IV De Kinkhoorn

De Kinkhoorn 10 — oktober 2004

5e jaargang, nummer 2

Dit nummer als pdf · de Engelse vertaling · de Duitse vertaling van Ralf J. Kingma

Voorwoord

De tijd ging sneller dan we dachten. Dat is weliswaar altijd zo maar toch zijn we daardoor wat laat met de nieuwe Kinkhoorn.

Deze keer gaat het nogmaals over de klok van de State, waarschijnlijk voor de laatste keer. De klok gaat, om het zo maar eens te zeggen, de “leeuw van de State” gezelschap houden.

De correspondentie tussen Ignatius en de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau komt aan de orde. Hierbij werpt de door mij gedurende de laatste winter gevolgde cursus “oud schrift” de eerste vruchten af. Al zijn de dit keer gedane onthullingen nog niet dramatisch te noemen.

Ook besteden we deze keer wat aandacht aan de genealogie.

Ondertussen bereiden we de komende donateurmiddag voor. De spreker die we bereid gevonden hebben het hoofdonderwerp van de middag te verzorgen zal het hebben over “heraldiek”, hierbij komt het Kingmawapen natuurlijk ook aan bod.

Verder houden we ons ook al bezig met de voorbereidingen van een tweede internationale Kingmadag in Zweins. Dit lustrum dat we volgend jaar begin juli, mede op verzoek van enkele buitenlandse Kingma’s, willen houden zal een nog internationaler karakter krijgen dan de eerste Kingmadag in 2000. Daarom zijn we bezig zoveel mogelijk adressen van Kingma’s uit het buitenland te verzamelen.

De genealogie zal een belangrijk onderwerp zijn en verder hebben al enkele sprekers zich in principe bereid verklaard mee te werken.

Voorlopig wens ik u een interessante en aangename middag toe op zaterdag 20 november a.s. in het dorpshuis van Zweins.

Kees Kingma
Voorzitter

Aankondiging Kingmadag 2005

Na 5 jaar wordt het tijd om weer eens zoveel mogelijk Kingma’s op voorvaderlijke grond bijeen te krijgen.

Het succes van de Kingmadag in 2000 willen we graag voortzetten.

De bijeenkomst zal in het teken staan van de speurtocht naar onze voorouders en ‘roots’. Het hoofdthema is daarom:

Genealogie

Gedacht wordt aan ondermeer een genealogie’markt’; met computers voorzien van stambomen; standjes waar iedereen zijn eigen activiteiten op dit gebied kan laten zien; verder natuurlijk weer een historische tour langs stateterrein, theehuis en de graven in de kerk; mogelijk een expositie van historische Kingma-voorwerpen; interessante sprekers en natuurlijk Friese cultuur met bv. paarden, muziek, eten en drinken.

Reserveer vast in uw agenda: 2 juli 2005 (reservedatum 9 juli 2005).

We gaan dit keer ons best doen om nog meer Kingma’s uit het buitenland enthousiast te maken om te komen. We zijn nu de mailinglijsten aan het samenstellen.

Dus als u nog suggesties voor de mailing heeft laat die dan weten aan Tjeerd Kingma (tj.kingma@planet.nl).

De klok ‘van de state’

In Kinkhoorn nr. 6 pag. 14 staat een stukje over de klok van Bouke Saakstra met een foto van klok en eigenaar. Deze klok, die volgens Bouke Saakstra door zijn ouders is gekocht op een boeldag, zou afkomstig zijn uit de boedel van de Kingma State. Van dit type klok blijken meerdere exemplaren en variëteiten te bestaan. Dit bleek o.a. uit een reactie die wij kregen van Dr. Herre Kingma dermatoloog in Canada. Hij schreef dat zijn klok van zijn grootvader was geweest en dat op de klok de naam “C. de Looze, Leeuwarden” stond. Hij schreef er bij dat die de Looze een klokkenwinkel op de Nieuwestad in Leeuwarden had en dat zijn dochter Foekje (1853-1932) getrouwd was met Tjeerd Herre Kingma (1838-1930) 1. Mogelijk zijn via deze weg enkele klokken in de Kingma-familie terecht gekomen. Ook is bekend dat een kleinzoon van Foekje en Tjeerd er een had. Dit alles was voor mij aanleiding eens naar de achtergrond van deze klokken te gaan speuren.

