.
Kingmatille in 1837: "Situatie van de verwijding der Brug te Kingma-Tille op de Trekvaart van Leeuwarden naar Harlingen", schaal 1 op 500. Boven het tolhuis en de steenplaats aan de rijweg van Franeker, onder de brugwachterswoning en de weg naar Dronrijp; langs het water de trekweg; de verbrede doorvaart in rood. Tresoar, Kaarten- en prentenkabinet, collectie Rijkswaterstaat, toegang 358 kaartnummer 11186, beeldbank item 24886; publiek domein.

Het landbezit in het familiearchief

Het familiearchief Van Beijma thoe Kingma, bijna twintig meter dozen in Tresoar, bevat ook handgetekende kaartjes van het landbezit van de familie in de omgeving. Een ingekleurd schetskaartje van omstreeks 1800 toont de landerijen tussen Ried, Peins en Boer, een paar kilometer ten noorden van Zweins, met de "Vaart naar Franeker", de "Opvaart na de Tille" (opvaart naar de tille), de "Rijdweg van Ried na Peins" (rijweg van Ried naar Peins) en percelen gescheiden door een "Canaal of togtsloot" (kanaal of tochtsloot). Een negentiende-eeuwse "Platte grond van St Jans Leen te Ried" geeft kadastrale nummers, oppervlakten, grondgebruik en de namen van de naastliggers, met linksonder het stempel "Archief v. Beyma thoe Kingma". Een gedrukte strookkaart van de Vijfdeelen Zeedijken, gemaakt op last van de dijksgedeputeerden Reinder Fontein en Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma, bewijst zijn dijkbestuur; een ontwerp voor een preekstoel voor de kerk van Peins (1832) valt in zijn grietmansjaren. Al deze bladen, met de zeekaarten, rouwborden en patriottenprenten uit hetzelfde archief, staan in de galerij onderaan en op de pagina Het familiearchief Van Beijma thoe Kingma in de beeldbank van Tresoar. Bron: schetskaartje van het gebied tussen Ried, Peins en Boer, Tresoar toegang 358 kaartnummer 748; schetskaart van de eigendommen van het Sint Jansleen te Ried, Tresoar toegang 358 kaartnummer 743; kaart van de Vijfdeelen Zeedijken Contributie Binnendijks, Tresoar toegang 358 kaartnummer 14041; kaarten en prenten uit het familiearchief Van Beijma thoe Kingma, Tresoar toegang 358 (kaartnummers 737 tot 764 en 14279 tot 14297), en toegang 319 in de archieven van Tresoar; De Kinkhoorn 6, artikel 2.

Het familiearchief Van Beyma thoe Kingma in Tresoar: bijna twintig meter dozen met stukken van 1508 tot 1886, waaronder het archief van Kingma State.
Het familiearchief Van Beyma thoe Kingma in Tresoar: bijna twintig meter dozen met stukken van 1508 tot 1886, waaronder het archief van Kingma State. De Kinkhoorn 6, artikel 2 (het familiearchief); foto: stichting.
Schetskaartje van het gebied tussen Ried, Peins en Boer, omstreeks 1800, ingekleurde tekening uit het familiearchief.
Schetskaartje van het gebied tussen Ried, Peins en Boer, omstreeks 1800, ingekleurde tekening uit het familiearchief. Tresoar, Kaarten- en prentenkabinet, familiearchief Van Beijma thoe Kingma, toegang 358 kaartnummer 748, beeldbank item 20912; publiek domein.
Plattegrond van de eigendommen van het Sint Jansleen te Ried, negentiende eeuw, met kadastrale nummers en de namen van de naastliggers; linksonder het stempel van het archief Van Beyma thoe Kingma.
Plattegrond van de eigendommen van het Sint Jansleen te Ried, negentiende eeuw, met kadastrale nummers en de namen van de naastliggers; linksonder het stempel van het archief Van Beyma thoe Kingma. Tresoar, Kaarten- en prentenkabinet, familiearchief Van Beijma thoe Kingma, toegang 358 kaartnummer 743, beeldbank item 20907; publiek domein.

De familie bezat ook een handschrift van de Friese kroniek van Worp van Thabor. Toen het Friesch Genootschap in 1871 het vijfde boek van die kroniek uitgaf, over de jaren 1499 tot 1523, waren daarvan volgens het voorbericht maar twee exemplaren bekend: het oudste, naar schrift en band uit het midden van de zestiende eeuw, in de Provinciale Bibliotheek, en 'een onderafschrift, in het bezit der familie van Beijma thoe Kingma', dat 'van veel minder hoogen ouderdom, minder volledig en voor de uitgave van geringere waarde' was (veel jonger, minder volledig en voor de uitgave minder waardevol). Een verslag over de handschriften van de kroniek in De Vrije Fries van 1844 beschreef het al nauwkeurig: 'Een achtste handschrift is het eigendom van Jhr. J. M. van Beyma thoe Kingma, Grietman van Franekeradeel. Het maakt een zeer dik boekdeel folio uit, duidelijk geschreven en vrij wel bewaard'. Het bevatte de drie eerste boeken in het Latijn, het vierde in het 'Nederduitsch' en een vijfde en zesde boek, waarin de kroniek, hoewel onvolledig, tot 14 augustus 1545 was voortgezet; op het laatste blad stond 'Den XII Aug. 77', volgens de schrijver waarschijnlijk 12 augustus 1577, de dag waarop de afschrijver klaar was, en uit de aandacht voor een eedaflegging te Bolsward leidde hij af dat die afschrijver in Bolsward thuishoorde. De Vrije Fries noemde het handschrift in 1850 nog eens: daarin sloot het vijfde boek 'met de reductie van Sneek' (de onderwerping van Sneek). Bron: Worp van Thabor, Kronijk van Friesland, vijfde boek (1871), voorbericht; De Vrije Fries 3 (1844), blz. 117 en 118, HathiTrust; De Vrije Fries (1850), blz. 77.

