IV De Kinkhoorn
De Kinkhoorn 4 — september 2001
2e jaargang, nummer 2
Dit nummer als pdf · de Engelse vertaling · de Duitse vertaling van Ralf J. Kingma
Voorwoord
Wanneer u deze Kinkhoorn ontvangt is de zomer alweer ruim voorbij. De zomer is niet bepaald de beste tijd voor historisch onderzoek, want huis en tuin vragen om aandacht en mooi weer nodigt uit tot andere dingen dan snuffelen in archieven.
Toch is er wel weer het een en ander boven water gekomen. Hierbij bleken oude tentoonstellingscatalogi van nut te kunnen zijn. Zoals een catalogus van de “Historische Tentoonstelling van Friesland”, die in 1877 in het Koninklijk Paleis te Leeuwarden werd gehouden ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het Fries Genootschap van Geschied-, Oudheid- en Taalkunde. (De opbrengst van deze tentoonstelling maakte de aankoop van een groot huis en daarmee de realisatie van het Fries Museum mogelijk.) Deze catalogus vermeldt een drietal zaken die eigendom zijn geweest van de in 1700 overleden Kolonel Ignatius van Kingma, zoals bekend de laatste Kingma die op de State gewoond heeft. Dit zijn: Een maarschalkstaf, een geschilderd portret van Ignatius en een sjabrak (een kleed voor een paard).
De sjabrak bleek in het bezit van het Fries Museum. Waar de maarschalkstaf is, is nog niet bekend. Het portret bleek in de Heringa-State, bijgenaamd het Poptaslot, te Marssum te hangen.
Afbeeldingen en beschrijving zijn in deze Kinkhoorn opgenomen.
Een andere catalogus, van een tentoonstelling over Friesche Heraldiek, gehouden in 1942 in het Fries Museum, vermeldt ook de sjabrak en een zegelring met wapen en met de initialen I. K. mogelijk ook van Ignatius. Maar helaas bleek later het wapen niet het Kingmawapen te zijn. Verder vermeldt deze catalogus een drietal voorwerpen met het Kingmawapen die uit particulier bezit kwamen, namelijk een vork en een lakcachet van L. Kingma en een in hout gesneden wapen van H.R. Kingma, beiden uit Bolsward. Aangezien de tentoonstelling 60 jaar geleden gehouden is kan het moeilijk zijn de (huidige) eigenaars op te sporen. Mogelijk kan een Kinkhoornlezer ons een tip geven.
Kees Kingma
Voorzitter
Ignatius van Kingma
Ignatius ging in Utrecht studeren. Hij kreeg hier een niet wettige zoon Johan Uitdenbongaert (de achternaam is die van zijn moeder Margaretha). Ignatius wilde met haar trouwen maar kreeg geen toestemming van haar vader. Hij maakte zijn studie niet af en koos voor een militaire loopbaan.
Hij trouwde in 1651 met Jaeycke van Vierssen, dochter van de muntmeester van Friesland. Zij overlijdt 33 weken later, vermoedelijk aan de beruchte kraamvrouwenkoorts, want op een monument voor haar, vooraan in de kerk van Zweins, staat een gedicht van de dominee waarvan een regel luidt “Wort door een hete koorts met ‘s lyfsvrucht weggeruckt”.
Na het overlijden van zijn vader, op 12 februari 1652, werd Ignatius de eigenaar en bewoner van de State.
In 1654 trouwt hij met Ydt van Meynsma een Katholieke weduwe, die vermoedelijk Hervormd geworden is. Zij overlijdt op 30 november 1671 en wordt in Beers, bij haar familie, bijgezet. Beide huwelijken bleven kinderloos.
In 1647 was Ignatius door Gedeputeerde Staten van Friesland aangesteld tot Kornet (vaandrig, = aspirant-officier, bij de cavalerie). In 1655 was hij Ritmeester (Kapitein) van een compagnie harcquebusiers, zoals blijkt uit een testament van zijn vrouw Ydt uit dat jaar. In 1662 volgde de aanstelling tot Sergeant-Majoor te Paard, door de Staten van Friesland. Kennelijk werd de aanduiding Sergeant-Majoor destijds gebruikt voor een hogere rang dan Ritmeester. Later werd hij Brigadier en in 1671 Kolonel van een regiment ruiters in het leger der Verenigde Nederlanden.