Dus nog weer eens gebeld met en een bezoek gebracht aan Bouke Saakstra, want er zou nog iets op de achterkant van de klok staan. Hij ontving mij vriendelijk maar was niet bereid de klok van de muur te halen omdat het dan zeer moeilijk was de klok weer aan het lopen te krijgen. Ik kon hem geen ongelijk geven. Hij wist ook niet meer wat er achter op de klok zou staan. Dus bleef er niets anders over de voorkant nog eens nauwkeurig te bekijken. Met behulp van een vergrootglas was op de wijzerplaat nog een restant van een naam te ontcijferen. Er bleek onder de twaalf en de één de lettercombinatie MMLER te staan. Kennelijk het laatste deel van een naam.

In de bibliotheek in Leeuwarden (Tresoar) vond ik het boek “Friese klokken en uurwerkmakers uit de periode 1700-1925” door Herman Bossink. Hierin staan een groot aantal namen van uurwerkmakers in Friesland o.a. G. de Looze, die rond 1902 werkzaam was geweest. Bij de opvallende lettercombinatie “MMLER” vond ik één naam waarin die combinatie paste, namelijk “Carl August Tümmler”, geboren in 1841 en werkzaam als klokkenmaker en verkoper in Sneek van circa 1882 tot 1906. Gezien de zeldzame lettercombinatie is het wel zeer waarschijnlijk dat deze Tümmler de leverancier van de klok van Saakstra is geweest. Zijn naam doet vermoeden dat hij uit Duitsland afkomstig was en misschien wel, als zo velen, als ”hannekemaaier” 2 of met te verkopen waren, b.v. klokken, op de rug naar Friesland is gekomen en later een klokkenwinkel begonnen is. Rond zijn veertigste was hij blijkbaar in staat klokken te verkopen met zijn eigen naam er op.

Een oeil-de-boeuf-klok
Een ‘oeil-de-boeuf’-klok

Een klokkenmaker in Zwolle vertelde dat dit soort klokken vaak wordt aangeduid met “Oeil-de boeuf” (runderoog). Dit bleek een goed sleutelwoord voor het vinden van meer informatie. Deze benaming is afgeleid van ronde of ovale ramen die onder Louis XIV in Versailles werden toegepast. Het zijn wandklokken met een ronde, ovale of hoekige vorm in een groot aantal variëteten, vaak met een gegolfde rand. Het zijn veeruurwerken met een korte slinger. Overigens worden deze klokken in Frankrijk “pendule-à-tableau” genoemd.

De klokken waar het ons in dit geval om gaat komen uit de Frans-Zwitserse Jura en worden unaniem gedateerd als eind 19e eeuw 3. Ze hebben een waarde van rond € 1000 4.

Deze datering en de werkzame periode van C. A. Tümmler maken het wel zeer onwaarschijnlijk dat de klok van Bouke Saakstra ooit in de Kingma State, die al in 1864 is afgebroken, heeft gehangen. Mogelijk is dit verhaal op de boeldag destijds er bij gehaald om de waarde van de klok wat te verhogen.

De klok is er niet minder om, maar het is hiermee wel einde verhaal.

1 Zie: Henk Nicolai “De Kingma-kroniek”, binnenzijde band.

2 Duitse grasmaaiers (seizoenarbeiders) die hielpen bij de hooi-oogst. Ze begonnen op de feestdag van St. Johannes (24 juni) vandaar de naam.

3 Zie b.v.: “Het Klokken Lexicon” door Jaap Zeeman en het Internet.

4 Uit: “Wat zijn antieke klokken en barometers waard” , red. R. Stuurman, 1998.

Correspondentie van Ignatius van Kingma met de Friese stadhouder Willem Frederik

In Kinkhoorn 7 meldde ik in het archief van het Koninklijk Huis briefwisseling te hebben gevonden uit de 17e eeuw tussen Ignatius van Kingma en de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz.

