IV De Kinkhoorn
De Kinkhoorn 6 — oktober 2002
3e jaargang, nummer 2
Dit nummer als pdf · de Engelse vertaling · de Duitse vertaling van Ralf J. Kingma
Voorwoord
Najaar 2002. De tijd gaat snel, we bereiden ons al voor op de tweede donateurs bijeenkomst in Zweins. Maar eerst nog een nieuwe Kinkhoorn. Er is niet stil gezeten en er zijn, in elk geval voor mij maar hopelijk ook voor u, nieuwe dingen naar voren gekomen. Wat mij intrigeerde was dat ik steeds op de vermelding stuitte dat de Kingma State in 1864 was verkocht en daarna afgebroken. Ik had weliswaar geen reden aan de onmiddellijke afbraak te twijfelen maar had nooit, ook niet in het omvangrijke Kingma State archief, een bewijs daarvoor gevonden. Een tip van de heer Veldman uit Franeker bracht mij echter bij de notariële archieven. De akten van notaris Schot uit 1864 leverden het gezochte bewijs en de bijbehorend informatie. Hierover dan ook een artikel in deze Kinkhoorn.
Verder sta ik even stil bij het voor ons zo belangrijke “Familiearchief van Beijma thoe Kingma” ofwel het “Kingma –state archief”, de omvang en de problemen.
Dan gaat er helaas ook nog wel eens iets mis, zoals in de vorige Kinkhoorn. De teksten gaan langs elektronische weg van schrijver via secretaris naar drukker. Dit lijkt een garantie dat er onderweg niets mis kan gaan. Toch gebeurt dat. Vermoedelijk als gevolg van het feit dat de drukker wat andere (meer professionele ) software gebruikt die niet volledig aansluit bij de door ons gebruikte tekstverwerker (Word 2000). Zo zijn in het verhaal over de laatste bewoners van Kingma State enkele in geciteerde teksten onderstreepte woorden niet onderstreept en enkele cursieve delen niet cursief overgekomen. Ook is de 1 voor de eindnoot, op pagina 4 in de op een na laatste alinea achter “de Hoge Raad van Adel”, weggevallen.
Onze excuses hiervoor. We doen ons best fouten te vermijden.
Kees Kingma
Voorzitter
Kingma State archief
Door het Ryksargyf in Leeuwarden wordt de benaming ‘Familiearchief van Beyma¹ thoe Kingma’ gebruikt voor het archief dat betrekking heeft op de bewoners van de Kingma State, hun besognes en hun bezittingen. Aan deze benaming is nog toegevoegd “Kingma-state, 1508-1886”. Het archief bevat dus nog stukken uit jaren na de afbraak die, na de openbare verkoping in 1864 , heeft plaatsgevonden.
De inhoud van dit archief is grotendeels te vinden in een boekje dat in 1908 is uitgegeven en de naam draagt: “Familie-archief van Kingma-state” 1, een betere naam in verband met de inhoud. Dit boekje is echter niet handig te gebruiken omdat de stukken per onderwerp zijn genummerd. In 1990 is in het Ryksargyf een nieuwe lijst gemaakt genaamd “Toegang 319”. Dit is een doorgenummerde lijst van alle inventaris stukken van het Kingma-state archief, maar wel is daarbij de indeling in onderwerpen gehandhaafd.
Dit boek is de sleutel tot het, door middel van een in de studiezaal van het archief aanwezige computer, aanvragen van één of meer van de 2729 inventaris stukken. Sommige stukken bevatten één of meer vellen papier andere stukken bestaan uit meerdere onderdelen die bij elkaar een dik pak papier vormen. Al deze stukken zijn opgeborgen in Amsterdamse en/of portefeuilledozen die in het, normaal voor het publiek, niet toegankelijke deel van het archiefgebouw staan. Het hele Kingma-state archief beslaat een lengte van 19,9 meter (zie de website 2 van het archief).
