IV De Kinkhoorn

De Kinkhoorn 1 — mei 2000

1e jaargang, nummer 1

Dit nummer als pdf · de Engelse vertaling · de Duitse vertaling van Ralf J. Kingma

De gedrukte Kinkhoorn 1, mei 2000
De gedrukte Kinkhoorn 1, mei 2000

Voorwoord

Dit is de eerste nieuwsbrief die wij toesturen aan alle donateurs van de Stichting Kingma State. Het is de bedoeling u via deze nieuwsbrieven op de hoogte te brengen van wat wij te weten zijn gekomen en nog te weten zullen komen over de geschiedenis van de Kingma familie, over de geschiedenis van de Kingma State en wat daar mee samenhangt en over de bijzonderheden van het Kingma wapen. Er is al heel wat bekend maar er moet ook nog veel worden uitgezocht. Tevens zullen wij verslag doen van het verloop en de resultaten van de Kingma-dag.

Het idee voor de Kingma-dag in Zweins is voortgekomen uit een traditie die al meer dan 15 jaar in onze familie bestaat. Met “onze familie” bedoel ik, in dit geval, alle nakomelingen van mijn ouders en hun partners, ± 50 personen. De traditie bestaat uit een jaarlijks, bij toerbeurt door één van de familieleden in zijn/haar woonomgeving georganiseerde wandeltocht, met halverwege een picnic en pannekoeken eten tot slot.

Zo’n twee jaar geleden zijn twee van mijn neven begonnen de genealogie van onze familie na te speuren. Ik heb mij daar toen enthousiast bij aangesloten en gedrieën hadden we al snel de aansluiting gevonden met de oudst bekende Kingma’s die in Zweins op een “State” gewoond hebben.

Dit leidde vorig jaar tot het idee onze Kingma-dag in het jaar 2000 in Zweins te houden.

Nu heeft men in Friesland het initiatief genomen om in juli 2000, in alle steden en dorpen, een grote reünie te houden, waarbij ook alle Friezen en hun afstammelingen, die buiten Friesland wonen, worden uitgenodigd. Tevens vinden er in die periode allerlei culturele manifestaties plaats. Het geheel wordt aangeduid met de naam: “Simmer 2000”.

Dit heeft ons doen besluiten onze “Kingma-dag” in te passen in het kader van “Simmer 2000” en hierbij alle Kingma’s en hun verwanten, zoveel als mogelijk was, uit te nodigen deel te nemen aan de Kingma-dag op 8 juli 2000 in Zweins. Op deze dag zullen de deelnemers langs de historische plaatsen worden geleid en zoveel als mogelijk is over de genealogie van de familie en de historie van de State en het wapen worden ingelicht.

Om de organisatie van de dag en het verdere onderzoek naar de genealogie en historie wat meer fundament te geven is de “Stichting Kingma State” opgericht. De stichting zal ter zijner tijd ook de mogelijkheid bekijken de State te herbouwen in het kader van “De herinrichting van Land- goederen”.

De definitieve uitnodiging voor de Kingma-dag zal u inmiddels ontvangen hebben. Ik hoop dat u in de gelegenheid bent te komen. Zo niet dan houden wij u in elk geval op de hoogte.

Ik dank u voor de getoonde belangstelling en het feit dat u donateur bent geworden. Mede namens de andere bestuursleden wens ik u, als u komt, een plezierige dag toe waarbij u mogelijk ook nieuwe contacten kan leggen en wij ons best zullen doen u zo veel mogelijk informatie te verschaffen.

C.S.J. Kingma
Voorzitter

Kaart van Leeuwarden (Friesland).
Kaart van Leeuwarden (Friesland).

De oprichting van de Stichting

De Stichting Kingma State is opgericht op 8 juli 1999 ten overstaan van notaris Ackerman in Driebergen.

Het doel van de stichting is het bevorderen van de historische kennis van de Kingma State en de familie Kingma. Daarnaast wil de stichting de herbouw van de Kingma State bevorderen.

Bestuursleden van de stichting zijn:

C.S.J. (Kees) Kingma, voorzitter

J.H. (Joost) Kingma, secretaris

J.M. (Jeroen) Kingma, penningmeester

W.J. (Wieb) Kingma, bestuurslid.

Van links naar rechts: Jeroen, Wieb, Kees en Joost.
Van links naar rechts: Jeroen, Wieb, Kees en Joost. Voorlopig is het nog even de hand ophouden!

De Kinkhoorn

Dit is de naam die wij gegeven hebben aan het periodiek verschijnende nieuwsblad van de Stichting Kingma State. Dit blad is het communicatiemiddel tussen het bestuur van de Stichting en de donateurs en de donateurs onderling. Een hoorn is ook een communicatiemiddel. Waarom Kinkhoorn? Omdat in het Kingmawapen twee Kinkhoorns voorkomen.

