IV De Kinkhoorn

De Kinkhoorn 7 — april 2003

4e jaargang, nummer 1

Dit nummer als pdf · de Engelse vertaling · de Duitse vertaling van Ralf J. Kingma

Voorwoord

Het jaar 2003 zijn we begonnen met een bestuurswisseling. Wieb Kingma uit Valkenswaard, mede initiatiefnemer en gewaardeerd bestuurslid vanaf de oprichting van onze Stichting heeft wegens tijdgebrek zijn functie neergelegd. Het spijt ons maar we hebben begrip voor zijn beslissing. Hij was ook de man die de genealogie voor zijn rekening nam en de contacten met andere in de genealogie geïnteresseerden onderhield.

Gelukkig hebben we Tjeerd Kingma uit Zwolle bereid gevonden de opengevallen plaats in te nemen. Hij zal zich echter niet met de genealogie bezig houden maar andere taken op zich nemen. Om te beginnen het zoeken van een nieuwe coördinator voor de genealogie. Mede namens de andere bestuursleden heb ik hem tijdens onze laatste bestuurs-vergadering van harte welkom geheten.

De donateursbijeenkomst eind november vorig jaar in Zweins trok opnieuw veel belangstelling en de interessante voordracht van de heer Veldman uit Franeker werd met veel waardering beluisterd. Vooral voor diegenen die de bijeenkomst niet konden bijwonen heeft de heer Veldman een samenvatting van zijn voordracht op papier gezet en deze vind u op de volgende pagina’s.

Op deze donateurs bijeenkomst heb ik weer de in het afgelopen jaar gepubliceerde foto’s in kleur geprojecteerd. Maar daarbij ook de foto’s die ik gemaakt heb van de in Harlingen gevonden leeuw, die naar wordt beweerd van de State afkomstig zou zijn. Daarover bestaat ernstige twijfel. Daarom de bij de foto’s gestelde vraag kan dit wel een leeuw van de State zijn en is er iemand die hierover iets meer weet? Dit had geen resultaat en daarom een herhaling van de vraag en een foto in deze Kinkhoorn.

Kees Kingma

De leeuwen van de State

In vorige Kinkhoorns is al gewag gemaakt van een beeld van een leeuw dat mogelijk bij de State gestaan heeft. Deze leeuw was in het bezit van dokter van der Kooi, die destijds huisarts was in Dronrijp. Na beëindiging van zijn praktijk is de leeuw met hem naar Harlingen verhuisd. De dokter is inmiddels overleden, maar de leeuw heb ik door toeval terug kunnen vinden en er foto’s van kunnen maken. Zie bijgaande afbeelding.

De grote vraag is nu: is dit wel een van de leeuwen die bij de State hebben gestaan?

Kijken we naar de bekende aquarel van Martin dan zijn daarop bij de ingang van het Stateterrein twee zuilen te zien met daarop, naar het lijkt, zittende leeuwen. Zo te zien houden die met een voorpoot een wapenschild vast. Daarop kan het Kingma-wapen gestaan hebben, maar het kan ook het van Beijma thoe Kingma-wapen zijn (we weten namelijk niet wanneer deze leeuwen geplaatst zijn). Op de afbeelding is het wapen niet zichtbaar en is de weergave te klein om details nog goed te kunnen zien.

De Harlingse leeuw is geen zittende leeuw, maar niet veel meer dan een kop met lange manen. Vandaar de twijfel.

Navraag bij mensen die mogelijk meer konden weten, zoals de nu 90 jarige oud-inwoner van Kingmatille Bauke Saakstra, bracht geen zekerheid. Vervolgens heb ik de foto’s van de leeuw tijdens de donateursmiddag, j.l. november in Zweins geprojecteerd met de vraag of iemand ons verder kon helpen. Dit had geen resultaat.

Ook naspeuringen door een behulpzame inwoner van Leeuwarden naar mogelijke nakomelingen van de twee kopers van de State, Kuilenberg en Hillebrand, die beiden uit Leeuwarden kwamen, hebben tot nu geen resultaat gehad.

