II De familie
Kingma State (artikel)
Sate, state en terrein bij Zweins, van 1400 tot nu
Kingma State bij Zweins, drie kilometer oostelijk van Franeker, begon als de boerderij Kinghum op een terp en groeide onder zes generaties Kingma uit tot een buitengoed met gracht, tuinen, opvaart en zwanenrecht. Na kolonel Ignatius van Kingma (1621 tot 1700) vererfde het naar de families Van Gemmenich en Van Beijma thoe Kingma, tot het huis in 1864 op afbraak werd verkocht. Dit artikel volgt de state van de eerste vermelding in 1413 tot de herstelplannen van vandaag, met de schetsplattegrond, de kaarten en de prenten uit het familiearchief.

Wie vandaag vanaf het Van Harinxmakanaal bij Kingmatille het weiland in kijkt, ziet een rechte bomenlaan die naar een bosje loopt. Dat bosje, ter plaatse 't Hofke of "het slot" genoemd, is alles wat er van Kingma State is overgebleven: ruim twee hectare met daarin de flauwe sporen van een gracht en een verdwenen terp. Zes eeuwen lang was dit de plek waar de naam Kingma vandaan komt. Dit artikel vertelt de geschiedenis van de sate, de state en het terrein, van de eerste vermelding in 1413 tot de plannen om er weer een huis te bouwen, en laat daarbij de kaarten, tekeningen en prenten zien die van de state bewaard zijn gebleven. Bron: [59], [61].
In het kort
Kingma State lag zuidwestelijk van het dorp Zweins, drie kilometer ten oosten van Franeker, op een terp aan de kwelderwal die de Salverderweg volgt. Rond 1400 was de boerderij Kinghum eigendom van de Franeker hoofdelingenfamilie Sjaarda en de enige "rechtvoerende" sate van Zweins: de eigenaar mocht om de zeven jaar een van de acht rechters van Franekeradeel leveren. In de zestiende eeuw werkten de bewoners, de Kingums, zich op van pachters tot eigenerfde boeren; rond 1600 was de boerderij zo verbouwd dat men van een state sprak. In 1611 verkocht Hendrick Jelles Kingma de state aan zijn neef Saeckle Intes Kingma; diens zoon Ignatius van Kingma, kolonel van een regiment ruiters, was van 1652 tot 1700 de laatste Kingma op de state. Via zijn testament ging het buitengoed naar de familie Van Gemmenich en in de achttiende eeuw naar de Van Beijma's, die er als grietmannen van Franekeradeel woonden en de naam "thoe Kingma" aannamen. In september 1864 liet Ulbo Jetze Heerma van Beijma thoe Kingma, zoon van Julius Matthijs, het huis op afbraak verkopen; de terp werd afgegraven, alleen het theehuisje aan de trekvaart bleef staan. Sinds 1999 laat de Stichting Kingma State de geschiedenis onderzoeken en werkt de stichting Herstel Kingma State aan een nieuw buitengoed op dezelfde plek. Bron: [19, art. 4], [25, art. 4], [30, art. 3], [24, art. 3], [60].
Naam en ligging
Het landschap waarin de state lag is oud. Ruim tweeduizend jaar geleden was het een waddengebied, een delta van de rivier de Oer-Boorne, met geulen waardoor het zeewater in- en uitstroomde. Tussen de geulen ontstonden kwelderwallen van zavelige grond, meestal oost-west lopend, en daarachter bezonk de zware knipklei. Op die wallen gingen mensen wonen; toen de zeespiegel steeg, hoogden zij hun woonplekken op met grond en mest, tot terpen. De Salverderweg, die eeuwenlang Franeker met Leeuwarden verbond, volgt de kwelderwal waarop vier terpen met een naam liggen: Edum, Sjaarda, Salverd en Kinghum. Bij het archeologisch onderzoek van 2010 op het stateterrein kwamen aardewerkscherven en houtskool tevoorschijn die vermoedelijk uit de pre-Romeinse IJzertijd stammen: op de terp Kinghum woonden ruim tweeduizend jaar geleden waarschijnlijk al boeren. Bron: [25, art. 4], [59], [55].

De naam van de terp verklaart de site uit de scherpe bocht, een "kink", die de weg ter plaatse maakte: het "hum" of heem bij de kink in de weg; de bewoners heetten daarnaar Kingumer of Kinguma en later Kingma. Een andere lezing, in De Kinkhoorn, laat "um" gewoon "hiem" of erf betekenen, zoals in zoveel Friese plaatsnamen, zodat Kinghum het heem van een zekere Kinge kan zijn geweest. De uitgang "a" die er in de zestiende eeuw bij kwam betekende in het Oudfries "nakomeling van". Welke verklaring de juiste is, zeggen de bronnen niet; de uitgebreide bespreking staat op de pagina De naam Kingma. Bron: [59], [19, art. 4], [31, art. 7].
De ligging was gunstig. In 1507 en 1508 werd de trekvaart van Leeuwarden naar Franeker gegraven, volgens Steenstra (1845) in het eerste jaar "tot aan Kingmastate gebragt" (tot aan Kingma State gebracht) en pas het jaar daarop tot Franeker. Waar de landweg van Franeker naar Leeuwarden de vaart kruiste kwam een brug, in het Fries een tille, en daaromheen groeide de nederzetting Kingmatille, in de volksmond Keimpetille: een tolhuis, een brugwachterswoning, herbergen en later een steenfabriek. De state lag een paar honderd meter noordwestelijk van die brug, met een eigen opvaart naar de trekvaart en een oprijlaan of singel ernaast. De omgeving van de state, de tille en het dorp staat uitgebreider op de pagina Kingmatille, Zweins en omgeving. Bron: [33, art. 1], [54], [59].

