IV De Kinkhoorn
De Kinkhoorn 20 — oktober 2009
10e jaargang, nummer 2
Dit nummer als pdf · de Engelse vertaling
Voorwoord
Op 8 juli j.l. was het tien jaar geleden dat de Stichting Kingma State werd opgericht. De stichting werd opgericht om de Kingmadag op 8 juli 2000 te organiseren en verder onderzoek te verrichten naar de genealogie en historie van de Kingma’s en mogelijk herbouw/nieuwbouw van de State.
Dank zij onze donateurs zijn we in staat geweest de “Kinkhoorn” twee maal per jaar uit te geven en elk jaar een donateursdag te organiseren in Zweins. In 2005 hebben we nog een dag voor de buitenlandse Kingma’s georganiseerd in Zweins.
Inmiddels zijn er veel gegevens verzameld over de genealogie en historie van de Kingma’s en de State tot 1700. Zoals aangegeven in de vorige “Kinkhoorn”, zullen we gaan bekijken of wat nu beschikbaar is voldoende materiaal biedt voor een toekomstige publicatie en nog nader onderzoek doen naar historische documenten. Tevens zal het bestuur zich gaan beraden over de verdere voortgang van de stichting en in welke vorm. Tijdens de Kingmadag op 7 november in Zweins, zullen wij u hierover verdere mededelingen doen evenals over ons voornemen betreffende een publicatie over de Kingma State en haar bewoners tot 1700.
In deze “Kinkhoorn” vindt u het vierde artikel over oude kaarten van Zweins en omgeving, tevens hebben we een artikel vermeld over het geslacht Sjaarda en hun relatie met de state Kinghum. Ook hebben we nog een vervolg op de artikelen over Ignatius Kingma en de slag bij Lobith betreffende de controverse met Lodewijk de 14e.
Ik hoop velen van u te ontmoeten op 7 november a.s. in Zweins
Tjeerd Kingma
Voorzitter
Zweins en de Kingma State op oude kaarten (4)
Sinds de uitgave van de eerste provinciekaart van Friesland gemaakt door Jacob van Deventer in 1545 is een lange reeks van, historisch te noemen, kaarten van Friesland verschenen. Hierbij werd bij het maken van een nieuwe kaart veelal sterk gebruik gemaakt van voorgaande kaarten. Kaarten waaraan opmetingen ten grondslag liggen en die als voorbeeld gediend hebben voor latere kaarten worden aangeduid als Basiskaarten. Een basiskaart met zijn volgelingen wordt door P.J. de Rijke in zijn boek ”Frisia Dominium” een groep genoemd die aangeduid wordt met een hoofdletter. Hierbij onderscheidt hij voor de periode van 1545 tot 1823 vijf groepen. De basiskaarten hierbij zijn de kaarten van: A. Jacob van Deventer, B. Sibrandus Leo, C. Pier Winsemius, D. Bernardus Schotanus à Sterringa, E. Abraham Allard en F. Krayenhoff.
Groep A met als basiskaart de kaart van Jacob van Deventer 1545 (zie Kinkhoorn 17) heeft een reeks volgelingen opgeleverd b.v.: Christiaan Sgrooten 1573 (zie Kinkhoorn 19); Michele Tramezini 1556; Giovanni Francesco Camotio 1556, op zijn beurt weer gebaseerd op Tramezini; Abraham Ortelius 1568; Gerard de Jode 1568 en Frans Hogenberg 1571.
De zogenaamde Pauwenkaart van Sibrandus Leo 1579 (zie Kinkhoorn 19) is de basiskaart van groep B. Ook deze kaart heeft navolgers zoals: Frans Hogenberg 1579. Ook hier zijn, net als op de kaart van Sibrandus Leo, in de buurt van Zweins twee cirkeltjes langs de trekvaart getekend.
De kaart van Lodovico Guicciardini
Terwijl er al kaarten in groep B gemaakt worden gaan de navolgers in groep A ook door, zoals Lodovico Guicciardini, een Florentijnse edelman die in Antwerpen werkte.
Zie onderstaande kaart uit 1581 met detail.
Deze kaart komt voor in de Italiaanse uitgave Descritione di tutti Paesi Bassi van Christoffel Plantijn, een uitgave van kaarten en beschrijvingen van de Nederlanden. De kaart heeft veel overeenkomst met de kaart van Ortelius uit 1568.


Zweins, geschreven als Sweijns is, zoals alle dorpen, met een rood ingevuld cirkeltje aangegeven.