In de verkoopakte van de 23 percelen grond die in een afzonderlijke openbare verkoping, maar wel op de zelfde dag als de State, verkocht zijn blijkt bij perceel zeven het volgende te staan: “De steenen beelden en losse steenen in het houtgewas blijven buiten de koop”.

Als dit betrekking heeft op de leeuwen betekent dit dat deze in het bezit van Ulbo van Beijma thoe Kingma zijn gebleven. Maar zeker is dit niet want perceel zeven gaat over de opvaart waarbij sprake is van ”boomgewas”. Bij perceel zes gaat het echter over “Een cingel of laan met koepel ….kadaster nummer 504 … en wel van af den trekweg tot den kunstweg”. Hier wordt duidelijk de oprijlaan bedoeld waarbij sprake is van “houtgewas”. Met “kunstweg” wordt vrij zeker de zandweg bedoeld die naar de kerk voert en die op de aquarel van Martin zo goed te zien is. Maar het boven aangehaalde “tot den Kunstweg” kan ook betekenen dat de leeuwen er niet bij hoorden, want die stonden aan de andere kant van de kunstweg.

Het wordt nog moeilijker als we in aanmerking nemen dat volgens Bauke Saakstra bij de ingang van de oprijlaan, dus bij de trekvaart, ook leeuwen hebben gestaan. Dat waren volgens hem liggende leeuwen.

Verder kunnen er nog meer beelden geweest zijn want volgens een schets in het Ryksargyf (4160-7 Nr. 750) hebben in de tuin van de State vier beelden gestaan. Althans als de schets de werkelijkheid weergeeft en niet een nooit uitgevoerd plan betreft. Deze tuinbeelden stelden voor: Diana (jachtgodin), Ceres (godin v.d. landbouw), Juno (huwelijksgodin) en Automatia (de godin die de buiten menselijk toedoen plaats grijpende gebeurtenissen bewerkt). De laatste is niet zo bekend onder deze naam maar wordt ook wel Thykê (Grieks) of Fortuna (Latijns) genoemd. (met dank aan Roel Kingma uit Zwolle)

Alles bij elkaar zijn er nog veel vraagtekens en dus is er nog veel uit te zoeken.

Hierbij nu een foto van de “Harlingse” leeuw in de hoop dat er misschien toch iemand opduikt die wat licht op deze zaak kan laten schijnen.

Kees Kingma

De "Harlingse" leeuw
De "Harlingse" leeuw
De "Harlingse" leeuw, rechterzijde bij daglicht
De "Harlingse" leeuw, rechterzijde bij daglicht

Het kerkje van Boer

Boer is een dorpje in Franekeradeel, ± 3 km noordoostelijk van Franeker gelegen langs de weg van Dongjum naar Ried.

Het kerkje van Boer
Het kerkje van Boer

Wat het kerkje voor ons extra interessant maakt is de preekstoel. Die is namelijk in de 17e eeuw aan het kerkje geschonken door de ons welbekende Kolonel Ignatius van Kingma.

Het kerkje dateert uit het laatste gedeelte van de 12e eeuw en is in romaanse stijl uit baksteen opgetrokken. Kerk en toren zijn in een later stadium geheel bepleisterd. De toren heeft een spits die het oorspronkelijke zadeldak vervangt. Het halfronde koor heeft uitgemetselde bogen tussen de, later aangebrachte, steunberen.

Aan de zuidzijde bevind zich een ingangsportaal, geflankeerd door pilasters met festoenen (guirlandes), waarop een fronton (bekroning van een gevel of ingang naar klassieke trant, hier in de vorm van een driehoek) met twee schildhoudende leeuwen en het jaartal 1664. Dit portaal is afkomstig van de afgebroken Elgersma State die daar vlakbij heeft gestaan.

Het houten tongewelf, voorzien van trekbalken, stamt uit 1570.

Oorspronkelijk was het een Rooms Katholieke kerk gewijd aan de Heilige Maagd. Na de reformatie werd het een Nederlands Hervormde Kerk.

