II De familie
Het zijdekantoor Kasimbazar (Bengalen) (artikel)
De VOC-loge bij Murshidabad waar Jeremias Jan Kingma van 1751 tot 1763 werkte
Kasimbazar (Cassimbazar, Cossimbazar) bij Murshidabad was het zijdekantoor van de VOC in Bengalen: na Hougly het tweede kantoor van de directie, met een opperhoofd, een secunde, zijdesorteerders en tientallen Bengaalse werklieden die de ruwe zijde afhaspelden. Jeremias Jan Kingma uit Utrecht kwam er in 1751 als zijdesorteerder, schreef er in 1752 een rekest om provisie, was er in 1762 secunde en stierf er in juli 1763, in de weken dat het Engelse leger tegen de nawab optrok. Van de loge is niets over; de Nederlandse begraafplaats te Kalikapur met haar piramide- en koepelgraven ligt op de plek.
Kasimbazar, in de Compagniesstukken Cassimbazar of Cassimbazaar en in de Engelse literatuur Cossimbazar, ligt aan de rivier de Bhagirathi (de westelijke arm van de Ganges) vlak onder Murshidabad, de hoofdstad van de nawabs van Bengalen, ruim tweehonderd kilometer stroomopwaarts van het huidige Kolkata. In de zeventiende en achttiende eeuw was het de zijdemarkt van Bengalen, en de Verenigde Oost-Indische Compagnie had er haar zijdekantoor: na het hoofdkantoor Hougly (Hooghly-Chinsurah) het belangrijkste kantoor van de directie Bengalen. Op deze pagina staat wat de bronnen over dat kantoor zeggen, als achtergrond bij Jeremias Jan Kingma (1711 tot 1763), die er van 1751 tot zijn dood werkte. Bron: Rijksmuseum, catalogustekst bij SK-A-4283; Atlas of Mutual Heritage, Cossimbazar.

Ligging en naam
François Valentijn beschrijft de plaats in 1726 in zijn Oud en Nieuw Oost-Indiën: "Twee mylen beneden of bezuyden Moxudabath heeft men ontrent die wester-rievier de groote en aanzienelyke stad Cassimabasaar" (twee mijl beneden of ten zuiden van Murshidabad ligt aan de westelijke rivier de grote en aanzienlijke stad Cassimbazar), met anderhalve mijl zuidelijker het stadje Seidabath (Saidabad, waar de Franse loge stond) en verderop Plassi (Plassey). Een Franse kaart van omstreeks 1749 tekent aan de rivier onder het paleis van de nawab drie loges naast elkaar: de "Loge hollandaise (Calcapore)", de Franse en de Engelse. Calcapore is het huidige Kalikapur, een kilometer ten westen van Kasimbazar; de Nederlanders noemden hun kantoor niettemin Cassimbazar, en de grafstenen van hun opperhoofden spreken van "Calcapoor". Bron: F. Valentijn, Oud en Nieuw Oost-Indiën, deel V (1726), Beschryving van Bengale; Carte de Cassimbazar et Mourchidabad, naar een Frans manuscript van ca. 1749; C.R. Wilson, List of inscriptions on tombs or monuments in Bengal (Calcutta 1896), nrs. 677 tot 682.

Wat het kantoor was: zijde, rupees en gember
Kasimbazar was voor de VOC een inkoop- en productieplaats, geen gewoon pakhuis. Het Rijksmuseum vat het samen bij het schilderij van Van Schuylenburgh: het tweede kantoor van de Compagnie in Bengalen, stroomopwaarts van Hooghly-Chinsurah bij de hoofdstad Murshidabad, met "about a dozen Dutch and some 60 local employees, who worked in small buildings where silk was reeled and ginger candied" (ongeveer een dozijn Nederlanders en zo'n zestig plaatselijke werklieden, die in kleine gebouwen zijde afhaspelden en gember konfijtten). De Atlas of Mutual Heritage voegt toe dat hier de opperkoopman zetelde, dat er zilveren rupees, de munt van de Mogols, werden geslagen, en dat het kantoor een eigen zijdefabriek had onder "special silk controllers" (bijzondere zijdeopzichters); de ruwe zijde was vooral voor de Japanse markt bestemd. Het onderzoeksproject CAPASIA wijst erop dat binnen de muren molens stonden waar de zijde werd verwerkt, en dat ook de dienaren zelf in zijde handelden: directeur Jan Albert Sichterman werd in het midden van de achttiende eeuw rijk met zijden zakdoeken (rumals). Bengalen leverde de Compagnie omstreeks die tijd de helft van haar Aziatische textiel en vier vijfde van haar ruwe zijde; salpeter en opium waren de andere grote artikelen van de directie. Bron: Rijksmuseum, SK-A-4283; Atlas of Mutual Heritage, Cossimbazar; B. Sur, The VOC factories of Bengal (CAPASIA, 2025); Wikipedia, Dutch Bengal.