De laatste jaren

Julius Matthijs overleed op 14 september 1847 op Kingma State, huisnummer 13 onder Zweins, bijna 66 jaar oud; drie van zijn zeven kinderen waren toen al dood. Zijn jongste zoon Ulbo Jetze Heerma volgde hem op als grietman en woonde met zijn moeder op de state. Het testament gaf de weduwe het volledige vruchtgebruik; op 20 april 1848 deed zij afstand van al haar rechten ten gunste van haar vier zoons, Coert Lambertus te Joure, Sijbrand Willem Hendrik Adriaan te Leeuwarden, Frederik Hessel te Heerenveen en Ulbo Jetze Heerma op Kingma State, tegen duizend gulden per zoon per jaar en het gebruik van de meubels die zij nodig had. In mei 1848 werden een deel van de inboedel geveild en een verbouwing en afbraak aan het huis aanbesteed (zie Het herenhuis). Nog in 1848 vertrok zij naar Leeuwarden (het lidmatenregister van Peins schrijft haar op 29 oktober 1848 uit als 'vertrokken naar Leeuwarden'); op 12 mei 1856 huurde zij daar een huis aan de noordzijde van de Eewal. Op 6 augustus 1861 stuurde zij een koerier te paard naar Zweins (rekening zes gulden); zij overleed op 12 augustus, werd per boot in haar kist naar Zweins gebracht en daar op 14 augustus begraven. In oktober 1861 werd de boedel van de erven bij boelgoed verkocht, tot de ragebol (ƒ 1,10) en de aardappelbak (ƒ 0,30) toe. Waarom Ulbo daarna verkocht, zeggen de bronnen niet; waarschijnlijk wilden zijn broers hun erfdeel. Het fideicommis dat het bezit twee eeuwen bijeen had gehouden was in 1838 verboden. Bron: akte van afstand 1848, begrafenisrekeningen en boelgoed 1861 (Tresoar toegang 319, inventarisnummers 401 en 426) in De Kinkhoorn 5, artikel 3; trouwinschrijving Hervormde gemeente Workum 1806, overlijdensakte Zweins 1847 en overlijdensakte Leeuwarden 1861 en lidmatenregister Peins 1848 (Open Archieven); Leeuwarder Courant, 12 mei 1848; De Kinkhoorn 5, artikel 3; De Kinkhoorn 3, artikel 6; De Kinkhoorn 13, artikel 6.

In die jaren was Kingma State een van de laatste staten van Franekeradeel. Het Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden noemde in 1843 de vroegere staten van de grietenij, waaronder "Rinnerda, Groot-Herema en Kingma te Sweins", en schreef: "waarvan thans nog slechts bestaan: Nieuw-Andla te Ried en Kingma te Sweins" (waarvan er nu nog maar twee over zijn: Nieuw-Andla in Ried en Kingma in Zweins). J.L. Terwen noemde de state in 1857 "het grootste sieraad van het dorp, en eene der beide staten, die van de vroeger in deze gemeente bestaande talrijke stinzen nog alleen overgebleven zijn" (een van de twee staten die van de vroeger talrijke stinzen in deze gemeente nog over zijn). Zeven jaar later werd ze afgebroken. Bron: Van der Aa, Aardrijkskundig woordenboek der Nederlanden (1843), lemma Franekeradeel, Google Books; J.L. Terwen, Het koningrijk der Nederlanden in schilderachtige gezigten (1857), Google Books.

Ook het boerenbedrijf rond de state liet in die jaren een spoor na. Op de tentoonstelling die de Hollandsche Maatschappij van Landbouw in september 1857 in Amsterdam hield, lagen bij de hooisoorten 'eenige sneden hooi, van hetzelfde stuk land van den heer Heerma van Beima thoe Kingma op Kingma-state in Friesland, gemaaid in April, Mei, Junij, Julij en September': vijf sneden van één perceel in één seizoen. De inzender was waarschijnlijk Ulbo Jetze Heerma van Beyma thoe Kingma, die toen op de state woonde. Volgens hetzelfde verslag kreeg hij een eerste prijs, waarschijnlijk die voor belangrijke inzendingen 'uit de verst van Amsterdam gelegen plaats' (de tekst staat in het verslag in twee kolommen door elkaar gezet). Bron: J.C. Ballot, De tentoonstelling der Hollandsche Maatschappij van Landbouw, gehouden te Amsterdam in September 1857 (1858), Google Books.

Verkoop en afbraak, 1864

Op 26 augustus 1864 kondigden de notarissen Schot te Franeker en Van Leeuwen te Leeuwarden in de Leeuwarder Courant een "Belangrijke Verkooping en Veiling op Afbraak" aan van "Het buitengoed KINGMA STATE, met deszelfs roijaal Woonhuis, Stalling, Wagenhuis en Woningen, Boomen en Plantagie, Moestuin, Wandeldreven, Lanen en Cingels, Vijvers, Duiventil en Zwanendrift, Visscherij en verdere annexen, aldaar gelegen, bij den HWGeb. Heer Jhr. U. J. H. van Beijma thoe Kingma in eigen gebruik" (het buitengoed Kingma State met zijn royale woonhuis, stalling, wagenhuis en woningen, bomen en beplanting, moestuin, wandelpaden, lanen en singels, vijvers, duiventil en zwanendrift, visserij en wat er verder bij hoort, bij de hoogwelgeboren heer jonkheer U.J.H. van Beijma thoe Kingma in eigen gebruik), plus een boerderij met land en losse stukken land. Het gedrukte verkoopboekje noemt dezelfde notarissen en data. Bron: Leeuwarder Courant 1757, 1864 en 1865 (Delpher) in De Kinkhoorn 19, artikel 5; De Kinkhoorn 19, artikel 5; De Kinkhoorn 6, artikel 3.

