IV De Kinkhoorn
De Kinkhoorn 5 — april 2002
3e jaargang, nummer 1
Dit nummer als pdf · de Engelse vertaling · de Duitse vertaling van Ralf J. Kingma
Voorwoord
Voorjaar 2002. De Kingmadag van Simmer 2000 lijkt al weer lang geleden. Minder lang geleden is de eerste bijeenkomst van donateurs op 24 november 2001 in Zweins die een uitstekende belangstelling kreeg. Zie hiervoor het verslag van de bijeenkomst in dit nummer. Vermeldenswaard is dat aan het eind van de bijeenkomst het bestuur van onze stichting uit handen van Ton Hilverda namens de Zweinse gemeenschap alvast een eerste steen voor de nieuwe State aangeboden kreeg, keurig in een houten kistje. Het was een grote oude steen van 33x16,5x9 cm. Volgens Mevrouw Mulder-Radetzky is de steen waarschijnlijk ouder dan de kleinere kloostermoppen en mogelijk uit de late middeleeuwen afkomstig. Misschien komt de steen dus wel van de Kingma State of Sate? Wij zijn de schenkers dankbaar voor deze geste.
Het ligt voor de hand dat over de laatste bewoners van de State het meeste te vinden is. Daarom hebben we ook al veel over Ignatius van Kingma kunnen publiceren. Hij was, zoals bekend, de laatste Kingma op de State. Maar de echt laatste bewoners waren, na de van Ghemmenich’s, de van Beijma thoe Kingma’s. Omdat ons niet alleen de geschiedenis en genealogie van de Kingmafamilie interesseren, maar ook de geschiedenis van de State en de daarbij behorende bewoners, zullen we ook aan dezen aandacht besteden. En ook hierbij is het dus het gemakkelijkste om met de laatste bewoners te beginnen. Dat waren Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma en zijn vrouw en kinderen. Daarover vindt u dus een verhaal in deze Kinkhoorn met foto’s van geschilderde portretten die ik, dankzij de vriendelijke medewerking van een nazaat, Jhr. C.L. van Beijma thoe Kingma, heb kunnen maken.
Kees Kingma
Voorzitter
Bijeenkomst donateurs 2001
Deze eerste bijeenkomst, met zo’n 40 enthousiaste deelnemers, kunnen we mijns inziens geslaagd noemen. We hebben om te beginnen verschillende foto’s, die reeds in de Kinkhoorn geplaatst waren, nu in kleur geprojecteerd laten zien. Tevens enkele nog niet geplaatste foto’s van de gedenksteen die herinnert aan het, reeds in verschillende Kinkhoorns gememoreerde, ongeluk op 6 januari 1665. Daarbij zakten Johan Maurits van Nassau in gezelschap van Ignatius van Kingma, met nog vier ruiters, door de brug in de Dijkstraat. Deze gedenksteen is aangebracht in de gevel van het, in 1597 gestichte, voormalige Claerkampster weeshuis (thans cultureel centrum voor jongeren) op de hoek van de Dijkstraat en de Godsacker bij de beruchte, nu gemoderniseerde, brug in Franeker. In Kinkhoorn 3, op pagina 4, is een schilderij of tekening van de hand van Romeyn de Hooghe te zien waarop het tafereel in beeld is gebracht en dat kennelijk model heeft gestaan voor het reliëf op het weeshuis, dat overigens het spiegelbeeld laat zien.
Een foto van de huidige brug met daarachter het weeshuis gaat hierbij. Rechts op deze foto is het reliëf met zijn poortachtige omlijsting te zien.

Het opschrift er onder luidt:
“Ao. 1665 den 6 Jan. n. stylwert1 sijn Doorl. Fürstel. gen. Iohan Mauritz Fürst tot Nassow hier wonderlik uyt watersnoodt verlost”.

Verder werd een presentatie gegeven over de toekomstplannen en mogelijkheden en de daarop betrekking hebbende overwegingen.
Daarna was het woord en projectiescherm aan de kunsthistorica Mevrouw Mulder-Radetzky die een interessante voordracht hield over de ontwikkeling van Stinzen en Staten.