Het belangrijkste onderdeel van de inventaris is de eiken preekstoel. Deze is voorzien van ornamentaal snijwerk op de panelen en gewrongen balusters (bewerkte spijlen) op de hoeken. Op het voorpaneel is een wapenschild te zien waarvan helaas het wapen (in de Franse tijd) is verwijderd. Daaronder is de naam van de schenker aangebracht “I.V.KINGMA”.

Het wapen zal, gezien de schenker, ongetwijfeld het Kingma-wapen geweest zijn. Na de verwijdering is blijkbaar een soort bloemmotief op het wapenschild aangebracht.

Het onderste deel van de preekstoel
Het onderste deel van de preekstoel

Voor de preekstoel, ter afsluiting van het koor, is een eveneens 17e eeuws doophek met gedraaide balusters aangebracht.

Het wapenschild op de preekstoel, met de naam van de schenker
Het wapenschild op de preekstoel, met de naam van de schenker

Verder is in de kerk nog een 19e eeuws kabinetorgel, een 17e eeuws torenuurwerk en een in 1561 door Wilhelm Wegewart gegoten luidklok aanwezig. Ter weerszijden van de preekstoel staan doodsbaren uit de 16e eeuw die daar bij gebrek aan ruimte zijn ondergebracht.

De preekstoel met het doophek (koorhek)
De preekstoel met het doophek (koorhek)

Het kerkgebouw is in zeer slechte staat en al lang niet meer als kerk in gebruik. Het is in 1975 overgenomen door de Stichting Alde Fryske Tsjerken ( het inwonertal van Boer was toen al gedaald tot 65 en nu vermoedelijk nog veel lager). Er is toen direct een restauratieplan opgesteld. De restauratie is echter, om uiteenlopende redenen, nog steeds niet uitgevoerd. Een probleem is o.a. het vinden van een bestemming voor de kerk. Sinds 1986 heeft de Franeker kunstenaar Cees Launspach het als werk en expositieruimte in gebruik. Hij heeft echter gezegd dat hij er na een restauratie niet meer wil werken vanwege de dan veranderde “cleane” sfeer.

Op enige afstand ten westen van de kerk staat nog de voormalige pastorie. Een bakstenen gebouw uit ± 1500 met in de top van de zijgevel duivengaten.

Waarom schonk Ignatius een preekstoel aan de kerk van Boer?

Het was in die tijd gebruikelijk dat welgestelde lieden hun zieleheil bevorderden door het doen van een schenking aan b.v. een kerk of weeshuis. Daarbij had hij een bepaalde relatie met Boer omdat hij daar bezittingen had, namelijk de boerderij die hij van zijn vrouw Ida erfde.

Het is te hopen dat het kerkje en de preekstoel behouden blijft. Maar daarvoor is een restauratie van de kerk absoluut noodzakelijk.

Met dank aan de heer Ulbe Zwaga, van de Stichting Alde Fryske Tsjerken, voor de verstrekte informatie.

Kees Kingma

Verslag van de voordracht van de heer Veldman

Verslag door de heer Veldman van zijn voordracht, gehouden op de donateursmiddag op 23 november 2002 te Zweins.

Kingma State

Kaart van Westergo
Terpenreeksen die de ligging van de kwelderwallen laten zien

Het gebied waar deze state in lag was ruim tweeduizend jaar geleden een groot waddengebied, noem het maar het Bangladesh van Nederland, een groot deltagebied van de rivier de Oer-Boorne. Het dorp Oldeboorn is naar deze rivier genoemd.

In dit gebied van prielen, kreken en slenken ontstonden langs de slenken de z.g. oeverwallen of kwelderwallen, verhoogde zandplaten langs een slenk. De zwaarste slibdeeltjes bezonken daar. Die grond is daar zaveliger dan verderop waar de lichtste slibdeeltjes bezonken omdat het water daar rustiger was. Knipklei wordt deze afzetting genoemd.

Op deze kwelderwallen zette de mens zich in eerste instantie te wonen maar toen de zeespiegel ging stijgen ging de mens zijn woonplek verhogen. Zo ontstonden de wierden of terpen.