Het verkoopboekje van Kingma State uit 1864, eerste pagina.
Het verkoopboekje van Kingma State uit 1864, eerste pagina. verkoopboekje in de Provinciale Bibliotheek en Tresoar; foto op de website Stichting Kingma State en in De Kinkhoorn 6, artikel 3; het drukwerk is publiek domein.

De akten van notaris mr. Gijsbertus Schot, in 2002 na een tip van de heer Veldman uit Franeker teruggevonden in het notarieel archief (Tresoar, toegang 26), beschrijven de verkoop stap voor stap. Op 31 augustus 1864 werd de inzate geregistreerd, ten verzoeke van eigenaar jonkheer Ulbo Jetze Heerma van Beijma thoe Kingma, burgemeester van Franekeradeel, wonende te Franeker, om "bij afbraak te verkoopen het Buitengoed Kingma State". Op maandag 5 september om drie uur volgde in akte nummer 166 de voorlopige toewijzing van de gebouwen, met vijftien voorwaarden. De koopsom moest in klinkende munt op 1 mei en 1 november 1865 worden betaald; "De hoed en noed gaan dadelijk bij de eindelijke toewijzing op den kooper over" (zorg en risico gaan bij de definitieve toewijzing meteen op de koper over); "Het wapen boven de deur behoudt de verkooper aan zich en wordt alzoo niet mede verkocht"; en "De kooper zal kunnen beginnen af te breken met de gehele huizing op den eersten october deses jaars en met de stalling en arbeiderswoning op den twaalfden november mede van dit jaar, terwijl alles moet zijn weggevoerd op den vijfden maart van het volgende jaar." Hoogste bod: Hette Brouwer, timmerman te Lekkum, 2586 gulden. Een uur later werden 23 percelen grond voorlopig geveild: wei- en bouwland rond de state, een huis met schuur, stalling en erf bij de brug van Kingmatille, en de grond waarop de state stond, de tuin, de terp, de oprijlaan met koepel en de opvaart. Bron: notariële akten van mr. Gijsbertus Schot, Franeker 1864 (Tresoar toegang 26), en het verkoopboekje in De Kinkhoorn 6, artikel 3 en De Kinkhoorn 7, artikel 2; De Kinkhoorn 6, artikel 3; De Kinkhoorn 7, artikel 2.

Het slot van de verkoopakte van Kingma State met de handtekeningen van de kopers, de getuigen, "Heerma van Beijma thoe Kingma" en notaris G. Schot.
Het slot van de verkoopakte van Kingma State met de handtekeningen van de kopers, de getuigen, "Heerma van Beijma thoe Kingma" en notaris G. Schot. Tresoar, notarieel archief (toegang 26), notaris G. Schot, Franeker, 1864; foto op de website Stichting Kingma State en in De Kinkhoorn 6, artikel 3; de akte is publiek domein.

Veertien dagen later, op maandag 19 september om drie uur, kwam men bijeen in het stationskoffiehuis van kastelein Klaas van der Meer te Franeker voor de finale toewijzing (akte nummer 177). Het bod werd verhoogd tot 2686 gulden; hoogste en laatste bieders waren Hermanus Kuilenberg, aannemer, en Gerhard Henri Hillebrand, kastmaker, beiden te Leeuwarden, hoofdelijk aansprakelijk. Dat de definitieve kopers anderen waren dan de voorlopige en de prijs maar honderd gulden hoger, wekt de indruk dat Brouwer, mogelijk in opdracht, alleen meebood om de prijs op te jagen. De site geeft andere bedragen (2686 en 2780 gulden); de akten en de advertentie met prijzen in de Leeuwarder Courant van 19 september houden het op 2686 gulden voor het huis, tegen 4856 gulden voor de grond. Omgerekend met de prijsindex van De Nederlandsche Bank is 2686 gulden van 1864 zo'n 42.600 gulden van 2001, maar afbraak was toen geld waard en kost nu geld. Bron: notariële akten van mr. Gijsbertus Schot, Franeker 1864 (Tresoar toegang 26), en het verkoopboekje in De Kinkhoorn 6, artikel 3 en De Kinkhoorn 7, artikel 2; De Kinkhoorn 6, artikel 3; De Kinkhoorn 19, artikel 5; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State.

De verkoopadvertentie met de prijzen van Kingma State in de Leeuwarder Courant van 19 september 1864: huis ƒ 2686, grond ƒ 4856.
De verkoopadvertentie met de prijzen van Kingma State in de Leeuwarder Courant van 19 september 1864: huis ƒ 2686, grond ƒ 4856. Leeuwarder Courant 19 september 1864, via De Kinkhoorn 19, artikel 5; de krant is publiek domein; ook via Delpher.