Het gaat om een brief van de stadhouder aan kapitein Kingma, geschreven in 1652, en om een viertal brieven van Ignatius aan de stadhouder: in 1653 één vanuit Texel en in 1661 twee brieven vanuit Wesel en één vanuit Leeuwarden 1.

De brieven zijn handgeschreven. Dus moeilijk leesbaar voor diegenen die niet in deze oude handschriften thuis zijn.

Kees Kingma heeft een transscriptie gemaakt van deze correspondentie. Hierdoor is de tekst beter toegankelijk. Ook aan de hand van de transscriptie is het overigens nog niet altijd eenvoudig om de betekenis van het geschrevene eenduidig vast te stellen.

Los van het exacte begrip van de inhoud is het trouwens ook al interessant om zo’n briefwisseling van een paar honderd jaar geleden van een vooraanstaande Kingma met een Friese stadhouder door je handen te laten gaan.

De originele brieven hebben we kunnen fotograferen in het Koninklijk Huisarchief dankzij de bereidwillige medewerking van de hoofdarchivist, mevrouw Charlotte Eymael.

We hebben bij dit artikel een tweetal van deze brieven afgebeeld met de bijbehorende transscriptie.

Brief van stadhouder Willem Frederik aan kapitein Kingma, 18 mei 1652
Brief van stadhouder Willem Frederik aan kapitein Kingma, 18 mei 1652

Transcriptie van de brief van 18 mei 1652, verderop in dit nummer

De voorgaande pagina’s laten de brief zien die de Friese stadhouder op 18 mei 1652 schreef aan kapitein Kingma.

Willem Frederik was op dat moment waarschijnlijk nog in Kleef. De plaatsnaam is moeilijk te ontcijferen.

Hij was hier op 2 mei in het huwelijk getreden (zie zijn levensbeschrijving aan het eind van dit artikel) en verbleef daarna nog enige tijd in Kleef.

Kleef
Kleef

In tegenstelling tot wat ik in Kinkhoorn 7 als verwachting uitsprak is de brief niet een oproep om een bijdrage te leveren aan de ontvangst van zijn pas verworven schoonmoeder, Amalia van Solms, in Leeuwarden.

In de brief stelt hij vast dat ‘monsiur’ Kingma met zijn compagnie te paard een zekere kolonel Span een gunst heeft bewezen en vervolgens verzoekt hij Kingma om zijn uitstaande rekeningen bij een zekere heer Cun in Spa te voldoen.

Ignatius was op dat moment in zijn militaire loopbaan ritmeester (= kapitein) van een compagnie harkebussiers, licht bewapende cavalerie. Opmerkelijk is dat de stadhouder zich vanuit zijn positie direct richt tot een ritmeester. We zien bij de andere brieven dat het andersom ook het geval is. Ritmeester Kingma wendt zich met verzoeken direct tot de stadhouder. Mij is niet bekend of dat gebruikelijk was in die tijd. De stadhouder en de ritmeester moeten elkaar als officieren in de kleine Friese militaire top wel goed gekend hebben.

De brief is persoonlijk ondertekend door Willem Frederik (W.) en wellicht ook eigenhandig geschreven gezien het niet heel nette handschrift. Volgens mevrouw Eymael hebben door ‘schrijvers’ opgetekende brieven doorgaans juist een keurig, zeer regelmatig handschrift.

Stadhouder Willem Frederik in 1661
Ignatius van Kingma

Waardoor had Ignatius schulden aan de heer Cun uit Spa? De brief maakt dit niet duidelijk. Was dit een nog openstaande rekening in verband met leveranties van het als geneeskrachtig bekend staande bronwater uit Spa? Maar waarom bemoeide de stadhouder zich dan hiermee? Willem Frederik leidde een nogal uitbundig en kostbaar leven waarvoor hij zich in de schulden stak en gebruikte zelf regelmatig dit bronwater ter bestrijding van zijn kwalen. Had Ignatius hem dit bronwater voorgeschoten en had Cun aan de stadhouder gevraagd om betaling voor zijn leveranties? Een open vraag.