De kwelderwallen in dit gebied lopen meestal oost-west. Zo liggen er kwelderwallen met terpen zuidelijk van dit gebied rondom Kingma State maar lopen allen min of meer evenwijdig aan elkaar.

Noordelijk liggen ook een aantal terpenrijen o.a. de terpenrij Franeker- Schalsum-­Peins- Slappeterp. Bij Peins is enkele jaren geleden het oudste zeedijkje van Nederland opgegraven. Het bestond uit opgezette graszoden.

Een andere belangrijke kwelderwal is die van Wynaldum-Dongjum-Boer–Ried-­Berlikum. De terpopgraving bij Wynaldum kreeg internationale bekendheid door de vondst van een prachtige gouden, met edelstenen bezette mantelspeld.

De Salverderweg vanaf Franeker volgt min of meer de kwelderwal van Kingma­state. Op die kwelderwal lagen een viertal terpen die ook nog een naam hebben: Edum - Sjaarda - Salverd - en Kinghum. (verd = wierde; um = hiem, erf). We kunnen er dus van uitgaan dat op de terp Kinghum ruim 2000 jaar geleden al boeren woonden .De bewoning van deze terpen is dus zeer oud. Maar de terp heeft ons niets verteld want bij de afgraving einde 19e eeuw is men niet wetenschappelijk te werk gegaan. Er volgt dus wel een duistere periode van ruim 14 eeuwen waarin we niets horen van menselijke aanwezigheid.

Rond 1400 waren de boerderijen op deze kwelderwal in het bezit van de Sjaarda's. In de "Ordinatie van de rechtsomgang in Franekeradeel" en ook in het bijbehorende register, dat loopt van 1406 tot 1438 komen we Kinghum tegen als de rechtvoerende state van Sweins. Meer rechtvoerende states waren er ook niet in Sweins.

Een rechtvoerende state had het recht om eenmaal in de zoveel jaar een van de acht rechters van Franekeradeel te benoemen. Een van die acht werd tot grietman (burgemeester) benoemd.

Zo was Sikke Sjaarda in 1413 rechter van Kinghum, in 1409 rechter van Sjaarda en in 1408 rechter van Salverd. De volgorde was zo dat Kinghum eens in de zeven jaar een rechter kon benoemen.

De conclusie kan wel zijn dat Kinghum in 1413 Sicke Sjaarda als eigenaar had, die tevens Salverd, Sjaarda en Edum als zijn eigendom kon beschouwen. De Sjaarda's was een machtig geslacht in Westergo vanaf de 13e tot en met de 15e eeuw. In 1237 was een Sicco Sjaarda potestaat van Friesland en in 1449 lieten de Sjaardema's zelfs een heus kasteel bouwen binnen de grachten van Franeker. Er bestaat een hypothese die zegt dat de Sjaarda's erfgenamen zouden kunnen zijn van de z.g. koningsmannen van de Frankische koning Lodewijk de Vrome.

In het testament van Edwer Sjaarda in 1510 wordt Kinghum ook genoemd. Ze vermaakt dan aan haar kleindochter Lutske Sjaarda, getrouwd met Gerrolt van Herema van Tzum dat "gued thoe Kinghum", dat 9 florijnen opbrengt. Tevens de voeding van een hengst om de andere winter. Bij eerder overlijden van Lutske erft niet haar man maar dat "gued thoe Kinghum" moet blijven bij de Sjaarda's.

In de "Aanbreng" van 1511 blijken deze 9 fl. deel uit te maken van een opbrengst van 40 fl. en 22 stuivers van de boerderij die door Pieter Jelle zoen thoe Kinghum wordt gebruikt. Gebruikt, is hij pachter?

We komen nu op bekend terrein.

Jelle Pieters Kinghum, eigenerfde boer op Kingma State. In het al eerder genoemde Register van de Aanbreng van 1511 wordt hij genoemd als voor 16/40 deel eigenaar van Kingma State, terwijl Johannes Pieters, hoogstwaarschijnlijk een broer,voor 14/40 deel eigenaar is. Samen zijn ze dus voor 75% eigenaar. Wie is de bezitter van het andere kwart? De Sjaarda's nog?