1 STYLWERT; Dit duidt op het gebruik van de oude kalender. Paus Gregorius XIII voerde in 1582 de Gregoriaanse tijdrekening in. In verschillende protestantse landen en gewesten weigerde men echter de Gregoriaanse kalender over te nemen. Onder andere in Friesland blijft men nog tot 1700 de Juliaanse kalender gebruiken.
De laatste bewoners van de Kingma State
De laatste bewoners, voor de verkoop en afbraak in 1864, waren Julius Matthijs van Beijma met zijn vrouw en kinderen. Zijn vader was Coert Lambertus van Beijma, de bekende patriot die fel het despotisme van de stadhouder bekritiseerde. Bijvoorbeeld de conflicten met de stadhouder over de grietmansbenoemingen speelden een rol. In 1787 leidde Coert Lambertus een staatsgreep te Franeker en werd hoofd van een tegenregering. Toen het te hulp geroepen Pruisische leger de Republiek binnen viel vluchtten veel patriotten. De meeste van hen kwamen in Saint Omer in Noordwest Frankrijk terecht. Zodoende heeft Julius Matthijs, geboren op 25 september 1781 te Ternaard, een deel van zijn jeugd in Saint Omer doorgebracht. In 1795 keerden zij in het voetspoor van de Fransen terug.
Julius Matthijs had aanvankelijk allerlei functies die betrekking hadden op de financiën van de overheid. Van 1819 tot 1820 was hij Vrederechter in het kanton Hindelopen.
Nog in deze functie richt hij een verzoek aan Koning Willem I om vergunning “de toenaam of tytel thoe Kingma” aan zijn naam en aan zijn familiewapen toe te voegen. Dat kon dus blijkbaar niet zomaar.
Middels een stuk gedateerd 2 februari 1821 krijgt hij toestemming voor de toevoeging aan zijn naam. Dit stuk begint met de aanhef:
“Wij Willem, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje – Nassau, Groot – Hertog van Luxemburg, enz., enz., enz.”.
Dan volgt de omschrijving van het verzoek, waarna het verder gaat met: “Gehoord het Rapport van onzen Minister van Justitie van den 31 Januari 1821, nº 360; Hebben goedgevonden en verstaan:
1º Aan voorn. Julius Matthijs van Beijma toe te staan om achter zijnen geslachtnaam te voegen den toenaam of tytel Thoe Kingma, en zich alzoo te schrijven en teekenen Julius Matthijs van Beijma Thoe Kingma; met dien verstande niettemin dat van den alzoo aan te nemen toenaam, geen gebruik zal mogen worden gemaakt, dan één jaar na dat dit ons besluit in de Nederlandsche Staatscourant zal zijn aangekondigd, en behoudens ons regt tot intrekking van deze vergunning, indien daar tegen regtmatige vertoogen mogten worden gedaan”.
Verder wordt in dit stuk vermeld dat het rapport van de Minister van Justitie en het rekest van J.M. van Beijma in handen van de Hoge Raad van Adel 1 gesteld dient te worden “ten einde, onder terugzending van een en ander, ons (de Koning) te dienen van deszelfs consideratien en advies, voor zooveel betreft het door den Suppliant gedaan verzoek, om permissie tot het aannemen van het wapen Thoe Kingma”.
De Minister wordt belast met de “executie” m.b.t. de toevoeging aan de naam en het sturen van een afschrift een de Hoge Raad van Adel “tot informatie en nazigt” en het op de gewone wijze kennis geven aan de rekwestrant. Dan volgt de ondertekening:
“Brussel den 2n Februarii 1821.
/geteekend/ Willem.
Van wege den Koning
/geteekend/ J.G. de May van Streefkerk
Accordeert met deszelfs origineel
De Griffier ter Staats-Secretarie.”
(Niet leesbare handtekening.)
Daarna volgt een stuk gedateerd 9 maart 1821, met dezelfde aanhef en dezelfde ondertekening. 2 De tekst luid als volgt:
“Nader gelet op dat gedeelte van de Rekwesten van Julius Matthijs van Beijma, vrederegter van het Kanton Hindelopen, en Lid van den Commissie van Landbouw in de Provincie Vriesland, betrekking hebbende tot het verzoek om vergunning, teneinde bij zijn geslachtwapen het wapen van thoe Kingma te mogen voegen.