Het jaar waarin deze brief geschreven werd, 1652, was voor Ignatius begonnen met zijn pas gesloten huwelijk met Jaecke van Viersen en vervolgens op 12 februari met het overlijden van zijn vader Saeckle Intes, waardoor hij Kingma State erft.

Op 28 juli is hij in Brouwershaven gelegerd als zijn vrouw in het kraambed overlijdt.

Waarschijnlijk was hij hier in verband met de versterkte kustbewaking tegen de Engelse vloot in de 1e Engelse oorlog (1652-1653).

Uit een volgende, hier niet afgebeelde, brief, ditmaal van ritmeester Kingma aan Willem Frederik, blijkt dat Ignatius op 27 juni van het jaar daarop op Texel is gelegerd. Hij deelt de stadhouder mee dat hij, in verband met een bevel van de Staten van Holland aan de heer Van Noordwijk (waarschijnlijk gaat het hier om Kolonel Wigbolt van der Does van Noordwijk 2), opdracht heeft gekregen met zijn compagnie op Texel te blijven in verband met een dreigende invasie van de Engelsen op het eiland. Deze dreiging was er vanaf maart dat jaar.

Hij zelf, zijn majoor Slijp en andere officieren hebben daaraan onder protest gevolg gegeven. In de kantlijn merkt hij –enigszins mopperig- op dat zijn cornet voor een paar dagen is vertrokken ‘sonder den Commandeur ofte mij af te spreeken men degt na Vrieslant, of het sijn hovaerdi ofte onwetenthiten can het niet weten’.

Ignatius’ compagnie maakt hier op Texel deel uit van de kustbewaking in de Engelse oorlog en vormt samen met drie andere Friese compagnieën een regiment onder majoor Slijp.

Van der Does van Noordwijk was vanuit Rotterdam naar Texel gedirigeerd bij een poging van de Engelsen om hier te landen. In deze oorlog vinden er zeven grote zeeslagen plaats tussen de vaderlandse vloot onder leiding van o.a. Tromp en de Engelsen die het op het rijke Holland hebben gemunt. In het voorjaar van 1654 wordt er een bestand gesloten met Engeland, waarna er een militair rustige periode volgt tot begin jaren ’60 van deze woelige 17e eeuw.

Ook voor Ignatius breekt een rustiger tijd aan. Hij trouwt op 15 oktober 1654 voor de tweede keer, nu met Ida Hoitesdr. van Meinsma. Het huwelijk vindt plaats in Leeuwarden, waar in ’60 en ’62 ook zijn beide jong overleden kinderen (resp. Intia en Inte) zijn gedoopt.

Op 22 juni 1661 is Ritmeester Kingma gelegerd in Wesel, een garnizoensplaats voor cavalerie van het Staatse leger langs de Rijn. Vanuit die plaats schrijft hij een verzoek ‘Aen sijn doorluchticheit d’heere prins Wilhelm Fredrick van Nassau, etc..’ om verlof te mogen nemen om zijn particuliere zaken in Friesland te regelen, met de toezegging dat hij zo spoedig mogelijk weer terug zal keren. Deze brief is op de voorgaande pagina’s afgebeeld met de transscriptie. Hij laat ook de fraaie handtekening van I. van Kingma zien.

Vreemd genoeg is er van dezelfde datum nog een brief van zijn hand waarin hij hetzelfde verzoek om verlof doet, maar ‘over een week a drie’, onder de conditie dat er tijdens deze periode niets ernstigs gebeurt.

In de voorafgaande maanden, mei en juni, hadden de Staatse troepen steun verleend aan de niet ver van Wesel gelegen stad Münster, die door bisschop Christoffel Bernard van Galen,‘Bommen Berend’, was bezet. Waarschijnlijk was het garnizoen van Wesel met het oog hierop versterkt met de Friese cavaleristen.

Na deze bezetting, die de Staatse troepen niet hadden kunnen verijdelen, gebeurde er militair tot en met 1662 weinig. Ignatius kreeg dus rustig zijn verlof, naar ik aanneem.

In ieder geval is hij op 11 oktober 1661 in Leeuwarden, waar hij zich weer per brief wendt tot de stadhouder.