Een volgende kaart van Guicciardini uit 1609 is gebaseerd op de kaart van Sibrandus Leo, dus in groep B.
Een kaart uit de atlas van Gerard Mercator uit 1585
Gerard(us) Mercator als Gerard Kremer in Vlaanderen geboren is onder meer bekend geworden door de, door hem in 1569 geïntroduceerde, Mercatorprojectie. Deze projectie komt tot stand door de aardbol te projecteren op een cilinder en deze vervolgens tot een plat vlak uit te rollen. Hierdoor worden alle meridianen rechte lijnen. Dit had vooral voor de scheepvaart het voordeel dat een rechte kompaskoers op de kaart ook een rechte lijn is. Een van de nadelen is de bekende oppervlaktevervorming waardoor gebieden groter aangegeven worden naarmate ze verder van de evenaar liggen.
In 1585 verschenen de eerste 51 kaarten van Mercators Wereldatlas waaronder de onderstaande kaart van Friesland.

Bij het maken van deze kaarten heeft hij gebruik gemaakt van het werk van Christiaan Sgrooten voor diens Brusselse atlas van 1573. De kaarten vallen daardoor onder groep A.

De steden zijn aangegeven met een poort of kasteel, de dorpen met een cirkeltje. Zweins is geschreven als Sweyns en gepositioneerd aan de trekvaart.
Tussen Sweyns en Ryp zijn twee zijvaarten aan de trekvaart getekend. Met in achtneming van de onnauwkeurige aanduiding van de ligging van de dorpen kan de zuidelijke de Hatsumer opvaart zijn. De noordelijke zou dan de opvaart langs de Kingma State kunnen zijn, die volgens Bauke Saakstra tot Ried zou hebben doorgelopen?
Een voor ons curieuze variant in groep A is de onderstaande kaart van Johann Bussemacher uit 1592.

Bij deze kaart is niet het noorden maar het westen boven.
Zweins is op deze kaart niet aangegeven.
Koning Lodewijk XIV en Ignatius van Kingma in de slag bij Lobith in 1672
In diverse Kinkhoorns hebben we bericht over de militaire verrichtingen van Kolonel Ignatius van Kingma (1621-1700). Onder meer over zijn betrokkenheid bij de slag bij Lobith op 12 juni in het rampjaar 1672, waarbij de Franse ‘zonnekoning’ Lodewijk XIV de Republiek der Verenigde Nederlanden over de Rijn binnentrok.
Dit voorjaar bleek me tijdens een gesprek met burgemeester Mark Slinkman van de gemeente Rijnwaarden, dat hij in het gemeentehuis in Lobith een afbeelding heeft van een groot schilderij van deze slag. Naspeuringen brachten me bij het origineel in het Rijksmuseum. Een doek van ruim één bij anderhalve meter van de schilder Adam Frans van der Meulen.


Van der Meulen was aanwezig bij de Franse invasie. Als oorlogsschilder was hij al vanaf 1664 in dienst van Lodewijk XIV. Hij specialiseerde zich in het schilderen van veldslagen. Die schilderijen maakte Van der Meulen op grond van studietekeningen. Deze dienden ter plekke te worden vervaardigd. Daarom reisde de schilder met de Franse legers mee.
Wat zien we op dit schilderij?
De Rijn bij het Gelderse Lobith op zondagochtend 12 juni 1672. Onder dekking van kanonvuur dalen Franse soldaten de rivieroever af. Een deel van hen doorwaadt de rivier. Aan de overzijde worden zij tegemoet getreden door Nederlandse cavalerie. Ook deze soldaten te paard zijn voor een deel de rivier in gelopen. De ronde toren van het tolhuis van Lobith is door Frans vuur getroffen. Op een gevlekte schimmel zit een man, die gekleed is in een rood en blauw brokaten kostuum. Om zijn middel draagt hij een witte sjerp. Het is de koning van Frankrijk in eigen persoon: Lodewijk XIV. Met zijn rechter hand dirigeert hij zijn troepen de rivier over. Hij is omgeven door een groep officieren. Op de voorgrond staat een man in rood en blauw gekleed met hoed in de hand. Dit is waarschijnlijk de plaatselijke boer of veerman die aan Lodewijk heeft verteld waar de rivier doorwaadbaar is.
Kolonel Ignatius van Kingma is met zijn regiment een onderdeel van de Nederlandse ruiterij aan de overzijde. In de uren die volgen op dit tafereel moet de cavalerie zich onder de overmacht van de Fransen terugtrekken en is de slag bij Lobith verloren.