De kopers braken alles af. Al vanaf oktober 1864 was de afbraak op de state "dagelijks TE KOOP" bij H. & D. M. Brouwer; of die H. Brouwer de timmerman Hette Brouwer uit Lekkum was, die op 5 september voorlopig het hoogst had geboden, blijkt niet uit de advertentie. Op 28 februari 1865 kondigde notaris Haagsma te Leeuwarden voor zaterdag 4 maart de verkoop aan van "een aanzienlijke partij" balken, planken, deuren, kozijnen, steen, estrikken, witte steentjes en dakpannen; huis en koetshuis waren toen nog maar gedeeltelijk gesloopt. In april volgde een tweede verkoop van afbraakgoederen, de afbraak was ook "uit de hand te koop", en in november 1865 werd weiland bij Kingma State voor verhuur geveild. De terp werd afgegraven en als terpaarde verkocht, bodemverbeteraar voor schrale zandgronden, onder meer de bollenvelden in de Hollandse binnenduinrand. Vanaf 23 december 1864 bood de Leeuwarder Courant die terpaarde aan: "Door het graven van een ruim Kanaal is er zeer gemakkelijke gelegenheid TERPAARDE te laden aan de Terp KINGMA-STATE onder Zweins, voor 25 cent per ton"; aan wie zij werd verkocht, blijkt niet uit de krant. Zo verdween Kingma State met tientallen andere Friese staten: van de ongeveer honderd staten in 1840 resteerden er in 1900 nog zo'n dertig, want bouwmateriaal was duur en afbraak leverde veel op. Yme Kuiper noemde het in 2006 "vergane glorie". De volledige reconstructie van de verkoop staat op de pagina De verkoop op afbraak van Kingma State in 1864. Bron: Leeuwarder Courant 1757, 1864 en 1865 (Delpher) in De Kinkhoorn 19, artikel 5; De Kinkhoorn 19, artikel 5; De Kinkhoorn 1, artikel 8; De Kinkhoorn 15, artikel 6; Leeuwarder Courant, 14 oktober 1864; Leeuwarder Courant, 23 december 1864.

De aankondiging van de verkoop van afbraakmaterialen van Kingma State, Leeuwarder Courant 28 februari 1865.
De aankondiging van de verkoop van afbraakmaterialen van Kingma State, Leeuwarder Courant 28 februari 1865. Leeuwarder Courant 28 februari 1865, via De Kinkhoorn 19, artikel 5; de krant is publiek domein; ook via Delpher.

Het terrein daarna en nu

Wat er overbleef

Het theehuisje aan de trekvaart, in de akten "de koepel" en op de schetsplattegrond het "Zomerhuis", werd niet afgebroken; het bestaat nog, met de poort van 1657 ernaast, en wordt particulier bewoond. De singel is nog duidelijk in het landschap te zien, van de opvaart rest een sloot, de stenen brug in het kerkpad is verdwenen. Het perceel van huis en tuin, 't Hofke, bleef als een eiland in het weiland herkenbaar; delen van de gracht en het zwaneneilandje zijn er nog. Bij een ruilverkaveling omstreeks 1975 (of 1979, de bronnen verschillen) kwam het centrale terrein binnen de vroegere gracht, ruim twee hectare, aan Staatsbosbeheer, dat het als grond met cultuurhistorische waarde bebostte. Het familiearchief, 2729 inventarisstukken over de jaren 1508 tot 1886, werd door de familie bij het Rijksarchief in Friesland, nu Tresoar, gedeponeerd. Bron: De Kinkhoorn 1, artikel 4; De Kinkhoorn 2, artikelen 2 en 3; De Kinkhoorn 3, artikel 7; De Kinkhoorn 9, artikel 2; De Kinkhoorn 6, artikel 2; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State.

Toen het Rijksarchief in Friesland dat archief in 1906 ordende, schreef het dat het "in hoofdzaak afkomstig van Kingmastate te Zweins" was. Tot de oudste stukken hoorde "eene zeer groote collectie" processtukken van het Hof van Friesland, meest uit de zeventiende eeuw, van zaken waarin Van Gemmenichs als advocaat optraden, onder wie Zacheus, van 1704 tot 1720 raadsheer in het Hof; omdat in het archief van het Hof zelf bijna alle processtukken van vóór 1700 ontbreken, noemde het Rijksarchief die collectie "eene belangrijke aanwinst". Daarnaast lagen er stukken van de Friese admiraliteit, waarvan in de zeventiende eeuw een Van Gemmenich en in de achttiende eeuw twee Van Beyma's secretaris waren. Het archief van de admiraliteit zelf ging bij een brand van het admiraliteitsgebouw in Harlingen in 1771 en een brand bij het ministerie van Marine in 1844 bijna helemaal verloren, zodat wat in het familiearchief bewaard bleef "waarschijnlijk, wat het oudere gedeelte betreft, bijna het eenigste" is dat ervan over is. Bron: Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven XXIX (1906), p. 373 en p. 374.

Het ordenen kostte jaren, want het archief was er slecht aan toe. Het jaarverslag over 1904 meldt dat de stukken van het archief Van Beyma thoe Kingma, "dat vroeger alhier in tamelijk vochtigen toestand gedeponeerd werd, en daarom langen tijd op den zolder ter droging was gelegd", nu alle waren uitgevouwen en voor een groot deel in 42 portefeuilles opgeborgen; met de ordening en beschrijving was begonnen, met het plan het archief van ieder familielid te reconstrueren, al zou dat volgens het verslag bij het grootste deel van de stukken waarschijnlijk niet lukken, "daar o. a. aan vele brieven het adres ontbreekt". In 1905 lag alles in portefeuilles, 150 in totaal, maar vorderde de beschrijving door ander werk weinig. In 1906 was een aantal stukken "erg vervuurd" (aangetast); die kregen elk een eigen omslag, en er kwam een stempel voor het archief, waarmee een collectie stukken die werd uitgeleend, gestempeld werd: stukken over de Friese admiraliteit gingen dat jaar naar notaris S. Haagsma in Sneek. De beschrijving nam in 1907 nog "een zeer groot gedeelte van het jaar in beslag" en werd als bijlage bij het verslag gedrukt. Bron: Verslagen omtrent 's Rijks oude archieven XXVII (1904), blz. 262 en blz. 264; XXVIII (1905), blz. 288 en blz. 292; XXIX (1906), blz. 371 en blz. 387; XXX (1907), blz. 280.

