IV De Kinkhoorn
De Kinkhoorn 8 — oktober 2003
4e jaargang, nummer 2
Dit nummer als pdf · de Engelse vertaling · de Duitse vertaling van Ralf J. Kingma
Voorwoord
Ignatius laat ons nog steeds niet los. Deze keer hebben we een verhaal over een van zijn voornaamste relaties Maurits van Nassau-Siegen.
Over de loopbaan van Ignatius en zijn ruiterij is al meer geschreven, maar enkele vragen met betrekking tot de betekenis van enkele door hem beklede rangen lijken nu opgelost.
Ruiters komen ook aan bod in verband met afbeeldingen op Friese munten.
Ondertussen is onze website door Durk Kingma grondig herzien, waarvoor veel dank, want zoiets kost veel tijd.
De afgelopen zomer was er in Emden en Aurich een uitstekend verzorgde en interessante expositie te zien over de middeleeuwse Friese vrijheid, haar uitwerking en de tot op de dag van vandaag bewaard gebleven elementen. De gedachte aan die Friese vrijheid leeft in Oost-Friesland blijkbaar nog zeer sterk en in samenwerking met de Westerlauwerse Friezen heeft men een groot aantal historische voorwerpen van 97 instituten en personen, uit verschillende landen, bijeen gebracht en geëxposeerd. Gelijktijdig is ook een boek verschenen waaraan zowel Duitse als Nederlandse schrijvers hun bijdragen hebben geleverd 1.
Met veel genoegen heb ik de drie exposities bekeken. Wie er niet is geweest heeft wat gemist. Een kort verslag vind u in dit nummer.
Verder zijn de voorbereidingen voor de volgende Donateursmiddag al ver gevorderd en hopen wij velen van u dan te zien.
Kees Kingma
1 “Die Friesische Freiheit des Mittelalters – Leben und Legende”.
ISBN 3-932206-30-4 , 512 pag. In de boekhandel en bij de Fryske Akademy verkrijgbaar.
Maurits de Braziliaan en het cavalerieregiment-Kingma
In Kinkhoorn 7 maakt Veldman tweemaal melding van het samen optrekken van Ignatius van Kingma en Johan Maurits van Nassau-Siegen, bijgenaamd de Braziliaan.
In 1665 was Ignatius betrokken bij het ongeval waarbij Johan Maurits met zijn gevolg door de brug en vervolgens het ijs zakte in Franeker op de terugweg van de begrafenis van de Friese stadhouder Willem Frederik. Dit voorval is beschreven en geïllustreerd in diverse voorafgaande Kinkhoorns (1,3 en 5).
Daarnaast vermeldt Veldman dat kolonel Kingma bevelhebber was van een regiment cavalerie dat in het voor de Republiek rampzalige jaar 1672 gelegerd was in Muiden. Hier verdedigde het regiment onder aanvoering van veldmaarschalk Johan Maurits de Braziliaan met succes Amsterdam en de sluizen in de Vecht tegen het Franse leger.
Dat maakte mij nieuwsgierig naar deze Nassau-telg en zijn relatie met ‘onze’ Ignatius.
Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679 ) heeft een niet onbelangrijke rol gespeeld in historie van de Republiek.

Zijn naam leeft in Den Haag thans nog voort als bouwer van het zeer fraaie Mauritshuis (1637) naast het Torentje aan de Hofvijver.

Johan Maurits wordt in 1604 te Dillenburg geboren als dertiende kind van graaf Jan de Middelste van Nassau-Siegen, een volle neef van Willem van Oranje.
Voor zijn militaire opleiding wordt hij naar zijn oom, de Friese Stadhouder Willem Lodewijk in Leeuwarden, gezonden. Op diens voorspraak wordt hij als vrijwilliger opgenomen in een cavalerieregiment van zijn oom Frederik Hendrik. In 1626 is hij Kapitein in het Staatse leger, het begin van een lange en succesvolle militaire carrière.
In 1632, hij is dan 28 jaar oud en bekleedt als regimentscommandant de rang van kolonel, koopt hij van de Staten van Holland een stuk grond aan de Hofvijver in Den Haag voor de bouw van een huis.
Hij is in 1636 nog maar nauwelijks begonnen met de bouw van zijn paleis of hij wordt door de West Indische Compagnie naar Brazilië gezonden, alwaar de Republiek dan enkele 'steunpunten' bezit (Hollands Brazilië, met de Hoofdstad 'Recife').
Johan Maurits wordt Gouverneur-generaal van de Nederlandse gebieden daar. Noch Maurits' kwistige begunstiging van kunsten en wetenschappen, noch zijn koortsachtige bouwactiviteiten, worden erg op prijs gesteld door de bestuurders van de op suiker en dividenden beluste commerciële onderneming.
Zonder twijfel vonden de Heeren-Negentien hun gouverneur-generaal een kostbare luxe. Zijn populariteit en standing bij alle volksgroepen van de koloniale bevolking zijn echter zo groot en hij boezemt zijn tegenstanders zoveel ontzag in dat het zeven jaar duurt voor ze hem durven te vervangen.
Johan Maurits was door vererving landheer van het Graafschap Nassau-Siegen, maar hij krijgt vooral bekendheid als Stadhouder van Kleef vanaf 1647.

