IV De Kinkhoorn

De Kinkhoorn 2 — november 2000

1e jaargang, nummer 2

Dit nummer als pdf · de Engelse vertaling · de Duitse vertaling van Ralf J. Kingma

Voorwoord

De Kingmadag in Zweins is al weer even geleden, de vakantie- periode is ook voorbij, hoogtijd voor een nieuwe Kinkhoorn.

Terugkijkend naar de Kingmadag kunnen we zeggen dat de belangstelling nog wat groter was dan we ingeschat hadden, dat het enthousiasme groot was en de sfeer fantastisch goed. Kortom de dag was een succes en we kunnen er met plezier en voldoening aan terugdenken. Onze dank gaat uit naar alle deelnemers die met hun aanwezigheid en goede stemming hebben bijgedragen aan het succes. Veel dank ook voor de vele medewerkers die geholpen hebben om alles in goede banen te leiden en vlot te laten verlopen. Onze speciale dank gaat uit naar de inwoners van Zweins en Kingmatille zonder wiens bereidwillige medewerking, enthousiasme en grote eigen bijdrage, het nooit zo’n succes had kunnen worden.

Nu de Kingmadag met de er bij horende omvangrijke organisatie voorbij is wil ik nog graag memoreren dat Joost (secretaris), Jeroen (penningmeester), Wieb (bestuurslid en onze genealoog) en Lies (die o.a. heel veel administratief werk heeft verricht) heel veel dank toekomt voor het vele voorbereidende werk dat zij gedaan hebben en hun inzet op de dag zelf.

We hebben nu de handen vrij om, voor zover onze tijd het toelaat, ons te wijden aan de taken waarvoor onze stichting staat. We gaan verder met het naspeuren van de familiegeschiedenis, de genealogie, de geschiedenis van de State en de betekenis van het wapen. Daarnaast willen we bekijken of het State-terrein een cultuurhistorische meerwaarde gegeven kan worden.

Kees Kingma
Voorzitter

Elke eeuw (verslag Kingmadag)

Als deze Kinkhoorn verschijnt ligt de Kingmadag 2000 al weer enige maanden achter ons.

Te oordelen naar de reacties die we van vele kanten tijdens en na de dag kregen hebben we heel veel familieleden hiermee een groot plezier gedaan.

De opkomst was nog wat groter dan de 400 Kingma’s die we verwachtten en het enthousiasme overtrof onze stoutste verwachtingen. Maar ook de medewerking die we kregen van de kant van de inwoners van Zweins heeft veel aan het succes van de dag bijgedragen. Dat begon al met de welkomstpoorten op de toegangswegen naar Kingmatille. En tenslotte hielp het weer met een flinke portie geluk.

Al vrij snel na het welkomstwoord en startsein hadden de meeste deelnemers hun groep voor de rondleiding gevonden en kon de dag een aanvang nemen. Het koetsje voor de ouderen kwam wat laat, maar dat werd al snel opgevangen door het inzetten van auto’s.

De bezoekers van het theehuis werden door Sije Fokkema vergast op een historisch verhaal over dit enige nog bestaande gebouw van de voormalige Kingma State. In de tuin zong de Friese bard Roel Slofstra gevoelige liederen bij het nuttigen van de thee.

Al wandelend naar Zweins kon men genieten van een demonstatie kaatsen, een heel populaire sport in dit deel van Friesland. En na de lezingen in het dorpshuis en de Reginakerk was er aan het eind van de middag een werkelijk betoverend mooi schouwspel met zwarte Friese paarden op het veld naast de kerk. In lange blauwe gewaden geklede amazones gaven een prachtige dressuurshow op muziek.

Voor een wandeling over het State terrein was wat beter schoeisel nodig, maar dankzij de benodigde voorbereidingen door de beheerder kon vrijwel iedereen er zonder bezwaar terecht om het interessante verhaal over de geschiedenis van Stinzen en Staten in Friesland te horen.

