IV De Kinkhoorn

De Kinkhoorn 3 — maart 2001

2e jaargang, nummer 1

Dit nummer als pdf · de Engelse vertaling · de Duitse vertaling van Ralf J. Kingma

Voorwoord

Inmiddels is het al weer 2001 en naderen we het voorjaar, hoog tijd dus voor de volgende Kinkhoorn. Het vergaat mij net als de meeste anderen: de tijd gaat snel en ik zou willen dat er meer tijd beschikbaar was voor allerlei dingen zoals b.v. het onderzoek naar de historie van de familie en de State. En dat daar veel tijd in gaat zitten zal iedereen wel willen aannemen. Maar gelukkig zijn er aardige dingen te melden.

Bovenaan staat het feit dat er een foto van de State blijkt te bestaan. Dat is wel heel bijzonder want het tijdstip van de afbraak van de State ligt in de periode van het prille begin van de fotografie in Nederland. In deze Kinkhoorn is een artikel aan deze foto gewijd en een kopie van de foto opgenomen.

In het Ryksargyf in Leeuwarden is door de familie van Beyma thoe Kingma (nazaten van de laatste bewoners van de State) een grote verzameling stukken gedeponeerd die, voor het overgrote deel, tot aan de afbraak in de Kingma State berust hebben. Deze verzameling stukken, die voor een groot deel betrekking hebben op personen die op de State gewoond hebben, wordt bewaard onder de naam “Familie-archief van Kingma State” en bevat ver over de duizend inventarisstukken waarbij velen uit verscheidene pagina’s bestaan. Hier ligt dus een enorm werkterrein waar nog heel veel tijd aan besteed kan (moet) worden temeer daar veel stukken in oud schrift geschreven zijn. Dit oude schrift is niet zomaar te lezen maar vereist nauwkeurige en deskundige bestudering om het te kunnen ontcijferen.

Een voorbeeld van dit oude schrift vindt u in deze Kinkhoorn. Het betreft hier een “Koopbrief”die betrekking heeft op de koop van de State door Saeckle Intes in 1611. Het bijgaande artikel gaat verder in op dit, voor de historie van de State belangrijke, feit en de details van de koop.

Verder snuffelen in het Kingma State archief zal waarschijnlijk nog veel meer interessante en belangwekkende zaken opleveren, waarvan al enkele wetenswaardigheden met betrekking tot de naam en de bewoningsgeschiedenis in deze uitgave uit de doeken worden gedaan.

Kees Kingma
Voorzitter

Foto van Kingma State

Toen er voor de Kingmadag op 8 juli 2000 uitnodigingen werden verstuurd is er ook een uitnodiging gegaan naar Jhr Mr C.L. van Beijma thoe Kingma die in Overijsel woont en wiens voorouders op de Kingma State hebben gewoond (vandaar de toevoeging “thoe Kingma” aan de naam). In een vriendelijke brief schreef hij ons dat hij de uitnodiging waardeerde maar dat er geen familie relatie was met de Kingma’s en wenste ons verder een geslaagde dag toe. In dezelfde brief liet hij ons echter ook weten dat hij in het bezit was van een originele foto van de State.

Foto van de Kingma State
Foto van de Kingma State

Dat was natuurlijk een intrigerend bericht, maar door de vele werkzaamheden in verband met de Kingmadag in Zweins konden we daar niet direct aandacht aan besteden. Inmiddels hebben we met drie bestuursleden een bezoek gebracht aan de heer van Beijma thoe Kingma en de foto gezien. Deze bleek van een onverwacht goede kwaliteit te zijn, in aanmerking genomen dat de foto zo’n 140 jaar geleden gemaakt was, dus in de beginperiode van de fotografie.

De oudste nog bewaard gebleven foto is in 1827 gemaakt door de Fransman Joseph Nicéphore Niépce met een camera obscura (zonder lens), belichtingstijd 8 uur en daarop is met moeite iets te onderscheiden. 1839 wordt wel het geboortejaar van de fotografie genoemd. De Fransman Daguerre (1787-1851) en de Engelsman Talbot (1800-1877) hadden toen een, overigens totaal verschillend, bruikbaar procédé ontwikkeld en ook werden toen de eerste verplaatsbare camera’s ontwikkeld. Voor dat echter de fotografie wat algemener ingevoerd was en bruikbaardere belichtingstijden mogelijk waren verstrijken er nog verscheidene jaren.