De sate en de Kingma's, 1400 tot 1700
De Sjaarda's en de rechtvoerende sate Kinghum
Rond 1400 hoorden de boerderijen op de kwelderwal bij het bezit van de Sjaarda's (Syaerda, Sjaerdema), een van de machtigste hoofdelingengeslachten van Westergo, dat in 1449 een kasteel binnen de grachten van Franeker liet bouwen. Uit de "Ordinatie van de rechtsomgang in Franekeradeel" en het bijbehorende register van 1406 tot 1438 blijkt dat Kinghum de enige rechtvoerende state van Zweins was. Zo'n state leverde bij toerbeurt een van de acht rechters van de grietenij, van wie er één grietman werd. Sicke Sjaarda was in 1408 rechter namens Salverd, in 1409 namens Sjaarda en in 1413 namens Kinghum; Kinghum kwam eens in de zeven jaar aan de beurt. De historicus Paul Noomen telde in Franekeradeel ongeveer 250 sates, waarvan 92 rechtvoerend; Kingma was in 126 jaar drie keer aan de beurt, de Sjaarda's met al hun goederen minstens 43 keer. De sate was toen nog pachtgoed van de Sjaarda's. Bron: [1], [25, art. 4], [35, art. 4 en 5].
In 1510 vermaakte de adellijke vrouwe Edwer Sjaarda haar aandeel in het "gued thoe Kinghum" (het goed te Kinghum), dat negen florijnen per jaar opbracht plus de voeding van een hengst om de andere winter, aan haar kleindochter Lutke, getrouwd met Gerrolt van Herema van Tzum; stierf Lutke eerder, dan moest het goed bij de Sjaarda's blijven. De Herema's waren in de vijftiende eeuw de leidende hoofdelingen van Zweins zelf; hun state Heerma lag vlak bij Kinghum. Bron: [2], [20, art. 4], [25, art. 4], [33, art. 2].
Jelle Kingum, Pieter Jelles en het Register van den Aanbreng
De oudst bekende Kingma is Jelle Kingum, geboren omstreeks 1450 en overleden op de sate, volgens de genealogie tussen 1514 en 1538. Zijn oudste zoon Pieter Jelles was in 1511 en 1514 de gebruiker van het goed. Het Register van den Aanbreng, het belastingregister van 1511, geeft de verhoudingen. Noomen citeert de post zo: "Peter Kenghum geft dit jaer toe huyer: Aan Gerrelt Herrem heerscip 9 fl; Ende zyn faer ende moer: 16 fl.; Ende Johannes, vicarius in Franeker: 14 fl; Ende heer Sybren, vicarsi in Peyns: 24 st.; Ende de patroon in Sweyns: 6 st." (Pieter Kingum betaalt dit jaar aan huur: aan de heerschap Gerrolt Herema negen florijnen; aan zijn vader en moeder zestien florijnen; aan Johannes, vicaris in Franeker, veertien florijnen; aan heer Sybren, vicaris in Peins, 24 stuivers; en aan de patroonheilige van Zweins zes stuivers). Om het andere jaar hield hij bovendien een hengst op stal voor Swob Sjaarda en Gerrolt Herema. De Kinkhoorn rekent daaruit dat Jelle voor 16/40 eigenaar was en de vicaris Johannes Petri voor 14/40; Noomen leest hetzelfde als het bewijs dat de Kingums nog grotendeels pachters waren en dat de veertien florijnen een eeuwige rente van het Crispinus-en-Crispinianusleen te Franeker waren, geen familiebezit. Wat er precies eigendom en wat pacht was, blijft daarmee onzeker; de pagina Jelle Kingum en zijn voorgeslacht zet de lezingen naast elkaar. Bron: [3], [20, art. 4], [30, art. 3], [36, art. 3 en 4].
Dat de familie zich intussen als eigenaar gedroeg, blijkt uit een rechtszaak van 1529. "Pieter to Kemgum wonachtig tot Sweyns voer hem ende syn broeders ende susters segt dat hem hoort de jacht soe verre als het lant stereckt van der sate geheeten Te Kemgum … Allegert possessie vyfftich jaeren ende hefft geen brieven" (Pieter te Kingum, wonend te Zweins, zegt voor zichzelf en zijn broers en zusters dat hem de jacht toekomt zover het land van de sate Te Kingum strekt; hij voert vijftig jaar bezit aan maar heeft geen brieven). Gerrolt Herema protesteerde, mede namens de Sjaarda's, en was tegelijk de rechter die erover moest oordelen. Het ging om de zwanenjacht: Kingma hoorde tot de negen goederen in de streek met zwanenrecht, en de zwaan bleef het teken van de familie, als helmteken op het wapen en als "zwanendrift" op het buitengoed, tot in de verkoopadvertentie van 1864. In 1552, vier jaar voor zijn dood, was Pieter Jelles gevolmachtigde ten landsdage, een positie voor eigenerfden en edelen; daarmee is de overgang van pachter naar eigenerfde zichtbaar. Bron: [4], [33, art. 2], [35, art. 5], [36, art. 3], [20, art. 3].
Eigenerfden: Jelle Pieters en Pieter Jelles
Jelle Pieters Kingum volgde zijn vader op en breidde het bezit uit. In het familiearchief zijn koopbrieven van hem bewaard uit 1571 (land op Hinixteterpstra sate te Schalsum, gekocht van Claes Pieters op Foppinga sate bij Dronrijp), uit 1579 ("De Betert", ten noordwesten van de state) en uit 1580 (land in "Kingma zate te Sweins"); in die akten verandert de naam van Kingum via Kinguma in Kingma. Met zijn zoon Pieter Jelles Kingma, de latere gedeputeerde van Friesland, stond hij op 22 december 1597 voor het gerecht van Franekeradeel, aangeklaagd door de steenbakker Pyter Taekezn, met wie zij om het visrecht in de vaart tussen Franeker en de Hornebrug bij Dronrijp streden. De Kingums waren "tsavonts by nachte aen Pyter Taekezn. hiem gekomen met geladen roeren dselve losgeschoten, ende also hem ende synen familie groot gewalt ende confuys hadden gedaan, scheldende voor een stuck schellem, dieff ende diergelycke" ('s avonds in het donker op het erf van Pieter Taekes gekomen met geladen geweren, die afgeschoten, en hadden zo hem en zijn gezin groot geweld en verwarring aangedaan, hem uitscheldend voor schelm, dief en dergelijke). Zij kregen kleine boetes, maar hun visrecht, dat "al meer dan honderd jaar" bestond, werd bevestigd. Bron: [6], [5], [21, art. 6], [19, art. 8], [36, art. 4].
Rond 1600 was de boerderij zo verbouwd dat er van een state gesproken werd; op de kaarten van Schotanus uit 1664 en 1718 heet Kingma dan ook een eigenerfde state, in het Latijn patriciorum sedes, en geen adellijke sedes nobilium. Pieter Jelles en zijn vrouw Aelcke Heredr bezaten volgens De Kinkhoorn een vijfde van 45 pondemaat van de state; de rest was waarschijnlijk van zijn broers en zusters. Beiden overleden omstreeks 1610 te Zweins; hun zoons Hero en Johannes waren toen twaalf en vijf jaar. Bron: [19, art. 4], [33, art. 3], [30, art. 3].
De koopbrief van 1611
Hoe Pieters broer Hendrick Jelles, die in Peins woonde, daarna eigenaar werd is niet bekend; mogelijk kocht hij de erfdelen van de jonge kinderen op en trad hij als voogd op. In november 1610 verklaarde een Thomas Stoffelsz. uit Sneek dat Saeckle Yntes recht had op de helft van 130 pondemaat land "in Kingma State" als Thomas er zelf "aan bleef hangen", dus als zijn bod bij een provisionele verkoping stand hield. Op 9 augustus 1611 volgde de grote koop. Notaris Van Tongeren schreef: "Hendrick Jelles Kingma tot Peijns woenende, doe condt ende bekenne, Saeckle Intes Kingma ende Buke Tomas dr echteluyden toe Balcke woenen toe saemen, voer die eene helfte, ende Ryurdt Saeckles toe Cubaerdt woenende voer die ander helfte, vercoft te hebben" (Hendrick Jelles Kingma, wonend te Peins, maak bekend en verklaar aan Saeckle Intes Kingma en Buke Thomasdochter, echtelieden wonend te Balk, samen voor de ene helft, en aan Ruurd Saeckles wonend te Kubaard voor de andere helft, verkocht te hebben). Verkocht werd volgens het verslag van de heer Veldman "de huisinge, schuure, hovinghe, bomen ende plantagie, de visserhuysinge gerechtigd tot ende aende visserij, zwanejacht en andesins sampt lasten en profytte wijders daartoe aen ende op behorende exempt tytel, waepen ende legerstede, 't welck vercooper aan mij reservere en onderholden van Kingmatille, van mijn olderen aanbeerft" (het huis, de schuur, de hof, bomen en beplanting, het vissershuis met het recht op de visserij, de zwanenjacht en wat er verder aan lasten en baten bij hoort, uitgezonderd titel, wapen en grafstede, die de verkoper aan zichzelf voorbehoudt, en het onderhoud van Kingmatille, van mijn ouders geërfd), plus "dertichste halve pondemaat" land, 29½ pondemaat, bijna elf hectare. Bron: [6], [21, art. 4], [25, art. 4], [30, art. 3].

De koopsom was 3670 gulden, in drie termijnen; De Kinkhoorn 3 spreekt van goudguldens, het verslag van Veldman en de site van carolusguldens van 28 stuivers. De koper was ongeveer 27 jaar en nog geen jaar getrouwd; zijn oom van moederskant Ruurd Saeckles, die in 1618 overleed, trad waarschijnlijk op als geldschieter. Hendrick schreef zijn betalingsverklaringen in de marge van de akte; op 14 november 1634 was alles verrekend. Of "titel en wapen" nu wel of niet mee verkocht werden, lezen de bronnen verschillend: de transcriptie in De Kinkhoorn 3 telt ze bij de koop, Veldman laat de verkoper ze voorbehouden. Hendricks enige zoon Rienck stierf rond 1635 als student; zijn erfdelen werden in 1635 en 1636 door negen partijen erfgenamen aan Saeckle verkocht, elk voor 1025 florijnen, en daarmee, zo veronderstellen Veldman en de site, ook het wapen en de titel die Hendrick in 1611 had achtergehouden. Als die erfenis de niet verkochte gronden van de state betrof, was Kingma State rond 1635 zo'n 19.000 florijnen waard. Bron: [21, art. 4], [25, art. 4], [30, art. 3], [7], [59].
Saeckle Intes en de eerste kaarten met de state
Saeckle Intes van Kingma (ca. 1584 tot 12 februari 1652), zoon van de Schalsumer boer Inte Jelles en Trijntje Saeckles Sanstra, woonde in Balk, Franeker en Zweins, was gecommitteerde in de Rekenkamer van Friesland en volmacht ten landsdage, en in 1640 als ouderling van Zweins lid van de provinciale synode. Hij kocht land in 1630, 1633, 1635, 1637 en 1642; in 1618 drong de stad Leeuwarden erop aan dat hij de brug bij Kingmatille opknapte, het onderhoud dat in 1611 uitdrukkelijk bij de state was gebleven. Vier van zijn kinderen stierven jong en liggen met hun ouders onder één zerk in de kerk van Zweins; over bleven Catharina, getrouwd met de Franeker secretaris Jacob van Gemmenich, en Ignatius. Bron: [30, art. 3], [25, art. 4], [21, art. 4].
In deze jaren verscheen de state voor het eerst op een kaart. Kaartenmakers tekenden tot dan alleen steden, dorpen en water; de Groninger Barthold Wicheringe zette in 1616 als eerste voorname huizen op een kaart, en op de "Frisia Occidentalis" van de Franeker hoogleraren Adrianus Metius en Pier Winsemius uit 1622 staat bij "Sueins" een tekentje voor een nobilium aedes, een voornaam huis, met de naam Kingma; ook Herama State in Zweins kreeg zo'n teken. De bekendste kaart is die in de Atlas Maior van Joan Blaeu (1662 en 1665), gedrukt van een koperplaat die Hondius in 1629 graveerde: Zweins met een kerkje, Kingma en Herama als "nobel huis", de weg van Franeker naar Leeuwarden die bij Kingma State de trekvaart kruist, en het jaagpad. De volledige reeks kaarten, van Jacob van Deventer (1545) tot de Topografische Militaire Kaart van 1862, staat op de pagina Kingma State en Zweins op oude kaarten. Bron: [36, art. 2], [31, art. 5], [32, art. 3], [48].


Ignatius van Kingma, de laatste Kingma op de state
Na de dood van zijn vader in 1652 werd Ignatius van Kingma (gedoopt als Ynte Saeckles, 1621 tot 1700) eigenaar en bewoner. Hij was beroepsmilitair: kornet in 1647, ritmeester in 1655, kolonel van een regiment ruiters van de Staten-Generaal vanaf 1671, en in het Rampjaar 1672 lag zijn regiment bij Huissen en Muiden. Zijn eerste vrouw Jaecke van Vierssen stierf 33 weken na de bruiloft met haar kind; met zijn tweede vrouw Ydt van Meynsma kreeg hij twee kinderen die jong stierven. Tussen 1666 en 1692 kocht hij boerderijen rond Peins. Zijn leven staat op de pagina Ignatius van Kingma; hier gaat het om wat hij met de state deed. Bron: [22, art. 2], [25, art. 4], [30, art. 3].