Voor degenen die slecht ter been waren was er simultaan in de tent een lezing over hetzelfde onderwerp. Hier was er ook van s’morgens vroeg tot s’avonds een enorme belangstelling voor de stamboom en de genealogie van de Kingma’s. Er is heel wat afgepuzzeld om te zien of men zijn voorouders kon vastplakken aan de al bekende gegevens.

Intussen konden de kleintjes buiten terecht op de speeltoestellen en binnen bij de clown en televisie.

Dankzij het goede weer kon er buiten en binnen genoten worden van de prima barbecue.

De beoogde groepsfoto met alle aanwezige Kingma’s bleek een project met een te hoog ambitieniveau. Gelukkig zijn er wel veel foto’s gemaakt door de fotograaf op het moment van arriveren.

Fotoreportage van de Kingmadag, 8 juli 2000
Fotoreportage van de Kingmadag, 8 juli 2000

Door de goede tolken waren ook de buitenlanders in staat om de presentaties op de verschillende plaatsen te volgen.

Kortom een zeer geslaagde dag. En op de vraag of we dit vaker denken te doen hebben we steeds bevestigend geantwoord: tenminste elke eeuw een keer!

Kingma Kronkels: Vlinders en Zwanen

Kingma Kronkels

Joost Kingma

“Ik zie me als Groninger niet dolenthousiast een Groninger uit Toronto om de nek vallen op de eerste dag van een Groningen-reunie in Appingedam. Kijk wel uit. Engerd. Maar Toronto-Friezen krijgen vlinders in de buik als ze over de Afsluitdijk rijden: Friezen, Friesland, Samenzijn!”

Bij onze Kingmadag op 8 juli hadden we weliswaar niet helemaal zulke heftige taferelen, maar een beetje van dat vlindergevoel overviel sommigen toch wel bij de rit naar Zweins.

Het wil trouwens ook maar slecht weggaan, dat vlindergevoel, als je weer eens op een mooie zonnige dag in september over de velden rond het 'Hofke', zoals het voormalige State terrein ter plaatse wordt genoemd, uitkijkt en je een voorstelling probeert te maken van hoe het er hier uitgezien moet hebben toen het gebouw er nog stond in al zijn glorie. Dat gevoel werd nog heftiger toen we bij die gelegenheid, in aanwezigheid van de archeologen van Archis, ontdekten dat je nog steeds het zwaneneilandje op de westelijke hoek van de oude slotgracht kunt terugvinden.

Zwanen vormen een constante factor in het bestaan van de bewoners van de State door de eeuwen heen. We vinden ze terug in het helmteken van het familiewapen als uitkomende zwanenhals en in het wapenschild in de vorm van de pijl die waarschijnlijk staat voor het recht op zwanendrift. Volgens de in 1934 verschenen Stads- en dorpskroniek van Friesland over de 19e eeuw van de hand van Dr. G.A. Wumkes werd dit recht op zwanendrift in 1882 geveild in combinatie met huis, erf, grond en zwaneneiland op de voormalige State. Hoe deze datum zich overigens verhoudt met de datum van afbraak in 1864 is (nog) niet duidelijk.

Zwanen zijn trotse vogels.

“Friezen zijn trotse mensen. Groningers niet. Wij gaan gebukt onder een minderwaardigheidscomplex.” zegt Jan Mulder in datzelfde stukje CAMU.

“In het buitenland vragen ze wel eens waar je woont.

‘Groningen.’

‘?’

‘Groningen. Naast Friesland.’

‘Áh, yes, I know!’”

Dat kunnen na deze zomer met recht veel reünisten zeggen, hopelijk nog steeds met wat vlinders in de buik.

Lezing Taede Kingma

Ik wil beginnen met iets over Naamkunde

En dan allereerst iets over Friese Plaatsnamen, toponiemen. Veel plaatsaanduidingen in Friesland eindigen op –um. Dat is ontstaan uit –heem, -heim. Wat aan dat –um voorafgaat is heel vaak (maar niet altijd) een persoonsnaam. Kingum, waar onze familienaam van afgeleid is, betekent dan: het heem, it hiem, het erf, de woonplaats (in dit geval zeker een terp) van Kinge en dat moet een oud-Friese voornaam zijn. Al in 1413 komt de naam Kingum als naam van de sate (boerderij) in stukken voor, maar die naam zal zeker veel ouder zijn. Deze streek was toen al lang bewoond. Volgens een recente publicatie (De Vrije Fries 1999, blz 31) was bewoning van dit gebied al sinds zo’n 150 jaar voor Chr. mogelijk.