Omdat de State in 1864 verkocht is en daarna zover we weten is afgebroken kan dus zeker gezegd worden dat de foto tijdens het prille begin van de fotografie in Nederland gemaakt moet zijn.

Met een digitale camera heb ik, uiteraard met toestemming van de heer van Beijma thoe Kingma, foto’s gemaakt van de Statefoto. Een lastige opgave want de foto was achter glas ingelijst, hetgeen gemakkelijk storende reflecties kan geven. Uiteraard wil je zo’n kwetsbare oude foto liever niet uit zijn lijst halen. Gelukkig was ik tevoren van die situatie op de hoogte zodat ik me daarop kon voorbereiden. Na met een computerprogramma wat correcties in helderheid en contrast aangebracht te hebben is het resultaat bevredigend te noemen en in deze Kinkhoorn te zien.

De foto is van vrij korte afstand genomen, waarbij de fotograaf zich iets links van het midden van de voorgevel heeft opgesteld. Hierdoor is niet te zien dat het huis twee beuken heeft, zoals wel te zien is op de aquarel van Martin, die overigens van nog al wat artistieke vrijheid blijk geeft. Duidelijk is te zien dat het raam boven de voordeur een omlijsting heeft, evenals de voordeur zelf. Mee gefotografeerd zijn een zevental personen, vermoedelijk zowel bewoners als personeel. Eén van deze zeven staat, nauwelijks waarneembaar, in de deuropening. De derde figuur van rechts is vermoedelijk de weerspiegeling van de persoon met de bolhoed die schuin vóór het raam staat.

Het is duidelijk een gepleisterd gebouw. Dit gegeven en de bouwstijl geven aan dat het een 19de eeuws gebouw is. Aangezien we weten dat het veel ouder is, betekent dit, dat mogelijk de laatste bewoner het nog heeft laten verbouwen. Wellicht is daarover in het familie-archief van Kingma State meer te vinden. In elk geval geeft de foto ons een exact beeld van hoe de State er in zijn laatste fase heeft uitgezien, dankzij het initiatief van een van de laatste bewoners om van de prille fotografie gebruik te maken. Hoewel ook niet is uit te sluiten dat het Fries Genootschap hier de hand in heeft gehad. Dit genootschap blijkt namelijk b.v. ook opdracht te hebben gegeven aan de Leeuwarder tekenmeester A. Martin om Staten die op de nominatie stonden afgebroken te worden, te vereeuwigen. Hoe dan ook, het is bijzonder fijn dat we nu over deze foto kunnen beschikken.

Kees Kingma

Herboren

Op 1 maart 2001, dus circa 550 jaar na de geboorte van onze stamvader, is wederom geboren een

Jelle Kingma

Deze afstammeling in de 15e generatie van Jelle Kingum heeft als trotse ouders Rudi en Annet Kingma-Kloppenberg en als dankbare zusjes Kirsten en Iris.

Een naamgenoot waardig woog hij ruim 5 kilo schoon aan de haak. De rolmaat bleef steken op 54 centimeter (als ie straks nu maar niet met zijn hoofd in de wolken loopt, red.).

Felicitaties kunnen naar: Wijhezicht 34, 8131 DL in Wijhe (0570-524786).

Genealogische Werkgroep

Wieb Kingma

Waar te beginnen?

Bij ‘De Grote Kingma Reünie’ van 8 juli 2000 in Zweins…? Wat een prachtige dag, en zovelen die daar op dat brede bord een kijkje kwamen nemen om te zien of er iets van ‘hun’ stam op voorkwam. Een bord 4 meter breed en bijna 1000 namen in priegel-lettertjes, je moest er met je neus bovenop gaan staan, en nog maar een heel klein deel van ‘alles’. Want ‘alles’, dat is een van de gedachten geweest bij onze eerste schreden op het pad van de genealogie. Tot je je realiseert dat ALLES wel heel erg veel is. ECHT heel erg veel. En: wat is ‘alles’?

