II The family

De molens aan de Kleine Zijlroede te Makkum (article)

De oliemolen 't Fortuin uit Zee van de familie Kingma (1764-1934) en zijn buren

Five industrial mills stood along the Kleine Zijlroede near Makkum. The oil and hulling mill 't Fortuin uit Zee was built in 1764 for Hylke Jansz Kingma and stayed in the family until its demolition in 1934; the cement mill on the Grote Zijlroede was their second mill. The paper mill Het Springend Hart in the 1906 photographs did not belong to the Kingmas.

This article is in Dutch; the summary above is in English.

Aan de zuidkant van Makkum liep de Kleine Zijlroede, het water waaraan de familie Kingma haar industrie had staan. Daar stond van 1764 tot 1934 de olie- en pelmolen 't Fortuin uit Zee, de molen waaraan de firma van de Makkumer Kingma's vijf generaties lang haar geld verdiende en waar in 1869 in een hoekje van het kantoor Kingma's Bank begon. In de mediabank van Súdwest-Fryslân zitten drie foto's van deze molens uit omstreeks 1906, met als vervaardiger "Gerrit Kingma". Deze pagina zet op een rij welke molens er stonden, van wie ze waren, en wat er over die foto's vast te stellen is.

De Kleine Zijlroede en de zes molens van Makkum

Makkum had twee zijlen (sluizen) voor de afwatering van de omliggende landen, elk met een eigen zijlroede naar de Koude- of Makkumermeer: de noordelijke Oldecloosterzijl, in 1537 door het convent van Oldeklooster hersteld en vergroot, en een zuidelijke aan het einde van de Kleine Zijlroede, die in de jaren dertig van de twintigste eeuw al lang niet meer bestond. Aan die vaarwaters stond de nijverheid: "kalkbranderijen", oesterputten (1754), "tichelwerken, tegelfabriek, dakpannenfabrieken, scheepstimmerwerven, glasblazerij, houtzaagmolens, oliemolen, papiermolen, leerlooyerij, wolkammerij, cementmolen, rogmolen, enz." Bron: Friesch dagblad 27 november 1933, "Mackums nut en vleijt".

Het eeuwfeestartikel van de bank vat dezelfde ontwikkeling van de familiekant samen: toen na de Franse tijd de rederij op de achtergrond raakte, zocht men "zijn heil vooral op de wal. Er kwamen oliemolens, aardewerkfabrieken, kalkovens, touwslagerijen en een smederij, allemaal aan de Zuidkant van Makkum". Bron: Leeuwarder Courant 4 november 1969, "Zwaardloos schip".

De Nederlandse Molendatabase kent voor Makkum en directe omgeving de volgende molens; vijf ervan stonden aan de Kleine Zijlroede. Bron: Nederlandse Molendatabase, molens met Ten Bruggencate-nummer 03174.

Nr. Molen Ligging Functie Jaren
03174 bis 't Fortuin uit Zee (Kingma) Kleine Zijlroede, oostzijde oliemolen, pelmolen 1764–1934
03174 h Het Springend Hart Kleine Zijlroede, noordzijde papiermolen 1768–1911
03174 e (Voorste) Molen van Alta begin van de Kleine Zijlroede zaagmolen, later korenmolen 1776–1922
03174 g De Eendracht / (Achterste) Molen van Alta Kleine Zijlroede, zuidzijde zaagmolen 1777–1917
03174 i Polder 20 Kleine Zijlroede, zuidzijde poldermolen vóór 1832–1926
03174 d Cementmolen van Kingma Grote Zijlroede trasmolen 1849–1917
03174 c Korenmolen van L.J. Sluiter / Windlust Kerkeburen, it Heuveltsje korenmolen 1843–vóór 1928