Deze relatief rustige tijd is kennelijk in zijn ogen een goed moment voor een promotie. Hij verzoekt namelijk om ‘als oudste ritmeester op dese repartitie’ ( hij is dan 40 jaar) in aanmerking te komen als opvolger, zonder traktement, van de overleden majoor Graaf van Stirum.

Brief van Ignatius van Kingma aan stadhouder Willem Frederik, 22 juni 1661
Brief van Ignatius van Kingma aan stadhouder Willem Frederik, 22 juni 1661

Transcriptie van de brief van 22 juni 1661, verderop in dit nummer

Waarschijnlijk gaat het hier om Graaf Georg Ernst van Limburg Stirum, majoor in het regiment Sommelsdijk sinds 1641.

In de kennelijke overtuiging dat er nu een langdurige vrede van vrede is aangebroken, beginnen de Staten Generaal met een hergroepering en reductie van het Staatse leger. Het gevolg is dat er in april 1662 uit zeven bestaande compagnieën cavalerie een nieuw Fries regiment wordt gevormd bestaande uit 6 compagnieën. Op 3 augustus wordt Ignatius van Kingma door Gedeputeerde Staten van Friesland aangesteld als majoor in dit nieuwe regiment Sommelsdijk en is zijn promotie gelukt.

Korte biografie van stadhouder Willem Frederik

Willem Frederik, graaf van Nassau-Dietz, werd op 7 augustus 1613, ruim één jaar na zijn broer Hendrik Casimir 1, te Arnhem geboren uit het huwelijk van Ernst Casimir en Sophie Hedwig van Brunswijk-Lüneburg. Na de ontijdige dood van zijn broer in 1640 werd hij in Friesland tot stadhouder benoemd. In Stad en Lande en in Drenthe wist de Hollandse stadhouder Frederik Hendrik het stadhouderschap in te palmen. Deze benoemingsperikelen openbaarden de rivaliteit tussen beide takken van de familie.

Evenals bij zijn broer en zijn vader speelde de loopbaan van Willem Frederik zich hoofdzakelijk in het leger af. In het jaar waarin de tachtigjarige oorlog beëindigd werd (1648) bereikte Willem Frederik de rang van generaal bij het wapen van de artillerie. Kort daarna nam de Friese stadhouder deel in de pogingen van zijn jeugdige Hollandse collega Willem II om door militair machtsvertoon de bezuinigingen op het leger ongedaan te maken en blijvend meer invloed op het bestel van de Republiek te verwerven.

De actie mislukte en kort daarop stierf Willem II (6 november 1650). De provincies waar hij het stadhouderschap bekleedde vervulden dit in hun ogen lastige ambt in vredestijd niet meer. Stad en Lande en Drenthe vormden een uitzondering en benoemden Willem Frederik in 1650 alsnog tot stadhouder van hun gewest.

Twee jaar later lukte het Willem Frederik eindelijk de toestemming van Amalia van Solms te verwerven voor een huwelijk met haar dochter Albertine Agnes, dat op 2 mei 1652 in Kleef voltrokken werd. In datzelfde jaar vond ook zijn rangsverheffing door de Duitse keizer Ferdinand III plaats: de graaf van Nassau-Diez werd de vorst van Nassau-Diez. In zijn militaire carrière trad Willem Frederik in 1664 met succes op tegen de inval van de vorst-bisschop van Münster in Oost-Nederland. Kort daarop raakte hij dodelijk verwond bij het controleren van zijn pistolen. Willem Frederik overleed te Leeuwarden op 31 oktober 1664 en werd daar in de Grote Kerk begraven.

Joost Kingma

1 Brief van de Friese Stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz, 18 mei 1652, aan de kapiteins Aysma, Dixtra en Kingma. Koninklijk Huisarchief, Den Haag: inventaris nr. 497.

Brief van Ignatius van Kingma, Texel 27 juni 1653, aan de Friese Stadhouder Willem Frederik van Nassau; Koninklijk Huisarchief, Den Haag: inventaris nr. 558.