De Keurvorst van Brandenburg benoemt hem hier vanwege zijn bestuurlijke en diplomatieke ervaring. Kleef wordt zijn residentie en hij verblijft hier het grootste deel van het jaar.

Voor de stad begint een periode van grote bloei. De kunstminnende stadhouder laat onder meer de Zwanenburcht door zijn bouwmeester Pieter Post in de stijl van de Hollandse barok renoveren. Rond de burcht legt hij schitterende parken aan die op veel plaatsen navolging vinden, van Berlijn tot Versailles.

In 1665 is Johan Maurits opperbevelhebber van het Staatse leger in de Munsterse veldtocht en in 1668 volgt zijn benoeming tot veldmaarschalk.
In het ‘rampjaar’ 1672 verkeert de Republiek in een benarde positie door de gelijktijdige aanvallen van de Engelse vloot en de legers van de bisschop van Munster en de Franse Zonnekoning Lodewijk de Veertiende op de oostelijke en noordelijke flank.
De hulp van de grijze veldheer, 68 jaar oud inmiddels, wordt ingeroepen om toezicht te houden op de versterking van de IJssellinie. Als blijkt dat deze onhoudbaar is krijgt hij de leiding over de verdediging van de noordelijke flank van de Hollandse Waterlinie vanuit Muiden. Hier krijgt hij medio juni van dat jaar de beschikking over onder meer een infanterieregiment en twee cavalerieregimenten, waaronder die van kolonel Ignatius van Kingma2.
Het bezwaar is echter, dat de cavalerie in de geïnundeerde gebieden vrijwel onbruikbaar is en dat de ruiterij, zo beschrijft Bouman, weigerde als infanterie dienst te doen! Een staaltje van Friese trots?
Als Johan Maurits zich over de weigering beklaagt bij Prins Willem III, schrijft deze op 27 juni terug, dat hij zijn eigen cavalerie musketten had gegeven en te voet in het moerasgebied liet vechten. De ruiterij van Johan Maurits moest hetzelfde doen; zoniet goedschiks, dan met dwang. Of Johan Maurits nog dwangmaatregelen heeft toegepast is Bouman niet bekend. Wel bekend is dat eind juni het Friese cavalerieregiment van Kingma naar Friesland wordt teruggeroepen. Maar dat had waarschijnlijk te maken met de dreiging van Munsterse troepen in het Noorden.
Het jaar 1673 zette in met gevaarlijke dreigingen voor Friesland. Een aanval op de bevroren Noordelijke waterlinie behoorde niet tot de onmogelijkheden. Om de Noordelijke bevelhebbers op één lijn te krijgen plaatste Willem III de gescheiden opererende legers onder één oppercommando en vroeg hiervoor de gezaghebbende en diplomatieke Maurits dit op zich te willen nemen.
Overigens was de instructie die Maurits hiervoor van Willem III kreeg een typisch staaltje van ‘poldermodel’ denken avant la lettre: hij zou de troepen in het Noorden commanderen “met communicatie en goetvinden” van de Staten van beide provincies en daarvoor overleg plegen met jan en alleman.
Maurits wist die zomer de gezamenlijk Frans-Munsterse aanval af te slaan, waardoor de dreiging voor de noordelijke gebieden voorlopig was verdwenen. Daarop verzocht de Prins hem om versterking van zijn leger in Holland met enige Friese regimenten, omdat hij een aanval op Naarden wilde ondernemen. Johan Maurits voelde hier niet zoveel voor maar zwichtte uiteindelijk. De Friese troepen scheepten in, maar toen ze tenslotte in Holland aankwamen was Naarden al gevallen. Maurits, zo constateert Bouman, was er vervolgens dankbaar voor dat de Prins hem, na de verovering van Naarden, het cavalerieregiment-Kingma terugzond. Hij wilde namelijk Coevorden nog ontzetten. Toen dat gebeurd was en de troepen de winterkwartieren opzochten, vond Maurits dat hij zijn taak volbracht had en keerde terug naar Den Haag en Kleef. Naar zijn huizen en buitenplaatsen, zijn boeken en verzamelingen.