In het verslag van het Friesch Genootschap over 1888-1889 (het eenenzestigste) staan vondsten uit de terp bij Kingma State tussen de aangekochte voorwerpen van het museum. Na een rij vondsten uit de terp te Winsum volgen een potje van grijs gebakken aarde met een platte bodem, 4 centimeter hoog, vijf kralen van grijsgeel, rood en geel gebakken aarde en een spinsteentje van zwart en grijs gebakken aarde, met de regel 'Al deze voorwerpen zijn gevonden in de terp bij »Kingmastate« te Zweins'. Iets verder in dezelfde lijst staan 'Twee steenen paternosterkralen' (twee stenen rozenkranskralen), 'gevonden bij het afgraven van de terp bij »Kingmastate«, te Zweins': ook deze terp werd dus afgegraven, net als de terpen van Winsum, Beetgum, Holwerd, Stiens en andere dorpen waaruit de lijst vondsten noemt. Direct na de regel over de terp staan in de lijst een kruikje waarvan het oor is afgebroken (7 centimeter hoog), een zilveren mesheft met de gravure BAVCK SIBRANS, een koperen mesheft met een jager en een hond, een grote, fraai uitgesneden hoornen opsteekkam en een blauw lakens manteltje met witte tressen, maar bij die voorwerpen staat geen vindplaats. Bron: Verslag der handelingen van het Friesch Genootschap over 1888-1889, p. 88 tot 90, HathiTrust; hetzelfde deel bij Google Books.

In het maandblad Oude Kunst van 1920 staan twee crucifixen, 'eveneens in geel koper gegoten' (afgebeeld als afb. 4, g en h), die 'gevonden [zijn] bij het afgraven van grond op Kingmastate te Zweins'. De schrijver hield het eerste voor het oudste en 'nog Gothisch': het profiel van het voetstuk wijkt sterk af van dat van het andere, 'dat meer klassieke vormen vertoont', en ook de Christusfiguur vond hij bij het eerste beter. Waarschijnlijk zijn het dezelfde twee die het museum van het Friesch Genootschap bijna dertig jaar eerder kocht (twee koperen kruisbeelden, dezelfde vindplaats): in het verslag over 1891-1892 staan bij de aangekochte voorwerpen 'Twee koperen crucifixen. Gevonden (volgens ontvangen opgave) bij het graven in den grond van Kingma-State te Zweins'. Bron: Verslag der handelingen van het Friesch Genootschap over 1891-1892, p. 28, HathiTrust; Oude Kunst, een maandschrift voor verzamelaars en kunstzinnigen, 1920.

Ook een heiligenbeeldje kwam er uit de grond. W. Pleyte schreef in 1877, in zijn overzicht van de oudheden van Friesland, dat bij "Kingma-State bij Zweins" een "beeldje van St. Margriet te voorschijn" kwam (een beeldje van de heilige Margaretha werd gevonden). De catalogus van het museum van het Friesch Genootschap in Leeuwarden noemt in 1881 onder nummer 449 een beeldje van "Kingma-State", "Geschenk van den heer Jhr. U. J. Heerma van Beijma thoe Kingma te Zweins"; nummer 450 is een "Dito beeldje" uit de terp van Spannum en nummer 451 een beeldje van de heilige Barbara. Waarschijnlijk is nummer 449 het beeldje van Sint-Margriet: beide bronnen noemen een beeldje van Kingma State, maar het fragment van de catalogus noemt de heilige van nummer 449 niet. De schenker was Ulbo Jetze Heerma van Beyma thoe Kingma, wiens zonen in 1849 en 1862 op Kingma State werden geboren. Bron: W. Pleyte, Nederlandsche oudheden van de vroegste tijden tot op Karel den Groote, Friesland (1877), Google Books; Catalogus van het Museum van het Friesch Genootschap (1881), nr. 449, Google Books.

Ook in de literatuur werd de verdwenen state een teken van vergane glorie. In de roman Stiefmoeder aarde (1936) van Theun de Vries, waarvan een voorpublicatie in 1935 in het maandblad De Stem verscheen, staat: "Kingma-State, en andere herenbezittingen: wat is er nog van over? Dode glorie! De adel in Friesland is …", met erna de gedachte dat de boeren er al vóór de heren waren en er nog steeds zijn: "Vóór de heren waren de boeren al hier; toen kwamen de kruisvaarders en jonkers …" Dezelfde passage staat in Wiarda, kroniek van een geslacht (1941). Bron: Theun de Vries, Stiefmoeder aarde (1936), Google Books; De Stem (1935), blz. 467, Google Books; Theun de Vries, Wiarda, kroniek van een geslacht (1941), Google Books.

De vroegere oprijlaan en opvaart naar de state, gezien vanaf de trekvaart; op de achtergrond het voormalige theehuisje.
De vroegere oprijlaan en opvaart naar de state, gezien vanaf de trekvaart; op de achtergrond het voormalige theehuisje. website Stichting Kingma State, pagina De actuele situatie; foto van de stichting · niet vermeld.
De voormalige weg naar Kingma State in september 1969: een graspad door het land, met op de achtergrond boerderijen.
De voormalige weg naar Kingma State in september 1969: een graspad door het land, met op de achtergrond boerderijen. foto A. J. van der Wal, september 1969, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, objectnummer 20228315, via Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0, naamsvermelding Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.
Kingmatille in 1948, met een plattegrond van het gehucht.
Kingmatille in 1948, met een plattegrond van het gehucht. foto in het Rijksarchief in Friesland (Tresoar), via De Kinkhoorn 9, artikel 2; herkomst en rechten niet nader vermeld.

