IV De Kinkhoorn

De Kinkhoorn 21 — oktober 2010

11e jaargang, nummer 1

Dit nummer als pdf · de Engelse vertaling

Voorwoord

Voor u ligt voorlopig de laatste uitgave van “De Kinkhoorn”, zoals we op onze laatste donateursbijeenkomst vorig jaar november hebben aangekondigd. De activiteiten van de Stichting Kingma State zullen zich gaan concentreren op het samenstellen van een boek over de Kingma State en de Kingma’s tot 1700, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek. Vanaf volgend jaar zullen wij u tweemaal per jaar door middel van een nieuwsbrief op de hoogte houden van onze activiteiten en voortgang. Met deze “Kinkhoorn” ontvangt u ook een verzoek voor uw jaarlijkse donatie ter ondersteuning van onze activiteiten, tevens zouden wij het zeer op prijs stellen om ook in de toekomst uw jaarlijkse donatie te mogen blijven ontvangen ter ondersteuning van het onderzoek en publicatie. Om de kosten zoveel mogelijk te beperken verzoeken wij u aan te geven of u de nieuwsbrieven per e-mail wilt ontvangen en dit door te geven aan onze secretaris Joost Kingma, e-mail: info@joostkingma.nl. Degenen die niet over een e-mail adres beschikken kunnen aan de secretaris doorgeven de nieuwsbrief per post te willen ontvangen. Het adres van de secretaris vindt u onder Colofon achter in de Kinkhoorn.

Op zaterdag 6 november gaan we weer een donateursbijeenkomst organiseren in Zweins. We zullen u dan nader informeren over de voortgang van de voorgenomen publicatie en de beoogde bouwactiviteiten op het terrein van de Kingma State. We hebben André Kingma bereid gevonden een presentatie te houden over “Eigenerfden, berechtigd allodiaal erfgoed en de naam Jelle Kinghum”, dit naar aanleiding van een publicatie uit 1943 van Gonggrijp “De wapens der friesche eigenerfden in verband met hun berechtigd allodiaal erfgoed”.

In deze “Kinkhoorn” vindt u het vijfde artikel over de oude kaarten van Zweins en Kingma State, een verslag van de najaarsbijeenkomst 2009 van Herre Kingma met een reactie daarop van de spreker, Paul Noomen, een verhaal over de speurtocht naar de grafzerk van Gerrolt Intesz Kingma, het testament van Hendrik Jelles Kingma en een tweetal bijdragen uit het buitenland, namelijk een artikel vanuit Lapland en een genealogische rapportage over de “Zwitserse” Kingma’s en tenslotte de laatste Kingma Kronkels.

Ik hoop velen van u te mogen ontmoeten op 6 november a.s. in Zweins.

Tjeerd Kingma
Voorzitter

Zweins en de Kingma State op oude kaarten (5, slot)

In voorgaande Kinkhoorns zijn een aantal kaarten vermeld waarop Zweins aangegeven is. Hieruit kunnen we waarschijnlijk wel concluderen dat Zweins in elk geval vanaf 1545 voldoende betekenis had om op de eerste provinciekaart (van Jacob van Deventer) en latere kaarten te worden vermeld. Geen van deze kaarten vermeldt ook de Kingma State, met uitzondering van de kaart van Friesland uit de Atlas Major, hetgeen de aanleiding was voor deze artikelenreeks. Maar deze Atlas is uitgegeven in 1662, dus na 1616 toen Barthold Wicheringe als eerste het op kaarten vermelden van voorname huizen introduceerde.1

Na de laatste besproken kaart van Gerard Mercator uit 1585 volgen er tot 1622 nog verscheidene kaarten die geen Staten vermelden. Die zal ik verder niet bespreken, het zou niet veel toevoegen.

Detail van de kaart ‘Frisia Occidentalis’ van Metius en Winsemius (1622): Sueins met Kingma State
Detail van de kaart ‘Frisia Occidentalis’ van Metius en Winsemius (1622): Sueins met Kingma State

Voor zover ik kan nagaan, verschijnt in 1622 de eerste kaart van Friesland waarop ondermeer de Kingma State is aangegeven. Het is de kaart “Frisia Occidentalis” van Adrianus Metius en Pier Winsemius. Zie detail hiernaast.

Zweins wordt hier geschreven als “Sueins”

Een voornaam huis, ofwel zoals het in die tijd op kaarten genoemd wordt een “Nobilium aedes” wordt aangeduid met: Het teken voor een ‘Nobilium aedes’ op de kaart van 1622

Ook de Herama State in Zweins wordt zo aangegeven.

Voor deze kaart zijn nieuwe metingen uitgevoerd door Adrianus Metius en Gerardus Freitag, beide hoogleraar aan de universiteit van Franeker. De kaart was opgenomen in “Pier Winsemius, Cronique ofte historische geschiedenisse van Vrieslant”.

In de rand zijn de wapens aangebracht van de elf steden en van de grietenijen (waarvan zeven nog blanco, die waren in 1622 nog niet vastgesteld). De kaart was met de hand ingekleurd.

De kaart ‘Frisia Occidentalis’ van Adrianus Metius en Pier Winsemius (1622)
De kaart ‘Frisia Occidentalis’ van Adrianus Metius en Pier Winsemius (1622)

Pier Winsemius was aanvankelijk advocaat, werd in 1616 historieschrijver en in 1638 aangesteld als hoogleraar geschiedenis en welsprekendheid.

Na het verschijnen in 1622 van bovenstaande kaart bij de Cronique van Winsemius verschenen tot 1864 (het jaar waarin de State werd afgebroken) nog vele kaarten waarop vaak de Staten waren aangegeven. Bij elkaar te veel om te bespreken, ik licht er daarom enkelen uit. Voor meer informatie verwijs ik u naar het boek “Frisia Dominium” van de hand van P.J. de Rijke.