De eerste schreden zijn door ons nu zo’n 4 jaar geleden gezet. Wij in dit verband, waren een aantal nakomelingen van Sake Kingma en Liesbeth Faber uit Wijtgaard. Op een verjaardag, eind december, kwam het ineens ter sprake: we zouden eens wat van de familiehistorie op papier moeten zetten. Wat we nog kunnen achterhalen tenminste… Op een aantal donderdagavonden het land doorkruist en oom en tantes geïnterviewd over wat zij nog wisten van ‘opa en oma’, alles op band opgenomen, uitgetypt, een mooi verhaal van gemaakt, foto’s erbij gezocht en begin mei, op de verjaardag van de oudste tante gepresenteerd. Onze stamboom, of ‘parenteel’ zoals we intussen hadden geleerd, overgoten met de ‘jus’ van hoe-het-toen-was, in een boekje van 12 kantjes.

Vervolgens op bezoek in het Ryksargyf in Leeuwarden. En daar heel snel enkele generaties verder terug kunnen vinden, tot het stokte op een Sake Hanzes en Dutje Oenes, geboren rond de eeuwwisseling 17de en 18de eeuw. Geen Kingma meer in de achternaam, en daar waren we toch naar op zoek. Een van hun kinderen, Oene Sakes, was getrouwd met Lipkjen Yntes. En dat was de dochter van Ynte Yntes… Ongewis als we waren van ‘vrouwelijke lijnen’ hadden we daar niet naar gekeken. Piet Nieuwland, medewerker van het Ryksargyf, hielp ons toen verder: “Ynte Yntes? Dat moet een Kingma zijn, want echte Kingma’s heten Ynte en Ynte’s zijn echte Kingma’s”… dus, beet! Zo wisten we met hulp van anderen uiteindelijk terug te gaan tot… ja hoor, dé Jelle Kingum. En toen uiteraard daar, bij het terrein van de voormalige Kingma State, maar eens wezen kijken.

Ondertussen heb je wel door dat er al een schat aan informatie bekend is. En dat er al veel meer mensen mee bezig geweest zijn en nog zijn. Dus waarom zelf het wiel uitvinden? Je zou de gegevens die anderen al hebben verzameld eens bijeen moeten kunnen brengen. Ondertussen was het crazy idee geopperd om onze eigen jaarlijkse Kingmawandeldag in 2000 in een wat uitgebreidere vorm daar in dat ‘oer’-Friese weiland te houden. Laten we eens kijken hoeveel Kingma’s we wereldwijd kunnen achterhalen. Het balletje begon te rollen. “Maar dan moeten we ook zoveel mogelijk genealogische gegevens op die dag presenteren”. En dan moet je er een aantal mensen bij vragen. Dus een genealogische werkgroep. Uiteindelijk hebben we, op de grote dag zelf, briefjes neergelegd met onder andere de vraag wie van de aanwezigen geïnteresseerd is in deelname in zo’n werkgroep. Daar is een aantal reacties op gekomen.

Ondertussen hebben Frans, André en de auteur dezes, allen Kingma, op 20 januari j.l. hun eerste bijeenkomst (GWG-1) gehad. Ruud (de Bruijn) was helaas verhinderd.

Op deze GWG-1 zijn enkele doelstellingen geformuleerd:

  • Als werkgroep opereren we onder vlag en hoede van de Stichting Kingma State.
  • Wij willen komen tot één database “Afstammelingen van…” waarin primair de Kingma-naamdragers geregistreerd worden. De niet-Kingma nakomelingen horen ook in deze genealogie thuis maar worden niet direct actief nagetrokken en zullen zo doorgaans niet verder dan tot op het niveau van kleinkinderen terug te vinden zijn. Ook de niet-nakomelingen van… maar mét de naam Kingma, dus de families die de naam Kingma aangenomen hebben, worden opgenomen in de database.
  • Wij willen toewerken naar publicatie in boekvorm en via internet op de website van de stichting. Privacy, bronerkenning en andere bij publicaties gangbare aspecten mogen daarbij niet uit het oog verloren worden.

Wij willen met de hierboven genoemde personen een begin maken, waardevolle adviezen en aanvullingen op gegevens door anderen zijn uiteraard welkom.

Een van de eerste punten die naar voren kwam i.v.m. de database was de vraag welke software te gebruiken is. We kijken zowel naar Nederlands- als Engelstalige programma’s:

  • De Nederlandstalige die wij kennen vinden wij zelf niet zo makkelijk werken (te weinig Windows-gebaseerd). Engelstalige zijn vaak prettiger maar kunnen als nadeel hebben dat gegevens uitwisselen met Nederlandstalige problematisch kan zijn omdat bepaalde gegevens binnen de uitwissel-‘standaard’ GEDCOM niet zo standaard blijken te zijn.
  • Welke eisen stellen wij ten aanzien van in- en uitvoer van gegevens?
  • Hoe makkelijk zijn gegevens van anderen te ‘plakken’ in Het Grote Bestand?