Met zijn buurman leefde hij op gespannen voet. In 1683 had hij een geschil met professor Van der Waeyen, theoloog te Franeker en eigenaar van Groot Heerma, over het recht van overreed: de professor en zijn dienstbode mochten het pad over het landgoed Kingma niet meer gebruiken en moesten "de ordinaire weg na de kerke van Sweins door de hecken en over het bovengewagte brugje" nemen (de gewone weg naar de kerk van Zweins, door de hekken en over het bovengenoemde brugje), op een boete van vijftig gouden friskia lijders. Het kerkpad dat Kingma State met Zweins en Groot Heerma verbond, met een stenen brug over de opvaart, is nu de verharde Hoofdweg. Bron: [24, art. 5], [57], [59].
Omdat hij geen wettige kinderen had, regelde Ignatius zijn nalatenschap in drie testamenten (1683, 1696 en 1698), die op de pagina De testamenten van Ignatius van Kingma zijn uitgewerkt. Het "solemneele testament" van 14 december 1696 maakt zijn neef dr. Zacheus van Gemmenich, advocaat voor het Hof van Friesland, tot universeel erfgenaam en legt op het bezit een fideicommis: de erfgenaam is beheerder, mag niets verkopen en moet alles als één geheel aan een vooraf aangewezen opvolger nalaten. Hij moet de state bewonen of "ten minsten dienstboden, vuur en ligt daer op sijne costen te houden, sonder het groothuis aen een vreemd te mogen verhuiren" (ten minste dienstboden, vuur en licht op eigen kosten aanhouden, zonder het grote huis aan een vreemde te mogen verhuren), de naam "thoe Kingma" en het Kingmawapen voeren, elke tien jaar een inventaris opmaken en binnen een jaar de wapens van Ignatius en Jaecke op de zerk in de kerk van Zweins laten houwen, telkens op boete van honderd carolusguldens aan het Nieuw Weeshuis te Leeuwarden. Bron: [8], [29, art. 4], [30, art. 2].
Het testament beschrijft de state zelf als eerste van twaalf "vastigheden": "Kingma State met de Huisinge, Plantagie, vrije vissernije sig strekkende van Franeker aen Ripster rijdbrugge, swanejagt gelijk ik en mijne voorouders dezelve altoos gerustelijk gebruikt en gepossideerd hebben, de gestoelten in beide de kerken, sampt kelder en graven, met verdere praeëminenten en servituten van ouds er toe en aenbehorende groot een hondert pondte gelegen tot Sweins bij mij testator jegenwoordig bewoond" (Kingma State met het huis, de beplanting, de vrije visserij van Franeker tot de rijbrug van Dronrijp, de zwanenjacht zoals ik en mijn voorouders die altijd ongestoord gebruikt en bezeten hebben, de gestoelten in beide kerken, met kelder en graven, met de verdere voorrechten en erfdienstbaarheden die er van ouds bij horen, honderd pondemaat groot, te Zweins, nu door mij, de testateur, bewoond). Daarna volgen een sate van 25 pondemaat aan Kingmatille, vier "camers" aan de trekweg, het tichelwerk met huis en schuur en 25 pondemaat "cleiland", Rinnerda sate en de stemdragende stelle Bervert te Zweins, en boerderijen te Tzum, Herbaijum, Dronrijp, Peins en Doijum: samen ongeveer 576 pondemaat, zo'n 192 hectare. Jeroen Kingma berekende uit het floreenkohier van 1700 in HISGIS 212 pondemaat in Zweins en 268 elders, samen 560 pondemaat of ongeveer 206 hectare; de site spreekt van ruim 800 pondemaat, circa 300 hectare. De cijfers lopen dus uiteen, maar allemaal maken zij Ignatius tot de grootste grondbezitter onder de toen levende Kingma's. Bron: [8], [30, art. 2], [31, art. 4], [59].


Ignatius overleed in november 1700 (de bronnen geven 19 en 26 november) en werd bij zijn eerste vrouw in de kerk van Zweins begraven. Zijn zerk kreeg, zoals het testament eiste, beide wapens; in de Franse tijd, toen een kennisgeving van het gerecht van Franekeradeel gebood dat vóór 1 oktober 1796 de "fideicommissaire wapenen en andere teekenen op Kingmastate en in de kerken" moesten verdwijnen, werd de bovenste helft weggehakt. De onderste helft, met de poot van de adelaar en de pijl, bleef vermoedelijk gespaard doordat er iets overheen stond. Het Kingmawapen zelf, met de halve adelaar, de twee kinkhoorns en de pijl, en de zwaan als helmteken, is beschreven op de pagina Het familiewapen. Bron: [9], [30, art. 2], [22, art. 2], [20, art. 5].

Het huis en het terrein
De schetsplattegrond uit het familiearchief
Van de aanleg van het buitengoed is één plattegrond bewaard: een potloodschets van 20 bij 32 centimeter in het familiearchief Van Beijma thoe Kingma, door Tresoar gedateerd tussen 1800 en 1850. Wie hem tekende is niet bekend, en ook niet of hij de bestaande toestand weergeeft of een plan voor een herinrichting dat misschien nooit is uitgevoerd. Lucas Pieters Roodbaard (1782 tot 1851) ontwierp in die jaren veel Friese buitens en tuinen, maar niets wijst hem als maker aan. De schets is de sleutel tot alles wat de andere bronnen over het terrein zeggen. Bron: [37], [20, art. 5], [25, art. 2], [59].

Wie het blad met de trekvaart links legt, ziet het buitengoed als een rechthoek van water en lanen. Onderaan loopt de "opvaart" van de trekvaart naar het huis, met de maten 412, 93, 73 en 73 erlangs (de eenheid staat er niet bij); op de hoek van trekvaart en opvaart staat het "Zomerhuis", het latere theehuisje. Het terrein zelf is omgracht en in drieën gedeeld. In het midden ligt het "Heerehuis" met daarnaast de schuur; daarachter, via een brugje, de "Binnentuin", een omgracht vierkant met in het midden een onduidelijk element en op de vier hoeken de beelden van Juno, Ceres, Diana en Automatia; rechts daarvan de "Keukentuin". Langs de rand een bosperceel met een wandelpad, en een weg. In De Kinkhoorn heet hetzelfde blad "Ryksargyf 4160-7 nr. 750"; het hoort bij inventarisnummer 2105 van het familiearchief (toegang 319), waaruit de kaarten en tekeningen naar het Kaartenkabinet zijn overgebracht. Bron: [37], [20, art. 5], [44].
Het herenhuis
Van het huis zelf weten we hoe het er in zijn laatste jaren uitzag. Het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden van 1847 beschrijft het zo: "Deze state, welke voor dezen galg en rad voerde, maakt thans het grootste sieraad van het dorp Sweins uit. Zij heeft een zeer schoon gebouw en fraaije hovingen, welke eene oppervlakte van 7 bund. 34 v.r. 87 v. ell. beslaan" (deze state, die vroeger galg en rad voerde, dat wil zeggen het recht van hoge rechtspraak had, is nu het grootste sieraad van het dorp Zweins; zij heeft een zeer mooi gebouw en fraaie tuinen, die samen ruim zeven hectare beslaan). Kort voor de afbraak legde de Leeuwarder tekenmeester Albert Martin het huis vast in een potloodtekening, een aquarel en een litho, alle vanuit dezelfde hoek, vermoedelijk in opdracht van het Fries Genootschap, dat te slopen staten liet vereeuwigen en waarvan de bewoner medeoprichter was; de originelen liggen in het depot van het Fries Museum. Bron: [15], [19, art. 8], [20, art. 5], [21, art. 2], [50].

Nog bijzonderder is een foto, gemaakt in de jaren vóór 1864 door een onbekende fotograaf, in het prille begin van de Nederlandse fotografie. Het origineel is in bezit van de familie Van Beijma thoe Kingma; het bestuur van de stichting mocht het in 2001 door het glas van de lijst fotograferen. De foto is van dichtbij genomen, iets links van het midden, zodat niet te zien is dat het huis twee beuken diep is; wel dat het gepleisterd is, met een omlijste voordeur en een omlijst venster erboven, een dakkapel en schoorstenen op de hoeken. Zeven personen staan voor de gevel, vermoedelijk bewoners en personeel. De pleisterlaag en de bouwstijl doen negentiende-eeuws aan: het veel oudere huis was mogelijk door de laatste bewoners nog verbouwd. De foto bewijst ook dat Martin het gebouw betrekkelijk getrouw tekende, al nam hij "nogal wat artistieke vrijheid". Bron: [21, art. 2], [46], [50].


Het huis was dus een gepleisterd, twee beuken diep herenhuis onder een schilddak, met een schuur, stalling, wagenhuis en arbeiderswoning ernaast; de verkoopakten van 1864 noemen ze afzonderlijk. Boven de deur zat het wapen, dat de verkoper in 1864 uitdrukkelijk aan zichzelf hield. Van de indeling binnen is alleen bekend wat het testament van 1696 noemt: het behang, de ledikanten, schilderijen, bedden en stoelen "beneden in 't huis van Kingma State", die daar moesten blijven. Bron: [13], [24, art. 3], [29, art. 4], [59].
Binnentuin, beelden en zwanen
De binnentuin achter het huis lag als een eiland in de gracht, bereikbaar over een brugje. Op de hoeken stonden vier beelden: Juno, de godin van het huwelijk; Ceres, de godin van de landbouw; Diana, de jachtgodin; en Automatia, de godin "die de buiten menselijk toedoen plaatsgrijpende gebeurtenissen bewerkt", zonsopgang en ondergang, eb en vloed, ook bekend als Tyche of Fortuna. Waar die beelden gebleven zijn, vertelt geen bron. In de percelenakte van 1864 staat bij perceel 7, de opvaart: "De steenen beelden en losse steenen in het houtgewas blijven buiten de koop"; of daarmee de tuinbeelden of de leeuwen bij de ingang bedoeld waren, is niet uit te maken. Bron: [20, art. 5], [25, art. 2], [13].
Rond de tuinen lag een gracht, en op de kaarten van 1640/1700 en 1832 ligt ongeveer tweehonderd el ten noorden van het huis de zwanenpoel. De Kingma's hadden het recht van zwanendrift, het fokken van zwanen, vooral om het dons; in het wapen staat de pijl daar waarschijnlijk voor. In september 2000 werd met archeologen van Archis vastgesteld dat het zwaneneilandje in de westhoek van de oude slotgracht nog terug te vinden is. Volgens de Stads- en dorpskroniek van Wumkes werd het recht van zwanendrift in 1882 nog eens geveild, samen met huis, erf, grond en zwaneneiland op de voormalige state; hoe dat zich verhoudt tot de verkoop van 1864 is onduidelijk. Bron: [20, art. 3 en 5], [16].