De meest markante is natuurlijk de kaart van Friesland uit de reeds in Kinkhoorn 15 en 16 besproken Atlas Maior uit 1662. Het wereldberoemde elf banden grote meesterwerk van Joan Blaeu.

Detail van de kaart van Schotanus à Sterringa: Zweins met Kingma State, het tolhuis en Kingmatille
Detail van de kaart van Schotanus à Sterringa: Zweins met Kingma State, het tolhuis en Kingmatille

Verder zijn belangrijk de bekende kaarten van Bernardus Schotanus à Sterringa uit 1665 en zijn atlas uit 1718, waarvoor door hem nieuwe metingen zijn uitgevoerd. Een detail hiernaast. Hierop zijn ook Kingmatille en het tolhuis aangegeven evenals de andere Staten in Zweins.

In de Franse tijd (Bataafse Republiek 1795-1806) worden onder leiding van Franse militaire ingenieurs opnieuw metingen voor militaire kaarten uitgevoerd, beginnend aan de landsgrenzen in verband met de verdediging. Later worden ook kadastrale gegevens daarbij vastgelegd.

Als Nederland in 1813 een koninkrijk wordt onder Willem I komt het opmetingswerk tijdelijk stil te liggen tot de koning in 1816 besluit de kadastrale werkzaamheden weer voort te zetten.

Detail van de kadastrale kaart van 1832 rond Kingma State
Detail van de kadastrale kaart van 1832 rond Kingma State

In 1832 wordt Het Kadaster in Nederland, behalve in Limburg, ingevoerd. In hetzelfde jaar wordt de Kadastrale atlas van Nederland uitgegeven. Deze kaarten zijn gebaseerd op de zogenaamde minuutplannen. Dit zijn kaarten waarop alle percelen land, water, paden en wegen, gebouwen en erven op schaal zijn getekend.

Enkele jaren geleden zijn deze kaarten, voor wat betreft Friesland, opnieuw uitgegeven door de Fryske Akademy. Bijgaand detail van het gebied rond de Kingma State komt uit deze heruitgave: deel 4 Franekeradeel en Franeker.

Detail van de ‘Nieuwe Atlas van Friesland’ van Wopke Eekhoff: Zweins met Kingma State
Detail van de ‘Nieuwe Atlas van Friesland’ van Wopke Eekhoff: Zweins met Kingma State

In de periode 1849-1859 wordt de “Nieuwe Atlas van Friesland” door Wopke Eekhoff uitgegeven. Deze atlas bevat kaarten van de dertig Grieternijen of Gemeenten met de daarin gelegen elf Steden en haar grondgebied alsmede de eilanden Ameland en Schiermonnikoog. De kaarten zijn getekend naar de “Kadastrale Plans en latere Topographische opmetingen” zo meldt het voorblad.

De kaarten hebben een schaal van 1:25.000 en in “Atlas-plano formaat in het koper gegraveerd op last der Provinciale Staten”.

Kaartblad 5 (Harlingen) van de Topografische Militaire Kaart, 1862
Kaartblad 5 (Harlingen) van de Topografische Militaire Kaart, 1862

Tenslotte nog de waarschijnlijk laatste kaart waarop de Kingma State nog is aangegeven.

Het is opnieuw een Topografische Militaire Kaart.

De State is te vinden op kaartblad TMK 5 aangeduid met Harlingen en uitgegeven in 1862, dus twee jaar voor de afbraak van de State.

Detail van kaartblad 5 van de Topografische Militaire Kaart (1862): Zweins met Kingma State
Detail van kaartblad 5 van de Topografische Militaire Kaart (1862): Zweins met Kingma State

1 P.H. Wijk, Groninga Dominium, pag. 117.

Hoe eigenerfd waren de vroege Kingma’s van Zweins?

Herre Kingma

Het is kwart voor twee als ik Zweins binnen rijdt op de eerste zaterdag van november. Een grijze dag met heel af en toe een straaltje zon over het land dat plat en ongenaakbaar is in deze tijd van het jaar. Plat was het land hier niet altijd, want deze streek heet it terpelân, naar de terpenrij, opgeworpen vanaf 150 voor Christus, die aan het einde van de negentiende eeuw grotendeels met de grond gelijk is gemaakt. De vruchtbare terpaarde is afgevoerd en ligt als een film over de Friese landbouwgronden met daarin de minuscule archeologische resten van vroeg middeleeuws Friesland. De zichtbare resten zijn, voor zover tijdig opgemerkt en veiliggesteld, beland in musea, oudheidskamers en op zolders en in particuliere collecties. Zo is ook de terp Kingum tot terpaarde verwerkt en is kort er na de naastgelegen Kingma State afgebroken en in onderdelen verkocht. Van de geschiedenis van Zweins als dorp met een paar aanzienlijke states rest nog maar weinig meer dan een handjevol huizen langs het van Harinxmakanaal, genaamd Kingmatille en een groepje huizen tegenover de Regina kerk, opgetrokken in de achttiende eeuw op de resten van haar middeleeuwse voorganger. In die kerk liggen nog wat Kingma’s, waaronder ook Ynte Jelles en zijn vrouw Trijntje van Sanstra, waar onze tak Kingma’s van Makkum van afstamt via hun kleindochter Trijntje Jans, de grootmoeder waarnaar Hylke Jans zich in 1771 Kingma noemde. Van dit echtpaar stamt ook de laatste bewoner van Kingmastate af, hun kleinzoon Ynte (Ignatius van) Saecklesz Kingma, de bekende ruiterkolonel, die nog met een regiment ruiters, dat zijn naam droeg, meevocht tegen de invallende Fransen bij Lobith in 1672.