Voor de komende tijd proberen wij om op deze vragen een antwoord te vinden. Een begin is onder andere gemaakt door elkaar onze eigen bestanden toe te sturen, aangemaakt in verschillende programma’s, om die met elkaar te verbinden. Verder proberen wij diverse programma’s, testversies of gratis versies (‘freeware’) uit. Uiteraard geldt ook hiervoor: wie denkt een bijdrage te kunnen leveren laat het weten.

Opgave genealogische gegevens

Als u een bijdrage wilt leveren ter aanvulling van ons genealogisch bestand dan zijn minimaal de volgende gegevens van belang. Zover als u terug kunt gaan in de tijd, van zoveel mogelijk voorouders (Kingma-lijn), echtgenoten/-s en broers/zussen:

  • Voornaam/-namen, achternaam
  • Datum en plaats van geboorte, doop, huwelijk en overlijden
  • Woonplaats(en)

Interessant is de vermelding van beroep, openbare functies en andere historische wetenswaardigheden.

Kunt u deze gegevens in de vorm van een genealogisch bestand aanleveren dan verdient dat de voorkeur, als programma-eigen bestand en/of liever als zogeheten GEDCOM-bestand.

Deze gegevens kunt u via de stichting aan de werkgroep sturen, liefst met de vermelding “Kingma-genealogie”.

Koopbrief van de State uit 1611

Blijkens een, in het ‘Familie-archief van Kingma State’ aangetroffen “Koopbrief” is de Kingma-state op 9 augustus 1611 verkocht. De bijgaande foto van een, door Notaris van Tongeren opgestelde, koopakte akte laat het begin er van zien. De eerste regel is nog wel goed te lezen. Daarna gaat het verder in het oude, toen gebruikelijke schrift, wat zonder voorafgaande studie vrijwel niet te ontcijferen is. Gelukkig lag er een, ook handgeschreven, transcriptie bij, uit een mogelijk 50 tot 100 jaar latere periode, die redelijk te lezen was. Hiervan heb ik dan weer een transcriptie in drukletters gemaakt.

Koopbrief van de State uit 1611
Koopbrief van de State uit 1611

De koopbrief begint als volgt:

“Hendrick Jelles Kingma tot Peijns woenende, doe condt ende bekenne, Saeckle Intes Kingma ende Buke Tomas dr (= dochter) echteluyden toe Balcke woenen toe saemen, voer die eene helfte, ende Ryurdt Saeckles toe Cubaerdt woenende voer die ander helfte, vercoft te hebben ende vercoope alsnoch in ende deeur cracht van deesen arfflijck Steede ende vast voer mijn arven en naecoemelinge."

Dan volgt een opsomming van grond en opstallen zoals: “huysinge schuyre hoovinge boomen en plantagie”, maar ook het recht “aende vischerije swaene jacht en andersins”. Verder worden nog “Tytel en Waepen” genoemd.

De koopsom bedraagt drie duizend en zeshonderd en zeventig goud gulden en moet in drie termijnen betaald worden.

Hendrick Jelles Kingma, zoon van Jelle Pieters Kingum en achterkleinzoon van Jelle Kingum, de oudst bekende “Kingma” verkoopt dus de State, voor de ene helft aan een zoon van zijn broer Intes Jelles. Waarom de State niet vererfd is weet ik nog niet. Wel is bekend dat de oudste broer van Hendrick Jelles, Pieter Jelles, die op de State gewoond heeft, al in 1610 en diens vrouw vóór 1611 overleden waren. Het kan dus zijn dat Hendrick Jelles de State geërfd heeft van zijn broer. Hij woonde in Peins en had mogelijk geen belangstelling voor een verhuizing naar Zweins. Of hij kinderen had weet ik niet, in de akte is wel sprake van erfgenamen.