Gezien het rapport van onzen Minister van Justitie; gehoord het advies van den Hoogen Raad van Adel;
Gelet op ons besluit van den 2n Februarii Nº 88;
Hebben goedgevonden en verstaan het voornoemd verzoek in te willigen zoo als geschiedt bij dezen; zullende de Rekwestrant na dat aan de bepalingen van ons bovengemeld besluit zal zijn voldaan gehouden zijn, zich aan den Hoogen Raad van Adel te adresseren, welke nu voor als dan gemagtigd wordt om de Rekwestrant eene akte houdende vermeerdering van zijn geslachtwapen met dat van thoe Kingma op te maken en aan ons ter onderteekening aan te bieden.
En is de Hooge Raad van Adel belast met de uitvoering dezes, waarvan kennis zal worden gegeven aan onzen Minister van Justitie en op de gewone wijze aan den Suppliant.
Hiermee zijn de beide verzoeken dus ingewilligd, al zal de effectuering nog wel enige tijd genomen hebben.
Zijn ongehuwde oom Eduard Marius van Beijma was Grietman van Franekeradeel en woonde op de Kingma State in Zweins. Toen deze in 1825 overleed werd Julius Matthijs Grietman van Franekeradeel en bewoner van de Kingma State. Verder bekleedde hij nog tal van functies, zoals bijvoorbeeld: Lid van de commissie van landbouw in Friesland, Lid van de Provinciale Staten van Friesland, Mede-oprichter en lid van het bestuur van het Friesch-Genootschap en Lid der commissie voor voorlopig onderzoek van de heffing van de buitengewone belasting.
Behalve eigenaar van de State met de bijbehorende grond, zoals tuin, oprijlaan en opvaart, bij elkaar ca. 5,8 ha bezat hij ook van veel van de direct om de State liggende grond (wei- en bouwland). Verder was hij eigenaar van de steenfabriek aan de trekvaart en bezat hij 16 van de 18 huizen van Kingmatille. De twee tolgaardershuizen waren bezit van de stad Franeker. Ook de trekvaart, althans 14640 m² er van, staat op naam van Julius Matthijs, maar waarschijnlijk was hij alleen vruchtgebruiker (voor de belastingen). De trekweg (jaagpad) langs de trekvaart is weer van de stad Franeker.
Daarbij had Julius Matthijs nog negen huizen in Franeker en heel veel land in een wijde omtrek rond Zweins. 3
Behalve het verzoek van Julius Matthijs om “thoe Kingma” aan zijn naam en wapen te mogen toevoegen heeft hij ook verzocht te worden erkend als te behoren tot de Adelstand. 4 In 1814 was namelijk een grondwet aangenomen die in een standenvertegenwoordiging voorzag, waardoor de adelstand, via provinciale ridderschappen, een staatsrechtelijke functie herkreeg. De ridderschappen kregen daardoor de taak uit hun midden een aantal leden van de Provinciale Staten te kiezen. De provinciale Staten kozen op hun beurt de leden van de Statengeneraal.
Ook dit verzoek werd ingewilligd. Met betrekking hierop is een stuk in het Ryks Argyf, met de datum 10 april 1842, te vinden. 5 Ook nu is de aanhef “Wij Willem” enz. , maar nu is het Koning Willem II.
Dan volgt een opsomming van de belangrijkste functies van Julius Matthijs en dat hij op grond van het feit dat hij, afkomstig is uit het adelijk geslacht van van Beijma, erkend wordt “als te behoren tot den Adelstand der Nederlanden met het predikaat van Jonkheer Hoogwelgeboren, in alles met zulke regten als hem en zijne kinderen, als van ouder tot voorouder uit een geslacht gesproten hetwelk vroeger in de Nederlanden voor Adelijk was erkend, zouden competeren” (toekomen).