Het zal duidelijk zijn dat het bestuderen van deze overvloed aan documenten een tijdrovende aangelegenheid is. Uiteraard is het ondoenlijk vooraan te beginnen en zo alles door te zoeken. Dat zou jaren gaan duren, zeker als je niet naast het archief woont. Tien stukken per dag en 25 dagen per jaar levert al een periode van ruim tien jaar op. Het maken van een selectie aan de hand van de inhoudsopgave (toegang 319) is dus absoluut noodzakelijk. Hierbij is het goed bijhouden van wat wel en niet bekeken is heel belangrijk. Notities op papier leiden, gezien de nog al willekeurige volgorde van bekijken, als gevolg van de selectie die veelal op goed geluk gedaan moet worden, al snel tot een onoverzichtelijke lijst. Het bijhouden in een op nummer sorteerbare database brengt echter uitkomst. De korte omschrijvingen in de inhoudsopgave maken selecteren vaak moeilijk zodat veel stukken voor een betere beoordeling toch opgevraagd moeten worden. Lijkt een stuk van belang dan kan het lezen bemoeilijkt worden door de slechte staat waarin het stuk verkeert of het slecht leesbare handschrift (de productie van schrijfmachines is pas in 1868 begonnen). Ook kan het in een oud handschrift zijn geschreven, waarbij dit handschrift per periode nog sterk verschillend is en uiteraard moeilijker naarmate het ouder is. Een studie van dit oude schrift is dan uiteraard eerst nodig.
Dan zijn er nog stukken die om een of andere reden niet raadpleegbaar zijn en stukken die vanwege hun kwetsbaarheid niet gekopieerd mogen worden. Dit laatste verhindert het thuis bestuderen zodat daar schaarse tijd in het archief aan besteed moet worden. Fotograferen in plaats van kopiëren is dan soms een optie. En daarbij komt nog dat de afstand van mijn huis tot het ryksargyf precies 100 km is wat, gezien de aard van de weg, per bezoek 3 uur rijden betekent.
Ondanks al deze problemen blijft het onderzoek toch een boeiende bezigheid en levert bijna elk bezoek wel een beloning op in de vorm van nieuwe interessant informatie. Het echte resultaat komt echter pas later thuis als de meegenomen fotokopieën zijn bestudeerd en uitgewerkt. Omdat ik nieuwsgierige vragen hoorde over hoe dat archief er wel uit zou zien heb ik gevraagd of ik het mocht zien en fotograferen. Niemand zal denk ik verwachten dat dit een hoogst interessant plaatje zou opleveren, maar toch de benieuwdheid blijft. Hierbij dan de foto die iets meer dan de twintig meter dozen van het Kingma-state archief laat zien.

1 Te vinden in de Provinciale Bibliotheek Leeuwarden ; Boeknummer C7557
2 www.ryksargyf.org / onderzoek / archievenoverzicht / Kingma / Saeckle e.a.
De notariële akten van de verkoop van Kingma State in 1864
Het notariaat bestond in Friesland al in de middeleeuwen, zij het niet overal en anders geregeld dan in andere provincies. Na inlijving van het Nederlandse grondgebied bij het Franse rijk werden de Franse wetten, ook die betreffende het notariaat, hier per 1 maart 1811 geldig verklaard. Dit hield onder andere in een herleving van de oude verplichting tot protocol houden.
Het protocol van de notaris bestaat uit drie elementen:
De minuten, dat zijn de door de notaris verleden (= opgemaakte) akten met betrekking tot b.v. testamenten, verkoop van onroerend goed, enz.
Het repertorium, dat is een register waarin, in chronologische volgorde, alle door de notaris verleden akten worden ingeschreven.
Het register van wisselprotesten, dat zijn weigeringen van acceptatie of van betaling van een wisselbrief. Met dit laatste zullen we ons uiteraard niet bezig houden.
Het protocol is het enige onderdeel van het notarieel archief dat (na tenminste 75 jaar) naar een openbare archiefbewaarplaats wordt overgebracht.
In het Ryksargyf in Leeuwarden is de sleutel tot de notariële akten toegang 26. Hierin vindt men de namen van de notarissen die op het grondgebied van het tegenwoordige Friesland geresideerd hebben en daarbij alleen de nummers van de door hen opgemaakte akten. Hierbij is ook het inventaris nummer vermeld van de betreffende repertoires. Deze zijn van cruciaal belang voor het vinden van de gewenste akten omdat hierin op datum gezocht kan worden naar die akten. Het weten van de naam van de notaris en op z’n minst het jaar van de akte is dus noodzakelijk.
Gelukkig was het “verkoopboekje” m. b. t. de State-verkoop al bekend 1 en dit vermeldt de namen van de notarissen G. Schot en J. van Leeuwen en de data van de gehouden veiling (zie bijgaande foto van pagina 1 van dit boekje).