Het buitengoed vererfde na zijn dood via de familie van Ghemmenich naar de familie van Beijma (later ~ thoe Kingma). In ons archief in het Tresoar, te onderscheiden van het daar eveneens aanwezige Kingma State archief, liggen stukken waaruit blijkt dat Hylke Jans en zijn broers deze nalatenschap hebben willen opeisen. Het fideicommis dat op Kingma state rustte, schreef voor dat het naar de oudste mannelijke nazaat zou moeten gaan en de Makkumer Kingma’s meenden zo ook aanspraken te maken op de state. Deze fideïcommisgoederen speelden een grote rol in de geschiedenissen van vooral adellijke families. Door een fideïcommis te vestigen kon men bewerkstelligen dat het stamslot of een bepaald vermogensbestanddeel niet kon worden vervreemd of zou worden geërfd door een getrouwde dochter en zo in de hand van een aangetrouwde familie zou komen. Dat heeft het fidiecommis dat Ignatius vestigde op de vererving van Kingma State in elk geval niet kunnen bewerkstelligen t.a.v. de familie Kingma.

De vergadering wordt geopend door voorzitter Tjeerd Kingma , dat klinkt voor ons vertrouwd, al is hij minstens 20ste graad familie of minder. Tjeerd vertelt dat men het plan heeft opgevat een boek samen te stellen over Kingma State en haar bewoners. Daarna vertelt Joost Kingma, eveneens bestuurder van de stichting Kingmastate, maar ook van de stichting Herstel Kingma State, hoe men wil komen tot herbouw van de state in een eigentijdse vorm, zij het met passende historische allure. Voor dit bouwinitiatief is destijds ook onze, cq de steun van de Kingma Stichting gevraagd, maar vooralsnog zijn we in dat initiatief niet meegegaan. De forse investering, maar ook de twijfel of je het verleden op deze wijze zou moeten reconstrueren, hebben ons afgehouden van participatie. Niettemin liggen er aantrekkelijke goed onderbouwde plannen klaar en er wordt al naar gegadigden gezocht, die zich straks metterwoon op de nieuwe Kingma state zouden willen vestigen. Wie belangstelling heeft, kan terecht op www.kingmastate.nl.

Zeer interessant was na de pauze vervolgens de voordracht van Paul Noomen over de laatmiddeleeuwse stinzen en states en hun bewoners in Friesland, enigszins inzoomend op de vraag welke rol de Kingma’s toen speelden. Ik verwijs voor het eerste naar zijn kortgeleden verschenen belangwekkende boeki. Hier ga ik in op hetgeen Noomen opmerkte over de plaats van de Kingma’s in de late vijftiende en zestiende eeuwse samenleving in Zweins en omgeving. De Kingma’s staan te boek als eigenerfden, maar waren ze dat sinds mensenheugenis of verwerven ze die status actief op enig moment ? Waren de Kingma’s in de XV eeuw, wanneer we de eerste Kingum’s tegenkomen,al eigenerfde eigenaren van de dan nog sate Kingma of pachtten ze het goed van verreweg de grootste en machtigste landeigenaar in en om Franeker, de familie Sjaerda, verwant met de Herema’s, de familie, die in die tijd leidend was als hoofdelingengeslacht in Zweins. De archieven zeggen daarover in 1511/1514, Paul Noomen citerendii, het volgende:

Peter Kenghum geft dit jaer toe huyer:

  • Aan Gerrelt Herrem heerscip [ gehuwd met Lutke Siaerda] 9 fl;

  • Ende zyn faer [ Jelle Kinghen] ende moer: 16 fl.

  • Ende Johannes [comen Petersz], vicarius [op het altaar van St Crispinus en Crispianus] in Franeker: 14 fl;

  • Ende heer Sybren, vicarsi in Peyns: 24 st.;

  • Ende de patroon in Sweyns: 6 st.;

  • Ende om ’t ander jaer sal degeen daer op ’t goet woont [voor Swob Syaerde ende Gerrolt toe saemen een hyncxt voeden.

Het komt er op neer dan Pieter Kingum ca. 40 florijnen huur betaalt, waarvan 9 aan Gerrolt Herema en Lutke Sjaerda, 16 fl. aan zijn vader Jelle Kingum, 14 florijnen aan Johannes, zoon van de koopman Peter en pastoor in Franeker tbv de vicarie van St Crispinus (het St Crispinusleen zouden wij zeggen), twee kleine bedragjes in stuivers. Voorts heeft hij om het jaar een hengst op stal staan voor de familie Herema. Dat laatste ziet Noomen als een soort erfdienstbaarheid van de Kingma’s aan de Sjaerda’s/Herema’s.

In 1529 verklaart Pieter to Kemgum (voor de rechtbank ) het volgende:

Pieter to Kemgum wonachtig tot Sweyns voer hem ende syn broeders ende susters segt dat hem hoort de jacht soe verre als het lant stereckt van der sate geheeten Te Kemgum; zijn teycken is: beyde syn voeten buyten ende binnen gesplit. Allegert possessie vyfftich jaeren ende hefft geen brieven.

Gherolt Herema voer hem ende voer die van Siardema opposiert hem daertegens ende protesteert van syn gerechticheyt [so ét binnen ’s dycx is in Franckerdeel].

Pieter thoe Kingum verklaart namens zijn zusters en broers dat hem de jacht toebehoort zover het land strekt van de sate Thoe Kingum. Zijn (jacht?) teken is: beide voeten buiten en binnen gesplitst ??. Tenslotte voert hij aan dat hij (zijn familie) al vijftig jaar in bezit is daarvan. Hij kan echter geen brieven/schriftelijke stukken overleggen, waaruit die jachtrechten zouden blijken. De Herema’s bestrijden hun dat recht (op de zwanejacht), dat een attribuut was van ‘heerlijke’ (lees adellijke) status. Dat ging de Herema’s te ver, want alleen hen toe in Zweins.