Brieven van ritmeester Ignatius van Kingma, Wesel 22 juni 1661, aan de Friese stadhouder Willem Frederik van Nassau; Koninklijk Huisarchief, Den Haag: inventaris nr. 557(-1) en nr. 557(-2).

Brief van ritmeester Ignatius van Kingma, Leeuwarden 11 oktober 1661, aan de Friese Stadhouder Willem Frederik, graaf van Nassau; Koninklijk Huisarchief, Den Haag: inventaris nr. 557(-3).

2 Het Staatsche leger, 1568 – 1795, deel V

Brief aan Ignatius van Kingma, 18 mei 1652 (nr. 497)

Transcriptie:

Brief van stadhouder Willem Frederik aan kapitein Kingma, 18 mei 1652
Brief van stadhouder Willem Frederik aan kapitein Kingma, 18 mei 1652

Brief van de Friese Stadhouder Willem Frederik, graaf van Nassau-Dietz, 18 may 1652, aan de kapiteins Aysma, Dixtra en Kingma. Koninklijk Huisarchief, Den Haag: inventaris nr. 497.

  1. Monsiur Kingma

  2. De edelmogende heren gedeputeerde 1 hebben

  3. ons. genotficert 2 dat U Edelmoogende in

  4. gevolge van onse ver---dati 3 U Edele met de

  5. Compagni te paerde van de heer colonel ende

  6. gewesen veldwagter Span hebben gebenificeerd 4.

  7. Ende hebben omsulk U Edele tot deschen

  8. charge veel geluk heit ende segen wille

  9. wenschen ende daerbeneffens vrindelik te begeer

  10. dat U Edele niet in gebreeke willen blijve

  11. dat aen den voorschreven heer Cun te Spae

  12. af te brengen deesen desselfs gevollmachtigt

  13. promptelik te betaelen ende te doen leveren

  14. alle sodanige penningen die U Edele aen sijn

  15. anteceseur 5 volgens contract noch schuldig is

  16. ende belooft heeft hem binnen seeker tijt te betaelen.

  17. Waardoor U Edele denselven sullen verobligeeren 6 ende ons

  18. mede vriendschappe bewijsen. del Wij beveel

  19. blijven herinnere met beveelinge mee besonders

  20. des Allerhoochsten.

dato aevedeesen 8/18 may 1652

1 transcriptie tot hier onzeker.

2 genotificeert: ter kennis gebracht.

3 woord door beschadiging niet geheel leesbaar.

4 beneficiëren: een gunst bewijzen (aan).

5 anteceseur: eigenlijk antecesseur, voorganger.

6 verobligeeren: een dienst bewijzen, aan zich verplichten.

Brief van Ignatius van Kingma, 22 juni 1661 (nr. 557-2)

Transcriptie:

Brief van ritmeester Ignatius van Kingma aan stadhouder Willem Frederik, 22 juni 1661
Brief van ritmeester Ignatius van Kingma aan stadhouder Willem Frederik, 22 juni 1661

Brief van ritmeester Ignatius van Kingma, 22 juni 1661, aan de Friese Stadhouder Willem Frederik, graaf van Nassau-Dietz. Koninklijk Huisarchief, Den Haag: inventaris nr. 557(-2).

  1. Aen sijn furstelijcke doorluchticheit

  2. d’heere prins Wilhelm

  3. Fredrick van Nassau etcetera,

  4. stadhouder ende capitain

  5. generael van Vrieslandt etcetera.

  6. Versoeckt in aller onderdaenigheyt de

  7. ritmeyster Ignatius Kingma, althans

  8. guarnisoen houdende binnen Wesel, om

  9. voor een tijdtlangh wegens sijn particu-

  10. liere affairen van daer naer Vriesland

  11. te moghen vertrecken. Belovende,

  12. soo haest 1 hij daermede eenigssints te-

  13. rechte 2 sall gecomen sijn, wederom

  14. sich naer sijn voorschreven guarnisoen

  15. te sullen vervoegen, om den dienst

  16. van ’t landt gelijck bevorens naer

  17. behooren waer te neemen sulcx

  18. doende etcetera.

I.v.Kingma
.22.6.

1 haest: vlug.