't Fortuin uit Zee (1764–1934): de oliemolen van de Kingma's

De olie- en pelmolen werd in 1764 in opdracht van Hylke Jansz Kingma gebouwd door de molenmaker Yebe Dirks, en bleef van de bouw tot het einde eigendom van de familie. Het was een kantige stellingmolen met witte stenen bijgebouwen aan de oostzijde van de Kleine Zijlroede; de naam paste bij een reder, want "de vrachtvaart en zeehandel hadden Kingma geen windeieren gelegd". Drie jaar later gaf Hylke Jans dezelfde naam aan zijn pakhuis aan de Krommesloot, waarvan de gevelsteen "'t Fortuin uit zee, Hijlke Ians IJtie Haijes, Anno 1767" nu in de zijgevel van Vallaat 22 zit. Bron: Nederlandse Molendatabase, 't Fortuin uit Zee, geschiedenis; De Kinkhoorn 9, artikel 6; Wikipedia, Kingmahuis.

Na de bouw bleven Hylke Jans en twee van zijn zoons, Jan en Maarten, aan de wal. Na zijn dood ging de firma verder als Jan en Marten Hylkesz. Kingma (1746–1825) en later, voor rekening van Marten alleen, als Fa. M.H. Kingma. Met eigen schepen voerde de firma lijn- en koolzaad aan, tot Marten onder de Franse overheersing zijn schepen kwijtraakte omdat hij weigerde de Nederlandse vlag te strijken; vanaf 1824 voeren er weer schepen op de Oostzee en Frankrijk. Bron: Nederlandse Molendatabase, 't Fortuin uit Zee, geschiedenis; Tresoar, toegang 98, Fa. M.H. Kingma te Makkum.

Hoe onrustig die jaren waren blijkt uit het familiearchief: in 1813 vond Marten Kingma regelmatig briefjes met dreigementen op zijn ramen geplakt en kreeg hij anonieme brieven waarin gedreigd werd de lijnbaan en de oliemolen van hem en Tichelaar in brand te steken; het werd zo erg dat hij ontslag vroeg als lid van de raad. Bron: Leeuwarder Courant 28 april 1990, "Archief van Makkumer bedrijf toegankelijk" (over de inventaris van D.P. de Vries, Archief fan de firma M.H. Kingma, Fryske Akademy, Monumenta Frisica nr. 51).

Marten Kingma en zijn zoon Hijlke Martens Kingma stierven in 1825 kort na elkaar, waarna de jongste zoon Jan Martens Kingma de onderneming voortzette. In 1840 nam hij, na het afstoten van de andere familiezaken, de oliemolen over, met hulp van zijn zoon Hylke; voor de fabricage van patentolie voor lampen werd de molen vergroot en hij werd ook ingericht voor het pellen van gerst. Het familiearchief vermeldt dat J.M. Kingma in 1843 een fabriekje voor patentolie inrichtte, gestookt met olie uit de eigen molen, en aan de Krommesloot een pakhuis bouwde voor steenkool en lijnzaad, met een woning voor de molenbaas ernaast. Bron: Nederlandse Molendatabase, 't Fortuin uit Zee, geschiedenis; Tresoar, toegang 98, Fa. M.H. Kingma te Makkum.

In 1860 werkten er negen mensen. De molen had zelfzwichtende wieken "die voor een regelmatige gang zorgden", de bovenbouw was met spanen gedekt en de kap met zink bekleed. Er was een derde firmant en broer, Marten Jans Kingma, die in 1862 naar Lemele vertrok en in Lemelerveld een zuivelfabriek stichtte. Bron: Nederlandse Molendatabase, 't Fortuin uit Zee, geschiedenis.

In 1871 vertrok Jan Hylke Kingma van Makkum naar Bolsward, waar hij onder de naam fa. Gebr. Kingma de stoomoliemolen ging exploiteren die hij met zijn broer Tjeerd Herre Kingma had gebouwd. Datzelfde jaar stierf Jan Martens Kingma (volgens zijn overlijdensakte in 1875) en werd de Makkumer molen beheerd door Tjeerd Herre; die deelde mee in de erfenis, waaronder de molen. De twee andere zoons bleven op kantoor in Makkum en richtten de kassiersfirma op waaruit in 1919 Kingma's Bank voortkwam. Bron: Nederlandse Molendatabase, 't Fortuin uit Zee, geschiedenis; overlijdensakte Wonseradeel 1875 (Jan Martens Kingma).