Keukentuin, bos, singel, opvaart en zomerhuis
Rechts van de binnentuin lag de keukentuin, waar op de Kingmadag van 2000 de tent stond. De kadastrale kaart van 1832 tekent het perceel als bouwland en "PlazierBosch" met een rondlopend wandelpad over een brugje: een landschappelijk bosje, zoals dat in die jaren mode was. De toegang begon bij de trekvaart. Daar stond het zomerhuis, een theehuisje aan het water, met ernaast een toegangspoort met het jaartal 1657; van dat huisje af liep de singel, de oprijlaan met bomen, in een rechte lijn noordwestelijk naar de state, en ernaast de opvaart waardoor men per boot bij het huis kon komen. De opvaart werd bij het kerkpad naar Zweins door een stenen brug gekruist. In 1757 verkocht "Mevrouw de wed. Beyma" bij boelgoed zo'n 180 iepen en enige essen van deze singel, "meest alle extra gaaf" (bijna allemaal buitengewoon gaaf) en gelegen "aan de Harlinger Trekvaart, en dus zeer commoot om te worden afgevoerd" (dus heel gemakkelijk af te voeren): de vroegste vermelding van de state in de Leeuwarder Courant. Bron: [20, art. 5], [21, art. 7], [26, art. 2], [34, art. 5], [59].


De leeuwen
Op de aquarel van Martin staan bij de ingang van het terrein twee zuilen met daarop zittende leeuwen die met een voorpoot een wapenschild vasthouden; welk wapen erop stond en wanneer ze geplaatst werden, is onbekend. Coert Lambertus van Beijma thoe Kingma vertelde in 2001 dat zijn vader de leeuwen in 1945 nog bij de toegangspoort had gezien, en dat hijzelf er één, beschadigd, bij het huis van de dokter in Dronrijp had gezien. Die leeuw, van huisarts Van der Kooi, met hem meeverhuisd naar Harlingen, spoorde Kees Kingma in 2002 op en fotografeerde hij: "niet veel meer dan een kop met lange manen", geen zittende leeuw zoals op de aquarel, zodat ernstig getwijfeld wordt of hij van de state komt. Volgens de oud-inwoner van Kingmatille Bauke Saakstra stonden bij de ingang van de oprijlaan aan de trekvaart bovendien liggende leeuwen; er kunnen er dus meer dan twee zijn geweest. Bron: [23, art. 5], [24, art. 5], [25, art. 2].

De state op de latere kaarten
Op de grietenijkaart van Schotanus (1698) en in zijn atlas (1718) staat Kingma met Kingmatille, tolhuis en brug, en de omringende staten Groot Heerma, Rinnerda en Van der Waeyen. De Prekadastrale Atlas fan Fryslân (situatie 1640/1700, uitgegeven door de Fryske Akademy in 2000) toont vijf staten in Zweins, "grote welvaart", waarbij Kingma State opvalt door de perceelgrootte en de grachten; in Kingmatille een tolhuis en een steenfabriek; en op het aangrenzende perceel ten noordwesten van de state een terp waarop mogelijk de sate stond die aan de state voorafging. De kadastrale kaart van 1832 tekent naast Kingma alleen nog Heerma en Rinnerda (Groot Heerma was in 1814 afgebroken) en geeft de terp niet meer aan, terwijl de Militaire Topografische Kaart van 1854 hem "merkwaardig genoeg" nog wel toont. Op de atlas van Eekhoff (1849 tot 1859) en de Grote Historische Atlas (1851 tot 1855) ligt de state met grachten, bebouwing, singel en opvaart in het open weideland; blad 5 "Harlingen" van de Topografische Militaire Kaart van 1862 is waarschijnlijk de laatste kaart met Kingma State, twee jaar voor de afbraak. Bron: [20, art. 5], [26, art. 2], [29, art. 5], [36, art. 2], [48].





Eigenaren en bewoners
De tabel zet de eigenaren en bewoners op een rij zoals de bronnen ze noemen; de onderbouwing per periode, met de tegenstrijdigheden tussen de bronnen (bijvoorbeeld wie er in 1700 erfde, Zacheus of zijn moeder Catharina), staat op de pagina Bewoners en eigenaren van Kingma State. Bron: [60].
| Periode | Eigenaar | Bewoner of gebruiker |
|---|---|---|
| ca. 1400 tot 1510 | familie Sjaarda van Franeker; 1413 Sicke Sjaarda rechter namens Kinghum | pachters, onder wie waarschijnlijk de Kingums |
| 1511 tot 1538 | Jelle Kingum (16/40), Johannes Petri (14/40), Sjaarda en Herema (¼) | Pieter Jelles Kingum, pachter van zijn vader |
| 1538 tot 1555/56 | Pieter Jelles Kingum, eigenerfde | Pieter Jelles en Nel Jansdr |
| 1555 tot ca. 1605 | Jelle Pieters Kingum; koopt land 1571, 1579, 1580 | Jelle Pieters |
| ca. 1600 tot 1610 | Pieter Jelles Kingma, gedeputeerde; de sate wordt "state" | Pieter Jelles en Aelcke Heredr |
| 1610 tot 1611 | Hendrick Jelles Kingma, wonend te Peins | onbekend |
| 1611 tot 1652 | Saeckle Intes Kingma (helft; alleen na 1634) en Ruurd Saeckles (helft, † 1618) | Saeckle en Buke Thomasdr |
| 1652 tot 1700 | Ignatius van Kingma | Ignatius, deels ook in Leeuwarden en garnizoenen |
| 1700 tot 1720 | Zacheus van Gemmenich, fideicommissaris (volgens De Kinkhoorn 14 eerst zijn moeder Catharina) | Zacheus |
| 1720 tot 1748 | Coert van Beyma, weduwnaar van Catharina van Gemmenich | Coert en Petronella van Idsinga |
| 1748 tot 1770 | Julius Matthijs van Beyma (zoon uit het tweede huwelijk) | Petronella van Idsinga, † 1770 op de state; "Mevrouw de wed. Beyma" in 1757 |
| 1770 tot 1808 | Julius Matthijs van Beyma († 1808) | Julius Matthijs |
| 1808 tot 1825 | Eduard Marius van Beyma (1755 tot 1825), ongehuwd, grietman 1816 tot 1825 | Eduard Marius |
| 1825 tot 1847 | Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma, grietman | Julius Matthijs, Agatha Wilhelmina van Voss en kinderen |
| 1847 tot 1861 | de erven; vruchtgebruik van de weduwe, afstand 1848 | de weduwe (tot 1856 of 1861) en Ulbo Jetze Heerma |
| 1861 tot 1864 | Ulbo Jetze Heerma van Beijma thoe Kingma, burgemeester van Franekeradeel | "in eigen gebruik"; woont in 1864 te Franeker |
| 1864 | gebouwen: Hermanus Kuilenberg en Gerhard Henri Hillebrand (Leeuwarden), op afbraak; grond in 23 percelen | afbraak 1864 tot 1865 |
| ca. 1975/1979 tot 2021 | Staatsbosbeheer (huiskavel, ruim 2 ha, na ruilverkaveling) | bos |
| 2002, 2006, 2021 tot nu | stichting Herstel Kingma State (halve singel 2002; bijna 8 ha 2006; bos 4 oktober 2021) | herstelplan |
Bron: [19, art. 4], [30, art. 3], [29, art. 3 en 5], [23, art. 3], [24, art. 3], [26, art. 2], [30, art. 7], [59].
De negentiende eeuw
Van Beyma wordt Van Beijma thoe Kingma
Na Zacheus van Gemmenich kwam de state, via zijn dochter Catharina, aan haar man Coert van Beyma, die volgens het testament van 1696 "thoe Kingma" achter zijn naam zette en het Kingmawapen aan het zijne toevoegde. In 1754 sloten de Makkumer neven en nichten, onder wie Hylke Jans Kingma, een overeenkomst om te onderzoeken of zij als oudste mannelijke verwanten aanspraak konden maken op de state; van een rechtszaak of een uitkomst is niets gevonden. Coert hertrouwde met Petronella van Idsinga, die in 1770 op de state overleed; daarna woonden er haar zoon Julius Matthijs van Beyma tot 1808 en diens zoon Eduard Marius tot 1825. Bron: [29, art. 3], [19, art. 4], [26, art. 6].
Eduard Marius van Beyma (1755 tot 1825), broer van de patriot Coert Lambertus, was in februari 1795 een van de drie mannen van de "stille revolutie" in Friesland, verloor in 1799 zijn stemrecht toen hij weigerde opnieuw in het Vertegenwoordigend Lichaam te gaan zitten, en werd van 1816 tot 1825 grietman van Franekeradeel. De historicus J.J. Kalma tekende in 1978 de overlevering over hem op: een "verlicht despoot nieuwe stijl" die met zijn pachters in Peins en Zweins als vrienden leefde onder vaderlijk opzicht, zelf de koeien van een te laat opgestane pachter in de "jister" joeg, met zijn jacht over de trekvaart naar Dekemastate in Franeker voer en op zijn oude dag nog een tichelwerk op Keimpetille liet bouwen. Kalma verzuchtte: "Wat zou het kleine Zweins veel aantrekkelijker zijn als aan de Zuidwestkant nog steeds het door bomen en grachten omgeven Kingma State stond." Bron: [29, art. 5], [53].
Julius Matthijs en Agatha Wilhelmina
De laatste bewoners vóór de verkoop waren jonkheer Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma (Ternaard 1781 tot Zweins 1847), zijn vrouw Agatha Wilhelmina van Voss en hun kinderen. Hij was de zoon van de patriot Coert Lambertus van Beijma, die in 1787 een staatsgreep in Franeker leidde en na de Pruisische inval naar Saint-Omer vluchtte, zodat Julius Matthijs een deel van zijn jeugd in Frankrijk doorbracht. Hij was ontvanger te Workum en van 1819 tot 1820 vrederechter van het kanton Hindeloopen. In die functie vroeg hij koning Willem I om "de toenaam of tytel thoe Kingma" te mogen voeren; bij Koninklijk Besluit van 2 februari 1821 kreeg hij daarvoor toestemming, op 9 maart 1821 ook voor de vermeerdering van zijn wapen met het Kingmawapen als hartschild, en op 10 april 1842 erkende Willem II hem als jonkheer. Toen zijn oom Eduard Marius in 1825 stierf, werd hij grietman van Franekeradeel en bewoner van Kingma State; hij was ook lid van Provinciale Staten, dijksgedeputeerde van de Vijfdeelen Zeedijken en medeoprichter van het Friesch Genootschap. Bron: [10], [23, art. 3], [18], [42].