Veel Friese familienamen zijn afgeleid van persoonsnamen. Een aantal geslachtsnamen is echter gevormd van plaatsnamen door toevoeging van –a (=van): Baarda, Holwerda, Ferwerda enz. Als het ging om plaatsnamen eindigend op –um, kreeg je namen als Bierum, Hallema en ook Kinguma.

Veel familienamen ontstonden uit persoonsnamen door –ma of –sma aan een voornaam toe te voegen: Atema, Eisma, Feikema, Herkema, Hendriksma, Jansma, Pietersma. –Ma en –sma betekend dan zoveel als: kinderen, nakomelingen van…

Er zijn ook viel Friese familienamen op –stra. Dat is voortgekomen uit “sater” of “sitter”dat zich ontwikkelde tot satera, sittera, wat betekend “bewoner van”, en later afsleet tot –stra: Boonstra (van Boarn, Oldeboorn), Groustra, Veenstra, Zwaagstra, enz.

Ik ben geen historicus en geen genealoog. Wel ben ik heel lang geleden geprikkeld geraakt door nieuwsgierigheid naar mijn “roots”. Dan begin je met je ouders en grootouders. Het terugzoeken van je voorgeslacht tot aan de Franse tijd, zo rond 1810, is niet zo moeilijk. Daarvoor kun je beschikken over de registers van de burgerlijke stand en het bevolkingsregister bij de gemeente of op het rijksarchief. Aardig is ook het register van naamsaanneming van 1811/1812. Toen moest iedereen een achternaam kiezen. Veel mensen hadden die toen nog niet. In bepaalde families was – soms al heel lang – wel een geslachtsnaam in gebruik. Natuurlijk werd die toen geregistreerd. Zo werd de naam Kingma zeker in wel 15-tal Friese gemeenten vastgelegd.

Moeilijker wordt het als je verder terug gaat. Dan kom je terecht bij de kerkelijke doop, trouw- en begraafboeken. In de ene kerkelijke gemeente gaan die verder terug dan in de andere.

Ik ga nu niet in op de verdere mogelijkheden van onderzoek. De Fryske Akademy heeft een Gids voor genealogisch onderzoek uitgegeven. Die wijst je heel goed de weg.

Meer dan 50 jaar geleden kwam ik bij mijn voorvaderen in de 17e eeuw – in hoofdzaak in Ferwerderadeel –terecht, maar toen liep ik eigenlijk vast. En dan komt het toeval je te hulp. In het “jierboekje van it Genealogysk Wurkferbân fan de Fryske Akademy” van 1952 stond een artikel van de hand van H.G. van Slooten over: “De Reders- en Koopmansfamilie Kingma te Makkum”. Daarin schreef van Slooten: “Het behandelde geslacht heeft zijn naam ontleend aan een thans uitgestorven familie Kingma. Die zin intrigeerde mij destijds nogal. Ik heb toen contact gezocht met Van Slooten en die heeft mij vervolgens zijn gegevens over de Kingma’s doen toekomen. Hij liet mij daarbij weten dat hij uit zijn onderzoekingen had geconcludeerd dat de Kingma’s van Kingma State te Zweins waren uitgestorven, maar dat het niet uitgesloten was dat die familie in de boerenstand nog voortleefde. Volgens hem was dat dan wel op een heel ander maatschappelijk niveau dan de oorspronkelijke voorouders.