De molen maakte ook nieuws. Op 2 oktober 1908 werd 's avonds om half negen brand ontdekt "boven in den oliemolen van gebr. Kingma"; een grote menigte stroomde toe, maar met krachtig blussen bleef de schade gering en hoefde het bedrijf niet stil te staan; vermoed werd dat de brand was ontstaan door het warmlopen van de "hei", die juist was vernieuwd. Op zaterdagmiddag 22 juni 1918 nam een windhoos de molen te pakken: hij begon "onder de vang door te draaien", en al het hout van de zelfzwichting dat aan de ijzeren roeden zat verdween, "zoodat alleen kale roeden overbleven". Bron: Leeuwarder Courant 5 oktober 1908; Ons Noorden 24 juni 1918.

Het einde: 1930, 1932, 1934

Na 1926 bleef alleen de hoogbejaarde Tjeerd Herre over in de Makkumer olieslagerij, die hij om nostalgische redenen in stand wilde houden; de exploitatie werd opgedragen aan J.J. van Hettema uit Bolsward. Volgens het gedenkboek van de bank hield hij haar aan uit "sentimentele overwegingen"; de voorzittershamer die de familievereniging nog gebruikt is uit het hout van de molen gesneden. Bron: Nederlandse Molendatabase, 't Fortuin uit Zee, geschiedenis en wetenswaardigheden; Kingma Makkum Online, "De 'Heren' uit de oliemolen te Makkum" (gearchiveerd 2019).

Het handelsregister volgt het slot. In mei 1930 meldde het over "M. H. Kingma, Makkum, olieslagerij, handel in veevoeder en olie" dat de maatschap was ontbonden en de zaak door Tj. H. Kingma onder dezelfde handelsnaam werd voortgezet, hoewel hij op 16 maart 1930 al was overleden. Op 9 april 1932 stond de firma met als overleden eigenaar "Wed. Tj. H. Kingma", Foekje de Looze, die op 11 maart 1932 was gestorven, en op 19 april 1932 volgde de opheffing: "De handelszaak is ambtshalve opgeheven." Bron: Leeuwarder nieuwsblad 28 mei 1930; Leeuwarder Courant 9 april 1932; Leeuwarder nieuwsblad 19 april 1932.

In december 1933 fotografeerden de kranten de sloop: "De laatste der zes molens welke Makkum bezat, valt thans onder sloopers handen. Deze molen dateert uit 1764." De hout- en bintwerkvoorraad ging op maandag 29 januari 1934 bij openbare verkoping van de hand, "aan het Vallaat aldaar, van een zeer groote partij HOUT (afbraak van den oliemolen), w.o. posten, geschikt voor hekken, stekken, damleggers, walbeschoeiing, kruiplanken, voorts BINTWERK zeer geschikt voor bouwmateriaal en eene partij BRANDHOUT", bij notaris L.S. van der Burg te Makkum. De Molendatabase houdt het op 1933 en 1934 voor de afbraak. Bron: Leeuwarder Courant 13 december 1933; Nieuwsblad van het Noorden 12 december 1933; Leeuwarder Courant 18 januari 1934; Nederlandse Molendatabase, 't Fortuin uit Zee.

Beide kranten noemen in het onderschrift van 1933 als eerste eigenaar "vermoedelijk Jan Hijlkes Kingma". Dat is een verwisseling van de voornaam en het patroniem: de opdrachtgever was Hylke Jans Kingma, zoals de Molendatabase, De Kinkhoorn en het familiearchief allemaal aangeven. Bron: Nieuwsblad van het Noorden 12 december 1933; Nederlandse Molendatabase, 't Fortuin uit Zee; De Kinkhoorn 9, artikel 6.