Uit de Kadastrale Atlas van 1832 blijkt wat hij bezat: de state met tuin, oprijlaan en opvaart, samen ongeveer 5,8 hectare; veel van het wei- en bouwland eromheen; de steenfabriek aan de trekvaart; zestien van de achttien huizen van Kingmatille (de twee tolgaardershuizen waren van de stad Franeker); 14.640 vierkante meter van de trekvaart op zijn naam, waarschijnlijk alleen als vruchtgebruiker; negen huizen in Franeker en heel veel land in de wijde omtrek. Nieuwsbrief 1 spreekt van een buitengoed van ruim tweehonderd hectare op het moment van de verkoop. Bron: [11], [23, art. 3], [50].
Kingmatille en de steenfabriek
Kingmatille was in die jaren een levendig gehucht. Een situatietekening van Rijkswaterstaat uit 1837, gemaakt voor de verbreding van de brug, tekent aan de noordkant van de trekvaart het tolhuis en de "steenplaats" (de steenfabriek) aan de rijweg van Franeker, aan de zuidkant de brugwachterswoning en de weg naar Dronrijp, langs beide oevers de trekweg of het jaagpad, en de houten ophaalbrug met de nieuwe, bredere doorvaart in rood. Het tichelwerk hoorde al in 1696 bij de state en Eduard Marius had er een nieuw laten bouwen. Volgens Bauke Saakstra, geboren omstreeks 1912 in de herberg met toneelzaal, woonden er ooit 325 mensen, allemaal arbeiders, met een slager, een bakker, een kapper en vijf cafés: "dat wie it sintrum" (dat was het centrum). De brug verdween in 1946 bij de verbreding van de trekvaart tot Van Harinxmakanaal; tot 1963 voer er een pont. Bron: [38], [20, art. 5], [29, art. 5], [30, art. 5], [30, art. 4].

Het landbezit in het familiearchief
Het familiearchief Van Beijma thoe Kingma, bijna twintig meter dozen in Tresoar, bevat ook handgetekende kaartjes van het landbezit van de familie in de omgeving. Een ingekleurd schetskaartje van omstreeks 1800 toont de landerijen tussen Ried, Peins en Boer, een paar kilometer ten noorden van Zweins, met de "Vaart naar Franeker", de "Opvaart na de Tille" (opvaart naar de tille), de "Rijdweg van Ried na Peins" (rijweg van Ried naar Peins) en percelen gescheiden door een "Canaal of togtsloot" (kanaal of tochtsloot). Een negentiende-eeuwse "Platte grond van St Jans Leen te Ried" geeft kadastrale nummers, oppervlakten, grondgebruik en de namen van de naastliggers, met linksonder het stempel "Archief v. Beyma thoe Kingma". Een gedrukte strookkaart van de Vijfdeelen Zeedijken, gemaakt op last van de dijksgedeputeerden Reinder Fontein en Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma, bewijst zijn dijkbestuur; een ontwerp voor een preekstoel voor de kerk van Peins (1832) valt in zijn grietmansjaren. Al deze bladen, met de zeekaarten, rouwborden en patriottenprenten uit hetzelfde archief, staan in de galerij onderaan en op de pagina Het familiearchief Van Beijma thoe Kingma in de beeldbank van Tresoar. Bron: [40], [41], [42], [44], [24, art. 2].


De laatste jaren
Julius Matthijs overleed op 14 september 1847 op Kingma State, huisnummer 13 onder Zweins, bijna 66 jaar oud; drie van zijn zeven kinderen waren toen al dood. Zijn jongste zoon Ulbo Jetze Heerma volgde hem op als grietman en woonde met zijn moeder op de state. Het testament gaf de weduwe het volledige vruchtgebruik; op 20 april 1848 deed zij afstand van al haar rechten ten gunste van haar vier zoons, Coert Lambertus te Joure, Sijbrand Willem Hendrik Adriaan te Leeuwarden, Frederik Hessel te Heerenveen en Ulbo Jetze Heerma op Kingma State, tegen duizend gulden per zoon per jaar en het gebruik van de meubels die zij nodig had. Op 12 mei 1856 huurde zij een huis aan de noordzijde van de Eewal in Leeuwarden. Op 6 augustus 1861 stuurde zij een koerier te paard naar haar zoon op Kingma State (rekening zes gulden); zij overleed op 12 augustus, werd per boot in haar kist naar Zweins gebracht en daar op 14 augustus begraven. In oktober 1861 werd de boedel van de erven bij boelgoed verkocht, tot de ragebol (ƒ 1,10) en de aardappelbak (ƒ 0,30) toe. Waarom Ulbo daarna verkocht, zeggen de bronnen niet; waarschijnlijk wilden zijn broers hun erfdeel. Het fideicommis dat het bezit twee eeuwen bijeen had gehouden was in 1838 verboden. Bron: [12], [18], [23, art. 3], [21, art. 6], [29, art. 6].
Verkoop en afbraak, 1864
Op 26 augustus 1864 kondigden de notarissen Schot te Franeker en Van Leeuwen te Leeuwarden in de Leeuwarder Courant een "Belangrijke Verkooping en Veiling op Afbraak" aan van "Het buitengoed KINGMA STATE, met deszelfs roijaal Woonhuis, Stalling, Wagenhuis en Woningen, Boomen en Plantagie, Moestuin, Wandeldreven, Lanen en Cingels, Vijvers, Duiventil en Zwanendrift, Visscherij en verdere annexen, aldaar gelegen, bij den HWGeb. Heer Jhr. U. J. H. van Beijma thoe Kingma in eigen gebruik" (het buitengoed Kingma State met zijn royale woonhuis, stalling, wagenhuis en woningen, bomen en beplanting, moestuin, wandelpaden, lanen en singels, vijvers, duiventil en zwanendrift, visserij en wat er verder bij hoort, bij de hoogwelgeboren heer jonkheer U.J.H. van Beijma thoe Kingma in eigen gebruik), plus een boerderij met land en losse stukken land. Het gedrukte verkoopboekje noemt dezelfde notarissen en data. Bron: [14], [34, art. 5], [24, art. 3].

De akten van notaris mr. Gijsbertus Schot, in 2002 na een tip van de heer Veldman uit Franeker teruggevonden in het notarieel archief (Tresoar, toegang 26), beschrijven de verkoop stap voor stap. Op 31 augustus 1864 werd de inzate geregistreerd, ten verzoeke van eigenaar jonkheer Ulbo Jetze Heerma van Beijma thoe Kingma, burgemeester van Franekeradeel, wonende te Franeker, om "bij afbraak te verkoopen het Buitengoed Kingma State". Op maandag 5 september om drie uur volgde in akte nummer 166 de voorlopige toewijzing van de gebouwen, met vijftien voorwaarden. De koopsom moest in klinkende munt op 1 mei en 1 november 1865 worden betaald; "De hoed en noed gaan dadelijk bij de eindelijke toewijzing op den kooper over" (zorg en risico gaan bij de definitieve toewijzing meteen op de koper over); "Het wapen boven de deur behoudt de verkooper aan zich en wordt alzoo niet mede verkocht"; en "De kooper zal kunnen beginnen af te breken met de gehele huizing op den eersten october deses jaars en met de stalling en arbeiderswoning op den twaalfden november mede van dit jaar, terwijl alles moet zijn weggevoerd op den vijfden maart van het volgende jaar." Hoogste bod: Hette Brouwer, timmerman te Lekkum, 2586 gulden. Een uur later werden 23 percelen grond voorlopig geveild: wei- en bouwland rond de state, een huis met schuur, stalling en erf bij de brug van Kingmatille, en de grond waarop de state stond, de tuin, de terp, de oprijlaan met koepel en de opvaart. Bron: [13], [24, art. 3], [25, art. 2].

Veertien dagen later, op maandag 19 september om drie uur, kwam men bijeen in het stationskoffiehuis van kastelein Klaas van der Meer te Franeker voor de finale toewijzing (akte nummer 177). Het bod werd verhoogd tot 2686 gulden; hoogste en laatste bieders waren Hermanus Kuilenberg, aannemer, en Gerhard Henri Hillebrand, kastmaker, beiden te Leeuwarden, hoofdelijk aansprakelijk. Dat de definitieve kopers anderen waren dan de voorlopige en de prijs maar honderd gulden hoger, wekt de indruk dat Brouwer, mogelijk in opdracht, alleen meebood om de prijs op te jagen. De site geeft andere bedragen (2686 en 2780 gulden); de akten en de advertentie met prijzen in de Leeuwarder Courant van 19 september houden het op 2686 gulden voor het huis, tegen 4856 gulden voor de grond. Omgerekend met de prijsindex van De Nederlandsche Bank is 2686 gulden van 1864 zo'n 42.600 gulden van 2001, maar afbraak was toen geld waard en kost nu geld. Bron: [13], [24, art. 3], [34, art. 5], [59].

De kopers braken alles af. Op 28 februari 1865 kondigde notaris Haagsma te Leeuwarden voor zaterdag 4 maart de verkoop aan van "een aanzienlijke partij" balken, planken, deuren, kozijnen, steen, estrikken, witte steentjes en dakpannen; huis en koetshuis waren toen nog maar gedeeltelijk gesloopt. In april volgde een tweede verkoop van afbraakgoederen, de afbraak was ook "uit de hand te koop", en in november 1865 werd weiland bij Kingma State voor verhuur geveild. De terp werd afgegraven en als terpaarde verkocht, bodemverbeteraar voor schrale zandgronden, onder meer de bollenvelden in de Hollandse binnenduinrand; of en hoe die terpaarde apart verkocht is, blijkt niet uit de krant. Zo verdween Kingma State met tientallen andere Friese staten: van de ongeveer honderd staten in 1840 resteerden er in 1900 nog zo'n dertig, want bouwmateriaal was duur en afbraak leverde veel op. Yme Kuiper noemde het in 2006 "vergane glorie". De volledige reconstructie van de verkoop staat op de pagina De verkoop op afbraak van Kingma State in 1864. Bron: [14], [34, art. 5], [19, art. 8], [31, art. 6].