Hoe die zijde-inkoop in de praktijk ging, staat in de eigen woorden van Jeremias Jan Kingma. In februari 1752 schreef hij als onderkoopman vanuit Cassimbazar aan directeur en raad te Hougly dat hij door de Heren Zeventien "expres naar Bengalen gesonden is om in den zijden handel geemployeert te werden" (speciaal naar Bengalen is gestuurd om in de zijdehandel te worden ingezet) en vroeg hij, als andere dienaren van zijn rang, een provisie op de inkoop van zijdedraad; de raad kende hem één procent toe. De Generale missiven over 1750 tot 1755 melden dat "Kingma" bij de inkoop een methode had ingevoerd voor het afhaspelen van het gespin, de ruwe zijde, waardoor het gespin per ceer (een gewichtsmaat) duurder werd. Het gedrukte naamboekje dat tot januari 1754 is bijgewerkt noemt hem onder de gecommitteerden van Bengalen als "Zyde Sorteerder": de beambte die de ruwe zijde op kwaliteit keurde. Bron: resolutie van directeur en raad te Hougly, 28 maart 1752, met het rekest van Kingma (Nationaal Archief, VOC 1.04.02 inv. 8804, scan 284, transcriptie Open Archieven); Generale missiven, deel XII (1750 tot 1755); Naamboekje van de hoge Indische regeringe, bijgewerkt tot januari 1754.
De organisatie: directeur, opperhoofd, secunde, zijdesorteerders
Valentijn legt in 1726 uit hoe de directie Bengalen in elkaar zat. Sinds 1655 stond er "een byzonder Directeur, of bestierder van den handel" (een eigen directeur of bestuurder van de handel), want "ter plaatze, daar wy geen Eygenaars van 't land zyn, en maar als Koop-lieden geduld werden" (op een plaats waar wij geen eigenaars van het land zijn en alleen als kooplieden worden geduld) had de Compagnie geen landvoogden. Onder hem stonden "twee opper-Kooplieden, een tot Hoegli op 't Hoofd-Comptoir, en een te Cassimabasar, benevens verscheide andre Koop-lieden, en onder-Kooplieden, eenige Assistenten, ettelyke Soldaaten tot zyn Lyf-wagt, en ook eenige Inlandsche bedienden en slaven" (twee opperkooplieden, één te Hougly op het hoofdkantoor en één te Cassimbazar, plus verscheidene kooplieden en onderkooplieden, enkele assistenten, een aantal soldaten als lijfwacht en ook enige inlandse bedienden en slaven), en een fiscaal "om op den verboden handel van deze en gene te passen" (om op de verboden handel van deze en gene te letten). Op Hougly en Cassimbazar zaten dus opperkooplieden; op de kleinere kantoren (Decca, Patna, Malda, Balasore) alleen kooplieden en onderkooplieden. Bron: F. Valentijn, Oud en Nieuw Oost-Indiën, deel V (1726), Beschryving van Bengale.