De Kinkhoorn (Buccinum undatum).
De Kinkhoorn (Buccinum undatum).

Wat is een Kinkhoorn? Het is het huis (de schelp) van een zeeslak, veelal Wulk genoemd, met de wetenschappelijke naam Buccinum undatum. Het huis is een puntige hoorn met een aantal geribbelde bolle windingen en kan een hoogte van 10 cm hebben, dit is de afstand van de top tot de onderkant van de schelp. De grootste diameter kan ongeveer 5,5 cm zijn.

In de dikke "van Dale" staat bij kinkhoorn <1488> als vroegste gebruik van het woord. En dat het is afgeleid van kink (=kronkel) en dus gedraaid hoorntje betekent. Ook staat er bij "algemeen voorkomend in de Waddenzee", maar dat is helaas niet meer zo. In het "Wadden Bulletin" van februari dit jaar staat dat de Wulk of Kinkhoorn zo'n tien jaar geleden bijna geruisloos is verdwenen uit de Waddenzee. Als oorzaken hiervan worden onder andere genoemd: de boomkorvisserij en de vervuiling o.a. door "antifouling", de aangroeiwerende verven op scheepsrompen.

Of de naam Kingma verband houdt met het woord Kinkhoorn is mij niet bekend. Maar duidelijk is dat, in de door de zee aangevoerde zeeklei, vele huisjes gezeten moeten hebben van de destijds algemeen voorkomende Kinkhoorn. En het is mogelijk dat er plaatselijk concentraties van Kinkhoorns voorkwamen. Zo'n plek kan dan de naam Kinkum (-um betekent heim) gekregen hebben en dat kan verbasterd zijn tot Kingum, zoals de oudst bekende "Kingma's" heetten, naar de plek waar zij woonden. In dat geval is het ook duidelijk waarom Kinkhoorns in het Kingmawapen zijn opgenomen. Maar, let wel, dit is pure speculatie.

Ook Het Bildt, een gemeente ten noorden van Franeker, heeft Kinkhoorns in zijn wapen, namelijk drie liggende Kinkhoorns waar korenaren uit steken. Er is ook een Friese zegswijze: "yn de Kinkhoarn sitte" hetgeen betekent "thuis zitten".

C.S.J. Kingma

Bewoningsgeschiedenis van de Kingma State

De eerst bekende bewoner is Jelle Kingum geboren ca. 1450. 1+5

De uitgang “um” in de naam, die ook in veel plaatsnamen voorkomt, betekent “heim” en houdt verband met de plaats waar hij woonde.

Hij zou eigenaar van de State, toen waarschijnlijk nog een Sate (= hoeve), geweest zijn van 1511 tot zijn dood in 1538. 1+5 Maar mogelijk was de Sate toen nog eigendom van Sicka Syaerda uit Franeker en was hij dus pachter. 8

Daarna heeft een van zijn zonen Pieter Jelles Kingum, geboren op de Sate, deze bewoond tot zijn dood in 1555. 1+2

Jelle Pieters Kingum, geboren op de Sate is de volgende eigenaar geweest van de Sate.

Rond 1600 is de Sate zodanig verbouwd dat er van een State gesproken werd. 5

Daarna gaat de State naar zijn oudste zoon Pieter Jelles Kingma. 1

De familienaam is dan intussen van Kingum, mogelijk via Kinguma, verandert in Kingma. Het achtervoegsel “a” werd in het Oudfries gebruikt om aan te geven “nakomeling van”. 6

In de eerste helft van de 17e eeuw koopt Seackle Intes van Kingma de State. 2

(Mogelijk van de erfgenamen van zijn oom Pieter Jelles).

Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Ignatius van Kingma, kolonel in het leger der Verenigde Nederlanden die op 26 nov. 1700 overlijdt. Omdat hij geen wettige kinderen had, heeft hij al op 14 dec. 1696 bij testament de State en zijn overige bezittingen vermaakt aan zijn neef (de zoon van zijn zuster Trintie) Zachaeus van Ghemmenich. 2

Diens dochter Catharina trouwt met Coert van Beyma. Na haar overlijden hertrouwt Court met Petronella van Idzinga. Coert overlijdt in 1748. Petronella overlijdt in 1770 op de State.

Daarna gaat de State over op haar zoon Julius Matthijs van Beyma, hij woont er tot zijn dood in 1808.

Omdat de van Beyma’s nu op de State wonen wordt hun naam “van Beyma thoe Kingma” en hun familiewapen voorzien van een hartschild met het Kingma wapen (zonder de Friese halve adelaar).