Door die gegevens van Van Slooten kon ik in de 17e eeuw nakomelingen vinden van de Kingma’s van Kingma State die in Ferwerderadeel woonden met dezelfde voornamen als mijn voorvaders in dezelfde streek; inderdaad wel op een ander sociaal niveau: boeren, kasteleins, boerenarbeiders enz. Maar die ene “missing link” ontbrak nog steeds. Met hulp van de genealoog Ype Brouwers is het mij enige jaren gelden eindelijk gelukt om de goede aansluiting te vinden. Toen bleek dat rond 1650 in dezelfde streek twee boeren waren die Johannes Kingma heetten. Ik was terecht gekomen bij die uit Reitsum, maar ik moest hebben Johannes Pyters Kingma, die in 1640 boer was te Lichtaard. Zo heb ik eindelijk na vele jaren kunnen concluderen dat ik rechtstreeks in de mannelijke lijn – via Sweins, Oenkerk, Ferwerderadeel, Dantumadeel (vooral Wanswerd en Birdaard) en Leeuwarderadeel – afstam van de oudst bekende Kingma’s uit de 15e eeuw.

Stellig zijn er veel meer Kingma’s, voor wie dat geldt. Daarnaast zijn er heel wat Kingma’s die in vrouwelijke lijn van die eerste Kingma’s afstammen. Vóór de Franse tijd wijs het niet ongebruikelijk dat iemand die geen familienaam had, de al wel gehanteerde geslachtsnaam van zijn moeder of grootmoeder aannam. Dat is b.v. het geval geweest met de Kingma’s van de Kingma’s Bank.

Een ander voorbeeld. De dochter van Ynte Clases Kingma bracht de naam over op haar nakomelingen. Zo is er een familie Kingma met als stamdorp Beers en een afkomstig uit Weidum. Heel wat Kingma’s in wat nu de gemeente Littenseradeel heet (voorheen Baarderadeel en Hennaarderadeel) of afkomstig uit die streek, stammen daarvan af. De Ynte naam kwam en komt daarbij nogal eens voor.

Ik denk dat bijna alle Kingma’s nakomelingen zijn van de eerste Kingma’s uit Zweins die ons bekend zijn. “Bijna”, want een uitzondering vormt de familie van de beurtschippers/stroom-ondernemers Kingma van Birdaard. Antje Aedes was getrouwd met Jan Johannes Kingma, die uit “onze” familie stamde. Haar neef, Gosse Jans,- die dus niet tot de familie Kingma behoorde – nam in 1812 ook maar de hem bekende naam Kingma aan. Zo ontstond er een nieuwe familie Kingma, die vooral in Birdaard en o.m. in Dokkum en de Dongeradelen heel wat nakomelingen heeft gehad en nog heeft.

Het is natuurlijk niet onmogelijk dat zich elders ook een soortgelijk geval heeft voorgedaan maar het gaat dan toch wel om uitzonderingen.

Ik keer nu terug naar de oudstbekende voorouders. Dat zijn Pieter Jellezn. Kingum, waarschijnlijk rond 1480 geboren op Kingmasate, en zijn broer Jelle Jellezn., overleden in 1555. Uit het feit dat Pieter en Jelle beiden worden aangeduid als Jellezn., kunnen we afleiden dat hun vader Jelle heette. Daarmee komen we nog iets verder in de tijd terug. Hij zal wel ongeveer 1450 geboren zijn. Hij moet in 1538 op Kingmasate zijn overleden. Volgens het Register van den Aanbreng van 1511 was deze Jelle voor 16/40 eigenaar van de Kingmasate.

Een Johannes Petri bezat toen 14/40 van die boerderij. Zou dat niet een broer van Jelle geweest kunnen zijn? Als dat zo was, weten we ook de naam van hun vader; Petri is immers: zoon van Pieter. En met die Pieter komen we zelfs al behoorlijk in de eerste helft van de 15e eeuw terecht.

16/40 + 14/40 = 30/40. Een kwart van de boerderij behoorde dus in 1511 aan een ander toe.