De rangen in Kasimbazar volgen uit de stukken en de grafstenen: het opperhoofd (de opperkoopman, tevens secunde van de hele directie), daaronder de secunde van het kantoor, dan de kooplieden, onderkooplieden en assistenten, en de zijdesorteerders die de aangevoerde zijde keurden. In maart 1762 schreven "het opperhoofd G.L. Vernet en secunde J.J. Kingma te Cassimbazaar" samen aan directeur en raad; het naamboekje van 1764 zet Kingma als "Secunde, 1761" onder de opperkooplieden van Bengalen. De grafsteen van Tammerus Canter Visscher, "van Pinjum in Vriesland", noemt hem "Opper Koopman secunde der Bengaalsche Directie en opperhoofde van weegende edele Neederlandsche Oostindische Compagnie te Calcapoor" (opperkoopman, secunde van de Bengaalse directie en opperhoofd namens de edele Nederlandse Oost-Indische Compagnie te Calcapoor); hij werd geboren in Pingjum op 11 augustus 1729 en stierf te Cassimbazar op 31 januari 1778. Bron: Nationaal Archief, VOC: overgekomen brieven en papieren 1762, brief van 13 maart 1762; Naam-boekje van de hoge Indiasche regeringe, 1764; Wilson 1896, nrs. 425 en 680.
Het gebouw
Het enige beeld van de Nederlandse loge is het schilderij dat Hendrik van Schuylenburgh omstreeks 1665 maakte in opdracht van Pieter Sterthemius, de eerste directeur van Bengalen, voor het Oost-Indisch Huis te Middelburg; het Rijksmuseum houdt het voor Kasimbazar (de tegenhanger toont Hougly). Het laat een hoofdgebouw van twee verdiepingen zien aan een binnenplaats met pakhuizen, een ommuurde tuin met een paviljoen, en daaromheen de Bengaalse dorpen en de rivier met boten; de Atlas of Mutual Heritage ziet ook een kapelletje, moestuinen, vee en een stoet met een vaandeldrager. Een bord van de Archaeological Survey of India bij de begraafplaats haalt de Franse reiziger François Bernier aan, die de factorij in 1666 in bedrijf zag en schreef dat er zeven- tot achthonderd man werkten. Kingma kende het complex bijna een eeuw later; of het er toen nog zo uitzag, zeggen de bronnen niet. Bron: Rijksmuseum, SK-A-4283; Atlas of Mutual Heritage, nr. 5431; foto van het ASI-bord, Pinakpani 2025, Wikimedia Commons.

Hoe een loge in Kasimbazar in Kingma's jaren was ingedeeld, toont een Franse manuscriptplattegrond uit 1753 uit het archief van de Service hydrographique de la marine. De legenda somt op: een reservoir om de zijde te bevochtigen, de kapel, de woning van het opperhoofd ("logement du chef"), die van de secunde en van de derde man, de woningen van de employés, de officieren en de aalmoezenier, de kantoren, de pakhuizen ("godons", godowns), het magazijn, de hal, het kruithuis, de loodsen, de smederij, de kazerne, de timmerwerf en de lage binnenplaats. Het is naar alle waarschijnlijkheid de Franse loge (de aalmoezenier en de Franse termen wijzen daarop), maar de opzet, een ommuurd rechthoekig terrein met hoekbastions en de woningen naar rang, is dezelfde als op het Nederlandse schilderij en de Nederlandse plattegrond van Patna. Bron: Plan de Cassimbazard, 1753, BnF; Plan der Pattenase woning, ca. 1734, Nationaal Archief via Atlas of Mutual Heritage.

De jaren 1750 tot 1765
Toen Kingma in september 1751 in Bengalen aankwam, was Jan Kersseboom directeur te Hougly; in Kasimbazar was George Lodewijk (George Louis) Vernet, geboren in Den Haag in 1711 en in zijn jeugd page aan het hof van Lodewijk XV, opgeklommen tot secunde (1756) en opperhoofd (1758). De Engelse bronnen herinneren zich dat Vernet in 1756, toen de nawab Siraj-ud-daula de Engelse factorij van Cossimbazar innam en Warren Hastings gevangen zette, de Engelsen veel vriendelijkheid bewees. Na de slag bij Plassey (juni 1757) maakten de Engelsen de dienst uit in Bengalen; de nieuwe nawab Mir Jafar zocht in het geheim steun bij de VOC, die in oktober 1759 een vloot met ruim vijftienhonderd Europese en Maleise soldaten uit Batavia de Hooghly liet opvaren. Op 24 en 25 november 1759 werden schepen en landmacht bij Chinsurah (de slag bij Bedara of Biderra) door de Engelsen onder Forde verslagen; daarna kon de Compagnie in Bengalen nog handelen, maar geen macht meer uitoefenen. Bron: Wilson 1896, nr. 423 (Vernet); Wikipedia, Cossimbazar; Wikipedia, Battle of Chinsurah; Wikipedia, Dutch Bengal.