In het dit jaar bij uitgeverij Atlas verschenen boek ‘Rampjaar 1672. Hoe de Republiek aan de ondergang ontsnapte.’ van Luc Panhuysen wordt ook een levendige beschrijving gegeven van deze slag. Nadat generaal Montbas zich op eigen gezag met zijn infanterie en cavalerie (waaronder het regiment van Ignatius) had teruggetrokken uit de verdedigingslinie, liet Stadhouder Willem III hem arresteren en stuurde hij veldmaarschalk Paulus Wirtz met een aantal Friese regimenten terug naar de Rijn om de bres in de linie te dichten.
“Wirtz arriveerde op 12 juni met zijn legertje op de Rijnoever bij Tolhuis (=Lobith JK). Het Franse leger stond al in slagorde aan de overkant. Wirtz plaatste drie ruitercompagnieën tegenover de doorwaadbare plaats en stelde een regiment Fries voetvolk plus een aantal kanonnen op bij het tolhuis, enkele honderden meters verder. De franse cavalerie was niet bang. Tweeduizend bepluimde ruiters hieven de degen ten hemel, als groet aan hun koning, die het tafereel van de Elterberg gadesloeg, en stortten zich met veel gespetter in de rivier. Het was een doldrieste aanval. De ruitermassa vormde een gemakkelijk doelwit voor de Nederlandse kanonnen en musketiers. Maar de Franse kanonnen brachten spoedig het Nederlandse vuur tot zwijgen. De Nederlandse cavalerie nam vervolgens de benen en liet het Friese voetvolk over aan de genade van de Franse ruiters.”
De infanterie wilde het gevecht ook staken, maar de Fransen stormden met getrokken degens op hen af. Er volgde een gevecht van de infanterie met de Franse ruiters, waarbij veel Fransen en Friezen het leven lieten.
Uit deze passage en het schilderij valt duidelijk af te leiden dat de cavalerie, waaronder Ignatius van Kingma met zijn regiment, aan de strijd hebben deelgenomen. Ook geeft de beschrijving de indruk alsof ze nogal snel de strijd staken en hun Friese trawanten van de infanterie in de steek laten. In het boek Het Staatsche Leger van Ten Raa en De Bas uit 1921 wordt dat beeld bevestigd: “Wirtz bereikte het Tolhuis, terwijl de vijandelijke cavalerie bezig was, deels zwemmend, de rivier … over te steken. Wirtz ging met zijn voorste compagnieën ruiterij den vijand te water tegemoet, doch werd niet door de volgende afdelingen ondersteund; zijne ruiters sloegen op de vlucht.”
De vraag of Ignatius in de voorste dan wel achterste linies van de ruiterij zat en hoe manhaftig hij zich heeft gedragen kunnen we op basis van deze informatie niet beantwoorden. Wat de snelle terugtrekking van de ruiterij verklaart is de enorme overmacht die de Franse koning had met zijn leger van 120.000 manschappen – het grootste dat Europa sinds het Romeinse Rijk had gezien - tegenover een paar duizend man aan Nederlandse zijde. Ook het feit dat zijn artillerie al snel het Nederlandse geschut had uitgeschakeld, maakt dat de ruiterij vrij spoedig na het begin van de overhaast ingezette tegenaanval tot de slotsom moet zijn gekomen, dat de verdediging van dit punt een kansloze onderneming was.
Joost Kingma
Relatie Sjaarda’s met de state Kinghum
In de buurt van Franeker liggen veel kwelderwallen. Op een van die kwelderwallen lagen een viertal terpen die ook nu nog een naam hebben: Edum - Sjaarda - Salverd en Kinghum. We kunnen er dus van uitgaan dat op de terpen ruim 2000 jaar geleden al boeren woonden. De bewoning van deze terpen is dus zeer oud. Maar de terpen hebben ons niets verteld want bij de afgraving einde 19e eeuw is men niet wetenschappelijk te werk gegaan.
Franeker-Uitburen, voorheen gerekend tot het eerste deel van de grietenij Franekeradeel, prov. Friesland, kwartier Westergo, thans bestaande uit de buurten: Arkens, Salwerd, Lutje-Lollum, Miedum, Doyum, Kie, Lankum en War. Westergo was één van de 3 gouwen in Fryslân, welke in de periode 800 - 900 jaar na Christus werden gevormd. Aan het hoofd van de gouwen stonden graven. Vanaf rond 1250 waren de graven verdwenen en stonden de gouwen praktisch op zichzelf. Families als de Sjaarda’s beheersten de gouwen. Deze buurten hebben zich in de loop van de tijd onder de stad Franeker begeven, denkelijk kort na 1500, vermoedelijk om mee te delen in de privilegiën en voorrechten welke de Hertog van Saksen, aan die stad en haar burgers had geschonken omdat zij hun betrouwbaarheid aan hem hadden getoond.