Dan volgt toestemming “het aloud Adelijk wapen van zijn geslacht te blijven voeren”, waarna de volgende beschrijving van het wapen volgt: “een schild parti 6 waarvan de eerste helft van zilver beladen met twee kruislings geplaatste en met een zwarte band te zamen gebonden waterlischen (=Lisdodde) in deszelver natuurlijke kleuren. Het tweede gedeelte van keel (= rood) beladen met een zwaard van zilver de punt opwaarts, voor Surtout 7, Coupé 8, het bovenste van zilver beladen met twee Tritonshoorens van sabel (=zwart), het onderste van lazuur (=blauw) beladen met een gouden pijl, de punt opwaarts. Dit laatste heeft betrekking op het oude Kingmawapen nog zonder de Friese halve adelaar. Merkwaardig is dat hier sprake is van “Tritonhoorns” en dat ze ook zo zijn afgebeeld en niet als “Kinkhoorns”. Overigens komt men deze verwisseling veel vaker tegen. Ook wordt goud genoemd als kleur van de pijl terwijl dit zilver moet zijn.
Dan volgt een beschrijving van de “schilddekking” die bestaat uit een getraliede helm van zilver, “op dezelve eene kroon van goud met zeven paarlen van zilver”. Dit is merkwaardig omdat zeven parels bij het wapen van een baron horen. Voor een jonkheer zouden dit er vijf moeten zijn. 9 Het helmteken is het zwaard dat ook op het wapen voorkomt. Verder dekkleden en een lopende en een klimmende leeuw als wapendragers (zie bijgaande afbeelding).
Daarna worden nog een aantal formele zaken genoemd en volgen diverse ondertekeningen “vanwege den Koning” en namens de Hoge Raad van Adel en de Gedeputeerde Staten van Friesland.

Op 29 juni 1806 trouwde Julius Matthijs met Agatha Wilhelmina Sybrandsdochter van Voss. Zij kregen zeven kinderen.
Julius Matthijs overleed op 14 september 1847. Drie van zijn kinderen waren toen al overleden. Zijn jongste zoon Ulbo Jetze Heerma volgde hem op als Grietman van Franekeradeel en woonde daarna met zijn moeder op de Kingma State.

Het testament van Julius Matthijs bepaalde dat zijn vrouw het volledige vruchtgebruik van al zijn bezittingen kreeg. Op 20 april 1848 deed zij afstand van al haar rechten ten gunste van haar vier zoons, te weten Coert Lambertus wonende te Joure, Sijbrand Willem Hendrik Adriaarn wonende te Leeuwarden, Frederik Hessel wonende te Heerenveen en Ulbo Jetze Heerma wonende op Kingma State onder Zweins. Daartegenover kan Agatha Wilhelmina van Voss alle meubelen gebruiken die zij nodig acht en zullen de vier zoons haar elk jaarlijks duizend gulden betalen in twee termijnen. 10
Agatha Wilhelmina huurt m.i.v. 12 mei 1856 een huis in Leeuwarden gelegen aan de Noordzijde van de Eewal. Zij woont hier tot haar overlijden op 12 augustus 1861. Op 6 augustus voel zij haar einde blijkbaar naderen. Zij stuurt dan een koerier te paard naar Zweins. Dit blijkt uit een rekening hiervoor van ƒ 6,-. Zij wordt in lijkkist per boot naar Zweins gebracht en aldaar op 14 augustus begraven.

Er zijn m.b.t. haar begrafenis diverse rekeningen in het archief bewaard gebleven en deze geven een interessant idee van de waarde van de gulden in die tijd: beklede kist ƒ 50,- ; doodskleed ƒ 9,50 ; laken over kist ƒ 21,50 ; mutsen (?) ƒ 17,88. Verdere kosten van de begrafenis ƒ 120,30 + ƒ 9,50 voor het vervoer per boot.
Op 15 en 16 oktober 1861 worden goederen, die behoren tot de boedel van de erven van Jhr. J. M. van Beijma thoe Kingma, verkocht in een boelgoed ten overstaan van notaris Zeper. Hiervan is een document bewaard met een lange lijst van goederen met prijzen. 11 Ik vermeld slechts enkele eenvoudige zaken die wij in deze tijd waarschijnlijk eenvoudig (en zonder notaris) zouden weggooien. Ragebol ƒ 1,10 ; kruiken ƒ 1,35 ; aardappelbak ƒ 0,30 ; enz.
Op 5 en 19 september 1864 vind dan tenslotte de openbare verkoping plaats van “Het buitengoed KINGMA STATE, met deszelfs roijaal Woonhuis, Stalling, Wagenhuis en Woningen, Boomen en Plantagie, Moestuin, Wandeldreven, Lanen en Cingels, Vijvers, Duiventil en Zwanendrift, Visscherij en verdere annexen, aldaar gelegen, bij den HWGeb. Heer Jhr. U. J. H. van Beijma thoe Kingma in eigen gebruik”. Daarbij nog een Zathe en verscheidene weilanden.