Pieter Jelles is gebruiker van de state. Ook is hij gevolmachtigde van Franekeradeel. Zijn oudste zoon Jelle Pieters is vervolgens boer op Kingma State. Deze heeft vier zonen: Pieter Jelles, Dirk Jelles, Hendrik Jelles en Ynte Jelles. Pieter Jelles woont op Kingma State en overlijdt in 1610; Dirk Jelles is boer op Sjaarda-state in Dronrijp;

Hendrik Jelles is "tot Peyns wonende".

De oudste koopaktes omtrent Kingma State dateren van 1610 en 1611 .

In de akte van 1611 verklaart Hendrik Jelles verkocht te hebben, aan Saeckle Yntes Kingma (# 1585 - 1652) en aan Bucke Thomas dr. (1593 -1626) zijn vrouw, die in Balk wonen en aan Ruurd Saeckles uit Kubaard, Kingma -state. Saeckle Yntes is een zoon van Ynte Jelles Kingma en Trijntje Seackles dr. Hendrik Jelles en Ruurd Saeckles zijn ooms van Saeckle Yntes.

De verkoop behelst "de huisinge, schuure, hovinghe, bomen ende p1antagie, de visserhuysinge gerechtigd tot ende aende visserij, zwanejacht en andesins sampt lasten en profytte wijders daartoe aen ende op behorende exempt tytel, waepen ende legerstede,'t welck vercooper aan mij reservere en onderholden van Kingma­tille,van mijn olderen aanbeerft”. Bovendien werd nog gekocht "dertichste halve pondemaat land (29 ½ pondemaat); (1 pondemaat=36,75 are). De verkoopprijs bedroeg 3670 carolus gld. van 28 st. per stuk. Ruurd Saeckles (overleden 1618) zal als geldschieter zijn opgetreden.

De andere koopakte is van november 1610. Het gaat in deze akte om 130 pondemaat land in Kingma State. Thomas Stoffelsz. uit Sneek verklaart hierin dat Saeckle Yntes recht heeft op de helft van de grond wanneer Thomas er onverhoopt aan "blijft hangen". Bij de provisionele verkoping zal Thomas het hoogste bod hebben uitgebracht.

In het archief zijn veel koopbrieven bewaard gebleven:

Jelle Pieters Kingum komen we tegen in aktes van 1571, 1579 en 1580;

Hendrik Jelles Kingma koopt land in Peins in 1612, 1620 (3x), 1621, 1622 en 1642;

Saeckle Yntes is actief in 1630, 1633, 1635, 1637 en 1642.

Vooral de koopakte van 1635 is interessant. De enige erfgenaam van Hendrik Jelles, zoon Rynik Hendriks, die in Leiden studeerde, is overleden en Saeckle Yntes is als curator over de boedel aangesteld door vader Hendrik Jelles. De bezittingen van Rienk worden verkocht want er zijn een negental erfgenamen. Saeckle Yntes wordt koper van alle bezittingen van Hendrik Jelles en zijn zoon. Hoogstwaarschijnlijk bevat deze "inboedel" ook het wapen en de titel van Kingma State, die Hendrik Jelles uit de verkoop van 1611 had gehouden.

Tussen 1666 en 1692 is Ignatius van Kingma, zoon van Saeckle Yntes, actief bezig het grondbezit van Kingma- state te vergroten met boerderijen rond Peins.

Ynte Saeckle van Kingma (1621–1700, Sweins)

Hij noemt zichzelf deftig Ignatius.

Ignatius ( het lijkt wel een katholieke doopnaam) was één van de vijf kinderen van Saeckle Yntes en Buke Thomas dr.. Vier kinderen zijn jong gestorven.

Ignatius studeerde in Utrecht, waarschijnlijk rechten. In Utrecht had hij een relatie met:

1e Margaretha Uitdenboogaart, Uit deze relatie werd een zoon geboren, Johan. Met Margaretha trouwen mocht niet van thuis. Ynte maakte zijn studie niet af en koos voor een militaire loopbaan. Was het balorigheid? Zoon Johan is later een proces begonnen tegen Zacheus van Ghemmenich om een deel van de erfenis te krijgen.