Het terrein daarna en nu
Wat er overbleef
Het theehuisje aan de trekvaart, in de akten "de koepel" en op de schetsplattegrond het "Zomerhuis", werd niet afgebroken; het bestaat nog, met de poort van 1657 ernaast, en wordt particulier bewoond. De singel is nog duidelijk in het landschap te zien, van de opvaart rest een sloot, de stenen brug in het kerkpad is verdwenen. Het perceel van huis en tuin, 't Hofke, bleef als een eiland in het weiland herkenbaar; delen van de gracht en het zwaneneilandje zijn er nog. Bij een ruilverkaveling omstreeks 1975 (of 1979, de bronnen verschillen) kwam het centrale terrein binnen de vroegere gracht, ruim twee hectare, aan Staatsbosbeheer, dat het als grond met cultuurhistorische waarde bebostte. Het familiearchief, 2729 inventarisstukken over de jaren 1508 tot 1886, werd door de familie bij het Rijksarchief in Friesland, nu Tresoar, gedeponeerd. Bron: [19, art. 4], [20, art. 2 en 3], [21, art. 7], [26, art. 2], [24, art. 2], [59].


De stichting en het booronderzoek
In 1999 richtten nazaten van de bewoners de Stichting Kingma State op, om de Kingmadag van 8 juli 2000 te organiseren en onderzoek te doen naar de state en de familie; in de oprichtingsakte stond al "het bevorderen van de herbouw van de Kingma State". Op die Kingmadag, onderdeel van de Friese reünie Simmer 2000, kwamen meer dan vierhonderd Kingma's uit de hele wereld op het stateterrein bijeen; in het theehuis vertelde Sije Fokkema het verhaal van "het enige nog bestaande gebouw van de voormalige Kingma State", en in de keukentuin stond de tent. De geschiedenis van de stichting staat op de pagina Stichting Kingma State. Bron: [20, art. 2], [19, art. 2], [60].
Op 7 en 8 oktober 2003 liet de stichting Arcadis een verkennend archeologisch onderzoek doen: 42 boringen van 125 tot 225 centimeter diep, in zes clusters ingetekend op de kadastrale kaart van 1832 (schuur en wagenhuis, zwaneneiland, gracht en huis, verhoging, brug, woning). De contouren van gebouwen en grachten bleken te kloppen met de kaart; in de boorkernen zat puin van rode, oranje en gele baksteen en aardewerk uit de Nieuwe Tijd, waaronder een geglazuurde scherf uit de zeventiende of achttiende eeuw; fosfaatresten en humeuze lagen toonden dat nog een restant van de terpmantel aanwezig is, gemiddeld een halve meter dik. Duidelijke fundamenten werden niet gevonden. Op de Kingmadag van 2005 werd de omtrek van de state met lint op het terrein uitgezet. Het onderzoek van 2010 bracht de sporen uit de IJzertijd aan het licht die in het hoofdstuk over de ligging al genoemd zijn. Bron: [17], [26, art. 2], [28, art. 2], [59].


De Reginakerk
Wie de state wil zien, gaat naar de kerk van Zweins. In de achttiende-eeuwse Reginakerk, gebouwd op de resten van de middeleeuwse voorganger, liggen de zerken van Inte Jelles Kingma en Trijntje Saeckles Sanstra (met het helmteken van de uitkomende zwaan en het grafschrift "De doot die maeckt ons algelyck / In allen Stand tsy arm of ryck", de dood maakt ons allen gelijk, in elke stand, arm of rijk), van Saeckle Intes met zijn vrouw en vier jong gestorven kinderen, en van Ignatius en Jaecke van Vierssen, "vooraan midden, onder de grote kaars", met tegen de noordmuur het monument voor Jaecke. In de vloer ligt een losse steen met het Kingmawapen, bij de restauratie aangebracht; of die uit de kerk zelf komt, is onzeker. Agatha Wilhelmina van Voss werd hier in 1861 als laatste van de bewoners begraven. Bron: [20, art. 5], [25, art. 4], [30, art. 6], [28, art. 2], [23, art. 3].


De herstelplannen
Het idee om de state te laten herrijzen ontstond bij de voorbereiding van Simmer 2000. In oktober 2000 zegde Staatsbosbeheer in beginsel erfpacht toe; in 2002 kocht de tweede stichting, Herstel Kingma State, de helft van de voormalige singel, in het najaar van 2006 bijna acht hectare voormalige Kingmagrond rond de huiskavel van Folkert de Jong (die er een straatnaambord "Folkertpad" voor kreeg), en op 4 oktober 2021 het bosperceel zelf van Staatsbosbeheer, zodat de familie weer eigenaar is van de voormalige huiskavel en tuin. Een eerste poging met een woningcorporatie strandde in 2005; in 2007 hield architectuurhistoricus Peter Karstkarel de stichting de vraag voor "herbouw van states: kitsch of nieuwe glorie?" en pleitte voor "nieuw en waarachtig eigentijds"; in 2008 nomineerde de provincie "Kingma State in nieuwe vorm" als proef-landgoed, met een structuurschets van landschapsarchitect Michael van Gessel. De bestemmingswijziging van bos en landbouwgrond naar landgoed kostte tot 2011 of 2012; daarna lag het project door de ingestorte woningmarkt stil tot 2017. Bron: [21, art. 5], [28, art. 6], [30, art. 7], [31, art. 7], [33, art. 6 en 7], [34, art. 7], [50].
Het huidige plan, sinds december 2020 uitgewerkt met Friso Bouw, architect Frank Vijftigschild en landschapsarchitect Frans Beune: een wooneiland op de plaats van de afgegraven terp, daarop een groot familiehuis met twee woningen en een zaal voor familiebijeenkomsten en als toonzaal van Kingma-erfgoed (de aquarel van Martin, het portret van Ignatius, zijn sjabrak en lakzegel), en twee vleugels met acht tot tien koopwoningen rond een beschutte binnenhof; eromheen een publiek toegankelijk landschapspark van tien hectare met tuinen, water, bos en weiden en een oprijlaan met laanbomen door het bos ten zuiden van de terp. Van Gessel formuleerde het zo: "De state en het omringende park moeten één geheel gaan vormen. Kingma State wordt daarmee een nieuw groen anker in het prachtige Friese landschap, open en agrarisch." Het moet bewust geen kopie worden, maar een monument van de eenentwintigste eeuw met de allure van de negentiende-eeuwse voorganger. In 2022 bereikten stichting, gemeente Waadhoeke, welstand en provincie in vier werksessies onder Bearn Bilker akkoord over een aangepast ontwerp; op 10 februari 2023 was de eerste informatiebijeenkomst met aspirant-kopers. Of de bouw sindsdien gestart is, blijkt niet uit de bronnen. Het volledige verloop staat op de pagina Archeologisch onderzoek en de herstelplannen voor Kingma State. Bron: [50], [59], [60].


Beelden en kaarten
Alle scans die met de state, het terrein en de laatste eigenaren te maken hebben, gegroepeerd. De beelden die hierboven al in het verhaal staan, zijn hier alleen bij naam genoemd; de overige staan voluit. Van de kaarten en prenten uit het familiearchief Van Beijma thoe Kingma (Tresoar, toegang 358, kaartnummers 737 tot 764 en 14279 tot 14297) zijn alle 45 online beschikbare scans opgenomen; drie items zonder scan (het portret van Julius Matthijs door Douwe de Hoop, een spotprent en een tekening van de inhuldiging van Willem II) en het portret van de heer Mei zijn alleen genoemd. Bron: [44].
De state zelf
Hierboven geplaatst: de tekening, de litho en de foto van omstreeks 1860 (hoofdbeeld; herenhuis), de Tresoar-reproductie van de foto, de schetsplattegrond, de reconstructietekening, de koopbrief van 1611, de zerk van Ignatius, de leeuw, het theehuisje, de verkoopbrochure en de akte van 1864. Bron: [45], [46], [37], [47], [6], [13].




Het landschap en de terp
Hierboven geplaatst: de terpenreeksen van Westergo en de kadastrale kaart van 1832 (HISGIS). Bron: [49], [61].








Uit het familiearchief Van Beijma thoe Kingma: Zweins, Kingmatille en de laatste bewoners
Hierboven geplaatst: de schetsplattegrond (20914), de tilletekening van 1837 (24886), de reproductie van de foto (119943), het kaartje van Ried, Peins en Boer (20912) en het Sint Jansleen te Ried (20907). Bron: [37] tot [41].

Zonder scan online: Portret van Jhr. J.M. van Beyma thoe Kingma, grietman van Franekeradeel, getekend door Douwe de Hoop, 16,5 bij 21,8 cm, negentiende eeuw, kaartnummer 14287; een scan is bij Tresoar op te vragen. Bron: [43].
Uit het familiearchief: landbezit en dorpen in de omgeving
Kaartjes van percelen en boerderijen van de familie of haar rechtsvoorgangers; geen ervan toont Zweins of de state. Bron: [44].












Uit het familiearchief: prenten en tekeningen
Patriottenprenten uit de tijd van Coert Lambertus van Beijma, ontwerpen voor rouwborden van een zeeofficier, allegorische tekeningen en prenten van het koningshuis; voor wie de rouwborden en tekeningen bedoeld waren, is niet vermeld. Bron: [44].












Zonder scan online: een spotprent van een soldaat en een man op een latrine (item 27307), het portret van de heer Mei, zwager van Douwe de Hoop (item 27311), en een tekening van de inhuldiging van Willem II in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, 1840 (item 27322, kaartnummer 14297). Bron: [44].
Uit het familiearchief: zeekaarten, havens en bouwtekeningen
Zonder verband met Zweins, maar uit hetzelfde archief. Bron: [44].

















Het herstelplan
Hierboven geplaatst: de vogelvlucht (nieuwsbrief 8) en de winterimpressie (nieuwsbrief 7). Bron: [50].