De adelijke vrouwe Edwer Sjaarda vermaakte in 1510 haar aandeel in het “gued thoe Kinghum”, dat 9 fl. opbrengt met de voeding van een hengst om de andere winter, aan haar kleindochter Lutke, getrouwd met Gerrolt van Herema. Van de totale opbrengst van de boerderij ad 40 fl.22 st. is dat wel ongeveer ¼. Pieter Jelle zoen toe Kingen wordt in 1511 genoemd als gebruiker van de sate. Laten we zeggen hij pachtte die van zijn vader en, niet onwaarschijnlijk, zijn oom en moest ook aan de familie Sjaarda nog steeds een bedrag betalen. Die familie had sterke banden met Kingum; in 1413 was Sicke Sjaerda “Ruychter van Kinghum’. Interessant zou zijn uit te vinden wat de relatie tussen de Kingums/Kingma’s en de schatrijke adellijke familie Sjaarda uit Franeker was. Volgens “Zorgen voor zekerhied”van Dr. Hans Mol c.s. over de Friese testamenten van voor 1550 bedachten de hoofdelingen hun bastaarden (en die waren er heel wat) dikwijls heel goed. Zij kwamen nogal eens terecht in het eigenerfdenmilieu. Een eigenerfde was een boer op eigen grond. De eerste Kingma’s worden telkens als eigenerfde op Kingmasate genoemd. Zouden zij misschien ook verbasterd blauw bloed in de aderen gehad hebben? Dat lijkt mij een leuke vraag voor nadere onderzoekers.

De oudste leden van ons geslacht werden met verschillende namen aangeduid. Zo komt Pieter Jellezn. Kingum (# rond 1480) ook voor als Pieter Jelles toe Kingma. Zijn zoon Jelle Pieterzn. noemt zich, evenals zijn broers, ook Kingum. Daarna wordt het steeds vaker Kingma, ook wel afgewisseld met Kinguma, Kingema en Van Kingma.

In wat voor tijd leefden de eerste bekende Kingma’s eigenlijk? Dat was een tijd dat Friesland verscheurd werd door onderlinge twisten. Een landsheerlijk gezag ontbrak geheel. Onder elkaar worden die hoofdelingen met de gewapende knechten die zij in dienst hadden, voortdurend oorlog, waarbij ze vaak hun hele gevolg (degenen die van het afhankelijk waren) te wapen riepen. Stinzen werden in brand gestoken, vrouwen werden ontvoerd en gegijzeld en bij tijd en wijle sloegen ze elkaar dood. Aan het eind van de 15e eeuw liep dit uit op de totale partijstrijd tussen Schieringers en de Vetkopers. In die “burgeroorlog” tussen de machtbebbers speelde o.m. de al genoemde Schieringer hoofdelingenfamilie Sjaarda van Franeker een belangrijke rol. Na 1498, toen de Schieringers de hulp van een buitenlandse macht hadden ingeroepen in de persoon van Albrecht van Saksen, kwam er een eind aan deze chaotische, bijna anarchistische periode. Weliswaar kwam er zo ook een eind aan de legendarische Friese vrijheid, maar er ontstond wel een ordelijke bestuurssituatie. Twee jaar geleden is een minder geslaagde poging gedaan dit, onder de naam “500 jaar Friesland”, te gedenken.

Die ontwikkeling hebben Jelle (geboren rond 1450) en Pieter (geboren rond 1480) bewust meegemaakt. Misschien hebben ze wel in het gevolg van de Sjaarda’s mee moeten vechten. Wie weet, is hun boerderij wel eens platgebrand.

Bij deze inleiding wil ik het laten. Het heeft niet veel zin om mijn stamreeks langs te lopen. Wie daarin geïnteresseerd is, kan die straks wel inzien.

Ik hoop dat anderen deze stamreeks met het verder beschikbare materiaal nog eens uitbouwen tot een volledige genealogie, een Kingmaboek.

Presentatie op Kingmadag

Verschillende mensen hebben na de presentatie gevraagd of ik mijn verhaal ook op papier had, om het nog eens na te kunnen lezen. Ik had dat niet, het zat alleen in mij hoofd. Zodoende heb ik het nu alsnog op papier gezet. De bijbehorende beelden vind u voor een deel in Kinkhoorn 1.