Van notaris Schot zijn vier relevante akten te vinden, van notaris van Leeuwen geen. Wat de rol van deze notaris was is dan ook niet duidelijk.

Bij publieke verkoop van huizen en landerijen zijn drie stadia te onderscheiden: het inzetten (“de inzate”) door de verkoper, de voorlopige veiling, waarbij op de te verkopen goederen wordt geboden, en de toewijzing of gunning, waarbij de goederen gegund worden aan de hoogste bieder die vervolgens verklaart de goederen te aanvaarden. Omdat de gebouwen en de percelen grond afzonderlijk zijn geveild zijn er geen drie maar vijf akten.
De eerste akte m.b.t. het inzetten is gedateerd 31 augustus 1864. Deze is niet vermeld in het repertorium van notaris Schot, maar gevoegd bij een afschrift van de akte van de verkoop van de gebouwen als “Extract no. 661 uit het register van voorloopige aangifte van openbare verkooping van roerende 2 goederen”. Hierin wordt vermeld waar en wanneer de verkopingen plaatsvinden en dat deze ten verzoeke zijn van de eigenaar Jhr. Ulbo Jetze Heerma van Beijma thoe Kingma, burgemeester 3 van Franekeradeel wonende te Franeker. Hierbij wordt vermeld dat het gaat om “bij afbraak te verkoopen het Buitengoed Kingma State”.
Het extract is ondertekend door de ontvanger der registratie te Harlingen.
Dan wordt op 5 september 1864 om drie uur in de middag “overgegaan tot de openbare verkooping op afbraak bij de voorloopige toewijzing van de gebouwen staande op het Buitengoed Kingma State onder Zweins” zoals de akte no. 166 van de voorlopige veiling vermeldt.
Daarna volgt in de akte een opsomming van de 15 voorwaarden waaronder de veiling en de verkoop plaats vindt. De meeste hebben betrekking op de financiën, zoals voorwaarde 2: “De koopsom zal moeten worden betaald ten kantore van den vacerende (= zitting houdende) notaris te Franeker in klinkende alhier goed gangbare munt. Zonder voor geld gaande papieren of effecten hoegenaamd of hoe ook geldswaarde verkregen hebbende of zullende verkrijgen op den eersten mei en den eersten november, beide van het volgende jaar, telkens de helft met daar te boven van het onbetaalde eene rente naar vijf procent in het jaar gerekend vanaf den eersten november deses jaars.”
Dan volgen er nog regels over een voorschot, borg, de betaling van kosten en eventuele wanbetaling. Voorwaarde 6 vermeld: “De hoed en noed gaan dadelijk bij de eindelijke toewijzing op den kooper over”. Hier wordt, in een overigens Nederlandse tekst, een Friese uitdrukking gebruikt die betekent: “zorg en verantwoordelijkheid”.
Interessant is ook voorwaarde 14: “Het wapen boven de deur behoudt de verkooper aan zich en wordt alzoo niet mede verkocht.”
Dan volgt als laatste voorwaarde 15: “De kooper zal kunnen beginnen af te breken met de gehele huizing op den eersten october deses jaars en met de stalling en arbeiderswoning op den twaalfden november mede van dit jaar, terwijl alles moet zijn weggevoerd op den vijfden maart van het volgende jaar.”
Dan gaat de akte verder met: “na voorlezing van het vorenstaande is boven omschreven perceel ter beschrijving en voorlopige toewijzing aangeboden waarop als toen het hoogst geboden is door Hette Brouwer, timmerman wonende te Lekkum, de som van tweeduizend vijf honderd zes en tachtig guldens, weshalve ik notaris dit perceel voorloopig in koop heb toegewezen aan gemelden hoogsten bieder voor de door hem geboden som hetwelk door denzelve is geaccepteerd en heb ik den aanwezigen te kennen gegeven dat de finale toewijzing van dit perceel zal plaats hebben op heden over veertien dagen ter zelfder uur ten huize van den kastelein van der Meer in het stationskoffiehuis alhier.”
Dan volgen nog de namen van de beide getuigen “Jackele Feddes Weidema, kastelein, wonende te Tzummarum en Hendrik Jaarsma, schoenmaker, wonende te Franeker, beide aan mij notaris bekend …..”.
Tot slot de ondertekening door de verkoper (die tekent met “Heerma van Beijma thoe Kingma”), de koper, de beide getuigen en de curieuze handtekening van notaris G. Schot.