In 1676 trok hij zich terug uit actieve dienst en overleed in 1679 op 75 jarige leeftijd, waarna zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in het vorstengraf te Siegen.
In 2004 zal zijn 400ste verjaardag worden herdacht onder meer met een bijeenkomst van vertegenwoordigers uit Brazilië, Nederland en Duitsland.
1 C.R. Boxer – De Nederlanders in Brazilië 1624-1654, blz. 186
2 P.J. Bouman – Johan Maurits van Nassau, de Braziliaan
Afbeeldingen en gegevens zijn verder ontleend aan:
- H.S. van der Straaten – Maurits de Braziliaan
- A.N.J. Fabius – Een stoere Nassauer; leven en daden van Johan Maurits, den Braziliaan
- Maurits de Braziliaan; tentoonstelling 7 april – 17 mei 1953, Mauritshuis Den Haag
Friese rijders
In de errata op pagina 20 van Kinkhoorn 7 is sprake van “Friese rijders”. In deze muntsoort was de boete uitgedrukt die professor van der Wayen moest betalen aan Ignatius Kingma wanneer hij over diens grondgebied zou gaan (zie Kinkhoorn 6). Deze Friese rijders zijn gouden of zilveren munten van de Republiek der Verenigde Nederlanden, die in Friesland geslagen werden.

Ze danken hun naam aan het feit dat er een man te paard op afgebeeld stond. De man was een geharnaste ridder met getrokken zwaard.
Gouden rijders zijn geslagen van 1582-1599 en van 1607-1628. 1 Zilveren rijders zijn geslagen van 1582-1585. Daarna zijn zilveren rijders, toen ook dukatons ge-noemd, geslagen van 1659-1668.