De Kingma State

Het eerste beeld was een kaart van Friesland uit 1622. Hierop kon tweemaal de naam Kingma bij een State gevonden worden. Het volgende beeld toonde een detail van de kaart waarop dit heel duidelijk te zien was. De ene bij Zweins de andere bij Blessum. In de laatste naam was de m door een beschadiging als gevolg van een vouw in het origineel van de kaart niet compleet. Maar heel duidelijk was “Kingna” te zien. Nader onderzoek van oude kaarten heeft echter aan het licht gebracht dat hier vrijwel zeker “Ringia” gestaan heeft. Het bovenste deel van de R was blijkbaar ook weggevallen waardoor dit een K geworden was. Hiermee is dit dus weer recht gezet.

De andere Kingma State die ik heb aangeduid en die aan de waddenkust lag, vlak bij Peasens is wel degelijk op verschillende oude kaarten te vinden (b.v. Schotanus en Eekhof) en is ook als voormalige State in het Aardrijkskundig Woordenboek uit 1847 vermeld. Wie er gewoond heeft is nog niet bekend, maar het zal vermoedelijk een nazaat van een Zweinse Kingma geweest zijn.

Vervolgens zijn details getoond van twee kaarten van Schotanus waarop de situatie rond Zweins ca. 1718 is te zien.

Uitsnede van een kaart uit de atlas Schotanus, 1718
Uitsnede van een kaart uit de atlas Schotanus, 1718

Dan zijn foto’s van de drie door A. Martin gemaakte afbeeldingen van de Kingma State getoond, namelijk een potloodtekening, een aquarel en een litho. De originelen worden bewaard in het depôt van het Fries Museum in Leeuwarden en tonen alle drie de State vanuit dezelfde gezichtshoek, zie pag. 5 van de eerste Kinkhoorn en de omslag.

Door de Fryske Akademy worden een aantal Kadastrale en Prekadastrale Atlassen uit respectivelijk 1832 en 1700/1640 uitgegeven, hiervan zijn inmiddels 12 delen verschenen. Deel 4 over Franekeradeel en Franeker bevat kaarten die de situatie rond Zweins in de genoemde jaren weergeven. Op de Prekadastrale kaart staan in Zweins vijf Staten aangegeven wat m.i. op een grote welvaart moet duiden. De Kingma State valt op door de grootte van het perceel waarbij zelfs de grachten zijn aangegeven. Verder toont de kaart in Kingmatille een Tolhuis en een Steenfabriek en ten noordwesten van de Kingma State op het aangrenzende perceel een terp waarop mogelijk de Sate (boerenhoeve) heeft gestaan die aan de State vooraf ging.

Uitsnede van een kaart van Zweins, Prekadastrale Atlas van Fryslân (1700/1600), deel 4 Franekeradeel en Franeker
Uitsnede van een kaart van Zweins, Prekadastrale Atlas van Fryslân (1700/1600), deel 4 Franekeradeel en Franeker

De daarna getoonde Kadastrale kaart uit 1832 vermeldt behalve de Kingma State nog slechts Heerma en Rinnerda (Groot Heerma was in 1814 afgebroken). De terp wordt niet meer aangegeven en zou dus al afgegraven moeten zijn. Op dit perceel wordt Bouwland en “PlazierBosch” aangegeven en een rond lopend (wandel)pad dat vanaf het Stateterrein bereikbaar is via een brugje.

Beide kaarten geven de waterpoel (zwanenpoel) aan die zo’n 200 ellen ten noorden van de State lag. De Kingma’s hadden het recht van zwanendrift d.w.z. dat zij zwanen mochten fokken (voornamelijk voor het zwanendons).

Dan bekijken we een schets van het State terrein die afkomstig is van het Ryksargyf Leeuwarden. Het terrein bestaat uit drie delen. Op het eerste deel is te zien dat centraal hierop het “Heerehuis” heeft gelegen met er naast een schuur. Op het tweede deel, de “Binnentuin” genaamd en via een brugje bereikbaar, is centraal iets onduidelijks aangegeven. Op de vier hoeken staan beelden, namelijk van Juno, Ceres, Diana en Automatia. De laatste is weinig bekend, het is “de Godin die, de buiten menselijk toedoen plaatsgrijpende gebeurtenissen bewerkt” las ik in een Latijns woordenboek. Met andere woorden: zij regelt de gebeurtenissen waar de mensen geen invloed op hebben, zoals, denk ik, b.v. de zonsop- en ondergang en eb en vloed. Het derde deel van het terrein (waar op de Kingmadag de tent stond) wordt aangeduid als “Keukentuin”, hier werden kennelijk de groenten en kruiden geteeld.