Vervolgens woonde er Julius zoon Eduard Marius tot zijn dood in 1825. 2

Daarna, als laatste bewoner, diens neef Julius Matthijs van Beyma thoe Kingma (kleinzoon van bovengenoemde Julius Matthijs) tot zijn dood in 1847. 2 In 1842 werd hij erkend, zoals dat heet, te behoren tot de Nederlandse adel. 7

Pas in 1864 wordt, ten behoeve van Jhr. K.J.H.van Beyma thoe Kingma, de State publiek verkocht, 4 en in hetzelfde jaar afgebroken. 2

Het grondstuk waarop de State gestaan en de bijbehorende tuin gelegen heeft is duidelijk in het landschap te onderscheiden. Het is bij een ruilverkaveling, ca. 25 jaar geleden, eigendom van Staatsbosbeheer geworden omdat het als een stuk grond met een cultuurhistorische geschiedenis wordt beschouwd. Het is voor het grootste deel met jonge bomen bezet.

1. Uit de gegevens van Hennie Kingma te Lemmer.

2. Uit de inleiding van de inventarisatie van het “Familie-archief van Kingma-state”,

door J.L.Berns 1908 (uit de Prov. Bibliotheek Leeuwarden).

3. Aantekeningen betreffende het geslacht Kingma, gemaakt door Mr. W.W.Buma ±1850,

in het Ryksargyf bij het “Familie-archief van Kingma-state”.

4. Uit het boekje over de Regina Kerk te Zweins.

5. Uit de genealogie van Mr. T.J. Kingma te Bergum.

6. Zie “Voor- en familienamen in Nederland” van R.A. Ebeling.

7. Uit “Het Nederlandse Adelsboek”, Centraal Bureau voor Genealogie.

8. Zie “De rechtsomgang van Franekeradeel 1406-1438 , pagina 100.

Kingma State in 1860; detail van litho door A. Martin.
Kingma State in 1860; detail van litho door A. Martin.

Chronologie van de bewoning.

± 1450 – 1538Jelle Kingum1700 – 1748Zacheus van Ghemmenich
± 1480 – 1555Pieter Jelles Kingum1748 – 1770Court J. van Beyma × Petronella van Idsinga
1525 – ± 1603Jelle Pieters Kingma1770 – 1808Julius Matthijs van Beyma thoe Kingma
1560 – 1610Pieter Jelles Kingma1808 – 1825Eduard Marius van Beyma thoe Kingma
± 1610 – 1652Seackle Intes van Kingma1825 – 1847Julius Matthijs van Beyma thoe Kingma
1652 – 1700Ignatius van Kingma1864State afgebroken
Het wapen Kingma
Het wapen Van Beyma
Het wapen Van Beyma thoe Kingma

Kingma Beyma Beyma thoe Kingma

Stamboom

Stamboom
Stamboom van de Kingma’s op de State (1998)

De bezwijkende brug

In de Dijkstraat in Franeker was een houten ophaalbrug, bij de schippers bekend als de Tolbrug. Op 6 januari 1665 reed een deftig gezelschap, bestaande uit tweeëntwintig ruiters over die brug. De centrale figuur was een Duitse Rijksvorst, Johan Maurits van Nassau-Siegen. Hij was naar Leeuwarden geweest om de begrafenis van de Friese Stadhouder Willem Frederik bij te wonen en nu op weg naar Harlingen om zich daar in te schepen met bestemming Holland. De vorst was in het gezelschap van Majoor Ignatius (Inte) Kingma, die op de State in Zweins woonde en diende in het leger der Verenigde Nederlanden.

Foto uit De Kinkhoorn 1

De bewoners van Franeker keken belanstellend toe toen tot ieders verrassing de brug bezweek onder het geweld van de paardenhoeven. Zes ruiters met hun paarden stortten in de binnengracht, waaronder Johan Maurits en Ignatius. Zij zakten bovendien nog met hun paarden door het ijs. Gelukkig konden zij gered worden. De vorst werd in het Martenahuis verpleegd en kon na zijn herstel zijn reis vervolgen. Een gedenksteen houdt dit voorval in gedachtenis en de Tolbrug heette later Mauritsbrug.

Friesland in het eerste millennium

In de vroege middeleeuwen (6de – 7de eeuw) bewoonden Friesen de kuststrook langs de Noordzee, van de monding van de Schelde tot de monding van de Weser en mogelijk tot over de huidige Deense grens. Het was geen aaneengesloten gebied maar een nat, deels moerassig, gebied, verdeeld in een aantal kernen waar koningen heersten en een sleutelrol hadden in de Europese handel van vooral luxegoederen zoals goud. Hierbij was meer landinwaards Dorestad, het latere Wijk bij Duurstede, gelegen op de splitsing van Rijn en Lek, een, in Europees, verband belangrijk (Fries) handelscentrum.