Hette Brouwer is dus nu de Provisionele koper voor ƒ 2586.
Dan volgt op Maandag 5 september om vier uur in de middag, de voorlopige veiling van drie en twintig percelen.
Hieronder vallen diverse stukken weiland of bouwland, de meeste direct bij de State gelegen en ook een huis met schuur, stalling en hornleger (het erf), vlak bij de brug van Kingmatille. Maar ook de grond waarop de state stond, de tuin, de terp, de oprijlaan met koepel (= het “theehuisje”) en de opvaart.
Veertien dagen later op 19 september om 3 uur in de middag wordt de tweede veiling gehouden waarbij opnieuw op de gebouwen van de State kan worden geboden. Hierbij wordt dan het geveilde aan de hoogste bieder toegewezen en die dan moet verklaren de goederen te aanvaarden.
De bijbehorende akte No. 177 beslaat slechts één pagina en volgt hierna in zijn geheel.
No. 177 Op heden Maandag den negentienden september des jaars een duizend acht honderd vier en zestig des namiddags om drie uur ten huize van Klaas van der Meer in het stations koffiehuis te Franeker ten verzoeke en in tegenwoordigheid van den Hoogwelgeboren Heer Jonkheer Ulbo Jetze Heerma van Beijma thoe Kingma burgemeester van de gemeente Franekeradeel wonende te Franeker ben ik Meester Gijsbertus Schot Notaris in het eerste arrondissement der provincie Friesland, standplaats Franeker geadsisteerd 4 met nagenoemde twee getuigen, overgegaan tot de openbare verkooping op afbraak bij de eindelijke toewijzing van de gebouwen staande op het buitengoed Kingma State onder Zweins voorlopig toegewezen bij vorenstaand proces verbaal van de vijfde dezer maand voor mij notaris en getuigen gepasseerd : behoorlijk geregistreerd.
Na voorlezing van het vorenstaande en van de verkoopsvoorwaarden in het aangehaalde proces verbaal van voorlopige toewijzing vervat zijn genoemde gebouwen finaal op afbraak ter verkoop aangeboden en is als toen het daar op gedane bod verhoogd geworden tot op twee duizend zeshonderd zes en tachtig guldens waarmede hoogste en laatste bieders zijn geworden Hermanus Kuilenberg, aannemer en Gerhard Henri Hillebrand, kastmaker beide wonende te Leeuwarden, weshalve ik Notaris voorschreven gebouwen finaal in koop heb toegewezen aan gemelde hoogste bieders voor de door hen gebodene som hetwelk door de zelvers is geaccepteerd en hebben zij zich verbonden de koopsom met aankleve op de verschoontijden te betalen en te vervullen hetgeen zij als koopers naar luid der 5 verkoopsvoorwaarden gehouden zijn te vervullen. Zich daarvoor hoofdelijk aansprakelijk stellende zijnde de verkooper en de koopers aan mij notaris bekend. Aldus gepasseerd op tijd en plaats in het hoofd dezes gemeld, in tegenwoordigheid van Jackele Fedde Weidema, kastelein, wonende te Tzummarum en Geert Piebenga, kleermaker, wonende te Franeker, beide aan mij notaris bekend, als getuigen die na voorlezing met den verkooper, de koopers en mij notaris, in wiens bewaring de minuut gebleven is, hebben getekend.
G.H. Hillebrand, J.F. Weidema
Heerma van Beijma thoe Kingma, G. Piebenga
H. Kuilenberg, G. Schot6
Wat opvalt is dat de uiteindelijke kopers anderen zijn dan de provisionele koper en dat de nieuwe koopprijs slechts honderd gulden hoger is. Dit wekt de indruk dat de provisionele koper, mogelijk in opdracht, slechts meegeboden heeft om de prijs wat op te jagen.

Dezelfde middag om vier uur begint dan de tweede veiling van de eerder genoemde 23 percelen. De twee akten die betrekking hebben op beide veilingen van deze percelen zijn allebei 15 pagina’s lang. Daarover dus een volgende keer.