Noomen concludeert dat Herema de leidende familie in Zweins was, cq de dorpshoofdelingen leverde in de vijftiende eeuw en dat de Kingums/Kingma’s dan nog grotendeels pachters zijn van de Sjaerda’s en later ook Herema’s. In de loop van de zestiende eeuw verandert dat , dan wordt de hele sate uiteindelijk bezit van de familie Kingma. De sate ondergaat daarna ook een upgrade, cq wordt dan aangeduid als state. Die overgang van pachter naar eigenerfde zien we ook voltrekken in de carrière van de in het citaat genoemde Pieter Jelles (thoe) Kingum. In 1552, vier jaar voor zijn dood, is hij gevolmachtigde ten landsdage (lid provinciale staten). Dat was een positie, geheel voorbehouden aan eigenerfden en edelen. Hij zal er dus als eigenerfde gezeten hebben, zoals ook een rijtje nazaten van hem, waaronder onze voorvader Jan Yntesz (van) Kingma.

De state groeit in de XVII eeuw uit tot een omvang van ca 200 ha, terwijl vele andere familieleden Kingma in die periode daarnaast ook nog aanzienlijk landbezit hebben verworven. Dat roept dan meteen de vraag op, hoe - als er van oorsprong geen of weinig land was uit eigen of geërfd bezit – de Kingma’s toch in relatief korte tijd een omvangrijk landbezit heeft kunnen opbouwen. Was dat geluk, goed boeren en ondernemen of gewoon het sluiten van goede huwelijken. Voor dat laatste was dan wel nodig dat je zelf ook het nodige inbracht aan grond én niet te vergeten achtergrond. Die goede huwelijken waren er zeker, zoals tweemaal met een dochter uit de eveneens als eigenerfd aangeduide familie Fogelsangh. Deze familie bestond weliswaar deels ook uit pachters, maar wel bijzondere. Zij pachtten grote kloostergoederen en zulke zogenaamde kloostermeiers stonden in aanzien en niet zelden waren zij ook gemachtigden ten landsdage.

Een aantal Kingma’s van vandaag, sommigen rechtstreeks in mannelijke lijn van de Kingma’s uit Zweins afstammend, vooronderstelden totnutoe dat de vroege Kingma’s op basis van de betaalde huurpenningen voor driekwart eigenaar waren in 1511 en daarmee op zijn minst ook de facto eigenerfde boeren zouden zijn geweest op hun grotendeels eigen grond. Men veronderstelt namelijk dat de in de bronnen naast Jelle Kingum genoemde pastoor Johannes Pieters een broer zou zijn van deze Jelle. Noomen acht die hypothese echter niet zo waarschijnlijk. Deze pastoor Johannes, in het archieffragment hierboven genoemd, kan heel goed de beheerder zijn van een bijv door de Sjaerda’s gestichte vicarie of leen zijn geweest. Ik zou menen dat de huurpenningen aan de pastoor ook een restant van oude kloostergoederen kunnen betreffen. De bronnen totnutoe zijn te beperkt om hierover uitsluitsel te geven. Wat wel opvalt, is dat de vroege Kingma’s, blijkens hun ‘heerlijke’ claim op de zwanenjacht, al vroeg bezig waren met hun status. Een adellijke status kon men niet bewijzen, maar in de loop van de zestiende eeuw mogen ze volgens Noomen wel als eigenerfden worden beschouwd. Wanneer Ignatius als laatste Kingmatelg wonend op Kingma state in 1700 overlijdt, heeft hij sociaal duidelijk afstand genomen van zijn neven en nichten, die zoals Herman van Slooten het in 1952 uitdrukteiii, ‘voortleefden in de boerenstand’ of zoals in het geval van onze tak van de familie, als schippers en scheepstimmerlieden in Makkum. Ignatius daarentegen, verkeerde als hoge militair in het gevolg van de Friese stadhouders en schonk bijv. als uiting van zijn aristocratische levensstijl een nieuwe preekstoel aan de Maria kerk te Boer, met prominent daarop zijn initialen IVK. Karstkarel zegt in een toespraak bij de voltooiing van de restauratie van de kerk in 2008iv: “het zal de op representatie en decorum beluste Kingma een genoegen zijn [geweest] om ons hier rondom zijn geschenk te zien zitten”.

Nog steeds strijden in veel traditionele families, de Kingma’s niet uitgezonderd, status en gewoonheid om voorrang. Waren de oudste Kingma’s eigenerfden, op jacht naar erkenning van hun vermeende heerlijke rechten of gewoon pachters, die ondernemend als ze waren, snel opklommen op de maatschappelijke ladder van de XVI eeuwse standenmaatschappij. Dat laatste past in elk geval goed in het vervolg in Makkum, waar een tweede renaissance volgde van schippers en timmerlieden tot energieke welvarende ondernemers, die als homines novi hun plek innamen in het bestuur van dorp, grietenij en provincie.

i P.N.Noomen, de stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, Fryske Akademy & Uitgeverij Verloren BV, Hilversum, 2009.

ii P.N.Noomen, hand out bij lezing tijdens donateursvergadering Stichting Kingma State, Zweins, 7 november 2009.

iii H. G. van Slooten, ‘De reders`en koopmansfamilie Kingma te Makkum’ in: Jierboekje fan it Genealogisk Wurkforban, 30-52, 1952.

iv P.Karstkarel, toespraak bij de oplevering van de restauratie van de Maria Kerk te Boer, 15 maart 2008.

Reactie van historicus Paul Noomen

Herre Kingma

Ik zond mijn artikel, dat in maart 2010 werd gepubliceerd in de Kingma Kroniek, het blad van de Makkumer Kingma’s, ook naar de historicus Paul Noomen, op wiens voordracht vorig najaar in Zweins ik mijn artikel grotendeels baseerde. Deze antwoordde als volgt:

“Geachte Herre Kingma,

Een leuke reactie op mijn verhaal in Zweins. Ik heb één puntje van kritiek: betreffende de volgende passage in uw artikel:

Men veronderstelt namelijk dat de in de bronnen naast Jelle Kingum genoemde pastoor Johannes Pieters een broer zou zijn  van deze Jelle. Noomen acht die hypothese echter niet zo waarschijnlijk. Deze pastoor Johannes, in het archieffragment hierboven genoemd, kan heel goed de beheerder zijn van een bijv door de Sjaerda’s gestichte vicarie of leen zijn geweest.  Ik zou menen dat de huurpenningen aan de pastoor ook een restant van oude kloostergoederen kunnen betreffen. De bronnen totnutoe zijn te beperkt om hierover uitsluitsel te geven.