Saeckle Intes Kingma en zijn vrouw Buke Tomasdr kopen dus de State voor de ene helft en gaan er kennelijk wonen. Zij krijgen vijf kinderen waarvan er vier blijkbaar jong sterven. Zij zijn met hun ouders, die later overlijden, in één graf in de Kerk van Zweins begraven. Het vijfde kind Ignatius (de latere Kolonel) erft in 1652 de State en zal er de laatste Kingma zijn.

Voor de andere helft koopt Ryurdt Saeckles de State. Hij ondertekent de koopakte met Rijoerdt Saclijs. Ryurdt was een broer van Saeckle’s moeder, Trijntje Saeckles Sanstra. Hij overlijdt in 1618. Waarschijnlijk is hij als geldschieter opgetreden voor het nog jonge echtpaar Kingma.

In de linker marge van de koopakte heeft Hendrick Jelles verklaringen geschreven en getekend met betrekking tot de gedane afbetalingen. Hierbij wordt alleen Saeckle Intes als betaler genoemd.

Op 14 november 1634 is alles, afbetalingen en renten, verrekend.

Verdere bestudering van de akte kan nog wel meer bijzonderheden naar voren brengen. Bovendien moeten nog een aantal onduidelijkheden in de akte opgelost worden. Deze houden verband met leesmoeilijkheden in de oude transcriptie, sommige letters zijn onduidelijk geschreven of van een onbekend type en er worden soms moeilijke oude termen gebruikt.

De State is volgens de akte “cum annexis” verkocht, d.w.z. met bijbehoren. In het bovenstaande zijn daarvan een aantal genoemd. De Kingma’s bezaten echter her en der ook veel land. Dat is blijkbaar niet allemaal mee verkocht. Hoe het daarmee gegaan is kan zeker voor een groot deel worden nagegaan in het “Familie-archief van Kingma-state”.

Over deze zaken later, na verder onderzoek, meer.

Kees Kingma

Plannen voor herbouw van Kingma State

Het landelijk gebied van Friesland kent en kende vele voorname huizen en hoeven, aangeduid als Staten. Op de oude kwelderwal die zich uitstrekt langs de voormalige trekvaart ten oosten van Franeker heeft zich vanaf de veertiende eeuw een indrukwekkende reeks van zulke Staten ontwikkeld, veelal gesitueerd op terpen in een imposante landschappelijke setting.

Een van deze huizen was Kingma State. Na het overlijden van de laatste bewoner, Julius Mathijs van Beyma thoe Kingma, is het huis in 1864 afgebroken en de terp afgegraven.

De Stichting Kingma State stelt zich ten doel de historische kennis van de Kingma State en zijn bewoners te verdiepen en uit te dragen.

Daarnaast wil de stichting onderzoeken of het mogelijk is de State te herbouwen.

Recentelijk heeft het bestuur van de stichting, aangemoedigd door de geweldige belangstelling op de Kingmadag 2000, besloten om het onderzoek naar de mogelijke herbouw daadwerkelijk in gang te zetten. Daartoe is overleg geweest met Staatsbosbeheer, de huidige eigenaar van de grond waarop de State heeft gestaan. In oktober jongstleden heeft Staatsbosbeheer ons laten weten dat zij in beginsel bereid is het terrein aan de Stichting in erfpacht uit te geven ten behoeve van de herbouw. Er is ook contact geweest met de gemeente Franekeradeel om deze op de hoogte te brengen van ons initiatief.

Wij willen op korte termijn starten met planvorming, die de basis moet leggen voor financiering en realisatie. Het ligt in de bedoeling om de voormalige State te herbouwen en de omringende grond opnieuw in te richten op basis van gedegen archeologisch, bouwhistorisch en landschappelijk onderzoek.

Uitgangspunt bij de bestemming van huis en tuin is het versterken van de voor dit gebied specifieke landschappelijke kwaliteit, die gekenmerkt wordt door openheid, rust en ruimte. Bij de indeling en inrichting van de State staat het huiselijke karakter voorop.

Als bestemming van het huis kan gedacht worden aan gastenvertrekken, een museale functie en/of permanente bewoning.

Bij herbouw wordt voorshands uitgegaan van de verschijningsvorm van de state en omringend landschap medio 19e eeuw, zoals weergegeven op de aquarel van A. Martin (zie omslag), de foto van het huis uit ca. 1860 zoals weergegeven elders in deze uitgave en gegevens van nader archeologisch en historisch onderzoek.