Militair gezien leefde hij in een betrekkelijk rustige periode. Hoewel de vrede van Münster pas in 1648 gesloten werd bleef het in Friesland, na de laatste inval van de Spanjaarden in 1622, verder wat dat betreft rustig (zie: “Fryslân 500 vijf eeuwen provinciaal bestuur”).
Met uitzondering van het rampjaar 1672 toen de Republiek op vele fronten werd aangevallen door een internationale coalitie van Engeland, Frankrijk en de Bisschoppen van Keulen en Münster.
Bernard van Galen, de Bisschop van Münster (“Bommen Berend”), bedreigde ook Friesland. Ignatius zal ongetwijfeld hiermee te maken hebben gehad, in Friesland of elders.
Voor het overige leefde hij in de “Gouden Eeuw”.
Op 14 december 1696 is zijn testament gereed. Dit begint als volgt:
In den Name Godes Amen.
Alzoo niets sekerder sij dan de doodt, en onzekerder dan de uire en tijdt van dien, in overdenking van welks hebbe ik Ignatius van Kingma old Brigadier en Collonel over een regiment Ruiteren residerende tot Sweins, met voorbedagte rijpe rade, volkomen verstandt, redenen en memorij, uit mijn eigen vrije gemoedt, en wille gemaeckt, dees mijn Testament, uiterste en laatste wille, welke ik begeere kragt te sullen hebben als een Testament solemneel, minus solemneel, codicil, fideicommis, gifte ter saeke des doodt, of andere bheste wille invoegen dselve best na regten, usantie van deze lande, sal kunnen bestaen;
En zo gaat het dan veertien, uiteraard handgeschreven, pagina’s in folioformaat door. Het belangrijkste is dat hij al zijn bezittingen nalaat aan de zoon van zijn zuster Catharina, Zaccheus van Gemmenich, die hij tot Fideicommissaris maakt.
Het zogenaamde fideicommis, ook wel “erfstelling over de hand” genoemd, is een testamentaire beschikking waarbij één persoon alle bezittingen als vruchtgebruiker krijgt toegewezen. Deze heeft de verplichting het eigendom in stand te houden en alles in zijn geheel weer door te geven aan een bewaarder uit de volgende generatie. Het stamt uit het Romeinse recht en kwam vooral in de tijd van de Republiek veel voor. Vooral door adelijke families werd het gebezigd om de stamgoederen in de familie te houden (en de invloed die daar mee verband hield!). Bij de instelling van het Burgerlijk Wetboek in 1838 is het instellen van een fideicommis verboden.
Een aanvulling op het testament is gedateerd 12 november 1698. Hierin worden ondermeer de kerk van Peins en zijn dienst-maagd Antijs met een geldsom bedacht. Dit stuk is voorzien van een lakzegel waarvan een foto in deze Kinkhoorn is opgenomen.

Dit zegel toont het Kingmawapen met helm en uitkomende zwaan. De zwaan wordt geflankeerd door de letters I en K.
Ignatius overlijdt op 26 november 1700 en wordt begraven, bij zijn eerste vrouw, in de kerk van Zweins. De grafzerk toont de wapens van Ignatius en dat van zijn vrouw. Helaas is van beide wapens de bovenste helft weggehakt. Dit is een gevolg van een verordening uit 1796, de Franse tijd. Wapens symboliseerden standsverschil en dat mocht in de tijd van “Egalité” niet meer. Waarschijnlijk heeft toen op de grafzerk van Ignatius iets gestaan dat de onderste helft van de wapens heeft afgedekt waardoor dat deel gespaard gebleven is. Van de andere zerken zijn de wapens totaal weggehakt.