Verder zijn er tussen 1580 en 1738 nog allerlei andere munten van de Republiek der Verenigde Nederlanden in Friesland geslagen, zoals bijvoorbeeld: dukaten, realen, rijksdaalders en andere daalders, florijnen, schellingen en stuivers.
Het slaan van munten in Friesland begon al tussen 600 en 700 na Christus.
Van ca. 1420 tot ca. 1490 werden er door de Friese steden munten geslagen.
Na 1738 zijn er in Friesland geen munten meer geslagen.
1 Uit: S.J. van der Molen, “Wat Friese munters sloegen”, uitgegeven door de Friesland Bank.
De militaire loopbaan van Ignatius
In het verslag van de heer Veldman in Kinkhoorn 7 is een overzicht van de opeenvolgende rangen van Ignatius opgenomen. Die rangen riepen bij mij een aantal vragen op. Ignatius begint als kornet, een onderofficiersrang voorafgaand aan de laagste officiersrang. Dan volgt een jaar later de benoeming tot Kolonel. Dit is een hoogst merkwaardige bliksemcarrière. De heer Veldman is het met mij eens dat hier wel een groot vraagteken bij geplaatst moet worden.
Dan volgt na Ritmeester (Kapitein bij de cavalerie) de rang van Sergeant-majoor. Nú is dat een onderofficiersrang, was dat toen ook zo?
In juni was ik, in Coevorden, bij de introductie van de Hottinger-atlas een atlas met, door militaire ingenieurs, rond 1780 gemaakte kaarten van Noord- en Oost-Nederland 1. Bij deze gelegenheid werden enkele voordrachten gegeven, o.a door Dr. O. van Nimwegen, historicus gespecialiseerd in militaire geschiedenis. Hem heb ik toen gevraagd hoe dat zat met militaire rangen in de 17e eeuw. Hij vertelde mij dat de rang Sergeant-majoor toen was wat nu de rang van Majoor (Groot-majoor) is, een rang die boven Ritmeester of Kapitein komt.
Toen ik hem vertelde dat op de grafzerk van Ignatius de rang Kolonel en de rang Brigadier voorkwamen verklaarde hij dat als volgt. Een Kolonel kon in oorlogstijd het bevel krijgen over meerdere legeronderdelen, b.v. cavalerie en infanterie regimenten. In zo’n geval werd hij tevens Brigadier genoemd. Een rang die enigszins vergelijkbaar is met wat wij nu een Brigade-generaal noemen.
Hiermee is de carrière van Ignatius een stuk duidelijker geworden, met uitzondering van het, eerder genoemde, nog resterende vraagteken.
1 Een dergelijke atlas met kaarten van Drenthe en de kust van Friesland en Groningen is, eveneens door Heveskes Uitgeverij in Groningen, uitgegeven.
De Friese Vrijheid
Eala frya Fresena (= gegroet, vrije Friezen)
Met deze uitroep hebben vrije Friezen elkaar in de middeleeuwen en naar het schijnt ook later nog begroet. De uitroep zou afkomstig zijn van de in de 9e eeuw uit Italië teruggekeerde Friezen, die met “list en leeuwenmoed”, voor koning Karel de Grote, de Romeinen hadden verslagen. Als dank hiervoor schonk koning Karel de Friezen het hoogste goed: de Vrijheid.
Legende of niet, een feit is dat de Friezen niet onder het feodale systeem leefden. Dat eindigde voor Westerlauwers Friesland, zoals bekend, in 1498 toen de Schieringers hertog Albrecht van Saksen te hulp riepen. Maar voor de Oost-Friezen begon de vrijheid al eerder af te nemen toen zich een elite van rijke geslachten vormde die veel invloed verwierven, culminerend in 1468 toen Ulrich Cirksena van de keizer de titel van graaf kreeg. Desondanks leeft de gedachte aan de Friese vrijheid in Oost-Friesland zo sterk dat de Ostfriesische Landschaft (een culturele instelling) in samenwerking met Nederlandse Friezen, de afgelopen zomer op drie verschillende locaties, een uitvoerige en prachtig uitgevoerde tentoonstelling aan de Friese vrijheid heeft gewijd.
De belangrijkste locatie was de “Johannes a Lasco Bibliothek” in de “Groβe Kirche”in Emden. De bibliotheek bevindt zich op een later, in een gedeelte van de kerk, aangebrachte verdieping. De expositie was ingericht op de begane grond van deze indrukwekkende ruimte. Onder de 130 geëxposeerde items bevonden zich veel oude documenten, archeologische vondsten en bewaard gebleven voorwerpen, waaronder b.v. het zwaard van Grutte Pier (Fries Museum, Leeuwarden) en het harnas van hertog Heinrich von Sachsen (1473-1541) omhangen met de z.g. Friezenketting. Met deze ketting wilden de Friezen in 1500, na een succesvolle belegering van Franeker, hertog Heinrich ketenen. Ze verloren echter de slag en de hertog beschouwde deze trofee als een van zijn waardevolste eigendommen (Rüstkammer, Staatliche Kunstsammlungen Dresden).
Onder de documenten bevond zich o.a. het Vrijheidsprivilege van Koning Sigismund voor de Friezen, Konstanz, 30 september 1417 (Tresoar, Leeuwarden in leen van het Rijksarchief Gelderland).
Met deze oorkonde bevestigde de Koning alle tot dan verleende vrijheden en rechten en verklaarde hij het wester- en oosterlauwerse Friesland als “reichsunmittelbar” dat wil zeggen dat de Friese gebieden rechtstreeks onder het gezag van de koning vielen. Maar ook was er het vervalste Vrijheidsprivilege van Karel de Grote, tekst uit 1300 (Tresoar Leeuwarden) evenals het Verbondsverdrag van alle Friese landstreken met Koning Philipp VI van Frankrijk met het grote “Totius Frisiae-zegel”, Appingedam 13 maart 1338 (Centre historique des achives nationales, Parijs). Ook in dit document wordt verwezen naar de door Karel de Grote verleende en door de Paus bevestigde Friese vrijheid (“libertas Frisonica”).