Verder onderzoek
Wat de bronnen niet beantwoorden, en waar het antwoord te zoeken is (per vraag de bron van de vraag):
- Wie de schetsplattegrond tekende, wanneer precies, en of hij de bestaande tuin of een plan weergeeft; de maateenheid van de opvaart (412, 93, 73, 73). Inventarisnummer 2105 van toegang 319 in Tresoar kan de context geven. Bron: [37], [44].
- Wat er met de vier tuinbeelden (Juno, Ceres, Diana, Automatia), de leeuwen en het wapen boven de deur is gebeurd; de twee percelenakten van 19 september 1864 (elk vijftien bladzijden, notaris Schot, Tresoar toegang 26) zijn nog niet gelezen en noemen de kopers per perceel. Bron: [13], [24, art. 3], [25, art. 2].
- Wanneer de terp is afgegraven: de kadastrale kaart van 1832 tekent hem niet meer, de militaire kaart van 1854 wel, en De Kinkhoorn laat hem na 1864 verdwijnen; aan wie de terpaarde is verkocht, staat niet in de krant. Bron: [20, art. 5], [34, art. 5].
- Het onderzoek van 2010 (IJzertijd) is alleen van de website bekend; het rapport is niet in de wiki. Bron: [59].
- De advertenties in de Leeuwarder Courant (1757, 1864, 1865) zijn uit De Kinkhoorn overgenomen; de resolver-links in Delpher zijn er nog niet bij gezocht. Bron: [14].
- Het kaartbeeld op de website met het afgebroken bijschrift wordt door De Kinkhoorn 2 aan de Prekadastrale Atlas en door De Kinkhoorn 13 aan Eekhoff (1852) toegeschreven. Bron: [20, art. 5], [29, art. 5].
- Het portret van Julius Matthijs door Douwe de Hoop heeft geen scan online; de aquarel en de potloodtekening van Martin zijn alleen als reproductie uit De Kinkhoorn bekend, het beleid van het Fries Museum voor publicatie is niet nagevraagd. Bron: [43], [45].
- Eigendom of pacht in 1511, en de vraag of de eerste Kingum een Sjaarda-bastaard was: zie Jelle Kingum en zijn voorgeslacht. Of de bouw van het nieuwe buitengoed inmiddels gestart is, blijkt niet uit de laatste nieuwsbrief (februari 2023). Bron: [60], [50].
Personen in dit artikel
- Jelle Kingum (~1450–1514)
- Pieter Jelles Kingum (~1480–~1556)
- Nel Jansdr
- Jelle Pieters Kingum (~1530–1603)
- Pieter Jelles Kingma (~1552–~1610)
- Inte Jellesz Kingma (1556–1590)
- Aelcke Here Jeldertsdr (~1562–<1611)
- Trijntie Saeckles Sanstra (1562–1623)
- Saeckle Intesz Kingma (~1584–1652)
- Claes Pietersz Kingum († <1592)
- Buke Thomasdr (1593–1626)
- Hero Pietersz Kingma (1598–1667)
- Jacob Paulusz van Gemmenich (~1608–1662)
- Ignatius Saecklesz van Kingma (1621–1700)
- Hendrick Jellesz Kingma († >1626)
- Yda Hoytesdr van Meinsma (1630–1671)
- Catherina Saecklesdr van Kingma (<1632–1682)
- Rienck Hendricksz († 1635)
- Jaecke Jurjensdr van Vierssen († 1652)
- Zacheus (1654–1720)
- Hylke Jansz Kingma (1708–1782)
- Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma (1781–1847)
- Agatha Wilhelmina van Voss (~1784–1861)
Bronnen
Akten en archiefstukken
- "Ordinatie van de rechtsomgang in Franekeradeel" met het register 1406 tot 1438 (uitgave Fryske Akademy), aangehaald in De Kinkhoorn 7, artikel 4, De Kinkhoorn 20, artikel 5 en op de website (pagina Het begin).
- Testament van Edwer Sjaarda, 1510, aangehaald in De Kinkhoorn 2, artikel 4 en De Kinkhoorn 7, artikel 4.
- Register van den Aanbreng van Franekeradeel, 1511 en 1514, uitgave J.C. Tjessinga, De aanbreng der vijf deelen van 1511 en 1514 (Assen 1941 tot 1953), alleen doorzoekbaar via HathiTrust; geciteerd door Paul Noomen in De Kinkhoorn 21, artikel 3.
- Verklaring van Pieter to Kemgum over de zwanenjacht, 1529, aangehaald in De Kinkhoorn 17, artikel 2 en De Kinkhoorn 21, artikel 3.
- Recesboek van Franekeradeel, proces van 22 december 1597 over het visrecht, aangehaald in De Kinkhoorn 1, artikel 8 en De Kinkhoorn 21, artikel 4.
- Koopbrieven van Jelle Pieters Kingum (1571, 1579, 1580), akte van Thomas Stoffelsz. (november 1610) en koopbrief van Kingma State van 9 augustus 1611 (notaris Van Tongeren), familiearchief Van Beyma thoe Kingma, Tresoar toegang 319; transcriptie en foto in De Kinkhoorn 3, artikel 4, verslag Veldman in De Kinkhoorn 7, artikel 4.
- Testament van Hendrick Jelles Kingma (14 november 1625, aanvulling 1626) en van Rienck Hendricks (1631); verkoop van de erfdelen 1635 tot 1636; De Kinkhoorn 21, artikel 6 en De Kinkhoorn 14, artikel 3.
- Testamenten van Ignatius van Kingma: 1683 (onvolledig), 14 december 1696 en codicil 12 november 1698, Tresoar toegang 319 inventarisnummer 689; bronpublicatie in De Kinkhoorn 13, artikel 4, De Kinkhoorn 14, artikel 2, De Kinkhoorn 15, artikelen 2 en 3 en De Kinkhoorn 16, artikel 5.
- Kennisgeving van het gerecht van Franekeradeel over het verwijderen van de fideicommissaire wapens vóór 1 oktober 1796, aangehaald in De Kinkhoorn 14, artikel 2.
- Koninklijke Besluiten van 2 februari en 9 maart 1821 (toenaam en wapen "thoe Kingma") en erkenning in de adelstand van 10 april 1842, Tresoar toegang 319 inventarisnummer 347; De Kinkhoorn 5, artikel 3.
- Kadastrale Atlas fan Fryslân 1832, deel 4, Frjentsjerteradiel en Frjentsjer (Fryske Akademy); bezit van Julius Matthijs in De Kinkhoorn 5, artikel 3; kaartbeeld via HISGIS.
- Akte van afstand van het vruchtgebruik, 20 april 1848 (toegang 319 inventarisnummer 401); rekeningen van de begrafenis 1861; boelgoed 15 en 16 oktober 1861 voor notaris Zeper (inventarisnummer 426); De Kinkhoorn 5, artikel 3.
- Notariële akten van mr. Gijsbertus Schot, Franeker, 1864: extract nummer 661 (31 augustus), akte nummer 166 (5 september), akte nummer 177 (19 september) en twee percelenakten (5 en 19 september), Tresoar toegang 26; het gedrukte verkoopboekje in de Provinciale Bibliotheek en Tresoar; De Kinkhoorn 6, artikel 3 en De Kinkhoorn 7, artikel 2.
- Leeuwarder Courant, 12 november 1757 (boelgoed singelbomen), 26 augustus en 19 september 1864 (verkoop), 28 februari, 12 april en 9 november 1865 (afbraakmaterialen, verhuur), via het archief van de Leeuwarder Courant en Delpher, samengevat in De Kinkhoorn 19, artikel 5.
- A.J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 1847, lemma Kingma State, aangehaald in De Kinkhoorn 1, artikel 8.
- G.A. Wumkes, Stads- en dorpskroniek van Friesland (1934), veiling zwanendrift 1882, aangehaald in De Kinkhoorn 2, artikel 3.
- Arcadis, Aanvullende archeologische inventarisatie Kingma State, januari 2004, samengevat in De Kinkhoorn 9, artikel 2.
- Akten van de burgerlijke stand via Open Archieven: trouwregister Workum 1806, overlijdensakte Zweins 1847 (Julius Matthijs, Kingma State huisnummer 13), overlijdensakte Leeuwarden 1861 (Agatha Wilhelmina van Voss).
De Kinkhoorn (nieuwsblad van de Stichting Kingma State, 2000 tot 2010)
- De Kinkhoorn 1: artikel 2 (oprichting stichting), artikel 4 (bewoningsgeschiedenis, litho Martin), artikel 8 (Aardrijkskundig Woordenboek 1847, proces 1597, terp).
- De Kinkhoorn 2: artikel 2 (Kingmadag 2000, theehuis), artikel 3 (zwaneneiland, zwanendrift 1882), artikel 4 (lezing Taede Kingma, 1510, 1511), artikel 5 (kaarten, schets stateterrein, tille 1838, wapen, zerken).
- De Kinkhoorn 3: artikel 2 (foto van de state), artikel 4 (koopbrief 1611), artikel 5 (plannen herbouw 2001), artikel 6 (laatste bewoners, akten 1571 tot 1580), artikel 7 (poort 1657).
- De Kinkhoorn 4: artikel 2 (Ignatius, zerk), artikel 5 (waarde koopsom 1611).
- De Kinkhoorn 5: artikel 3 (Julius Matthijs, 1821, 1842, bezit 1832, 1848, 1861), artikel 5 (leeuwen, klok).
- De Kinkhoorn 6: artikel 2 (het familiearchief), artikel 3 (akten 1864), artikel 4 (Saakstra, Keimpetille), artikel 5 (leeuw in Harlingen, Van der Waeyen 1683).
- De Kinkhoorn 7: artikel 2 (de leeuwen, tuinbeelden, percelen 6 en 7), artikel 4 (verslag Veldman: landschap, Sjaarda's, 1511, 1611, Ignatius, Reginakerk).
- De Kinkhoorn 9: artikel 2 (booronderzoek 2003, reconstructie Ralf Kingma, kaarten), artikel 6 (Makkumer aanspraak 1754), artikel 7 (herstel, geen namaak).
- De Kinkhoorn 10: artikel 3 (de klok van Saakstra), artikel 7 (erfdelen 1635).
- De Kinkhoorn 12: artikel 2 (Kingmadag 2005, omtrek uitgezet, wapensteen), artikel 6 (corporatie haakt af 2005).