De stichting en het booronderzoek

In 1999 richtten nazaten van de bewoners de Stichting Kingma State op, om de Kingmadag van 8 juli 2000 te organiseren en onderzoek te doen naar de state en de familie; in de oprichtingsakte stond al "het bevorderen van de herbouw van de Kingma State". Op die Kingmadag, onderdeel van de Friese reünie Simmer 2000, kwamen meer dan vierhonderd Kingma's uit de hele wereld op het stateterrein bijeen; in het theehuis vertelde Sije Fokkema het verhaal van "het enige nog bestaande gebouw van de voormalige Kingma State", en in de keukentuin stond de tent. De geschiedenis van de stichting staat op de pagina Stichting Kingma State. Bron: De Kinkhoorn 2, artikel 2; De Kinkhoorn 1, artikel 2; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State.

Op 7 en 8 oktober 2003 liet de stichting Arcadis een verkennend archeologisch onderzoek doen: 42 boringen van 125 tot 225 centimeter diep, in zes clusters ingetekend op de kadastrale kaart van 1832 (schuur en wagenhuis, zwaneneiland, gracht en huis, verhoging, brug, woning). De contouren van gebouwen en grachten bleken te kloppen met de kaart; in de boorkernen zat puin van rode, oranje en gele baksteen en aardewerk uit de Nieuwe Tijd, waaronder een geglazuurde scherf uit de zeventiende of achttiende eeuw; fosfaatresten en humeuze lagen toonden dat nog een restant van de terpmantel aanwezig is, gemiddeld een halve meter dik. Duidelijke fundamenten werden niet gevonden. Op de Kingmadag van 2005 werd de omtrek van de state met lint op het terrein uitgezet. Het onderzoek van 2010 bracht de sporen uit de IJzertijd aan het licht die in het hoofdstuk over de ligging al genoemd zijn. Bron: Arcadis, Aanvullende archeologische inventarisatie Kingma State (2004), in De Kinkhoorn 9, artikel 2; De Kinkhoorn 9, artikel 2; De Kinkhoorn 12, artikel 2; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State.

Het booronderzoek van Arcadis op het stateterrein, 7 en 8 oktober 2003.
Het booronderzoek van Arcadis op het stateterrein, 7 en 8 oktober 2003. website Stichting Kingma State, pagina over het begin van de state; foto van de stichting · niet vermeld; ook De Kinkhoorn 9.
De zes boorclusters van 2003, ingetekend op een detail van de kadastrale kaart van 1832: 1 schuur en wagenhuis, 2 zwaneneiland, 3 gracht en huis, 4 verhoging, 5 brug, 6 woning.
De zes boorclusters van 2003, ingetekend op een detail van de kadastrale kaart van 1832: 1 schuur en wagenhuis, 2 zwaneneiland, 3 gracht en huis, 4 verhoging, 5 brug, 6 woning. Arcadis, Aanvullende archeologische inventarisatie Kingma State (januari 2004), via De Kinkhoorn 9, artikel 2.

De Reginakerk

Wie de state wil zien, gaat naar de kerk van Zweins. In de achttiende-eeuwse Reginakerk, gebouwd op de resten van de middeleeuwse voorganger, liggen de zerken van Inte Jelles Kingma en Trijntje Saeckles Sanstra (met het helmteken van de uitkomende zwaan en het grafschrift "De doot die maeckt ons algelyck / In allen Stand tsy arm of ryck", de dood maakt ons allen gelijk, in elke stand, arm of rijk), van Saeckle Intes met zijn vrouw en vier jong gestorven kinderen, en van Ignatius en Jaecke van Vierssen, "vooraan midden, onder de grote kaars", met tegen de noordmuur het monument voor Jaecke. In de vloer ligt een losse steen met het Kingmawapen, bij de restauratie aangebracht; of die uit de kerk zelf komt, is onzeker. Agatha Wilhelmina van Voss werd hier in 1861 als laatste van de bewoners begraven. Bron: De Kinkhoorn 2, artikel 5; De Kinkhoorn 7, artikel 4; De Kinkhoorn 14, artikel 6; De Kinkhoorn 12, artikel 2; De Kinkhoorn 5, artikel 3.

De Reginakerk in Zweins, met de graven van Kingma's uit de zestiende en zeventiende eeuw.
De Reginakerk in Zweins, met de graven van Kingma's uit de zestiende en zeventiende eeuw. website Stichting Kingma State, pagina De actuele situatie; foto van de stichting · niet vermeld.
Interieur van de Reginakerk: links tegen de muur het monument voor Jaecke van Vierssen, vooraan midden onder de grote kaars de zerk van Jaecke en Ignatius van Kingma.
Interieur van de Reginakerk: links tegen de muur het monument voor Jaecke van Vierssen, vooraan midden onder de grote kaars de zerk van Jaecke en Ignatius van Kingma. website Stichting Kingma State, pagina over Ignatius; ook in De Kinkhoorn 7, artikel 4; foto van de stichting.