De buren: papiermolen, zaagmolens en een poldermolen

De papiermolen Het Springend Hart aan de noordzijde van de Kleine Zijlroede was niet van de Kingma's. Hij werd in 1768 gebouwd in opdracht van de Makkumer koopman Jan Ymes Tichelaar, die er toen voor een vijfde deel eigenaar van was en waarvoor de Staten van Friesland een octrooi voor vijftien jaar verleenden; molenmaker was waarschijnlijk dezelfde Yebe Dirks die de oliemolen van Kingma bouwde. Bij de molen hoorden een honderd meter lange droogschuur, tien arbeiderswoningen en later een spinhuis. Een advertentie van 1787 beschrijft "een groote en schoon PAPIER-MOLEN cum annexis, onder Idsegahuizen aan de kleine Zyl-Roede digt aan Mackum" met knechtswoningen, voddeschuren en drooghuizen, "hebbende de Molen 80 voets Vlugt en in 1767 en 1768 nieuw gestigt". Bron: Nederlandse Molendatabase, Het Springend Hart, geschiedenis.

Na de dood van Tichelaar (1799) werd de molen in januari 1801 publiek verkocht aan Anne Lieuwes Buma en Trijntje Sijtzes voor fl. 12.474,50; het kadaster van 1811–1832 noemt "Anne Lieuwes Buma, fabrikeur" als eigenaar. De familie Buma hield hem tot 1859, toen de Leeuwarder papierhandelaar Into Nauta Andreae hem overnam, opgevolgd door zijn twee zoons. Het aantal arbeiders liep terug van 31 in 1811 naar 5 rond 1900; in 1905 werd de molen stilgezet, in 1909 verkocht aan de firma Vermeulen te Leeuwarden, in 1910 voor afbraak verkocht en in 1911 gesloopt. Onderdelen zitten nu in papiermolen De Schoolmeester te Westzaan; het achtkant werd gebruikt om molen De Hoop te Almelo te herbouwen. In 1906 stond hij dus al stil. Bron: Nederlandse Molendatabase, Het Springend Hart, geschiedenis en locatie.

De twee zaagmolens waren van de familie Alta. De voorste, aan het begin van de Kleine Zijlroede, werd in 1776 gebouwd door Ruurd Alta; het kadaster 1811–1832 noemt "Pier Durks Alta, koopman". In 1862 brandde de bovenkant van "den houtmolen van Pier Dirks Alta te Makkum" bijna af en in 1865 vroeg "de Houtzaagmolen van P.D. ALTA te Makkum" een ongehuwde middel- of onderknecht. In 1880 nam dezelfde eigenaar ook De Eendracht aan de zuidzijde over, die eerder van de families Houtsma en Overmeer was; het kadaster 1811–1832 noemt daar "Erven Evert Ottes Houtsma". De Eendracht werd in 1917 gesloopt, de voorste molen in 1922 onttakeld en in 1981 afgebroken. De poldermolen Polder 20 bemaalde een polder van minder dan vijftien hectare aan de Kleine Zijlroede en stond in 1811–1832 op naam van de kerk van Wons. Bron: Nederlandse Molendatabase, (Voorste) Molen van Alta; Nederlandse Molendatabase, De Eendracht; Nederlandse Molendatabase, Polder 20.

De tweede molen van de firma: de cementmolen aan de Grote Zijlroede

Aan de Grote Zijlroede, aan de andere kant van Makkum, stond van 1849 tot de winter van 1916–1917 de Cementmolen van Kingma, een trasmolen die op de Eekhoff-kaart van omstreeks 1850 staat aangegeven. Bij die kant van Makkum lag ook de kalkbranderij van de firma: in 1929 kocht de gemeente Wonseradeel enkele percelen aan de noordkant van de Grote Zijlroede, "waarop thans de kalkovens van de firma M. H. Kingma staan", van L. Kingma te Makkum en U. Rijpma te Leeuwarden voor fl. 9500, om er arbeiders- en middenstandswoningen te bouwen; S.W. Visser te Makkum nam de opstal voor afbraak over voor fl. 4000. Bron: Nederlandse Molendatabase, Cementmolen van Kingma; Leeuwarder Courant 11 mei 1929, "Aankoop bouwterrein te Makkum".