De
Staten (boerderijen) in die buurten gelegen, waren ook gerechtigd tot
het grietmanschap, gelijk zulks blijkbaar is van de oude Staten te
Salverd, die op Lutje-Lollum, Lankum en Gedserda, alle welke staten,
in 1406 tot 1438, op hunne beurt, het recht in de grietenij hebben
uitgeoefend. Rond 1400 waren de boerderijen op deze kwelderwal in het
bezit van de Sjaarda's. In de "Ordinatie van de rechtsomgang in
Franekeradeel" en ook in het bijbehorende register, dat loopt
van 1406 tot 1438 komen we de state Kinghum tegen als de
rechtvoerende state van Sweins. Een rechtvoerende state had het recht
om eenmaal in de zoveel jaar een van de acht rechters van
Franekeradeel te benoemen. Een van die acht werd tot grietman
(burgemeester) benoemd. Zo was Sicke Sjaarda in 1409 rechter van
Sjaarda; in 1408 rechter van Salverd en in 1413 rechter van Kinghum.
De volgorde was zo dat Kinghum eens in de zeven jaar een rechter kon
benoemen. De conclusie kan wel maken dat Kinghum in 1413 Sicke
Sjaarda als eigenaar had, die tevens Salverd, Sjaarda en Edum als
zijn eigendom kon beschouwen".
Men kan zeer zeker
wel aannemen dat het geslacht 'Sjaarda' een machtig geslacht was in
Westergo zo vanaf de 13e tot en met de 15e eeuw. Er bestaat een
hypothese die zegt dat de Sjaarda's erfgenamen zouden kunnen zijn van
de z.g. koningsmannen van de Frankische koning Lodewijk de Vrome. Dus
ook voor de 13e eeuw hadden zij cq hun voorouders flink wat in de
melk te brokkelen. Zo blijkt ene "Sicka (Sikko – Sikke)
Syarda" in 1237 tot 'Potestaat' {een door de keizer aangesteld
bestuurder, maar niet een landsheer} gekozen te zijn. Graaf Willem II
van Holland bood Sicko de (erf-)heerschappij over de Frieslanden aan.
Dit aanbod zou hij hebben afwezen met de woorden:
"Grootmagtige Koning ! Wil u niet te vergeefs vermoeijen; meent gij dat ik, om mij en mijn geslacht te verheffen, een verrader wil zijn, en de nakomelingen van die vrijheid berooven, welke onze Voorouders boven alle goederen geschat hebben? Verre zij van mij een geldgierig en oneerlijk hart! Vaarwel! En wil mij met uwe brieven niet meer begroeten in dier voege, want ik wil na dezen geene van u ontvangen”. Uit onzen huize Sjaardema den 9 Augustus 1239".
Petrus
Thaborita schrijft over hem als 'Sickes Syarda' die tijdens zijn
"regnacie" (regering) een keer een slag moest leveren. In
1250 valt Abel, "Koninc van Noertweghen" aan in
Oost-Friesland. De Friezen doden de Koning en veel van zijn
manschappen.
Petrus had het bijna goed; het juiste jaar was
1252 en die koning was Abel van Denemarken.
Sicka zou een
zoon hebben gekregen, zijnde ene "Sicke Sjaerdema", welke
werd geboren rond 1290 in Franeker en overleed op 17 september 1345
te Warns; gehuwd rond 1320 in Franeker met 'Edwert Gerbranda'. Edwert
zou zo rond 1293 zijn geboren. Uit het huwelijk van Sicke Sjaerdema
en Edwert Gerbranda is o.a afkomstig: "Douwe Sickes Sjaerdema",
geboren rond 1328 en overleden te Franeker in 1416; welke rond 1345
huwde met Trijn Roorda, geboren in 1325 te Tjummarum en overl. te
Franeker/Arum. In 1406 wordt genoemd ene 'Goffe Zyaerda', zn. van
Goffe (vermoedelijk is dit de zelfde persoon als Sicke) Sjaerdema en
Edwert Gerbranda. Deze kreeg weer een zoon, genaamd “Sicco Sjaerda”
gehuwd aan Both Hobbema. overl. in 1422. “Edwer Sjaarda” (dochter
van Sicke Sjaerdema) bouwde in de periode 1446 - 1449 het
Sjaerdemaslot op het huidige Sjûkelân. De periode van 1250 tot 1500
wordt de Friese Vrijheid genoemd; er zijn dan geen vreemde heersers
in Fryslân. Toen echter in 1500 de regering van Albrecht van Saksen
zijn intrek nam in het kasteel van de Sjaarda’s kwam er een einde
aan de Friese Vrijheid en spraken de bestuurders geen fries meer.