2e Hij trouwde met Jaecke van Viersen, dochter van de Muntmeester van Friesland. Friesland had in die tijd een eigen munthuis.

33 weken later, 28 juli 1652, overleed Jaecke met haar te vroeg geboren baby. Op haar monument in de kerk van Sweins staat: "wort door een hete koorts met 's lijfsvrucht weggerukt".

3e Twee jaar later trouwt Ignatius met Ida Hoytesdr. Meinsma in Leeuwarden op 15 oktober 1654. In Leeuwarden zijn twee kinderen gedoopt: Intia in 1660 en Inte in 1662. Beiden zijn jong gestorven. Woonde de familie 's winters in Leeuwarden?

Ida overleed 30 november 1671 en werd begraven in het familiegraf in Beers. Van Ida Meinsma erft Ignatius een boerderij in Boer (Naam Ignatius op de preekstoel in Boer). Ida Meinsma was katholiek.

Interieur van de kerk in Zweins
Interieur van de kerk in Zweins met links tegen de muur het monument voor Jaecke van Viersen. Vooraan midden, onder de grote kaars, de grafzerk van Jaecke en Ignatius van Kingma.

Een apart geval is de zaak rond Petrus Mestrum. Deze was missionaris /franciscaan in de statie Oosterend / Roodhuis. Hij raakte in conflict met zijn oversten over zijn woonplaats (Sneek). Hij trad uit de orde en liet zich in Franeker omscholen (theolo­gie). Als candidaat-dominee trok hij veel hoorders / luisteraars, ook katholieken. Door ritmeester Ignatius van Kingma werd hij beroepen en aangenomen in de kerkelijke gemeente Peins / Sweins en bevestigd 31 augustus / 10 september 1662. Hij overleed daar in 1672. Op zijn grafsteen staat: "Den Eerwaardigen, God­zaligen en Welgeleerden Petrus Mestrum in den Heer zeer christelijk ontslapen op 19 januari 1672, 52 jaar oud”.

Voornaamste drijfveer achter deze benoeming was dat Ignatius hoopte op deze wijze zijn vrouw te bekeren. Dat ging Petrus Mestrum slecht af, vooral als Gabbe van Meinsma, zwager van Ignatius, aanwezig was, "die telkens weer met zijn argumenten de predikant het zweijgen oplegde".

Ook tegen de toenmalige missionaris van Franeker had Petrus niet altijd een goed weerwoord. Over deze dominee Mestrum zijn nog meerdere verhalen in omloop.

Militaire loopbaan van Ignatius

1647 Kornet (vaandrig) bij de cavalerie der Ged. Staten van Friesland;

1648 Kolonel van een regiment ruiters;

1655 Ritmeester van "een compagnie Harquebusiers";

1662 Sergeant-majoor van het nieuw gevormde regiment uit de zeven oude compagnies cavalerie;

1667 Gesuspendeerd (geschorst) wegens beledigingen tegen grietman van Gos­liga van Franekeradeel en notaris Rudolphi;

1667 Gerenvoyeerd (ontslagen) door het College van Ged. Staten;

1668 Opnieuw benoemd;

1671 “Kolonel te paarde van een regiment ruiteren in het leger der Staten­Generaal ".

Hij was militair in een vrij rustige periode: 1648 vrede van Münster; in 1622 de laatste aanval van de Spanjaarden in Fryslân.

1672: de regering radeloos, het volk redeloos, het land reddeloos.

Aanval van Lodewijk XIV van Frankrijk, Engeland en de bisschop van Münster. Aanval van de Fransen; bij Lobith over de Rijn door verraad van veerman die een doorwaadbare plaats aanwees (zeer droog voorjaar en lage waterstand). Slag bij het Tolhuis. Daar lag een Fries regiment infanterie onder bevel van Hans Willem van Aylva. Dit regiment leed grote verliezen.