Johan Uitdenbongaert heeft nog geprocedeerd met Zaccheus van Gemmenich over de erfenis. De stukken deels, uit 1701 en deels uit 1703, beslaan 15 foliopagina’s en vermelden onder andere dat Johan “Coopman in sijden stoffen tot Utrecht” is. Er wordt hem verweten dat hij ten onrechte de naam “van Kingma” gebruikt. En verder wordt er gesteld dat “een speelkind ‘t welk nooit onder eens vaders magt is geweest, niet van des vaders familie kan geagt worden” en “dat soodanig persoon niet de oorsprong, geslagt en conditie van syn vader maar van syn moeder volgt”. Alleen uit deze regels is al duidelijk dat Johan geen succes heeft en naar de erfenis kan fluiten.
Kees Kingma
Het portret van Ignatius

Het geschilderde portret van Ignatius van Kingma hangt in de Heringa-State te Marssum (± 4 km ten westen van Leeuwarden). Deze State, waarvan het bouwjaar niet bekend is, werd in de 16e en 17e eeuw bewoond door leden van de families Heringa en Eysinga. De laatste bewoonster Anna Eysinga overleed in 1676. In 1687 werd de State gekocht door dr. Henricus Popta, hij was advocaat aan het hof van Friesland en gebruikte de State als zomerverblijf. Vandaar dat de Heringa-State in de wandeling bekend is als het Popta-Slot. Henricus Popta die, door zuinig te leven, een rijk man geworden was heeft naast het Slot ook een Vrouwengasthuis gesticht (hij wist van huis uit wat armoede was). Popta heeft bepaald dat, na zijn dood, het Slot niet meer bewoond mocht worden. Slot en Gasthuis zijn ondergebracht in de Stichting “Dr. H. Popta – Gasthuis” die door een aantal voogden wordt beheerd. Door de voogden is een strikt fotografeer verbod ingesteld. Daarom heb ik namens de Stichting Kingma State schriftelijk toestemming gevraagd het portret van Ignatius te mogen fotograferen. Die toestemming heb ik gekregen en het resultaat ziet u in deze Kinkhoorn.
Het schilderij is vermoedelijk ooit aan het Fries Genootschap geschonken. In 1908 is het met andere schilderijen aan de Stichting Popta Gasthuis in bruikleen gegeven en in 1929 door deze stichting aangekocht. Een speciale relatie tussen Ignatius en de bewoners van de Heringa State is er niet geweest.
Ignatius is afgebeeld in wat waarschijnlijk zijn officiële kleding als kolonel was, want zo te zien was hij al boven de 50 en had hij dus die rang. Hij had een flink bos haar, vermoedelijk zijn eigen haar want de pruikentijd was nog niet begonnen. De merkwaardige oogopslag, die op veel portretten uit die tijd te zien is, is het gevolg van afgeschoren oogharen. Dit was toen gebruikelijk om een strenger uiterlijk te krijgen. Links onderaan is het Kingma-wapen te zien. Het portret is in een eenvoudige zwarte lijst gevat en hangt in het torentje links van de deur waardoor men binnenkomt.
Kees Kingma
De sjabrak
Ignatius van Kingma was kolonel in het leger der Verenigde Nederlanden en voerde het bevel over een regiment ruiters. Hij zal de sjabrak dus ambtshalve bij officiële gelegenheden voor zijn paard gebruikt hebben. Zoals de foto’s laten zien is het een bijzonder fraai kleed, bestaande uit twee delen.
Het grootste deel werd direct achter het zadel over de rug van het paard gelegd. Dit deel is voorzien van het Kingmawapen, met twee paarden als schildhouders. De Kinkhoorns (Wulken) in het wapen zijn niet bepaald naar de natuur afgebeeld, maar dat is eigenlijk altijd het geval, zoals bijvoorbeeld op de steen in de vloer van de kerk in Zweins. De poot van de adelaar ziet er wat rommelig uit, dat komt omdat het borduursel heeft los gelaten. Het helmteken een “uitkomende zwaan” is, zonder helm, tweemaal aangebracht. Dit houdt waarschijnlijk verband met het feit dat het wapen midden op de rug van het paard lag en de waarnemer van opzij keek en dus altijd maar de helft zag.