- De Kinkhoorn 13: artikel 3 (Van Gemmenich, Van Beyma, 1754), artikel 4 (testament 1696 deel 1), artikel 5 (Kalma over Eduard Marius van Beyma, kaart Eekhoff 1852), artikel 6 (fideicommis verboden 1838, HISGIS).
- De Kinkhoorn 14: artikel 2 (testament 1696 deel 2, twaalf vastigheden, zerk 1796), artikel 3 (bewoners tot 1700, Tjeerd Kingma), artikel 4 (pont Kingmatille), artikel 5 (interview Bouke Saakstra, Gryt van Duinen 2006), artikel 6 (reisverslag, Reginakerk), artikel 7 (grondaankoop 2006).
- De Kinkhoorn 15: artikel 4 (bezit Ignatius 1700, HISGIS, Jeroen Kingma), artikel 5 (Atlas Maior, Wicheringe), artikel 6 (Yme Kuiper, vergane glorie), artikel 7 (Folkertpad, naam Kinge).
- De Kinkhoorn 16: artikel 3 (Atlas Maior, Hondius en Blaeu), artikel 5 (testament 1683).
- De Kinkhoorn 17: artikel 1 (Steenstra over de trekvaart 1507), artikel 2 (eigenerfden, Herema, 1529), artikel 3 (patriciorum sedes), artikel 4 (Van Deventer 1545), artikel 6 (lezing Karstkarel, tekening Martin), artikel 7 (proef-landgoed, Van Gessel).
- De Kinkhoorn 19: artikel 2 (Sgrooten, Sibrandus Leo), artikel 5 (Kingma State in de Leeuwarder Courant vanaf 1757, Joost Kingma), artikel 7 (nominatie proef-landgoed).
- De Kinkhoorn 20: artikel 2 (kaartgroepen, Mercator), artikel 4 (Sjaarda's, Franeker), artikel 5 (Noomen: 92 rechtvoerende sates, zwanenrecht).
- De Kinkhoorn 21: artikel 2 (Metius en Winsemius 1622, kadaster, Eekhoff, TMK 1862), artikel 3 (Herre Kingma, lezing Noomen, 1511 en 1529), artikel 4 (reactie Noomen, prebende, 1597), artikel 6 (testament Hendrick Jelles 1625), artikel 9 (Buitengoed Kingma State 2011).
Kaarten, tekeningen, prenten en foto's (met vindplaats en licentie)
- Schetsplattegrond van het terrein van Kingmastate en enkele aangrenzende percelen te Zweins, potlood, 20,2 bij 32,4 cm, 1800 tot 1850; Tresoar, Kaarten- en prentenkabinet, familiearchief Van Beijma thoe Kingma, toegang 358 kaartnummer 750; publiek domein. Bestand
/beeld/kingma-state/einde/schetsplattegrond-tresoar-358-750.jpg(dezelfde scan als/beeld/tresoar/20914-…jpg). - Situatie van de verwijding der Brug te Kingma-Tille op de Trekvaart van Leeuwarden naar Harlingen, 1837, gekleurde tekening, 32,4 bij 40,7 cm; Tresoar, collectie Rijkswaterstaat, toegang 358 kaartnummer 11186; publiek domein.
- Reproductie van Kingmastate in Zweins (1864), foto, 14 bij 20,5 cm; Tresoar, fotoarchief (toegang 119) inventarisnummer 22215; publiek domein.
- Schetskaartje van het gebied gelegen tussen Ried, Peins en Boer, ca. 1800, gekleurde tekening; toegang 358 kaartnummer 748; publiek domein.
- Schetskaart van de eigendommen van het Sint Jansleen te Ried, negentiende eeuw; toegang 358 kaartnummer 743; publiek domein.
- Kaart van de Vijfdeelen Zeedijken Contributie Binnendijks, 1800 tot 1850, gedrukt, 150 bij 16,9 cm; Tresoar, deelcollectie Fa. M.H. Kingma te Makkum, toegang 358 kaartnummer 14041; publiek domein.
- Portret van Jhr. J.M. van Beyma thoe Kingma, grietman van Franekeradeel, Douwe de Hoop, negentiende eeuw; toegang 358 kaartnummer 14287; geen scan online.
- De overige kaarten, tekeningen en prenten uit het familiearchief Van Beijma thoe Kingma, Tresoar, Kaarten- en prentenkabinet, toegang 358 kaartnummers 737 tot 764 en 14279 tot 14297, beeldbank items 20901 tot 20928 en 27304 tot 27322, alle met de licentie "geen auteursrecht (publiek domein)"; per item de link in het bijschrift hierboven en de inventaris op de pagina Het familiearchief Van Beijma thoe Kingma in de beeldbank van Tresoar; toegang 319 (familie Van Beyma thoe Kingma) via de archieven van Tresoar.
- Albert Martin, potloodtekening, aquarel en litho van Kingma State, omstreeks 1860, depot Fries Museum, Leeuwarden; reproducties in De Kinkhoorn 1, artikel 4 (litho) en De Kinkhoorn 17, artikel 6 (tekening); de werken zijn publiek domein, het beleid van het museum voor de reproducties is niet nagevraagd.
- Foto van Kingma State, omstreeks 1860, fotograaf onbekend, origineel in bezit van jhr. mr. C.L. van Beijma thoe Kingma; reproductie Kees Kingma in De Kinkhoorn 3, artikel 2 en op de website (nieuwsbrief 1, pagina De state in de 19e eeuw).
- Ralf J. Kingma (Friesenheim), reconstructietekening van de aanleg van Kingma State, in De Kinkhoorn 9, artikel 2; rechten bij de maker.
- Historische kaarten: Metius en Winsemius, Frisia Occidentalis (1622); Joan Blaeu, Atlas Maior (1662 en 1665, exemplaar Tresoar); Bernardus Schotanus à Sterringa, kaart 1664/1665, grietenijkaart Franekeradeel 1698 en atlas 1718; Prekadastrale Atlas fan Fryslân deel 4 (situatie 1640/1700, Fryske Akademy 2000); Kadastrale Atlas fan Fryslân deel 4 (1832); Wopke Eekhoff, Nieuwe Atlas van Friesland (1849 tot 1859); Grote Historische Atlas van Nederland deel 2 (1851 tot 1855); Militaire Topografische Kaart 1854 en TMK blad 5 Harlingen (1862); alle besproken op Kingma State en Zweins op oude kaarten, naar de reeks in De Kinkhoorn 15 tot 21 (De Kinkhoorn 15, artikel 5, De Kinkhoorn 16, artikel 3, De Kinkhoorn 17, artikel 4, De Kinkhoorn 19, artikel 2, De Kinkhoorn 20, artikel 2, De Kinkhoorn 21, artikel 2).
- Beelden van de website Stichting Kingma State (kingmastate.nl), sectie Kingma State (pagina's Het begin, Uitbreiding, De omgeving, De 19e eeuw, Het einde, De verkoop, De actuele situatie, De state op kaarten) en sectie De familie (Ignatius, Het familiewapen); herkomst en licentie per beeld zoals in het bijschrift; samengevat op Kingma State: de state zelf, chronologisch en De familie.
- Nieuwsbrieven 1 tot 8 van de Stichting Kingma State (mei 2020 tot februari 2023) met de ontwerpbeelden van het herstelplan; samengevat op De nieuwsbrieven en Herstel Kingma State.
Literatuur
- J.L. Berns, inventaris van het "Familie-archief van Kingma-state" (1908), Provinciale Bibliotheek Leeuwarden; aangehaald in De Kinkhoorn 1, artikel 4.
- P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners (Fryske Akademy en Verloren, 2009) en zijn lezing van 7 november 2009 in Zweins; De Kinkhoorn 21, artikelen 3 en 4.
- J.J. Kalma, "Grietmannen in soorten: eerherstel voor Eduard Marius van Beyma", Friesland Post, januari 1978; overgenomen in De Kinkhoorn 13, artikel 5.
- H.W. Steenstra (1845) over het graven van de trekvaart in 1507 tot 1508; aangehaald in De Kinkhoorn 17, artikel 1.
- Mijndert Schroor, Van Middelzee tot Bildt. Landaanwinning in Fryslân in de Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd (ROB, 2000), kaart "Terpen in Westergo"; De Kinkhoorn 9, artikel 2.
- Yme Kuiper, lezing "Vergane glorie: de teloorgang van Friese staten in de 19e eeuw" (4 november 2006), De Kinkhoorn 15, artikel 6; Peter Karstkarel, lezing "Herbouw van states: kitsch of nieuwe glorie?" (10 december 2007), De Kinkhoorn 17, artikel 6.
- Daniël Willink, lofzang op de "Lustplaats Groot Heerema" (1734), met de notitie over het geschil van 1683; De Kinkhoorn 6, artikel 5.
- J.A. de Boo, Familiewapens, oud en nieuw (Centraal Bureau voor Genealogie, 1982); De Kinkhoorn 5, artikel 3.
Websites en wikipagina's
- Website Stichting Kingma State, sectie Kingma State: pagina's In het kort, Het begin, Uitbreiding van het grondbezit, De omgeving, De state in de 19e eeuw, Het einde van Kingma State, De verkoop op afbraak, De actuele situatie en De state op kaarten; samengevat op Kingma State: de state zelf, chronologisch.
- Wikipagina's over de state: Bewoners en eigenaren van Kingma State, Kingma State en Zweins op oude kaarten, Kingmatille, Zweins en omgeving, Het familiearchief Van Beijma thoe Kingma in de beeldbank van Tresoar, De verkoop op afbraak van Kingma State in 1864, Archeologisch onderzoek en de herstelplannen, Stichting Kingma State, Ignatius van Kingma, De testamenten van Ignatius van Kingma, Jelle Kingum en zijn voorgeslacht, De naam Kingma, Het familiewapen en de plaatspagina Kingma State / sate Kinghum.
- HISGIS (Fryske Akademy en KNAW Humanities Cluster): floreenkohier 1700 en kadaster 1832 op kaart; gebruikt in De Kinkhoorn 13, artikel 6 en De Kinkhoorn 15, artikel 4 en op de website.
Stamboom laden…