Het Fries regiment cavalerie onder bevel van Ignatius lag bij Huissen en had geen invloed op deze strijd. Dit regiment trok zich terug op Muiden bij veldmaarschalk Johan Maurits de Braziliaan (1604 - 1679) om Amsterdam te beschermen en om de sluizen van Muiden te bezetten.

Deze Johan Maurits is dezelfde die in 1665 in Franeker met zijn paard door de z.g. Mauritsbrug zakte. Ignatius van Kingma was ook in dit gevolg en kwam eveneens in het water terecht. Een gedenksteen op de hoek Dijkstraat - Godsacker houdt deze gebeurtenis levend.

Gedenksteen op de hoek van de Dijkstraat
Gedenksteen op de hoek van de Dijkstraat

Kingma Kronkels: Een rijk verleden

Kingma Kronkels

Joost Kingma

Op 27 januari woonde ik in Tresoar (het voormalig Ryksargyf) in Leeuwarden een congres bij met als thema ‘de Friese Nassaus’.

Tijdens dit congres werd het startsein gegeven voor een prachtige tentoonstelling over de rijke historie van de Friese stadhouders. Tevens werd bij deze gelegenheid door kroonprins Willem Alexander en prinses Maxima de archiefinventaris van de stadhouders voor het publiek ontsloten via internet en een mooi vormgegeven boekwerk.

Vanaf 1584 oefenden leden van het huis Nassau, te beginnen met Willem Lodewijk (Us Heit), het stadhouderschap in Friesland uit. In 1747 verwierven de Friese Nassaus het stadhouderschap in alle gewesten van de Republiek.

Zij voerden een omvangrijke correspondentie over benoemingen, militaire zaken en buitenlandse politiek.

Nieuwsgierig ben ik meteen in het nu goed toegankelijke archief op zoek gegaan naar mogelijke correspondentie van stadhouders met Kingma-voorouders. En ja hoor: vijf keer verwijst de inventaris naar briefwisseling met een Kingma.

De Nassau archieven zijn deels te vinden in het Koninklijk Huisarchief in Den Haag en deels in Tresoar in Leeuwarden.

In het Koninklijk Huisarchief vond ik een brief uit 1652 van stadhouder Willem Frederik aan kapitein Kingma, brieven uit 1661, ingekomen van (inmiddels) ritmeester Ignatius van Kingma aan de stadhouder en een brief uit 1653, ingekomen van de militair S. van Kingma uit Texel. Allen handgeschreven, dus moeilijk leesbaar. Aan de ontcijfering wordt nog gewerkt.

Altijd weer verrassend en interessant om zo’n persoonlijke briefwisseling van een paar honderd jaar geleden onder ogen te krijgen, zelfs los van de inhoud.

Overigens lijkt het er op, bij globale vergelijking van handschrift en handtekening van de brieven van Ignatius van Kingma met die van S. van Kingma, dat de archivaris zich heeft vergist en dat het in het in het laatste geval ook gaat om een brief van Ignatius.

De inventaris van de Nassau-archieven in Tresoar vermeldt tweemaal een briefwisseling met J. van Kingma, respectievelijk uit 1662 en 1664. Deze heb ik nog niet opgevraagd, maar hier zou het wellicht ook om Ignatius kunnen gaan.

Het eerste en het laatste jaar van bovengenoemde correspondentie met stadhouder Willem Frederik, resp. 1652 en 1664, vallen (toevallig?) samen met markante momenten in het leven van deze stadhouder.

Op 2 mei 1652 trouwt de 39-jarige Willem Frederik, na een moeizame reeks pogingen om met beoogd schoonmoeder Amalia van Solms tot overeenstemming te komen, eindelijk met de dan 18-jarige Albertine Agnes van Oranje Nassau, dochter van Amalia en de Hollandse stadhouder Frederik Hendrik.

Het huwelijk wordt voltrokken in Kleef en de feestelijkheden duren een hele week *.