Johannes Petri is blijkens het register van den aanbreng (1511/1514) en het beneficiaalboek (p. 256, daterend uit 1543) geen pastoor in Franeker, maar priester-prebendaris op het Crispinus en Crispinianus-leen in de kerk aldaar. Dit is geen hypothese, maar kan door combinatie van beide bronnen als vaststaand worden beschouwd; evenals het feit dat de betreffende eeuwige rente/ "huurpenningen" niet het privé-eigendom van Johannes Petri waren, maar prebende-eigendom. Dat ze restant van oude kloostergoederen zouden kunnen zijn, is ongefundeerd. Sinds de 10de eeuw zijn de verschillende kerkelijke instellingen (bisschop, kapittels, parochiekerken, kloosters) vermogensrechtelijk van elkaar gescheiden; hetzelfde gold in de late middeleeuwen voor de verschillende fondsen/prebenden binnen één instelling. Zo waren het kerkengoed, de pastorie, de vicarie en de verschillende prebenden binnen één parochiekerk even zo vele volstrekt gescheiden fondsen, zowel wat betreft voorgeschiedenis, beheer en besteding. Uit de registratie van 1511/1514 en 1543 kennen we al deze fondsen en hun grondbezit en inkomsten nauwkeurig. De rente van 14 floreen uit Kingum komt, zoals gezegd, duidelijk aan de Crispijn&Crispinianus-prebende. Deze prebende heeft geen vermogensrechtelijke band met een klooster. Ook het kloostergoed in Friesland kennen we namelijk nauwkeurig (1511/1514, voormalig kloostergoed 1619, zie ook laag "kloostergoed" in HisGis). De kloosters werden in Friesland pas in 1580 opgeheven; daarvóór mocht kloostergoed niet vervreemd worden. Dat kloostergoed voor 1511 zou zijn aangewend voor de dotatie van een prebende in een stedelijke parochiekerk zou dan ook zeer uitzonderlijk zijn.

Mijn dank voor de toezending van de bespiegelingen over de middag in Zweins,

vr. groet, Paul Noomen

De reactie van Paul Noomen is een historisch technische correctie op mijn ‘jump to conclusions’ die ik in mijn artikel kennelijk maakte over de herkomst van de goederen, waarvan pastoor Johannes Petri prebendaris (beneficient) was en waarvoor Jelle huurpenningen afdroeg. Het was niet meer dan een poging mijnerzijds om aannemelijk te maken dat Johannes Petri inderdaad een broer geweest zou kunnen zijn van Jelle Kingum, zoals de voorzitter van de Stichting Kingma State veronderstelde.

Vast staat dat Jelle Kingum, ook al was dat slechts veertig procent, daarmee niet de meerderheid, maar wel het grootste aandeel had in de eigendom van Kingma State. Van enige positie in Zweins en omgeving als landbezitter, die meetelde, is echter niets gebleken. Dat komt pas in de loop van de zestiende eeuw als zijn zoon Pieter Jelles thoe Kingum gevolmachtigde ten landsdage is in zijn positie als eigenerfde uit Westergo. Herman van Slooten noemt in zijn boek over 100 jaar Kingma’s Banki een arrest uit 1597 (recesboek Franekeradeel) tegen de zoon en kleinzoon van voornoemde Pieter Jelles, de heren Jelle Pieters en Pieter Jelles (thoe) Kingum wegens verboden wapengebruik. Vrij vertaald komt hun verhaal erop neer dat “hun voorouders al honderd jaar op Kingma sate woonden, ja langer dan mensenheugenis en alleen zij de visrechten hadden in Kingmatille en de zijlroede aldaar”.

Kerken stichten of het verrichten van andere grote openbare werken, laten ze geheel over aan hun adellijke tijdgenoten. Het blijft bij een preekstoel voor de kerk in Boer in 1665 door de aldaar als kerkvoogd acterende Ynte Saecklesz (Ignatius van) Kingma, de laatste Kingma op Kingma State. Sytse ten Hoeve zond mij een concept artikelii over dit kerkje, waarin hij en marge ook de figuur Ignatius van Kingma schildert. Weliswaar is hij een hoge militair in staatse dienst, maar af en toe ook een schuinsmarcheerder, die bijv. door de kerkenraad op de vingers werd getikt wegens dronkenschap. Bovendien is hij een jaar geschorst geweest van zijn militaire ambt in verband met het als militair ongeoorloofd uitoefenen van een kerkelijk ambt. Tijdens zijn studententijd in Utrecht liet hij een dame uit betere kringen zitten met zijn bastaard zoon, die afgekocht werd voor meer dan 3000 guldens, een vermogen in die tijd. Dat hij het nieuws haalde omdat hij midden XVII eeuw, rijdend in het gevolg van Johann Maurits van Nassau, de Braziliaan, in Franeker door de brug zakte, waarbij de Nassau vorst het te nauwer nood overleefde, was ons al bekend. Ignatius, de laatste eigenerfde op Kingma state was niet alleen de bekendste Kingma in zijn tijd, een beetje berucht om zijn verre van burgerlijke levensstijl was hij ook.

i H.G. van Slooten, Kingma, lid van de familie, geschiedenis van Kingma’s Bank N.V. 1869-1969, Baarn 1969.

ii Sytse ten Hoeve, het kerkpoortje van Boer en de Franeker steenhouwer Philippus Nicasius. Publicatie in voorbereiding.