Maar daarover een volgende keer.
Kees Kingma
1 . Ingesteld in juni 1814.
2 . Beide documenten zijn te vinden in het Ryks Argyf in Leeuwarden: Onder toegang 319, inventaris nr. 347. Beide stukken zijn voorzien van een voorgedrukte aanhef en een stempel met een gekroond wapen met de Nederlanse leeuw en de tekst 7½ St Zuid-Holland.
3 . De gegevens over eigendom zijn afkomstig uit “Kadastrale Atlas fan Fryslân 1832 ; Diel 4 - Frjentsjerteradiel en Frjentsjer”. De brugwachterswoning en andere mogelijke eigendommen ten zuiden van de Trekvaart liggen in de gemeente Littenseradeel vroeger Hinnaarderadeel en zijn dus niet in “Diel 4” vermeld.
4 . Erkend in de Nederlandse adel konden worden leden van geslachten die vóór 1795 (dus vóór het begin van de Franse tijd met zijn “égalité”) tot de adel van de provincies in de toenmalige Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden hadden behoord. (Daarnaast kon de Koning destijds iemand verheffen in de adelstand b.v. op grond van verdiensten. Leden van geslachten die tot de buitenlandse adel hadden behoord konden worden ingelijfd in de Nederlandse adel.)
5 Eveneens te vinden onder toegang 319 inventaris nr. 347. Dit stuk moet wel een kopie zijn van het oorspronkelijke stuk, want het is een gelinieerd dubbel foliovel zonder officiële voorbedrukking en niet voorzien van stempel en handtekening. De tekst is geschreven rondom een, in het midden van het vel getekende, weergave van het Beijma wapen met helmteken en wapendragers.
6 Partie = gedeeld. Heraldische term die betekend “vertikaal gedeeld”.
7 Surtout = vooral.. Dit slaat hier op het plaatsen van een ander wapen, klein afgebeeld, in het centrum van het eigen wapen, een z.g. hartschild.
8 Coupé = doorsneden. Heraldische term die betekend “horizontaal gedeeld”.
9 Zie; “Familiewapens, oud en nieuw” door drs. J.A. de Boo, uitgave Centraal Bureau voor Genealogie, ’s Gravenhage 1982.
10 Zie het door de Douairière en haar zoons opgemaakte stuk; Ryks Argyf Leeuwarden: toegang 319, inventarisnummer 401.
11 Toegang 319, inventarisnummer 426.
Wie was Bernardus Kingma?
Op 11 mei 1649 trouwt ene Bernardus Johannes Kingma in Engwierum met Tryntje Dircks. Het was haar tweede huwelijk. Eerder was zij getrouwd met Lieuwe Fockes Donia, die niet alleen rechter en ontvanger was in Engwierum maar bovendien leefde op Donia State. Donia State is een van de belangrijkste plaatsen in Engwierum; de boerderij meet in 1698 maar liefst 160 pondemaat ( is rond 58 hectare).
Bernardus Kingma zal dus zeker een geschikte partner voor Trijntje geweest moeten zijn.
Uit dit huwelijk van Trijntje en Bernardus wordt in ieder geval in 1651 of ’52 een meisje geboren: Trijntje Bernardus Kingma.
Trijntje huwt tweemaal : haar eerste man is Arrien Pytters, haar tweede Gerryt Gerrits. Uit het laatste huwelijk worden vijf kinderen geboren, waaronder in 1677 mijn voorvader Arjen Gerrits.
De naam Kingma verdwijnt dan uit de familie. Eerst in 1777 duikt de naam weer op als Eelse Gerrits (kleinzoon van Arjen Gerrits en dus achterkleinzoon van Trijntje Bernardus Kingma) bijsitter wordt in Oostdongeradeel en die achternaam aan zijn naam toevoegt. Hier lijkt een parallel te bestaan met Hylke Jans uit Makkum die in 1772 (als hij bijsitter wordt in Wonseradeel) op aandringen van de grietman, die weet dat Hylke via de vrouwelijke lijn familie is van de Kingma’s uit Zweins, de naam Kingma aan zijn naam toevoegt.