De brief uit 1652 van de stadhouder aan kapitein Kingma schrijft hij op 8 mei, uit Kleef, dus nog tijdens de festiviteiten. Wellicht heeft de brief betrekking op de noodzakelijke voorbereidingen voor de in allerijl na de huwelijksfestiviteiten te organiseren logeerpartij van schoonmoeder Amalia aan het Hof in Leeuwarden. De nieuwe schoonmama liet zich namelijk tijdens het feest onverwacht ontvallen dat ze met haar hele gevolg, zo’n 100 man, naar Leeuwarden wilde komen. Er ontstond paniek. Er was namelijk niet gerekend op de komst van hare hoogheid, en er moest daarom met grote spoed een passende ontvangst worden geregeld. Zo werden ondermeer alle Friese ingezetenen die over een enigszins representatief rijtuig beschikten gesommeerd hun rijtuig gereed te houden voor het vervoer van schoonmama en haar gevolg vanaf de Friese grens naar Leeuwarden. De lijst van de geselecteerde rijtuigbezitters omvatte 31 personen. Zou onze cavalarist kapitein Ignatius van Kingma er één van zijn geweest? Of werd hij aangeschreven om militair eerbetoon te betuigen? Na de ontcijfering van de brief aan Ignatius zullen we het weten. Wat we wel al weten is dat niet lang daarna, namelijk op 28 juli van dat jaar, de eerste vrouw van de kapitein in het kraambed overlijdt na 33 maanden zwangerschap.

Ook het huwelijk van Willem Frederik was helaas geen heel lang leven beschoren. In 1664 , het jaar van de laatste in het Nassau-archief vermelde correspondentie van J. van Kingma met de stadhouder, schoot deze laatste zich bij het schoonmaken van zijn pistolen per ongeluk door de hals en overleed kort daarna. Niet bepaald een heldhaftige dood voor zo’n markante figuur.

Dat een roemrijk bestaan wel vaker niet tot uitdrukking komt in heldhaftige symboliek en dus tot ernstige teleurstellingen kan leiden bij het nageslacht, bleek me toen ik in de Light Scheurkalender op 13 februari jl. de navolgende poëzie tegenkwam. Het is van iemand die net als ik in Den Haag zijn familieverleden hoopte te verrijken:

Heraldiek
Ik zocht naar voorouders, in heerlijkheid ontslapen,
Maar kwam ontgoocheld en verslagen uit Den Haag.
Er staat een stofzuiger in ons familiewapen.
Dus als het adel was, was het betrekkelijk laag.

Levi Weemoedt**

Dan hebben wij het beter getroffen met een heldhaftige pijl en kinkhoorns in het familiewapen .

Kinkhoorns mét kronkels!

* Zie voor deze en volgende passages over het huwelijk van Willem Frederik :

Luuc Kooijmans ‘Liefde in opdracht. Het hofleven van Willem Frederik van Nassau’

** Uit: Rijk verleden. Ad. Donker, 1999

Colofon

‘De Kinkhoorn’ is een periodieke uitgave van de Stichting Kingma State.

De periodiek wordt toegezonden aan donateurs van de stichting.

U kunt donateur worden door jaarlijks een bedrag van tenminste 12 Euro over te maken op rekeningnummer 55.00.97.538 bij de ABN AMRO bank te Arnhem ten name van Penningmeester Stichting Kingma State.

Oplage: 150 ex.

Verschijnt tenminste twee maal per jaar.

Stichting Kingma State

Secretariaat:

Sterrenboslaan 20, 3972 GD Driebergen

tel: 0343 521212

fax: 0343 517689

e-mail: kingma@worldonline.nl

website: www.kingmastate.nl

Bestuur

Voorzitter: C.S.J. Kingma, Emmen

Secretaris: J.H. Kingma, Driebergen

Penningmeester: J.M. Kingma, Arnhem

Bestuurslid: Tj. Kingma, Zwolle

Vormgeving en productie

Drukkerij Bakker Baarn

Errata in nummer 6, oktober 2002

Pag. 11: De zin over akte No. 177 moet luiden: ‘De bijbehorende akte No. 177 beslaat slechts één pagina en volgt hierna.’

Pag. 16: ‘friskia lijders’ moet zijn ‘Friese Rijders’

Deze publicatie is geregistreerd bij de Koninklijke Bibliotheek onder ISSN: 1569-8645