Het kleinste deel van de sjabrak werd voor de borst en om de hals van het paard gehangen.
Het is een zeldzaamheid als een sjabrak bewaard is gebleven. Het Fries Museum bezit er maar één en dat is juist die van Ignatius.
Voor het maken van de foto’s is de sjabrak uit het depot gehaald en in een ruimte met voldoende daglicht, over een toevallig beschikbaar kledingrek gehangen, een paard was uiteraard niet beschikbaar. Dit bracht wat beperkingen mee, die ik getracht heb zo goed mogelijk te omzeilen.



Kees Kingma
Wetenswaard
Eigenlijk is de benaming goudgulden wat merkwaardig want gulden betekent gouden. De naam gulden vindt zijn oorsprong in de gouden florenus die al in de 13e eeuw in Florence geslagen werd. Later werd de benaming gulden florene algemeen in Europa. Daarna kwam de door Karel V uitgegeven “Karolus gulden” die ook van goud was. De aanduiding Karolus wordt al gauw niet meer gebruikt. Tijdens de tachtigjarige oorlog worden er, om de oorlog te financieren, munten met een te lage intrinsieke waarde uitgegeven. Die zullen dan waarschijnlijk niet van goud of met een lager goudgehalte gemaakt zijn. Ter onderscheid worden, denk ik, de oude guldens dan aangeduid met de naam goudgulden.
In het onlangs verschenen boek “De laatste Gulden” staat over de waarde van de gulden: “In de 17e eeuw liggen de lonen in de industrie op ongeveer een gulden per dag”.
Dat wil zeggen dat toen een weekloon 6 gulden bedroeg en een maandloon 24 gulden. Als we er vanuit gaan dat tegenwoordig een maandloon ruwweg het honderdvoudige is dan is de State, naar huidige maatstaven, verkocht voor 367000 gulden. Dat is voor een dergelijk huis, eveneens naar huidige maatstaven wel erg weinig. Indien die gulden per dag geen goudgulden geweest is dan gaat de berekening uiteraard niet op Het raadsel van de waarde van het verkoopbedrag is, lijkt het, nog niet opgelost. Wie kan hierover iets zinnigs zeggen ?
Kees Kingma

Een zwart schaap in de familie?
En wij maar stoer doen over ons Kingma’s.
Nooit geweten dat landloper een beroep is.
Hoe zou trouwens die brigadier Rijken die K. mee terug genomen hebben? Achter op het paard?
En let ook op de wijze les aan het eind.
Nu wil het toeval dat mijn overbuurman René Klink heet. Uiteraard heb ik hem dit artikel ook laten zien. Wat blijkt? Woonden zijn grootouders in een boerderij in Heino, aan de kant van Raalte. Zijn vader is hier in 1903 geboren.
Wellicht is ons ‘zwarte schaap’ bij het grootouderlijk huis van mijn overbuurman geweest.
Zoals het in deze tijd hoort heb ik namens de familie een welgemeend Mea Culpa aangeboden.
Uit de Raalter Courant (van ca. 1905)
Eene Kingma, van beroep landlooper, had j.l. Zaterdag te Heino bij Klink een paar klompen ontvreemd terwijl de huisgenoten lagen te slapen; toen de Marechaussees alhier dit vernamen, werd K. door den Brigadier Rijken alhier te paard achtervolgd; hij had de richting op Almelo genomen; zeer spoedig kwam hij met den persoon terug; daar het alleen maar een paar oude klompen betrof en niets anders was ontvreemd, werd hij op vrije voeten gelaten, na voorzien te zijn van een paar schoenen; de zijne waren zeker versleten; een ieder zette zijn schoeisel liever binnen.
N.B. Mocht u, lezer, redactionele bijdragen hebben die onze familiehistorie kunnen verhelderen of verluchtigen, schroom dan niet die aan de redactie te doen toekomen.
Kingma Kronkels: Uitersten
Joost Kingma
Ook onze Kingma-familie kent uitersten.
En met twee daarvan heb ik recent nader kennis kunnen maken.