Terug naar Bernardus Johannes Kingma. Naspeuringen in de archieven van Oostdongeradeel en de omliggende grietenijen en in de bestaande genealogiëen van de familie Kingma (in het Ryksargyf Fryslân) hebben mij tot nu toe geen verdere kennis over Bernardus opgeleverd. Waar Bernardus als tweede naam Johannes draagt mag worden verwacht dat zijn vader Johannes heette. Was hij dan een zoon van Johannes Pieter Kingma, die boer was in Oentsjerk, Lichtaard en Reitsum en die in laatstgenoemde plaats overleed tussen 1675 en 1679?
Is er al onderzoek verricht naar deze Johannes Pieter?
F. Thoomes Kingma
Spieghellaan 2, 1217 RL Hilversum, telefoon 035-6237962, e-mail fw.thoomes@trouwweb.nl
Kingma Kronkels: Zwervers
Joost Kingma
Als bestuur van de stichting spraken we vorig jaar met Coert Lambertus van Beijma thoe Kingma en over de unieke foto van de state die we eerder in de Kinkhoorn afbeelden. En over de laatste bewoners van Kingma State, waarvan deze keer een uitgebreid verslag.
In het gesprek vertelde hij dat zijn vader de stenen leeuwen die de toegangspoort tot de state ooit sierden daar nog in 1945 gezien te hebben. Zelf zag Coert Lambertus nog een van de leeuwen in beschadigde toestand bij het huis van de dokter in Dronrijp.
Toen waren die leeuwen al zwervers geworden.
Net zoals allerlei andere zaken die toebehoorden aan de inboedel van de state. Neem de wandklok die nu in het bezit is van Bauke Saakstra. Hoorde ooit toe aan de bewoners van Kingma State. Zelf woont hij nu op zijn oude dag in Franeker. Maar zijn voorouders waren de uitbaters van de kroeg in Kingmatille en kochten die klok op de boedeldag van de state.
We hebben een foto van die klok met de trotse, huidige bezitter er bij. Beelden we volgende keer af. Want nu hadden we geen plaats meer.
Trouwens, over zwervers gesproken, dan moeten we die Kingma, van beroep ‘landlooper’, die we vorige editie tegenkwamen in Heino in 1905, vooral niet vergeten.
En natuurlijk ook niet onze Ignatius van Kingma zelf. Die had immers een ‘speelkind’ bij zijn vriendin in Utrecht tijdens zijn studententijd aldaar.
Deze jongen, Johan Uitdenbongaert, naar zijn moeders familienaam, werd ‘coopman in sijden stoffen’ en was dus ook niet echt een thuisblijvertje.
Dat zijn die Kingma’s sowieso niet, constateerde ik al bij mijn kennismaking met de Kingma’s in Australie en uit Chili.
Inmiddels weten we dat ook het Afrikaanse continent niet van Kingma’s gespaard is gebleven.
Onze voorzitter, dit najaar zwervend door Zuid Afrika, ontwaarde rijdend in een bus op circa 150 kilometer oostelijk van Kaapstad in het plaatsje Montagu, plots vanuit zijn raam een bordje met de tekst: Kingma Lodge. In een poging vanuit het volgende dorp telefonisch contact te leggen ontdekte hij dat er inmiddels geen Kingma’s meer aan dit etablissement verbonden zijn. Maar helaas kon hij de kwaliteit van de door Kingma handen opgebouwde gastvrijheid helaas niet op waarde taxeren door eigen waarneming.
Dat zal door een volgende zwerver uit ons midden moeten worden gedaan. We gaan er wel vanuit dat hij of zij deze gratis reistip terugbetaalt met een bondig reisadvies terzake in deze Kinkhoorn.
Verzoek om donaties 2002
Geachte donateur,
De Stichting Kingma State bestaat intussen al weer ruim twee jaar. Het enthousiasme van het eerste groepje Kingma´s die hiermee is gestart is in deze drie jaar alleen maar toegenomen. Met plezier constateren wij dat wij niet alleen zijn en dat er meer mensen willen horen over hun familiehistorie en in het bijzonder de historie van de Kingma State die in Zweins heeft gestaan. Zoals u weet is de stichting opgericht om het beter mogelijk te maken het onderzoek dat hiervoor nodig is uit te voeren en wellicht de droom die wij hebben te realiseren, namelijk de state op termijn te herbouwen. Hierover is in de druk bezochte bijeenkomst in Zweins afgelopen november enthousiast met elkaar van gedachten gewisseld.