De grafzerk van Gerrolt Yntesz Kingma

Gerrit Kingma, zoon van Andries Kingma / Foekje Hooghiem, geboren in 1917 te Dokkum begon in de 70’er jaren met het verzamelen van gegevens over “zijn” Kingma familie. Bezocht de oude nog levende familieleden en vulde zijn informatie geleidelijk aan met die van hen. Enfin, zoals iedereen begint met de zoektocht naar zijn voorouders. Na zijn pensionering spendeerde hij, tijdens zijn familiebezoeken aan Friesland, menig dag in Leeuwarden in het Rijksarchief. Daarnaast bezocht hij regelmatig het Rijksarchief in Den Haag. In Leeuwarden leerde hij de daar toen nog werkzame archivaris kennen. Deze had van verschillende oude geslachten / eigenerfden die nog niet (genealogisch) in kaart waren gebracht en mogelijk uitgestorven, de archieven onderzocht en de nodige informatie verzameld. De Kingma’s waren vanaf Jelle Kingum (1450) reeds deels uitgewerkt tot ongeveer de 7de generatie met Ignatius als laatste Kingma op Kingma-State.

Nu werd het nog leuker.

De oude Kingma’s werden natuurlijk een uitdaging, was er een link? Nog meer uren werden besteed aan onderzoek in doopregisters en stoffige folianten maar nu uitgebreid met bezoekjes aan dorpjes en antieke kerkjes in Friesland waar de oude Kingma’s op de een of andere manier mogelijk een footprint hadden achtergelaten. De steeds groter wordende hoeveelheid aan gegevens werd in een database gestopt.

We bezochten Zweins en de “Kingma State”. In het theehuis van de State woonde

tijdelijk een leraar uit Leeuwarden, onderzoeker en archeoloog. Deze zette ons op het spoor van Oosterwierum en al zwervende door de dorpjes vonden we de toren uit ca.

1200. De deur was op slot en na wat vragen hier en daar kregen we de sleutel van de koster van de Hervormde kerk. Op het kerkhof was niets te vinden, maar in de toren lagen de oudste grafstenen en na een stapel stenen van een van de grafstenen gehaald te hebben en met een emmertje water en een vegertje de modder er afgespoeld te hebben vonden we deze grafsteen met alliantie wapen van Gerrolt Yntesz. Kingma, getrouwd in 1583 met Tyanck Ryurdtsdochter Atsma en overleden 21-11-1595 geb. in Oosterwierum. Wat een verrassing! Het onderste deel van de steen kon ik niet op de foto krijgen.

Uiteindelijk kwamen we heel ver met onze zoektocht maar de missing link (met Johannes Kingma 1658-1704) kregen we niet voor elkaar, we liepen telkens vast. In 1996 ontmoetten we Ype Brouwer in het archief van Leeuwarden, genealoog en correspondent bij het Rijksarchief. Hij zag nog wel mogelijkheden. Dus hij voor ons aan het werk. In oktober 1996 kwam het bericht dat hij de knoop ontward had en inderdaad de link in mannelijke lijn kon aantonen.

Detail van de grafzerk: het alliantiewapen Kingma–Atsma
Detail van de grafzerk: het alliantiewapen Kingma–Atsma
De grafzerk van Gerrolt Yntesz Kingma.
De grafzerk van Gerrolt Yntesz Kingma.

In 2000 overleed Gerrit en kon hij helaas de eerste bijeenkomst van de Kingma’s in Zweins niet meer meemaken. Hij had het prachtig gevonden. In 2001 hebben we de gegevens met Wieb, Frans en Ruud de Bruijn uitgewisseld. Deze zijn toen verwerkt in Ruuds mooie genealogie.

Er blijft echter nog veel uit te zoeken dus naast Kingma State ook nog veel leuk speurwerk in de toekomst.

De terp en de kerk van Easterwierrum (Oosterwierum).
De terp en de kerk van Easterwierrum (Oosterwierum).

Op de hoge terp van Easterwierrum staat alleen nog de toren van de voormalige Sint Nicolaaskerk. De terp is afgegraven en het dorp heeft zich in de loop van de jaren westwaarts verplaatst. De kerk is in 1903 afgebroken. Afbraak van de toren in 1911 werd op het laatste moment voorkomen. Deze toren had oorspronkelijk een zadeldak, dat in de 18e eeuw door de huidige spits werd vervangen. Op het kerkhof liggen enkele zerken uit de oude kerk, o.a. van de familie Vogelsang. Op een ervan is nog een van de vier leeftijdskoppen zichtbaar, de schedel.

Deze toren op de deels afgegraven terp met kerkhof is vroeger de kern geweest van het dorp Oosterwierum. De huidige dorpskern ligt iets verderop. Dit is in de negentiende eeuw gebeurt vanwege de gunstigere ligging t.o.v. de waterwegen die economisch zeer belangrijk waren in die tijd.

De kerktoren van Easterwierrum (Oosterwierum)
De kerktoren van Easterwierrum (Oosterwierum)
Gerrit Kingma, de vader van André Kingma.
Gerrit Kingma, de vader van André Kingma.

Op de foto staat mijn vader in de ingang van de toren (met een veger in de hand) de grafsteen te bekijken waarvan hij zojuist het puin heeft verwijderd en het zand heeft weggeveegd.

Jopie Kingma-Markus en André Kingma
December 2009

Het testament van Hendrick Jellesz Kingma van 14 november 1625

Het begin van het testament van Hendrick Jellesz Kingma, 14 november 1625
Het begin van het testament van Hendrick Jellesz Kingma, 14 november 1625

Het begin (zie hierboven) luidt:

Ick Hendrick Kingma nu tegenwoirdich kranck te bedde
leggende behartigend den sekerheit des doods enden onse-
kerheit van den iure vandien hebbe voir mij genomen dispositie
van mijn goedhe te mene sulks doende mits eerstens inden
eerhe Godt Almachtig. mijn zeele ende het lichaem den aerde
bestellende tot de salige verrijsenis met allen gelovigen
ende begerende mijn legersteed in den kercke van den
dorpe Peins te hebben, instituere ick tot universeel erf-
genaem Rienck Kingma mijn zoon:

Hierna stelt hij Saeckle Intes Kingma aan tot Curator en vraagt het Hof van Friesland hem als zodanig te autoriseren.