In die verzwakte Compagnie werkte Kingma verder: in maart 1762 als secunde naast opperhoofd Vernet, met Louis Taillefert als directeur te Hougly. Het naamboekje van 1764 noemt hem "Secunde, 1761 te Pattena": mogelijk is hij in 1761 eerst secunde van het kantoor Patna geweest en daarna naar Kasimbazar teruggekeerd, maar een tweede bron daarvoor ontbreekt. In 1763 brak de oorlog uit tussen de Engelsen en de nieuwe nawab Mir Kasim: op 25 juni de eerste gevechten bij Patna, op 17 juli de inname van het fort Katwa aan de Bhagirathi, op 19 juli een bloedige veldslag, op 2 augustus de slag bij Giria boven Murshidabad. Kingma stierf op 17 of 18 juli 1763, volgens Lequin te Cassimbazar: in de week dat het Engelse leger vijftig kilometer stroomafwaarts de rivier op vocht. Of zijn dood met de oorlog te maken had, zeggen de bronnen niet. In november 1763 droeg Taillefert het directeurschap over aan Vernet; zijn memorie van overgave van 17 november 1763 is bewaard. Bron: Nationaal Archief, VOC: overgekomen brieven en papieren 1762; Naam-boekje 1764; F. Lequin, Het personeel van de VOC in Azië in de achttiende eeuw (1982); Wikipedia, Bengal War; M.K. Jha, The political economy of the Ganga River (Leiden 2013), hoofdstuk 7, noten bij NA VOC inv. 3075.

Wat er nog van over is
De loge zelf is verdwenen. Kasimbazar raakte in de negentiende eeuw in verval: malaria ontvolkte de stad, in 1813 verlegde de Bhagirathi haar loop en liet de oude kaden achter aan een moeras, en in 1829 telde de plaats nog 3.538 inwoners. Wat bleef zijn het paleis van de Rajbari-familie, de Armeense kerk en drie Europese begraafplaatsen. De Nederlandse begraafplaats ligt te Kalikapur, naast het spoorwegstation Cossimbazar, "where the Dutch factory was stood" (waar de Nederlandse factorij stond), zoals het bord van de Archaeological Survey of India zegt. Zij telde 47 graven, waarvan er 22 over zijn: piramiden, koepelgraven en obelisken van Compagniesdienaren uit de achttiende eeuw; het oudste graf is van Daniel van der Muyl, gestorven 16 mei 1721. Bron: Wikipedia, Cossimbazar; Wikipedia, Dutch Cemetery, Murshidabad; foto van het ASI-bord, Wikimedia Commons.

Toen C.R. Wilson in 1896 de inscripties van Bengalen inventariseerde, waren op de "Old Dutch Cemetery, Kalkapur, Murshidabad" nog zes grafschriften leesbaar: Daniel van der Muijl (1721); Matthias Arnoldus Brahe (1772) en Johanna Petronella van Soelen, huisvrouw van de koopman Abraham Martinus Brahe (1772); Tammerus Canter Visscher uit Pingjum, opperhoofd, 31 januari 1778; Gregorius Herklots uit Middelburg, opperkoopman, secunde van de Bengaalse directie en opperhoofd te Calcapoor, 14 februari 1789; en Johan Gantvoort van Aasten, oud-opperchirurgijn, 1728 tot 1792. Een steen voor Jeremias Jan Kingma, die in 1763 als secunde stierf, is er niet bij; zijn graf is dus een van de ruim veertig zonder leesbare inscriptie, of het lag elders. Op Find a Grave staan voor deze begraafplaats zes gedenkpagina's, zonder foto's. Bron: Wilson 1896, nrs. 677 tot 682.