De herstelplannen

Het idee om de state te laten herrijzen ontstond bij de voorbereiding van Simmer 2000. In oktober 2000 zegde Staatsbosbeheer in beginsel erfpacht toe; in 2002 kocht de tweede stichting, Herstel Kingma State, de helft van de voormalige singel, in het najaar van 2006 bijna acht hectare voormalige Kingmagrond rond de huiskavel van Folkert de Jong (die er een straatnaambord "Folkertpad" voor kreeg), en op 4 oktober 2021 het bosperceel zelf van Staatsbosbeheer, zodat de familie weer eigenaar is van de voormalige huiskavel en tuin. Een eerste poging met een woningcorporatie strandde in 2005; op 22 januari 2007 kopte de Leeuwarder Courant 'Familie heeft plan voor herbouw Kingma State in Zweins'; in 2007 hield architectuurhistoricus Peter Karstkarel de stichting de vraag voor "herbouw van states: kitsch of nieuwe glorie?" en pleitte voor "nieuw en waarachtig eigentijds"; in 2008 nomineerde de provincie "Kingma State in nieuwe vorm" als proef-landgoed, met een structuurschets van landschapsarchitect Michael van Gessel. De bestemmingswijziging van bos en landbouwgrond naar landgoed kostte tot 2011 of 2012; daarna lag het project door de ingestorte woningmarkt stil tot 2017. Bron: De Kinkhoorn 3, artikel 5; De Kinkhoorn 12, artikel 6; De Kinkhoorn 14, artikel 7; De Kinkhoorn 15, artikel 7; De Kinkhoorn 17, artikelen 6 en 7; De Kinkhoorn 19, artikel 7; nieuwsbrieven 1 tot 8 van de Stichting Kingma State en Herstel Kingma State; Leeuwarder Courant, 22 januari 2007 (De Krant van Toen, alleen de kop).

Het huidige plan, sinds december 2020 uitgewerkt met Friso Bouw, architect Frank Vijftigschild en landschapsarchitect Frans Beune: een wooneiland op de plaats van de afgegraven terp, daarop een groot familiehuis met twee woningen en een zaal voor familiebijeenkomsten en als toonzaal van Kingma-erfgoed (de aquarel van Martin, het portret van Ignatius, zijn sjabrak en lakzegel), en twee vleugels met acht tot tien koopwoningen rond een beschutte binnenhof; eromheen een publiek toegankelijk landschapspark van tien hectare met tuinen, water, bos en weiden en een oprijlaan met laanbomen door het bos ten zuiden van de terp. Van Gessel formuleerde het zo: "De state en het omringende park moeten één geheel gaan vormen. Kingma State wordt daarmee een nieuw groen anker in het prachtige Friese landschap, open en agrarisch." Het moet bewust geen kopie worden, maar een monument van de eenentwintigste eeuw met de allure van de negentiende-eeuwse voorganger. In 2022 bereikten stichting, gemeente Waadhoeke, welstand en provincie in vier werksessies onder Bearn Bilker akkoord over een aangepast ontwerp; op 10 februari 2023 was de eerste informatiebijeenkomst met aspirant-kopers. Of de bouw sindsdien gestart is, blijkt niet uit de bronnen. Het volledige verloop staat op de pagina Archeologisch onderzoek en de herstelplannen voor Kingma State. Bron: nieuwsbrieven 1 tot 8 van de Stichting Kingma State en Herstel Kingma State; website Stichting Kingma State, sectie Kingma State.

Het ontwerp van het nieuwe buitengoed Kingma State in vogelvlucht: het wooneiland met familiehuis en twee vleugels rond de binnenhof, de oprijlaan door het bos en het landschapspark.
Het ontwerp van het nieuwe buitengoed Kingma State in vogelvlucht: het wooneiland met familiehuis en twee vleugels rond de binnenhof, de oprijlaan door het bos en het landschapspark. nieuwsbrief 8 van de Stichting Kingma State (februari 2023); ontwerp Frank Vijftigschild en Frans Beune; rechten bij de stichting en de ontwerpers.
Impressie van het nieuwe Kingma State in wintertooi, door de architect.
Impressie van het nieuwe Kingma State in wintertooi, door de architect. nieuwsbrief 7 van de Stichting Kingma State (december 2022); rechten bij de stichting en de architect.

Beelden en kaarten

Beelden en kaarten van de state, het terrein en de laatste eigenaren die niet in het verhaal hierboven staan.

De state zelf

De foto van de state van omstreeks 1860 in de versie waarin De Kinkhoorn 3 hem als eerste publiceerde, door het glas van de lijst gefotografeerd.
De foto van de state van omstreeks 1860 in de versie waarin De Kinkhoorn 3 hem als eerste publiceerde, door het glas van de lijst gefotografeerd. origineel in bezit van de familie Van Beijma thoe Kingma; reproductie Kees Kingma in De Kinkhoorn 3, artikel 2.
Een ontwerptekening van Ralf J. Kingma voor een herrezen Kingma State, uit De Kinkhoorn 3.
Een ontwerptekening van Ralf J. Kingma voor een herrezen Kingma State, uit De Kinkhoorn 3. tekening Ralf J. Kingma in De Kinkhoorn 3, artikel 7; rechten bij de maker.
Het Kingmawapen: rechts de Friese halve adelaar, links boven twee tritonshoorns, onder een pijl; helmteken de uitkomende zwaan. Opgeschoonde tekening, 2026.
Het Kingmawapen: rechts de Friese halve adelaar, links boven twee tritonshoorns, onder een pijl; helmteken de uitkomende zwaan. Opgeschoonde tekening, 2026. website Stichting Kingma State, pagina Het familiewapen, naar een tekening uit de kring van de Fryske Rie foar Heraldyk; bewerking van de stichting.
Het Kingmawapen op de losse steen in de vloer van de kerk van Zweins.
Het Kingmawapen op de losse steen in de vloer van de kerk van Zweins. website Stichting Kingma State, pagina Het familiewapen; foto van de stichting.