De Kingmadag in Zweins vorig jaar werd opgeluisterd door enige tientallen bezoekers uit den vreemde. Kingma’s van ver weg.
Zo bleek deze unieke bijeenkomst aanleiding voor onder meer Cheryl en Aeger Kingma uit Echuca, Australië om het heitelan op te zoeken. Diegenen die op deze dag waren, herinneren zich hem waarschijnlijk nog wel: een grote man met een zo mogelijk nog grotere typisch Australische hoed op.
Aeger en Cheryl nodigden ons bij die gelegenheid uit om hen eens te komen opzoeken.
Nu trof het toeval dat onze oudste dochter, Lotte, afgelopen jaar in Australië heeft doorgebracht als tussenjaar na de middelbare school. Een mooie gelegenheid dus voor haar ouders om eens nader kennis te maken met zowel dit land als deze uiterste Kingma’s. We bezochten Aeger en Cheryl in december. Zij runnen een zeer moderne en grootschalige varkensfokkerij met meer dan tienduizend beesten in de staat Victoria in het diepe zuiden van het uitgestrekte Australische continent. Aeger emigreerde als kleine jongen met zijn ouders na de oorlog. Zijn familie is afkomstig uit de omgeving van Franeker.
Via de kronkelige weg die informatie soms bewandelt kwam ik vervolgens in contact met een Kingma die in een andere uiterst deel van onze wereld woont: Vuurland.
Na terugkomst uit Australië trof ik een e-mail aan van een zekere Carlos Kingma Gervola uit Punta Arenas, Chili. De kaart van Zuid Amerika bood uitkomst: Punta Arenas is de meest zuidelijke stad van dit land. Ik had me nooit gerealiseerd dat dit stuk van de wereld ook nog wordt bewoond. Carlos meldde mij dat hij onze stichting op het spoor was gekomen via een zekere Yenny Kingma uit New York, die hem een kopie had gestuurd van onze uitnodigingsbrief voor de Kingmadag. Helaas had hij de brief te laat gekregen om nog te kunnen deelnemen, maar hij was van plan om dit voorjaar naar Nederland te komen en zou graag één van ons ontmoeten om meer te horen over zijn ‘roots’.
Op een donderdag in mei werd ik onverwacht vanuit Parijs gebeld door iemand die meldde dat Carlos vanaf de volgende dag met zijn vrouw in Amsterdam zou zijn en vroeg of zij mij zouden kunnen ontmoeten. Dat weekend maakte ik kennis met Carlos (die uitsluitend Spaans bleek te spreken, een taal die ik niet echt machtig ben) en zijn vrouw. Het werd, ondanks de taalbarrière een buitengewoon leuke ontmoeting, waarbij ik hem het een en ander over onze speurtocht in de familiehistorie kon vertellen en zelf veel opstak over Chili en het barre klimaat van het zuidelijkste puntje van het Amerikaanse continent.
De twee uiterste Kingma’s (Australië en Chili) hebben we nu aardig in beeld. Of weet iemand een nog extremer gepositioneerd familielid?
Colofon
‘De Kinkhoorn’ is een periodieke uitgave van de Stichting Kingma State.
De periodiek wordt toegezonden aan donateurs van de stichting.
U kunt donateur worden door jaarlijks een bedrag van tenminste f 25,- over te maken op rekeningnummer 55.00.97.538 bij de ABN AMRO bank te Arnhem ten name van Penningmeester Stichting Kingma State.
Oplage: 150 ex.
Verschijnt twee à vier maal per jaar.
Stichting Kingma State
Secretariaat:
Sterrenboslaan 20, 3972 GD Driebergen
tel: 0343 521212
fax: 0343 517689
e-mail: kingma@worldonline.nl
website: www.kingmastate.nl
Bestuur
Voorzitter: C.S.J. Kingma, Emmen
Secretaris: J.H. Kingma, Driebergen
Penningmeester: J.M. Kingma, Arnhem
Bestuurslid: W.J. Kingma, Valkenswaard
Vormgeving en productie
Drukkerij Bakker Baarn