Franeker werd toen (weer) hoofdstad van Fryslân en bestuurd vanaf
het huidige Sjûkelân.
Tekst gedownload van internetpagina op Hyves van de familie van der Schaaf. Bron tekst onbekend.
Kingma Kronkels: Stinzen
Joost Kingma
Dit voorjaar verscheen van Paul Noomen het boek De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners. Dat was voor ons de aanleiding om hem uit te nodigen als spreker op onze donateursbijeenkomst in november. Zo’n boek wil je natuurlijk ook meteen lezen, benieuwd of er nog nieuwe interessante wetenswaardigheden over Kingma State in te ontdekken zijn. En natuurlijk om je inzicht in het ontstaan en bewoning van staten en stinzen te verrijken.
Nu, dat laatste kan volop en de kennis van Noomen hierover zal op de najaarsbijeenkomst ook vast tot een boeiende lezing leiden.
Het eerste, meer weten van Kingma State specifiek, levert slechts een beperkte vangst op. Die bovendien grotendeels al wel bekend was.
Een belangrijke bron voor de kennis over Kingma State is de Rechtsomgang van Franekeradeel over de jaren 1406 tot 1438 dat in de jaren vijftig door Overdiep en Tjessinga in een moderne editie werd uitgegeven en toegelicht.
Hieruit blijkt dat er in Franekeradeel ongeveer 250 sates waren, waarvan er aan slechts 92 - de rechtvoerende staten- het recht verbonden was een mederechter in het grietenijgerecht te leveren. Kingma te Zweins is er daar één van. Deze state is dan nog pachtgoed van de machtige Sjaerda’s die daarmee ook het recht op het leveren van een rechter hadden. Kingma kwam overigens maar 3 maal in de 126 jaar aan de beurt volgens dit systeem van rechtsomgang. In totaal berekent Noomen dat de Sjaerda’s met alle staten die ze bezaten minimaal 43 maal in aanmerking kwamen.
Interessant is ook dat Kingma desalniettemin wel aanzienlijk was. In 1529 behoorden ze tot de selecte groep van negen staten met recht op het houden van zwanen, samen met de Sjaerda’s en Herema’s, families met een bovenlokale machtspositie. Pieter Jelles thoe Kinghum eiste dit recht op, onder protest van de erven Sjaerda.
Maar ja, toen waren ze ook al eigenerfden aan het worden.
Colofon
‘De Kinkhoorn’ is een periodieke uitgave van de stichting Kingma State. De stichting wil het historisch onderzoek naar de voormalige buitenplaats, haar bewoners en hun nakomelingen bevorderen.
Als u geïnteresseerd bent in het werk van de Stichting Kingma State kunt u donateur worden. U ondersteunt hiermee het historisch onderzoek en u ontvangt periodiek De Kinkhoorn.
In het najaar, doorgaans in november, organiseert de stichting een donateursbijeenkomst met lezingen.
U kunt donateur worden door u per post, e-mail of op de website aan te melden bij de stichting en jaarlijks uw donatie (streefbedrag tenminste € 22,50, minimaal €15,-) over te maken op rekeningnummer 55.00.97.538 bij de ABN AMRO bank te Arnhem ten name van Penningmeester Stichting Kingma State.
Oplage: 150 ex.
Verschijnt tenminste twee maal per jaar.
Stichting Kingma State
Secretariaat: Sterrenboslaan 20, 3972 GD Driebergen
tel: 0343 521212
fax: 0343 517689
e-mail: info@joostkingma.nl
website: www.kingmastate.nl
Bestuur: Voorzitter: Tj. Kingma, Zwolle
Secretaris: J.H. Kingma, Driebergen
Penningmeester: J.M. Kingma, Arnhem
Bestuurslid: C.S.J. Kingma, Emmen
Vormgeving en productie: Drukkerij Bakker Baarn
Deze publicatie is geregistreerd bij de Koninklijke Bibliotheek onder ISSN: 1569-8645
Bij gehele of gedeeltelijke overname van de inhoud van artikelen uit De Kinkhoorn gaarne bronvermelding.