De Sneker oliemolen Het Zwart Paard (1720–1921)

De Makkumer molen had een Sneker tegenhanger. In 1850 kocht Jan Martens Kingma voor zijn zoons Hylke en Herre Rinia een oliemolen in Sneek, die zij voor eigen rekening gingen exploiteren: Het Zwart Paard aan de Oudvaart, in 1720 gebouwd voor Wouter Berends in het Gudseland op grond van het Oud Burger Weeshuis, in 1811–1832 op naam van "Abraham Hesselink, olijslager". Vanaf 1883 werkte de molen op stoomkracht; in dat jaar berichtte de krant dat in "den stoom-oliemolen van de heeren gebr. Kingma" te Sneek een werkman door de machine werd gedood. In 1912 nam Eelco Paulus Kingma de Sneker olieslagerij over van zijn oom, tot hij haar in 1922 van de hand moest doen; de onttakelde romp werd in 1921 afgebroken, alleen de onderbouw bleef in de olieslagerij staan en die verdween in 1984. Bron: Nederlandse Molendatabase, Het Zwart Paard (Sneek); Nederlandse Molendatabase, 't Fortuin uit Zee, geschiedenis.

Dat verklaart ook de onderschriften in de mediabank van Súdwest-Fryslân bij de Sneker stadsfoto's: "de oliemolen van Wouters en later van Kingma 'Het Zwarte Paard'", "de industriemolen van Hylke en Herre Kingma (1720 - 1921)" en "de oliemolen van Kingma aan de Oudvaart". De naam van de molen, die op de pagina van Hylke Kingma nog een open vraag was, is dus Het Zwart Paard; "de molen de Hoop van Kingma" in een ander onderschrift is een verwarring met de korenmolen De Hoop van de firma Zwart & Co. aan de 1e Oosterkade. Bron: Mediabank Súdwest-Fryslân, de Oudvaart met de molen "De Ooster" en de oliemolen "Het Zwarte Paard"; Mediabank Súdwest-Fryslân, gezicht op de Oudvaart en het Eiland; Nederlandse Molendatabase, Het Zwart Paard (Sneek); Nederlandse Molendatabase, De Hoop / Molen van Zwart aan de Oosterkade te Sneek.

De drie foto's van omstreeks 1906

In de mediabank van Súdwest-Fryslân (Collectie Wonseradeel, Gemeentearchief Súdwest-Fryslân) zitten drie opnamen met de datering 1906 en als vervaardiger "Gerrit Kingma":

Objectnummer Titel en omschrijving Wat er te zien is
FOTO090665 "Makkum Kleine Zijlroede", omschrijving "Oliermolen" rechts een grote stellingmolen met een lange rij lage bijgebouwen langs het water, links in de verte een tweede molen, op de voorgrond drijvend hout
FOTO090667 "Makkum Kleine Zijlroede", omschrijving "Molens" een molen met woonhuis spiegelend in stil water, verderop nog twee molens
FOTO090666 "Makkum Papiermolen" een molen met daarvoor een groot huis met sierlijke gevel en links een lange lage schuur, in open veld

De beelden zijn alleen in de mediabank te bekijken; er staat geen herkenbare licentie bij, zodat publiceren toestemming vraagt van de gemeentearchivaris of het Historisch Centrum Westergo. Bron: Gemeentearchief Súdwest-Fryslân, auteursrecht en privacy.

Welke molen is de "Oliermolen"? Waarschijnlijk 't Fortuin uit Zee: dat was volgens de Molendatabase de enige oliemolen aan de Kleine Zijlroede, hij stond er in 1906 nog en was toen van de firma M.H. Kingma, dus van Tjeerd Herre Kingma. Het beeld past bij de beschrijving van "de statige molen met witte stenen bijgebouwen". De molen op de achtergrond en de molens op FOTO090667 zijn niet met zekerheid aan te wijzen; aan hetzelfde water stonden in 1906 nog de twee zaagmolens van Alta, de stilgezette papiermolen en de poldermolen. De "Papiermolen" op FOTO090666 is niet van de Kingma's, maar Het Springend Hart van Tichelaar, Buma en Nauta Andreae, dat in 1905 werd stilgezet. Bron: Nederlandse Molendatabase, 't Fortuin uit Zee; Nederlandse Molendatabase, Het Springend Hart; Leeuwarder Courant 9 april 1932, handelsregister.