Het Kingmawapen in de kerk te Zweins.
Het Kingmawapen in de kerk te Zweins.

De Friese invloedssfeer was echter niet bestand tegen de expansiedruk van de machtige zuiderburen, de Franken. De invloed van deze hoger ontwikkelde Christelijke staat bracht grote veranderingen teweeg met betrekking tot administrative organisatie, religie en handel. Wijn, glas, aardewerk en molenstenen werden op grote schaal via Dorestad en andere plaatsen door de Friezen verhandeld naar Engeland en Scandinavië, in ruil voor slaven, huiden, ivoor en andere zaken. De Friezen zelf leverden de beroemde Friese stoffen en zout.

Het uiteenvallen van het Karolingische rijk en de herhaalde invallen van de Vikings maakte, in de loop van de 9de eeuw, een eind aan de hoogtijdagen van de Friese handel.

De Friezen bleven echter actief op het gebied van de handel en de navigatie. De in het westelijke kustgebied wonende Friezen werden later Hollanders genoemd. Er is in zekere zin dan ook een directe verbinding tussen de vroegmiddeleeuwse scheepvaarders van de Noordzee en de grote rivieren en de ondernemers van de Vereenigde Oost-indische Compagnie in de 17de eeuw.

Kingma Kronkels: Geheugenverlies

Kingma Kronkels

Joost Kingma

‘Friesland verliest zijn geheugen’ is de kop van een artikel van Paul Steenhuis in NRC Handelsblad op 3 maart jl. Hij beschrijft het geleidelijke verdwijnen van de terpen in het Friese land en de noodzaak tot behoud van deze opslagplaatsen van het culturele erfgoed van Friesland.

Dat dreigende geheugenverlies was nu net de aanleiding voor de oprichting van de Stichting Kingma State op 8 juli vorig jaar. Gravend en zoekend in wat er nog aan kennis bewaard is gebleven proberen we u deelachtig te maken met de buitengewoon boeiende geschiedenis van de Kingma State en haar bewoners.

Helaas is de terp van de Kingma State na de afbraak van het huis in het midden van de 19e eeuw afgegraven. De vrijkomende grond kon goed verkocht worden als bodemverbeteraar voor schrale zandgronden elders in Nederland, onder meer voor de bollenteelt op de geestgronden in de binnenduinrand in Holland. De Friese beurtschippers verdienden er een goede boterham mee.

Dat de afbraak van de State een groot verlies betekende voor het erfgoed van de provincie blijkt uit de beschrijving van het ‘slot’, zoals het in Zweins wordt genoemd, in het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden van 1847:

“Deze state, welke voor dezen galg en rad voerde, maakt thans het grootste sieraad van het dorp Sweins uit. Zij heeft een zeer schoon gebouw en fraaije hovingen, welke eene oppervlakte van 7 bund, 34 v.r. 87 v. ell. beslaan, en thans in eigendom bezeten en bewoond worden door Jonkheer Julius Matthijs van Beyma thoe Kingma, Grietman van Franekeradeel.”

De bewoners van de State waren overigens niet altijd zulke keurige lieden als deze Julius Matthijs. In het Recesboek van Franekeradeel komt een akte voor van een procesgevoerd voor het gerecht van Franekeradeel op 22 december 1597 tussen ene Pyter Taekezn, “tichler” en de toenmalige bewoners van de State, Jelle Pytersz. Kingum en Pyter Jelles Kingum over het recht van visvangst in de vaart tussen Franeker en de Hornebrug bij Dronrijp. De Kingum’s hadden al meer dan honderd jaar het recht op deze visvangst, maar blijkbaar had Pyter Taekezn. dit geschonden. De ‘heren’ Kingma waren nogal drastisch opgetreden, want zij waren “tsavonts by nachte aen Pyter Taekezn. hiem gekomen met geladen roeren dselve losgeschoten, ende also hem ende synen familie groot gewalt ende confuys hadden gedaan, scheldende voor een stuck schellem, dieff ende diergelycke.”

De wijze rechters van Franekeradeel zullen wel hun hoofd geschud hebben over een dergelijk optreden van de Kingma’s, zij veroordeelden hen tot kleine geldboetes, maar bevestigden dat ze recht hadden op de visvangst (kinkhoorns?) in het betreffende water. Deze anekdote wordt beschreven in “Kingma, lid van de familie”, een in 1969 geschreven boek ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Kingma’s Bank.

Stevige jongens dus die vroege Kingma’s. Mannen die wel van optreden hielden. Recht door zee. Weinig kronkels, zoals de kinkhoorns in hun (latere?) familiewapen.

Het wapenschild van de Kingma's in de kerk te Zweins.
Het wapenschild van de Kingma's in de kerk te Zweins.