Wat is nu de waarde van ƒ 2686,- in 1864 ? Op een lijst die mij door de Nederlandsche Bank is toegestuurd wordt voor 1864 een prijsindex aangegeven van 135 7. In het referentiejaar 1901 is deze index 100 en in 2001 is deze 2141. Dat wil zeggen dat een bepaald pakket ten behoeve van levensonderhoud en gezinsconsumptie in 1864 ƒ 135 kostte en in 2001 maar liefst ƒ 2141. De gulden is dus blijkbaar tot 1901 in waarde gestegen. Dit levert de volgende som op: ƒ 2686 / 135 x 2141 = ƒ 42.598 .
Bij deze rekensom zijn echter enkele kanttekeningen te maken. Ten eerste is er bij de index bepaling tot 1994 gebruik gemaakt van verschillende prijsreeksen zoals groothandels prijzen tot 1871 en later kosten van levensonderhoud van gezinnen. Ook de samenstelling en kwaliteit van het pakket dat ten grondslag ligt aan de prijsindexcijfers is in de tijd veranderd. Daarbij komt nog dat deze prijsindexcijfers niet goed kloppen als het gaat om investeringen in b.v. huizen of grond. Over prijs indexen van dit soort zaken kon ook het Centraal Bureau voor de Statistiek mij slechts vertellen dat de prijzen van onroerend goed ten opzichte van 1914 met een factor 58 zijn gestegen. Nemen we deze factor in rekening en werken we met de consumentenprijsindex tot 1914 die toen 109 was dan krijgen we de volgende som: ƒ 2686 / 135 x 109 x 58 = ƒ 125.784. Dit levert dus een drie maal hoger bedrag op! Maar ja, laten we ons wel realiseren dat een gebouw afbreken tegenwoordig alleen maar geld kost en nagenoeg niets oplevert. Dit komt door het gebruik van andere cementsoorten waardoor de stenen niet meer geschikt zijn voor hergebruik. Ook het houtwerk zal niet zo veel meer op brengen. Eigenlijk is dit dus een poging niet vergelijkbare zaken te vergelijken.
1 Zowel in de Provinciale Bibliotheek als in het Ryksargyf te vinden.
2 Hoewel het hier onroerende goederen betreft (gebouwen en grond) is in de akte sprake van roerende goederen. Volgens een notaris van nu is het wel gebruikelijk om van onroerende goederen te spreken als later pas gespecificeerd wordt waarom het gaat. Het feit dat het om een verkoop op afbraak gaat maakt niet dat het roerend goed wordt.
3 In 1851 werd door Thorbeckes gemeentewet de grietman burgemeester.
4 Geadsisteerd = geassisteerd
5 Naar luid der = volgens de
6 Zie bijgaande foto van het laatste deel van deze akte
7 De lijst begint bij het jaar 1785 en kan dus helaas niet helpen bij de bepaling van de verkoopwaarde van de State in 1611 , zie Kinkhoorn 4 pagina 10.
De klok van Bouke Saakstra
Bijgaande afbeelding van een klok en zijn eigenaar heb ik gemaakt in de huidige woning van Bouke Saakstra. Volgens Saakstra is deze klok ooit op een boeldag gekocht door zijn ouders. De klok zou afkomstig zijn van de Kingma State.

Saakstra was een vroegere bewoner van Kingmatille. Met zijn broer Gerrit runde hij de boerderij die aan de zuidkant van het Harinxmakanaal ligt, recht tegenover het “theehuisje” en de voormalige oprijlaan naar de State. Strikt genomen woonde hij dus niet in Kingmatille (gemeente Franekeradeel) want het gebied ten zuiden van de vaart hoorde bij de gemeente Hennaarderadeel, nu Littenseradiel. Maar sociaal gezien hoorde hij natuurlijk wel bij Kingmatille. Hij is geboren in een van de herbergen van Kingmatille namelijk die met de toneelzaal, waarvan zijn ouders de uitbaters waren. De klok zal dus wel in het ouderlijk café gehangen hebben.
Saakstra is momenteel achter in de tachtig en kan zich nog veel herinneren uit de tijd van de vroegere trekvaart met tol en brug. Deze tol en brug in een druk bevaren route maakten Kingmatille tot een pleisterplaats voor schippers met alle levendigheid van dien. Er waren toen ook winkels, een bakker en een slager. Kingmatille of Keimpetille zoals Saakstra het nog noemt is dus wel sterk veranderd door de verbreding van de trekvaart, waarbij de brug verdween en de naam Harinxmakanaal werd.