Van het grote aantal staten die het Noordfriese terpenlandschap in de 17e eeuw een indrukwekkende allure moeten hebben gegeven resteren er in deze omgeving nog slechts een zeer beperkt aantal. De herbouw van Kingma State zou mogelijkerwijs een impuls kunnen betekenen voor vergelijkbare initiatieven van particuliere organisaties in deze streek.

Wetenswaard

De laatste bewoners van de State

Jhr Julius Matthijs van Beijma thoe Kingma werd aanvankelijk beschouwd als laatste bewoner van de State. Hij overleed op 14 september 1847, elf dagen voor zijn 66ste verjaardag. Zijn weduwe, de Douairière Agatha Wilhelmina van Voss bleef echter tot haar dood op 14 september 1861 op de State wonen.

In overeenstemming met het testament van Julius Matthijs opgemaakt in 1846 krijgt zij het vruchtgebruik van zijn gehele nalatenschap. In een akte van 20 april 1848 wordt echter in goed overleg vastgesteld dat zij op de State blijft wonen, met gebruik van alle meubels die zij nodig heeft, maar dat zij afstand doet van alle verdere rechten die zij op grond van het testament had. Daartegenover staat dat haar vier zonen - drie van haar kinderen zijn dan al overleden - haar jaarlijks in twee termijnen duizend gulden zullen betalen.

Haar jongste zoon, Ulbo Jetze Herema van Beijma thoe Kingma, woont bij haar op de State. In het door de notarissen opgestelde verkoopboekje voor de op 5 september 1864 te houden publieke verkoping van de State wordt deze Jonkheer Ulbo dan ook genoemd als gebruiker van de State. Waarom hij de State verkoopt is nog niet bekend, maar waarschijnlijk lijkt dat zijn broers, na het overlijden van hun moeder, hun erfdeel willen ontvangen.

Kingma State in 1860, getekend door A. Martin
Kingma State in 1860, getekend door A. Martin

De naam Kingma

Al eerder is aangenomen dat de naam Kingum, die afgeleid moet zijn van de woonplek van onze voorouders, via Kinguma, hetgeen nazaat van Kingum betekend, verandert is naar Kingma. Waarschijnlijk als verbastering. Als je Kinguma vlug uitspreekt wordt het vanzelf Kingma. Bovendien was destijds de spelling, zeker die van namen, niet zo goed vastgelegd, men schreef de naam op zoals men hem hoorde. De verandering van de naam blijkt bevestigd te worden door een aantal akten van eigendomsoverdracht uit de 16de eeuw. In een koopbrief van 27 november 1571 verkoopt Claes Pieterzn Kingum land aan Jelle Pieterzn Kingum. Maar op 5 mei 1579 wordt een stuk land van Kinguma zate, genaamd “De Betert”, ten N.W. van Kinguma state, verkocht aan Jelle Pieterzn Kingum. Op 5 mei 1580 is sprake van land in Kingma zate te Sweins dat verkocht wordt aan Jelle Pieterz. Kinguma.

In de Koopbrief van de State van 9 augustus 1611 wordt alleen nog maar de naam Kingma gebruikt.

Naamteken van Ignatius van Kingma in de kerk te Boer
Naamteken van Ignatius van Kingma in de kerk te Boer

Kingma Kronkels: Veel kou maar ook veel liefde

Kingma Kronkels

Joost Kingma

Je komt vaak van die aardige berichtjes tegen.

Zeker als je voortdurend probeert om meer te begrijpen van het economisch hoogtij in Friesland in de 17e eeuw. Deze vormde immers de basis voor het ontstaan van de vele Staten in deze regio.

Gek genoeg viel de 17e eeuw samen met wat in weerkundige kringen wel ‘de Kleine IJstijd’ wordt genoemd. We kennen allemaal de vele bonte schilderijen met ijspret uit deze periode. De Kingma’s moeten het verschrikkelijk koud gehad hebben in hun State. Zo vroor het in 1657, het jaar dat vermeld wordt op de toegangspoort naast het ‘theehuis’, al vanaf 20 oktober. Het bleef ijselijk koud tot ver in maart van het jaar daarop.