Wie was de fotograaf? Het veld "Vervaardiger" bij de drie opnamen is "Gerrit Kingma", en de Molendatabase heeft bij De Eendracht een opname met precies hetzelfde soort onderschrift: "Foto dd. 1903 van Gerrit Kingma, vanaf de dichtgevroren Kleine Zijlroede met links de papiermolen (1768-1910) en rechts de houtzaagmolen van o.m. Houtsma/Overmeer (1777-1917)". Er was dus rond 1903 tot 1906 een Gerrit Kingma die de molens aan dit water fotografeerde. Waarschijnlijk is dat Gerrit Kingma (Makkum 1884), een zoon van Tjeerd Herre, die in 1907 als olieslager te Makkum te boek staat en dus opgroeide naast de molen op de foto; in de archieflaag van deze wiki is hij de enige Gerrit Kingma die in die jaren in Makkum woonde. Zekerheid geeft dat niet: de andere Gerrit Kingma in Wonseradeel, Gerrit Lieuwes Kingma (Burgwerd 1866), is niet uitgesloten, en het veld kan in theorie ook op een schenker wijzen. Bron: Nederlandse Molendatabase, De Eendracht, fotobijschrift; Mediabank Súdwest-Fryslân, FOTO090665; huwelijksakte Bolsward 1907 (Gerrit Kingma, 23 jaar, olieslager te Makkum, als getuige); geboorteakte Wonseradeel 1884.

Tegenstrijdigheden en open vragen

  1. Het sterfjaar van Jan Martens Kingma. De Molendatabase laat hem in 1871 sterven, waarna Tjeerd Herre de molen beheerde en er in 1875 in deelde; de overlijdensakte geeft 10 april 1875. Vermoedelijk verwisselt de Molendatabase het jaar waarin Jan Hylke naar Bolsward ging (1871) met het sterfjaar. Bron: Nederlandse Molendatabase, 't Fortuin uit Zee; overlijdensakte Wonseradeel 1875.
  2. De cementmolen en de kalkovens. Wie binnen de familie de trasmolen aan de Grote Zijlroede (1849–1917) dreef is uit de doorzochte bronnen niet op te maken; de "L. Kingma te Makkum" die in 1929 de kalkovensterreinen verkocht is nog niet met een persoon in deze wiki verbonden. Bron: Nederlandse Molendatabase, Cementmolen van Kingma; Leeuwarder Courant 11 mei 1929.
  3. De artikelenreeks in De Utskoat. Het Friese molenblad De Utskoat bevat de uitvoerigste beschrijvingen van deze molens: O. Gielstra, "Een ondernemersgeslacht uit Makkum. De familie Kingma" (nr. 83, 1996), "De olie- en pelmolen van de Fa. Kingma te Makkum" (nr. 88, 1997) en "Het productieproces van de oliemolen van Kingma in Makkum" (nr. 92, 1998), plus P. Timmermans, "Uit de knipseldoos nr. 54" (nr. 96, 1999) en de reeks van G.D. Wijnja over het oude Friese windmolenbedrijf (nrs. 5, 6 en 7, 1977). Die nummers zijn niet gelezen. Bron: Nederlandse Molendatabase, 't Fortuin uit Zee, bronnen.
  4. De precieze plek. De Molendatabase geeft voor 't Fortuin uit Zee de kadastrale aanduiding Makkum A (6) 1194 met als eigenaar "Jan Martens Kingma, koopman" en de coördinaten 53,05110 noord en 5,40669 oost; de papiermolen stond op Makkum A (6) 1204, de voorste molen van Alta op Makkum A (6) 1193. Een plaatsbepaling op de kadastrale minuut zelf is nog niet gedaan. Bron: Nederlandse Molendatabase, 't Fortuin uit Zee, locatie.

People in this article

Sources

Open the interactive family tree

‹ Kingma State beta

Loading the family tree…