Zoals gezegd staan wij niet alleen en doen ons onderzoek niet alleen voor ons zelf. Het kunnen delen van onze bevindingen met andere Kingma´s en geïnteresseerden vinden wij heel belangrijk. Waar mogelijk proberen wij samen te werken met anderen en gebruik maken van beschikbare informatie om meer te weten te komen van onze historie. Een mooi voorbeeld hiervan is het bijeenbrengen van de genealogische gegevens uit de verschillende bronnen zodat de Kingma-stamboom zo goed mogelijk in kaart wordt gebracht. Hierover vindt u meer in de nieuwe Kinkhoorn.
De Kinkhoorn is onze periodiek uitgave waarmee wij geïnteresseerden zoals u op de hoogte houden van onze activiteiten. Zoals u zult begrijpen brengt het uitgeven van dit blad en het verzamelen van informatie kosten met zich mee. Dankzij uw donaties zijn wij in de twee jaar dat wij bestaan in staat geweest een vijftal Kinkhoorns het daglicht te doen laten zien. Tevens hebben wij als (bescheiden) vervolg op de Kingmadag in juli 2000 een najaarsbijeenkomst georganiseerd. Gezien de grote opkomst zal deze jaar zeker weer worden georganiseerd. Kortom wij zijn duidelijk niet de enigen die nieuwsgierig zijn naar ons verleden en willen het werk dus graag voortzetten.
Wij hopen dat u ook dit jaar weer een bijdrage wilt leveren. Om uit onze kosten te komen is een bijdrage van 20,50 euro per jaar nodig. Om zo veel mogelijk geïnteresseerden een kans te geven van ons werk op de hoogte te blijven, stellen wij evenals vorig jaar als minimum een bijdrage van 12,- euro. Als donateur ontvangt u de Kinkhoorn en uitnodigingen voor de activiteiten die wij dit jaar gaan organiseren.
Voor het betalen van uw bijdrage zijn twee mogelijkheden:
U kunt het bedrag overmaken op ABN AMRO Rekening 55.00.97.538, te Arnhem t.n.v. Stichting Kingma State, onder vermelding van “Donatie 2002”.
Het is ook mogelijk uw bijdrage jaarlijks via een automatische incasso van uw rekening te laten afschrijven. Als u hier gebruik van wilt maken wordt u verzocht hiervoor het bijgaande formulier in te vullen en op te sturen.
In het geval u dit reeds hebt gedaan, dan wordt het door u aangegeven bedrag per 1 mei 2002 automatisch van uw rekening afgeschreven.
Wij hopen dit jaar wederom op u te kunnen rekenen.
Bij voorbaat hartelijk dank voor uw financiële en morele steun!
Met vriendelijke groet,
STICHTING KINGMA STATE
Kees Kingma
Voorzitter
Colofon
‘De Kinkhoorn’ is een periodieke uitgave van de Stichting Kingma State.
De periodiek wordt toegezonden aan donateurs van de stichting.
U kunt donateur worden door jaarlijks een bedrag van tenminste 15 Euro over te maken op rekeningnummer 55.00.97.538 bij de ABN AMRO bank te Arnhem ten name van Penningmeester Stichting Kingma State.
Oplage: 150 ex.
Verschijnt tenminste twee maal per jaar.
Stichting Kingma State
Secretariaat:
Sterrenboslaan 20, 3972 GD Driebergen
tel: 0343 521212
fax: 0343 517689
e-mail: kingma@worldonline.nl
website: www.kingmastate.nl
Bestuur
Voorzitter: C.S.J. Kingma, Emmen
Secretaris: J.H. Kingma, Driebergen
Penningmeester: J.M. Kingma, Arnhem
Bestuurslid: W.J. Kingma, Valkenswaard
Vormgeving en productie
Drukkerij Bakker Baarn
Deze publicatie is geregistreerd bij de Koninklijke Bibliotheek onder ISSN: 1569-8645