De tweede expositie in het “Historisches Museum” in Aurich heeft betrekking op de ”Upstalsboom”, dit is de historische vergaderplaats waar de afgevaardigden van de Friese landen in de middeleeuwen één maal per jaar op Dinsdag na Pinksteren bijeen kwamen om afspraken te maken over zaken van gemeenschappelijk belang. Deze plek ligt op een heuvel in de bossen net buiten het dorpje Rahe, zo’n 4 km ten zuidwesten van Aurich. Een plaats die centraal gelegen en goed bereikbaar was over land en destijds ook over de Ehe, een zijrivier van de Eems.
In 1833 is hier een piramide uit zwerfkeien opgebouwd als herinnering aan het Verbond van de Upstalsboom en om de plek voor de toekomst te markeren (zie foto). Het hek dat achter de boom op de voorgrond zichtbaar is, omgeeft een kuil waarin men momenteel bezig is met verder archeologisch onderzoek.
De derde expositie in de “Ständesaal” in het gebouw van de Ost-Friesische Landschaft, ook in Aurich, is gewijd aan de Friese Vrijheid en haar uitwerking van de middeleeuwen tot heden. Hier waren onder meer diverse portretten te zien en boeken zoals: Pierus Winsemius, Chronique ofte Historische geschiedenisse van Vrieslant, Franeker 1622 (Ostfriesische Landschaft, Landschaftsbibliothek) en Ubbo Emmius, Rerum frisicarum historiae, Decas 1, Franeker 1596 (Ostfriesische Landschaft, Landschaftsbibliothek).
Kees Kingma
Herboren: de website
Na enige maanden uit de lucht te zijn geweest is onze website er weer. Herboren in een geheel nieuwe jas.

De huisstijl van ons briefpapier is nu consequent doorgevoerd in de stijl van de site.
Gebleven is de klop op de deur van de State op de openingspagina. Daarachter zit een nieuwe indeling en navigatiestructuur die vereenvoudigd is voor de bezoeker.
Een belangrijke toevoeging op de site zijn alle tot op heden verschenen artikelen in de Kinkhoorn met de afbeeldingen waar mogelijk in kleur weergegeven. Artikelen in deze en volgende Kinkhoorns zullen in de toekomst ook worden gepubliceerd op de site, zij het met enige vertraging om het donateurschap aantrekkelijk te houden.
Bezoekers kunnen voortaan op het nieuws en de inhoud van de site reageren op een 'Commentaar'-pagina.
In technisch opzicht is de site ook sterk verbeterd door de toegang voor meerdere auteurs.
Complimenten voor Durk Kingma die veel werk heeft gehad aan de bouw van de website.
De nieuwe site heeft nog geen engelse versie. We zijn nog op zoek naar iemand die zin en tijd heeft om de inhoud van de site in het engels te vertalen. Gegarandeerd veel aftrek, want er wonen net zoveel Kingma’s buiten Nederland als daarbinnen.
Gevraagd: een vertaler (N-E) voor de website.
Belangstellende(n) graag contact opnemen met ondergetekende. Joost Kingma (zie colofon)
Een verdwenen Kingma-erfenis?
Zo nu en dan duikt er in ons land een verhaal op over een grote erfenis die niet terecht is gekomen bij de rechtmatige erfgenamen. Bekend is de Neeltje Pater-affaire.
Ook in onze familie is er zo'n legende (?) van een verdwenen erfenis. Het zou gaan om de nalatenschap van een Wybe Kingma. Die zou als eigenaar van een theeplantage schatrijk zijn geworden. Volgens de overlevering zou hij in Amerika zijn gestorven. Nederlands Oost-Indië en West-Indië werden wel als bron van zijn welvaart genoemd.
Mijn vader (geboren in 1886) wist ons vroeger te vertellen dat er in de jaren negentig van de 19e eeuw onderzoek naar deze kwestie was gedaan. Het was hem bekend dat een zekere Timmermans, (oud)hoofd van een school te Zeist, gegevens van dat onderzoek in handen had. Die gegevens heb ik destijds te pakken gekregen. Ze bleken niet meer te zijn dan een stukje stamboom. Dat toonde aan dat deze Timmermans afstamde van Romke Kingma, geboren in 1783 als zoon van Jacob Jans Kingma (die in 1735 in Birdaard is gedoopt) en Beitske Jitses. Nu was mijn betovergrootvader, Jitse Jacobs Kingma, geboren in 1776, een broer van die Romke Jacobs Kingma. Wie weet, viel er voor ons ook nog wat uit die erfenis te halen, maar na zoveel vruchtbare generaties zou de spoeling al wel erg verdund zijn.