Zoon Rienck, juridisch student in Franeker, zal dus toen nog minderjarig geweest zijn.

Verder draagt hij de Grietman Jr. Duco van Jongema voor als Honorair Curator.

Later in een aanvulling op het reeds ondertekende testament ontheft hij de Grietman weer van deze taak omdat hij hem “wegens hoge en publieke dienste”, zeg maar vele en belangrijke werkzaamheden hem hiermee niet wil belasten. In zijn plaats stelt hij Claes Foppes Burger en Coopman aan.

Daarna wordt het testament opnieuw ondertekend waarbij de handtekening van Claes Foppes ontbreekt.

Na de aanvankelijke aanstelling van de Grietman als Honorair Curator wordt gesteld dat de erfenis geheel naar zijn zoon gaat en dat niet een deel mag gaan naar zijn “vrienden” van moeders zijde, maar dat het geërfde in zijn familie moet blijven. Daarbij stelt Hendrick dat begrepen moet worden dat er geen sprake mag zijn van een bezwaring van Rienck met “fideicommisse”. Rienck moet er de vrije beschikking over krijgen.

Hierna wordt het testament door Hendrick en zeven anderen ondertekend, waarbij de handtekening van Ids Pyters Coopman, mogelijk de notaris. Zijn handtekening ontbreekt na de aanvulling.

Hieronder staat een foto van de handtekening van Hendrick Jellesz Kingma. Uit het uitermate slechte schrift is mogelijk af te leiden dat Hendrick zeer ernstig ziek was, tenzij hij het schrijven zowiezo slecht beheerste.

De handtekening van Hendrick Jellesz Kingma
De handtekening van Hendrick Jellesz Kingma

De aanvulling op het testament heeft een ander handschrift en is op 7 maart 1626 toegevoegd.

Helaas geeft dit testament geen inzicht in wat er vererfde. We weten dat de State al in 1611 door Hendrick aan Saeckle is verkocht.

Wat Hendrick daarnaast nog bezat blijft dus hierbij onbekend.

Transcriptie en tekst: Kees Kingma

Kingma in Lapland

16 augustus 2010

Hierbij stuur ik dan eindelijk het kaartje van het plaatsje Kingma in Lapland dat op de kaart van 1668 van Wardhus staat. Ook hierbij een stukje van een stamboom van ene Kingma Moss. De originele kaart heb ik niet deze kaart zagen we in een TV programma en zagen we dat er Kingma op stond. Mijn man, Henk is in Tromsø bij de universiteit langs geweest en hebben er nog wat kaartjes van de situatie van vandaag bijgedaan. We zouden in Zweden bij een gemeente na moeten vragen.

‘Kingma’ op de kaart van het Gouvernement Wardhus uit 1668 (foto van het televisiescherm)
‘Kingma’ op de kaart van het Gouvernement Wardhus uit 1668 (foto van het televisiescherm)
Overzichtskaart van Noord-Noorwegen met de omgeving van het plaatsje Kingma.
Overzichtskaart van Noord-Noorwegen met de omgeving van het plaatsje Kingma.

Zover zijn we dan ook niet gekomen. Nu heb ik even een avondje vrij en heb ik de kaartjes gescanned en stuur ze hierbij.

De mail is bedoeld en gezonden aan jou in verband met de Kingmageschiedenis. Hoe kan die naam daar verzeild geraakt zijn?

Is er een persoon Kingma daar geweest als kaarttekenaar en heeft een mooie plek Kingma genoemd?

Of heeft een Kingma daar gewoond? Dat ook met gedachte aan de persoon Kingma Moss die af kan stamme van die Kingma of van het plaatsje Kingma komt. Da achternamen hier zijn vaak van de plaats genomen waar ze woonden. Of een Kingma die schipbreukeling was en daar is gaan wonen??

Hierbij stuur ik een vergroting van de kaart met het plaatsje Kingma.

En wat aanliggende kaartjes. Dit is dus op de kaart van Gouvernement de Wardhus in Lapland

Ik zal later wel vertellen hoe we in 1972 in N. verzeild geraakt zijn, heb er nu geen tijd voor . Maar ik ben de Kingma en ik heb al eens de verdere stamboom van mijn tak aan julie toegestuurd maar die is er nooit bij aangevoegd. Dat deel is namelijk al uitgezocht en staat in de stamboom van de Kalma's. Ik kan het nog eens opsturen als jullie het erbij willen doen.

> U schreef ook over een deel van een stamboom van ene Kingma Moss.

> Die heb ik nog niet ontvangen.

> Of is dat uw eigen stamboom waaraan u refereert?

Nee dat is een persoon die we op internett op kwam Ik ken of weet niets over deze persoon maar mistisch dat die naam dan voor kwam in noord Noorwegen. Hier de bijlage

> Dat Kingma, zou dat ook een voornaam kunnen zijn? Noch vader, noch moeder heet Kingma namelijk.

Nee dat is hier geen voornaam maar of het gebruikt is als voornaam?

En dan.... waarom??????

Het is hier gewoon dat de naam van de man en vrouw, beide de achternaam kunnen vormen zowel bij m. als vr.

Of is de moeder toch nog iets Kingma op ze heet jørgensdatter(jørgensdochter) zou Jørgen haar vader iets met Kingma te maken hebben??? Allemaal gissingen

Als je naar de letters van Gouvernement kijkt zie je dat het op het kaartje van 1668 bij de letters GO van Governement ligt.