2 terechte: op orde.

Genealogie van Birdaarder Kingma’s

Afstammelingen direct in mannelijke lijn van Jelle Kinghum

In 1952 schreef H.G. van Slooten in het “Jierboekje fan it Genealogysk Wurkferbận fan de Fryske Akademy” een artikel over “De Reders- en Koopmansfamilie Kingma te Makkum”. Hij schreef in dit artikel dat het behandelde geslacht ( de Makkumer Kingma’s ), zijn naam ontleende aan de thans uitgestorven familie Kingma.

Andere onderzoekers kwamen echter tot de conclusie dat deze uitspraak van Van Slooten niet juist was en er vele Kingma’s zijn, die via de mannelijke lijn, nog rechtstreeks afstammen van Jelle van Kinghum uit Zweins.

Inderdaad leek het erop dat eind 17e eeuw met het overlijden van Ignatius Saeckles van Kingma, een eind was gekomen aan het geslacht Kingma in de mannelijke lijn, buiten beschouwing gelaten de bastaardzoon van Ignatius, Johannes Uittenbogaart.

Tevens eindigde met het overlijden van Ignatius in 1700, de bewoning van de Kingma State in Zweins door de Kingma’s en kwam de State via vererving terecht bij de van Gemmenich’s en uiteindelijk bij de familie Van Beyma, die vervolgens ‘thoe Kingma’ aan hun naam toevoegden.

De enige tak, waarin het geslacht Kingma voortgezet zou kunnen zijn, is de stamreeks van Pieter Jelles Kingma, die tot ca. 1610 op Kingma State woonde en daar overleed.

Kingma State in het midden van de 19e eeuw
Kingma State in het midden van de 19e eeuw
Kingma State, aquarel van A. Martin

Uit het testament van Renicus Kingma, zoon van Hendrik Jelles Kingma ( broer van Pieter Jelles ), wordt veel duidelijk over de toen levende generatie Kingma’s.

Renicus benoemd o.a. als erfgenamen de kinderen van zijn ooms en tantes, waaronder zijn ooms Pieter Jelles en Ynte Jelles. Ook bepaalde hij dat zijn nalatenschap in de familie van zijn vaderskant moest blijven, dus de Kingma’s.

In ± 1635 overlijdt Renicus en koopt zijn neef Saeckle Yntes Kingma, zoon van Ynte Jelles en vader van Ignatius, de mede-erfgenamen uit de nalatenschap. Hier krijgen we een goed overzicht van de neven en nichten van Renicus.

De tien partijen verkopen elk hun aandeel van f. 1.025, -. De neven en nichten worden vooral genoemd in de koopaktes en zo komen we op de naam Joannes ( Johannes ) Kingma in Oenkerk. In de verkoopakte aan zijn neef Saeckle Ynte Kingma staat aangegeven, dat het bedrag niet direct betaald hoeft te worden.

Uit de bewaard gebleven aktes blijkt dat regelmatig rente is betaald. In 1659 verklaart Pieter Johannes Kingma te Blija, “zoon van Johannes Kingma, mijn wijlen vader”, een vordering op Saeckle Yntes Kingma ( en erfgenamen ) te hebben verkregen door (boedel) scheiding.

Hiermee komen we tot de conclusie dat Joannes ( Johannes Pieters ) Kingma, wonende in Oenkerk, de zoon van Pieter Jelles Kingma moet zijn en voor ca. 1610 in Zweins geboren is.

Johannes Pieters Kingma was getrouwd met Gatske Wybrens Buma en zij hadden mogelijk naast Pieter Johannes nog een zoon die Johannes heette.

Pieter Johannes Kingma was getrouwd met Brechtje, dochter van Jan Feijtes en woonachtig in Blija. Ze hadden zes kinderen, waarvan de oudste Johannes Pieters. Johannes Pieters was boer in Genum en getrouwd met Jisseltje Reynners. Rond 1685 wordt hun zoon Jan Johannes Kingma geboren. Jan Johannes Kingma trouwt met Trijntje Jacobs en is kastelein in Birdaard.