Wybe Kingma zou een groot vermogen hebben nagelaten, maar het verhaal wil dat dat niet bij de wettige erfgenamen terecht gekomen is. Sommigen van hen schijnen nog naar Rotterdam te zijn getogen om daar hun recht te halen, maar tevergeefs, behalve volgens de geruchten voor één van hen. Dat moet een arme inwoner van Jislum zijn geweest, die een simpel koffie- en theehandeltje dreef en later rijk bleek te zijn geworden, zodat kwade tongen beweerden dat hij wel geld had losgekregen, maar zijn mede-erfgenamen er buiten had gehouden.
Hoe hardnekkig dit uit ± 1890 stammende verhaal voortleefde, bleek mij, toen in 1960 in de Leeuwarder Courant het volgende bericht verscheen: “Oude erfeniskwestie opnieuw aan orde. De omstreeks 1890 opgedoken erfeniskwestie, waarvoor de heer B.R. Beute, schilder te Jislum, zich veel moeite heeft getroost, komt thans opnieuw aan de orde. Enkele geïnteresseerden hebben een genealoog aangezocht om een uitvoerig overzicht van de afstamming van de betrokken families samen te stellen. De (onverdeelde) erfenis is afkomstig van een zekere Wybe Kingma, omstreeks 1780 in Amerika overleden, en rechthebbende erfgenamen zijn leden van de in de omgeving van Wanswerd, Jislum en Birdaard wonende families Kingma, Pot, Timmermans, Beute en Talsma.”
Ik heb daarna nooit weer wat van deze actie vernomen. Is deze geschiedenis vervolgens een zachte dood gestorven? Of ligt voor sommige Kingma's enz. ergens nog altijd een grote schat te wachten en is er voor hen ooit nog eens een financieel zeer rooskleurige toekomst weggelegd?
T.J. Kingma, Burgum
P.S.: In mijn Kingma-genealogie heb ik overigens die mysterieuze Wybe niet kunnen vinden.
Kingma Kronkels: Onstuimig
Joost Kingma
Het was onstuimig weer op 7 oktober jongstleden. De eerste dag van het twee dagen durende verkennende archeologische onderzoek op het terrein van Kingma State. Stormachtige wind, regenvlagen, afgewisseld met zonnige perioden. Met een aantal Kingma’s waren we getuige van de start van het onderzoek en bewogen we met de boorploeg mee over het terrein, soms in de luwte van het bos, dan weer volop in de harde noordwesterwind. Bepaald niet het weertype waarbij je visioenen krijgt van herbouw van de State op die winderige plaats, zoals iemand in het gezelschap opmerkte.
Maar dat is ook niet de primaire insteek van het onderzoek.
De boor gaat de grond in om een beter beeld te krijgen van de historische bodemopbouw en mogelijke bewoningsresten in de vorm van bijvoorbeeld funderingsrestanten of de locatie van de slotgracht.
Onder het toeziende oog van de rustig grazende schapen op het door ons verworven deel van voormalige State singel, heeft de onderzoeksploeg van Arcadis in de beschikbare dagen een globale verkenning uitgevoerd. Van de resultaten hopen we tijdens de najaarsbijeenkomst op 22 november a.s. onze donateurs voorlopig verslag uit te kunnen brengen.
Niet onstuimig, maar wel alert hebben we een reactie gegeven op de uitgebrachte ontwerp-Regiovisie voor de Westergozone. In onze brief hebben wij aangegeven interessante aanknopingspunten te zien met de ideeën voor nieuwe stinzen en kloosters, zoals verwoord in de Regiovisie. Een mogelijke herontwikkeling van de State zou wellicht in dat beeld passen.
Geïnteresseerde toekomstige bewoners zullen we dan wel op een dag met wat minder onstuimig weer moeten uitnodigen.

Colofon
‘De Kinkhoorn’ is een periodieke uitgave van de Stichting Kingma State.
De periodiek wordt toegezonden aan donateurs van de stichting.
U kunt donateur worden door jaarlijks een bedrag van tenminste 12 Euro over te maken op rekeningnummer 55.00.97.538 bij de ABN AMRO bank te Arnhem ten name van Penningmeester Stichting Kingma State.
Oplage: 150 ex.
Verschijnt tenminste twee maal per jaar.
Stichting Kingma State
Secretariaat:
Sterrenboslaan 20, 3972 GD Driebergen
tel: 0343 521212
fax: 0343 517689
e-mail: kingma@worldonline.nl
website: www.kingmastate.nl
Bestuur
Voorzitter: C.S.J. Kingma, Emmen
Secretaris: J.H. Kingma, Driebergen
Penningmeester: J.M. Kingma, Arnhem
Bestuurslid: Tj. Kingma, Zwolle
Vormgeving en productie
Drukkerij Bakker Baarn
Deze publicatie is geregistreerd bij de Koninklijke Bibliotheek onder ISSN: 1569-8645