Het landschap en de terp

Artist impression van het kwelderlandschap met terpen en boerderijen in de vroege middeleeuwen.
Artist impression van het kwelderlandschap met terpen en boerderijen in de vroege middeleeuwen. website Stichting Kingma State, pagina over het begin van de state; herkomst en · niet vermeld.
Het kwelderlandschap van Friesland en Groningen in de vroege middeleeuwen; Kinghum lag in het midden van Westergo, ten noorden van de vaart.
Het kwelderlandschap van Friesland en Groningen in de vroege middeleeuwen; Kinghum lag in het midden van Westergo, ten noorden van de vaart. website Stichting Kingma State, pagina over het begin van de state; herkomst en · niet vermeld.
Algemene hoogtekaart van de omgeving van Zweins.
Algemene hoogtekaart van de omgeving van Zweins. website Stichting Kingma State, pagina over het begin van de state; naar het Actueel Hoogtebestand Nederland · niet vermeld.
De terp van Zweins (rechtsboven) en de afgegraven terp van Kingma (midden) op de hoogtekaart.
De terp van Zweins (rechtsboven) en de afgegraven terp van Kingma (midden) op de hoogtekaart. website Stichting Kingma State, pagina over het begin van de state · niet vermeld.
Detail van de Grote Historische Atlas van Nederland (1851 tot 1855): de state met grachten en bebouwing in het weideland, singel en opvaart in een rechte lijn vanaf de trekvaart.
Detail van de Grote Historische Atlas van Nederland (1851 tot 1855): de state met grachten en bebouwing in het weideland, singel en opvaart in een rechte lijn vanaf de trekvaart. Grote Historische Atlas van Nederland 1:50.000, deel 2 (1851 tot 1855), via De Kinkhoorn 9, artikel 2; de kaart is publiek domein; ook op de website, pagina De state op kaarten.
Kaart van de grietenij Franekeradeel van Schotanus (1698).
Kaart van de grietenij Franekeradeel van Schotanus (1698). website Stichting Kingma State, pagina De state op kaarten; de kaart is publiek domein.
Zweins met Kingma State op het gedeelte van de kaart van Eekhoff (1852) dat J.J. Kalma in 1978 bij zijn artikel over Eduard Marius van Beyma afdrukte.
Zweins met Kingma State op het gedeelte van de kaart van Eekhoff (1852) dat J.J. Kalma in 1978 bij zijn artikel over Eduard Marius van Beyma afdrukte. Wopke Eekhoff, Nieuwe Atlas van Friesland (1849 tot 1859), via De Kinkhoorn 13, artikel 5; de kaart is publiek domein; ook op de website, pagina De state op kaarten.
Het Van Harinxmakanaal bij Zweins, de verbrede trekvaart, waar tot 1946 de brug van Kingmatille lag.
Het Van Harinxmakanaal bij Zweins, de verbrede trekvaart, waar tot 1946 de brug van Kingmatille lag. De Kinkhoorn 6, artikel 4; foto Stichting Kingma State.

Uit het familiearchief Van Beijma thoe Kingma

Kaart van de Vijfdeelen Zeedijken Contributie Binnendijks, de zeedijk van Harlingen tot Dijkshoek, gedrukte strookkaart uit de eerste helft van de negentiende eeuw, "op last van Heeren Dijks-gedeputeerden Reinder Fontein, Jhr. Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma en G. Pettinga G.Z. Sekretaris".
Kaart van de Vijfdeelen Zeedijken Contributie Binnendijks, de zeedijk van Harlingen tot Dijkshoek, gedrukte strookkaart uit de eerste helft van de negentiende eeuw, "op last van Heeren Dijks-gedeputeerden Reinder Fontein, Jhr. Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma en G. Pettinga G.Z. Sekretaris". Tresoar, Kaarten- en prentenkabinet, deelcollectie Fa. M.H. Kingma te Makkum, toegang 358 kaartnummer 14041, beeldbank item 27067; publiek domein.

Tresoar bewaart ook een getekend portret van Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma door Douwe de Hoop (16,5 bij 21,8 cm, negentiende eeuw, kaartnummer 14287), waarvan geen scan online staat; een scan is bij Tresoar op te vragen. Bron: portret van jhr. J.M. van Beyma thoe Kingma door Douwe de Hoop, Tresoar toegang 358 kaartnummer 14287.

Het familiearchief bevat verder nog tientallen kaartjes van landbezit elders (Dronrijp, Hallum, Kubaard, Warga, Hindeloopen), patriottenprenten uit de tijd van Coert Lambertus, ontwerpen voor rouwborden, zeedijkprofielen en stadsplannen. Die hebben geen verband met Zweins of de state en staan daarom niet in dit artikel; ze zijn te bekijken in de beeldbank van Tresoar. Bron: kaarten en prenten uit het familiearchief Van Beijma thoe Kingma, Tresoar toegang 358 (kaartnummers 737 tot 764 en 14279 tot 14297), en toegang 319 in de archieven van Tresoar.

Het herstelplan

Schets van de plattegrond van de nieuwe state en het parklandschap uit nieuwsbrief 1 (mei 2020).
Schets van de plattegrond van de nieuwe state en het parklandschap uit nieuwsbrief 1 (mei 2020). nieuwsbrief 1 van de Stichting Kingma State; ontwerp Michael van Gessel; rechten bij de stichting en de ontwerper.
Een foto uit 1886 van Heringastate, het Popta Slot te Marssum, die Peter Karstkarel in 2007 als inspiratiebron voor de herbouw van Kingma State aanwees.
Een foto uit 1886 van Heringastate, het Popta Slot te Marssum, die Peter Karstkarel in 2007 als inspiratiebron voor de herbouw van Kingma State aanwees. foto 1886, via De Kinkhoorn 17, artikel 6 (lezing Karstkarel); de foto is publiek domein.

Verder onderzoek

Wat de bronnen niet beantwoorden, en waar het antwoord te zoeken is (per vraag de bron van de vraag):

Personen in dit artikel

Open de interactieve stamboom

‹ Kingma State bèta

Stamboom laden…