Jan Johannes Kingma is de stamvader van de “Birdaarder” Kingma’s, welke direct in de mannelijke lijn afstammen van Jelle Kinghum uit Zweins.

Tjeerd Kingma

Bronnen: Taede Kingma, Ype Brouwer.

Kingma State, tekening van A. Martin

Kingma Kronkels: Nieuwjaarswens

Kingma Kronkels

Joost Kingma

Nieuwjaarswensen kennen een lange historie.

Sinds Christoffel Bernard van Galen (‘Bommen Berend’) de bisschoppelijke scepter zwaaide in het stift van Munster, vanaf ca. 1659, verzuimde hij nimmer tegen het einde van het jaar de Staten Generaal van de Zeven Provincien “een gelucksalige Nieuwe Jaar” te wensen. Hij ontving dan steeds van hen “een beleeffde missive” terug. 1

Heren onder elkaar.

Niettegenstaande het feit dat soms door de onderlinge twisten de goede verstandhouding tussen de heren dreigde te worden verstoord, nam men toch meestal de gebruikelijke beleefdheidsvormen in acht.

Hoe zou overigens zo’n nieuwjaarswens eruit hebben gezien? Vast geen fraaie prentbriefkaart á la Anton Pieck met een sneeuwlandschap.

Bij ons raakt de nieuwjaarskaart tegenwoordig wat uit de mode.

De electronische versie neemt het over.

Maar ook Bommen Berend, zogenoemd vanwege zijn zware bombardement van Groningen in 1672, was er wel selectief mee.

Want in het jaar 1663 bleef de bisschoppelijke nieuwjaarswens achterwege in verband met nieuwe aanvalsplannen op Borculo.

Dus pas op als u van iemand plots geen nieuwjaarswens meer krijgt. Hij of zij zou zich wel eens van uw bezittingen meester willen maken.

De samenstelling van een Kinkhoorn is altijd weer een kleine race tegen de tijd. Maar gelukkig is hij weer ruim voor het einde van het jaar bij u in de bus gerold. Dat geeft mij in ieder geval de gelegenheid om u – ruim op tijd - het allerbeste toe te wensen voor het jaar 2005. U mocht me eens verdenken van hebberigheid ten aanzien van uw bezittingen.

En u mag me rustig een beleefde missive terugsturen:

info@joostkingma.nl

Kofschip
Kofschip

1 Het Staatsche leger, 1568 - 1795

Aankondiging najaarsbijeenkomst 2004

De najaarsbijeenkomst voor donateurs zal plaats vinden op zaterdag 20 november 2004 in het dorpshuis in Zweins van 13.30 uur tot ca. 16.00 uur.

De heer Terluin, vice-voorzitter van de Fryske Rie voor Heraldyk, zal als gastspreker een lezing houden over Friese heraldiek en het Kingmawapen.

Tevens zal het programma van de Kingmadag 2005 worden toegelicht.

U bent van harte welkom.

Colofon

‘De Kinkhoorn’ is een periodieke uitgave van de stichting Kingma State.

De periodiek wordt toegezonden aan donateurs van de stichting.

U kunt donateur worden door jaarlijks een bedrag van tenminste 12 Euro over te maken op rekeningnummer 55.00.97.538 bij de ABN AMRO bank te Arnhem ten name van Penningmeester Stichting Kingma State.

Oplage: 150 ex.

Verschijnt tenminste twee maal per jaar.

Stichting Kingma State

Secretariaat:

Sterrenboslaan 20, 3972 GD Driebergen

tel: 0343 521212

fax: 0343 517689

e-mail: info@joostkingma.nl

website: www.kingmastate.nl

Bestuur

Voorzitter: C.S.J. Kingma, Emmen

Secretaris: J.H. Kingma, Driebergen

Penningmeester: J.M. Kingma, Arnhem

Bestuurslid: Tj. Kingma, Zwolle

Vormgeving en productie

Drukkerij Bakker Baarn

Deze publicatie is geregistreerd bij de Koninklijke Bibliotheek onder ISSN: 1569-8645

Bij gehele of gedeeltelijke overname van de inhoud van artikelen uit De Kinkhoorn gaarne bronvermelding.