Kees Kingma

Kingma Kronkels: Er zit een leeuw in Harlingen
Joost Kingma
Het was wel even schrikken. Toen dat bericht binnen kwam.
Eerst denk je aan een grap. Maar de brenger van de boodschap maakte een serieuze indruk, dus dat kon het niet zijn. Recentelijk ook niet van een ontleeuwd circus gehoord. Dus dan maar doorgevraagd.
Blijkt één van onze state-leeuwen in Harlingen te zitten. De Kronkels in de vorige aflevering hebben die kennis opgeleverd. Geen slechte vangst niet. Maar nu schijnen er weer meer dan twee leeuwen te zijn geweest. Kortom het lot van de leeuwen die de toegang tot de State sierden is gedeeltelijk opgehelderd, maar nog niet helemaal.
En er staat een Kingma-kansel in Boer. In een kerkje dat van ellende op instorten lijkt te staan. Vrijwel aan het zicht onttrokken door de attributen van kunstenaar Launspach die hier z’n atelier heeft. Hij krijgt wel eens een enkele keer Kingma’s op bezoek die dat van die kansel weten. Hij hielp ons het stof te verwijderen om de initialen van de kennelijke schenker, Ignatius van Kingma, voor de foto goed zichtbaar te maken.
Dat onze Ignatius overigens niet alleen maar een godsvruchtig man was, maar ook behoorlijk op zijn strepen kon gaan staan, blijkt uit een notitie die we toegestuurd kregen van Koosje van der Kolk uit Emst. Ze stuurde ons een lofzang op de ‘Lustplaats Groot Heerema’ van de hand van de dichter Daniël Willink, geschreven in 1734. Uit een begeleidende notitie blijkt dat de toenmalige eigenaar van Groot Heerema, professor van der Wayen, in 1683 een dispuut had met zijn buurman, Ignatius van Kingma, over het recht van overreed. Professor van der Wayen en diens dienstbode werd het recht ontzegd om gebruik te maken van het pad over het belendende landgoed Kingma. Hen werd aangezegd om gebruik te maken van “de ordinaire weg na de kerke van Sweins door de hecken en over het bovengewagte brugje”. Overtreding kostte hem 50 gouden friskia lijders. En dat zal de professor vast niet leuk gevonden hebben, want hij moest natuurlijk frequent naar zijn leerstoel aan de Franeker universiteit reizen. En de kortste weg was dan over het kerkepad dat Kingma State verbond met Zweins en Groot Heerema. Een route die Ignatius zelf waarschijnlijk geregeld gebruikte om naar Leeuwarden te gaan, waar hij vast wel eens als kolonel moest zijn. Bijvoorbeeld bij het Hof van de stadhouder of bij de heren Gedeputeerde Staten. Een college dat overigens in datzelfde jaar 1683 voor de tweede maal middels een plakkaat waarschuwde “Tegens het onbehoorlijck Suypen en Slempen by de Begraffenisse der Dooden”. Hopelijk gebeurde dat niet tijdens dat soort plechtigheden bij het kerkje in Boer. De kunstenaar ter plaatse leeft kennelijk naar de geest van deze verordening: hij was sober. Of er ook soberheid heerste bij de verhuizing van onze state-leeuw naar Harlingen moet nog blijken. We komen er volgende keer graag op terug.
Colofon
‘De Kinkhoorn’ is een periodieke uitgave van de Stichting Kingma State.
De periodiek wordt toegezonden aan donateurs van de stichting.
U kunt donateur worden door jaarlijks een bedrag van tenminste 12 Euro over te maken op rekeningnummer 55.00.97.538 bij de ABN AMRO bank te Arnhem ten name van Penningmeester Stichting Kingma State.
Oplage: 150 ex.
Verschijnt tenminste twee maal per jaar.
Stichting Kingma State
Secretariaat:
Sterrenboslaan 20, 3972 GD Driebergen
tel: 0343 521212
fax: 0343 517689
e-mail: kingma@worldonline.nl
website: www.kingmastate.nl
Bestuur
Voorzitter: C.S.J. Kingma, Emmen
Secretaris: J.H. Kingma, Driebergen
Penningmeester: J.M. Kingma, Arnhem
Bestuurslid: W.J. Kingma, Valkenswaard
Vormgeving en productie
Drukkerij Bakker Baarn
Deze publicatie is geregistreerd bij de Koninklijke Bibliotheek onder ISSN: 1569-8645