Personen in deze wiki
- Jeremias Jan Kingma (Utrecht 1711 tot Cassimbazar 1763): onderkoopman en zijdesorteerder (1751), rekest om provisie (1752), secunde (1762). Bron: zijn pagina (links in Feiten).
- Zijn broer Hendrik Cornelis Kingma ging in 1748 naar Batavia en stierf daar in 1754; zijn neef Jeremias Jan van Spall vertrok in 1765 als assistent naar Batavia. Bron: hun pagina's.
Tegenstrijdigheden en open vragen
- De sterfdag: 17 juli 1763 (Open Archieven, VOC-opvarenden) of 18 juli (index Nationaal Archief, Lequin); de scan van het scheepssoldijboek (VOC inv. 6261) is niet gelezen. Bron: zie de persoonspagina.
- "Secunde, 1761 te Pattena" in het naamboekje van 1764 tegenover "secunde J.J. Kingma te Cassimbazaar" in maart 1762: de naamboekjes liepen achter en drukten oude opgaven; welke standplaats hij in 1761 had, is onzeker. Bron: Naam-boekje 1764.
- De brieven van 10 en 13 maart 1762 (VOC inv. 3040, blz. 1301 en 1302) en de bundel akten van 1762 in Calcutta (Van Kan 1931) zijn niet gelezen; zij kunnen zeggen waarover het opperhoofd en de secunde in 1762 schreven. Bron: Nationaal Archief, index nt00348.
- De standaardstudie van Om Prakash, The Dutch East India Company and the economy of Bengal, 1630-1720 (1985), eindigt vóór Kingma's tijd en is niet geraadpleegd; de Generale missiven deel XIII (1756 tot 1761) zijn niet ingezien. Bron: Internet Archive, alleen te leen.
- In de verzameling buitenlandse kaarten Leupe (Nationaal Archief 4.VEL en 4.VELH) is niet gezocht naar een plattegrond van de Nederlandse loge te Cassimbazar; de Atlas of Mutual Heritage kent er geen. Bron: Atlas of Mutual Heritage, Cossimbazar.
Personen in dit artikel
- Jeremias Jan Kingma (~1711–1763)
- Hendrik Cornelis Kingma (~1724–1754)
- Jeremias Jan van Spall (~1735–1778)
Bronnen
- Rijksmuseum Amsterdam, Hendrik van Schuylenburgh, Een Nederlandse factorij in Bengalen, waarschijnlijk Cossimbazar, ca. 1665 (SK-A-4283) en De handelsloge van de VOC in Hougly (SK-A-4282); beide CC0.
- Atlas of Mutual Heritage, Cossimbazar (plaats 5430) en de vogelvluchtafbeelding (5431).
- F. Valentijn, Oud en Nieuw Oost-Indiën, deel V (Dordrecht/Amsterdam 1726), Beschryving van Bengale.
- C.R. Wilson, List of inscriptions on tombs or monuments in Bengal possessing historical or archaeological interest (Calcutta 1896).
- Plan de Cassimbazard, 1753, Bibliothèque nationale de France.
- Nationaal Archief, VOC 1.04.02: index overgekomen brieven en papieren (nt00348) en transcriptie inv. 8804 scan 284 (Open Archieven).
- Naamboekjes van de hoge Indische regeringe 1755 en 1764 (Google Books); Generale missiven deel XII; F. Lequin 1982.
- M.K. Jha, The political economy of the Ganga River: highway of state formation in Mughal India, c. 1600-1800 (proefschrift Leiden 2013).
- B. Sur, The VOC factories of Bengal (CAPASIA, 19 juni 2025).
- Wikipedia: Cossimbazar, Dutch Cemetery, Murshidabad, Dutch Bengal, Battle of Chinsurah, Bengal War.
- Wikimedia Commons: Category:Dutch Cemetery, Cossimbazar (foto's Pinakpani CC BY 4.0, Rangan Datta CC BY-SA 4.0) en Category:Cossimbazar.
Stamboom laden…