Een tekening van de brug (tille) gemaakt in 1838, omdat de brug vernieuwd moest worden, laat zien dat het een eenvoudige houten ophaalbrug was. Een schets van de situatie rondom de tille laat zien dat het Tolhuis aan de noordzijde van de trekvaart lag, vlak naast de brug en de brugwachters woning ten zuiden van de vaart. De beide woningen zijn er niet meer, de brug verdween toen kort na de oorlog de trekvaart werd verbreed en Harinxma kanaal ging heten.

Dan is er nog een Militaire Topografische Kaart uit 1854, die merkwaardig genoeg de terp bij de State nog wel aangeeft.

Het Kingma-wapen

Het wapen is (verticaal) gedeeld. Rechts (in heraldische termen) toont het een Friese halve adelaar in zwart op een gouden achtergrond. Links is het doorsneden met boven in zilver twee zwarte Kinkhoorns en onder in blauw een zilveren pijl.

De heraldische aanduidingen rechts en links zijn ontstaan doordat in de middeleeuwen de geharnaste, en daardoor onherkenbare, ridders ter herkenning op hun tuniek hun wapen droegen. In zo’n geval is voor de drager rechts wat voor de toeschouwer links is, vandaar.

De adelaar is afkomstig van de Duitse adelaar en houdt verband met de bevestiging door keizer Sigismund in 1417 van het zogenaamde Karelsprivilege, het veronderstelde privilege van Karel de Grote, waarbij deze de Friese vrijheid bevestigde. Verder wordt wel aangenomen dat de vooraanstaande lieden die meededen aan de zogenaamde “Rechtsomgang” (het bij toerbeurt uitoefenen van de rechterlijke macht), ten teken dat zij rechtspraken namens een hogere instantie (de Keizer), de adelaar in hun wapen opnamen, al was dit geen vaste regel. Ook de Kingma State was een z.g. “Rechtvoerende State. (Zie: “De Rechtsomgang van Franekeradeel 1406 – 1438”, uitgeven door de Fryske Akademy).

Er is ook een Kingma-wapen zonder adelaar, dus met alleen de twee Kinkhoorns en de Pijl. Dat moet dus een oudere versie zijn.

In de vloer van de kerk van Zweins is bij de restauratie een steen aangebracht, die men blijkbaar ergens ontdekt had en die het Kingma-wapen met adelaar draagt. De wapens op de zerken van de Kingma’s in de kerk zijn helaas, in de Franse tijd, op bevel van hogerhand weggehakt. Alleen op de zerk van Kolonel Ignatius is nog de onderst helft te zien, de poot van de adelaar en de pijl. Daar heeft destijds blijkbaar iets overheen gestaan.

Op de zerk van Inte Jelles Kingma is wel goed het, bij het wapen horende, helmteken te zien. Dit wordt omschreven als “een uitkomende zwaan”, het toont een ridderhelm versierd met veren waarboven de kop en hals van een zwaan te zien is.

Het Kingma wapen
Het Kingma wapen

Het laatste beeld dat ik laat zien is het grafschrift op de zerk van Inte Jelles, het luidt:

De doot die maeckt ons algelyck
In allen Stand tsy arm of ryck
Wanneer Tgebeent op hoope leidt
Siet men aldaer geen onderscheyt

Hieruit blijkt duidelijk dat onze verre voorouders, ondanks hun status en welstand, nuchtere Friezen waren.

Kees Kingma

Grafschrift van Inte Jelles (Ignatius) in de Reginakerk te Zweins
Grafschrift van Inte Jelles (Ignatius) in de Reginakerk te Zweins