Men kon in deze strenge winter ijsmassa’s bewonderen tussen de Oost - en Noordfriese eilanden. En in Denemarken trok zelfs een heel leger over het zeeijs. De oorlogszuchtige Zweedse koning Karel X Gustav streed tegen de Denen en had Jutland al veroverd. Om Kopenhagen te bereiken moest hij de Kleine Belt over. De strenge vorst komt voor hem als een geschenk uit de hemel: in februari trekt hij met 12.000 man voetvolk, ruiters en artillerie, dus zwaar geschut, over het bevroren water en dwingt zo op 28 februari de verraste Denen de vrede van Roskild af.

Het ijs hield de ruiterij niet altijd, ondanks die Kleine IJstijd. Dat heeft de bewoner van onze State, Ignatius van Kingma, gemerkt toen hij in de strenge winter van 1664/65 een nat pak haalde, nadat hij met een groep van 21 ruiters door de Tolbrug in Franeker zakte (zie De Kinkhoorn nr. 1). Van die gebeurtenis in Franeker is overigens een aardig plaatje gemaakt, dat elders in deze Kinkhoorn is afgebeeld, samen met een afbeelding van Ignatius toen hij weer opgedroogd was.

Niet ver van deze brug in datzelfde Franeker was op 29 juli 1585 door stadhouder Willem Lodewijk een hogeschool gesticht. Na de Leidse universiteit de tweede in de Republiek.

Het ongeluk met de brug in de Dijkstraat te Franeker, 1664
Het ongeluk met de brug in de Dijkstraat te Franeker, 1664. Prent uit 1665, Rijksmuseum Amsterdam (RP-P-OB-61-972)
Ignatius van Kingma, bewoner van de State van 1652 tot zijn overlijden in 1700
Ignatius van Kingma, bewoner van de State van 1652 tot zijn overlijden in 1700

En nu kom ik bij dat krantebericht. In NRC Handelsblad van 15 februari jl. onder de kop: “Het Cambridge van Friesland’ vraagt Michiel Krielaars zich af of deze universitaire traditie niet in ere kan worden hersteld, omdat Franeker, “met zijn zestiende eeuwse grachtjes, renaissance stadhuis, gotische kerk en voormalig Academiegebouw”, zich bij uitstek leent voor de huisvesting van een intellectueel topinstituut als een University College.

Nou wij willen wel, trots als we zijn op deze historie. Leuke stad inderdaad, Franeker. Ik ga er steeds meer van houden. Zeker als je op een mooie zomerse dag in koffie- en theeschenkerij ‘De Tuinkamer’ bijkomt van een historische verkenningstocht door de stad.

En als je dan nog meer wilt weten over liefde en Friese stadhouders dan kan ik u als historisch geïnteresseerde zeker het boek ‘Liefde in opdracht’ over het hofleven van Willem Frederik van Nassau van de hand van Luuc Kooijmans aanbevelen. Of, als u uitsluitend in liefde ben geïnteresseerd het boek ‘Met alle liefde’ van Daphne Rose Kingma.

Daphne, bijgenaamd ‘the love doctor’, is relatietherapeut en auteur van een zestal boeken, geeft seminars aan de Universiteit van Californie en is een graag geziene gast in tv-shows. Ze woont en werkt in Santa Barbara. Over beroemde naamgenoten gesproken.

Wellicht een goed idee om haar uit te nodigen als eerste docent aan dat nieuwe universitaire topinstituut in Franeker?

Tekening van Ralf J. Kingma
Tekening van Ralf J. Kingma

Colofon

‘De Kinkhoorn’ is een periodieke uitgave van de Stichting Kingma State.

De periodiek wordt toegezonden aan donateurs van de stichting.

U kunt donateur worden door jaarlijks een bedrag van tenminste f 25,- over te maken op rekeningnummer 55.00.97.538 bij de ABN AMRO bank te Arnhem ten name van Penningmeester Stichting Kingma State.

Oplage: 150 ex.

Verschijnt twee à vier maal per jaar.

Stichting Kingma State

Secretariaat:

Sterrenboslaan 20, 3972 GD Driebergen

tel: 0343 521212

fax: 0343 517689

e-mail: kingma@worldonline.nl

website: www.kingmastate.nl

Bestuur

Voorzitter: C.S.J. Kingma, Emmen

Secretaris: J.H. Kingma, Driebergen

Penningmeester: J.M. Kingma, Arnhem

Bestuurslid: W.J. Kingma, Valkenswaard

Vormgeving en productie

Drukkerij Bakker Baarn