Waar het precies ligt op de kaart van vandaag ?? het ligt ergens op die kaartjes zie uitvergroting. Het is aan de Zweedse kant dus dan moet er daar gezocht worden. Detektief werk!

Ger
Gerritje Klaaske Demmink-Kingma
Fana (Noorwegen)

Swiss and Michigan Kingma’s

The story of my research into the Kingma family tree

One well-known Kingma family tree was compiled by Kingma families who recorded their research on the www.kingmastate.nl website. I first came to know of this data some 10 years ago, but was never sure where on this tree our lineage was situated. Some 5 years ago, during a visit to Friesland on the occasion of the KingmaDag, I was told of research that had been done by the lineage that produced Kingmas who married into the de Bruijn family. A massive amount of genealogical information can be found on the website of Ruud de Bruijn.

I am endebted to the work of the de Bruijns because, after careful search of the many pages of names and histories they compiled, I suddenly discovered my own Grandfather, Gerben Kingma. Many individuals of interest to the Michigan and Swiss Kingmas are taken from that website, discovered by working backward from my Grandfather.

The “Michigan and Swiss Kingma” line goes back to Jetske Jelles Kingma, daughter of Jelle Pieters, the third and fourth generation on the family tree published by the Kingma State.

The listing that follows on the next four pages shows the generational sequence, with all siblings, between the first known Kingma (Jelle Kingum), and the parents of Grandfather Gerben Kingma. Our grandfather then falls off the screen of the de Bruijn website, along with most of his siblings, since they emigrated and the records in the Netherlands ceased to provide information. The oldest of our grandfather’s siblings, Willemtje, born 12 Nov 1863, married Geert Geerts on 14 May 1887, and they had 4 children born while still living in the Weststellingwerf district.

The Michigan (USA) and Swiss Kingmas have always understood that Grandfather Gerben Kingma was born in Oldeholtpade 08 September 1868. The genealogy records compiled by Kingma descendants on the De Bruijn website (http://home.tiscali.nl/rdebruijn/KGM01/01.htm) record his birthplace as Weststellingwerf and his birthdate as 09 September 1868. I have tried to reconcile these records and, if I have correctly understood what I have seen in certain documents, I believe this is the explanation: Weststellingwerf is a village, which is now closely linked to the town of Wolvega, some 3 km. from the village of Oldeholtpade. Weststellingwerf also appears to be the name of the district, and the latest of the Kingma family births in Holland that are of interest to us have apparently been registered in the district of Weststellingwerf.

Gerben Kingma’s first wife was Adriana Antonia van Haselen of Amersfoort – they married in 1893. They lived then in Zwolle, where their four children were born: Jeltje Adriana, Adriana Antonia and Jan (who lived less than one year). They then moved to Hasselt, where this first wife died in 1899 at the age of 29. She was buried in the graveyard in Hasselt, where her tombstone stands to this day.

Gerben Kingma then married Johanna Antonetta Logtenberg in Hasselt in 1900. Their first two children were born in Hasselt: Jan Gerben (my father) and Frederika. The next 5 children were born in Amersfoort: Jan Willem, Willemina, Gerarda, Gerben (who only survived one month) and Gerben. Soon after the birth of the last of these five children (Gerben was born March 1909), the family emigrated to the United States, and there one more child was born – Johanna.

The fruits of these efforts are shared most happily with all of you. This is accompanied by two different renderings of the family trees as I developed them.

Stuart John Kingma
Rolle, Switzerland
March 2010

(Dit artikel is een excerpt uit het genealogische rapport van Stuart John Kingma. Het volledige rapport met stamboom (6 pagina’s) is beschikbaar bij onze voorzitter Tjeerd Kingma.)

Kingma Kronkels: Rond

Kingma Kronkels

Joost Kingma

Als het met kronkels rond komt is het einde in zicht.

Maar is er tegelijk ook een nieuw begin.

Na 10 jaar kronkelen bent u hopelijk niet de weg kwijt. Wij denken van onszelf van niet en lijden ook nog niet aan geheugenverlies. Althans niet opmerkelijk meer dan toen deze serie columns startte.

Het dreigende geheugenverlies waar we in de eerste aflevering op doelden, namelijk die van het stille verdwijnen van het Friese culturele erfgoed, zoals terpen en andere getuigenissen van het verleden, heeft ons wel al die jaren gestimuleerd. Eenentwintig Kinkhoorn’s zijn het resultaat. Met een schat aan nieuwe of herordende informatie over onze gezamenlijke familieaire ‘roots’. Over onze voorouders en hun prachtige state.

Het heeft zelfs geleid tot het initiatief voor herbouw van onze state in hedendaagse vorm. Dat initiatief vordert. Langzaam, maar gestaag.

Een langzaam groeiende boom wordt sterk. Zo ook het nieuwe ‘Buitengoed Kingma State’. De stichting Herstel werkt er hard aan om komend voorjaar het bestemmingsplan, bouwplan en inrichtingsplan gereed te hebben. Zodat zij u in 2011 de plannen kunnen presenteren.

Naast een eind aan de Kinkhoorn’s in deze vorm is er ook een nieuw begin. Zoals onze voorzitter schrijft hebben we een begin gemaakt met de plannen en werkzaamheden die moeten leiden tot een prachtig boek over Kingma State en de Kingma’s tot 1700. Wie weet zijn dat boek en de herbouw gelijk klaar. En kunnen wij u een feestmaal bereiden met gebraden zwanen en zwanenpastei, zoals onze voorouders in de 16e en 17e eeuw ook regelmatig genoten.

Een koninklijk gerecht, eigenerfde Kingma’s waardig.

Niet zwaar op de maag zoals wordt beweerd, maar rond op de tong.

Ik wens u een smakelijke voortzetting met de nieuwsbrief die wij voortaan digitaal of per post rondsturen.